
Robert in1993
Mijn vader was militair arts en had alle respect verloren voor het Duitse volk tijdens de eerste wereldoorlog. Ook wij jonge mensen waren tegen de Duitsers, ook al voor de tweede wereldoorlog. Vooral de verordening dat jonge mensen verplicht waren in Duitse fabrieken te gaan werken om de Duitse oorlogsindustrie draaiende te houden zat mij zeer hoog.
|
Robert in 1943 |
Mijn studies medicijnen had ik afgebroken en mijn kantoorbaan bij het metaalbedrijf Fonofer verveelde me. Als 22jarige was ik vastbesloten mij aan te sluiten bij een verzetsgroep. Ik woonde in de buurt van het gymnasium van Ukkel. Samen met Youra Livschitz heb ik daar op de schoolbanken gezeten. Met Youra ben ik betrokken geraakt bij de overval op het XXste transport. |
Op zeker ogenblik kreeg ik van Youra Livschitz de opdracht om vier tangen en een stormlamp te organiseren. In een winkel in het centrum van Brussel, niet ver van mijn werkplek bij het bedrijf Fonofer, vond ik tijdens de middagpauze het gewenste gereedschap. Ik kocht er de tangen en ook een lamp van het Duitse merk “Feuerhand”. In een kantoorboekhandel kocht ik later plaksel en rood zijdepapier. Ik plakte het papier over de glazen kap. Van veraf zou de stormlamp eruitzien als een rode signaallamp.
Van het Generaal Meiserplein reden we met de fiets naar de plaats van de overval. Mijn fietstas zat helemaal vol met die stormlamp en die tangen. We waren in feite slecht uitgerust en voorbereid. Ik voelde een mengeling van honger naar avontuur en de wil om te helpen en de Duitsers schade toe te brengen. Op dat ogenblik had niemand mij ervan kunnen afhouden.
Rond kwart over tien stelden we ons op langs de spoorlijn Haacht-Boortmeerbeek
. In de verte hoorde ik het fluiten van de locomotief. De geluiden droegen ver in de stille nacht… Seconden later denderde de trein in de richting van de stormlamp. Omdat de lamp op de rails aan het eind van de bocht stond,zag de machinist het rode signaal blijkbaar pas op het laatste moment. Hoewel hij meteen snelheid minderde, reden de eerste wagons over de lamp. Eindelijk stopte de trein.
Aanvankelijk was ik volkomen verstijfd. Dan rende ik naar de eerste de beste wagon. In mijn linkerhand hield ik de zaklamp en met de rechterhand moest ik met de tang aan de gang. Ik was heel opgewonden en vond het veel te lang duren voordat ik de draad had doorgeknipt waarmee de grendel van de schuifdeur was beveiligd. Eindelijk had ik de zware deur van de veewagon opengeschoven. Met mijn lamp scheen ik het rijtuig in. Bleke en angstige gezichten staarden me aan. “Uitstappen, uitstappen” riep ik en ik spoorde hen aan “schnell, schnell, fliehen sie!
Ik probeerde het slot van de volgende wagon open te krijgen. De zaklamp had ik in mijn broekzak gestopt zodat ik beide handen vrij had. Zo kon ik beter met de tang werken. Maar ik had geen tijd meer. Er werd al geschoten. In het heldere maanlicht was ik een ideale schietschijf. Ineengedoken rende ik naar het struikgewas, waar een groepje ontsnapten op me wachtte. Ik schreeuwde hen toe dat ze plat op de grond moesten gaan liggen.
Na enige tijd werd het rustig en reed de trein verder. Toen ik de rode achterlichten van het konvooi in de verte zag verdwijnen kwam ik overeind. Aan een zevental personen gaf ik een biljet van vijftig frank. Ik adviseerde hen zich te verspreiden . In de vroege ochtend zouden ze in Haacht de tram naar Brussel kunnen nemen. Eén vrouw omarmde mij hartstochtelijk en zei dat ze helemaal niet wist hoe ze me moest bedanken. Een andere vroeg naar mijn naam en mijn adres, zodat ze me na de oorlog iets zou kunnen schenken. Maar dat vond ik toch tamelijk naïef. Namen en adressen, dat was de eerste les die je als jonge verzetsstrijder leerde, die waren bij ons taboe.
Robert Maistriau werd na zijn geslaagde vuurdoop op het
XXste konvooi lid van verzetsgroep “Groep G”. Later dook hij onder in de
Ardennen. Hij werd er bij een samenkomst van Groep G gearresteerd en als
politieke gevangene in het kamp van Breendonk geïnterneerd. Na deportatie naar Buchenwald verrichtte hij dwangarbeid in
het kamp Dora. Hij overleefde de concentratiekampen.
In Bergen–Belzen werd hij door de
Amerikanen in 1944 bevrijd.
"Robert Maistriau is thuis in St Lambrechts Woluwe overleden in de
nacht van donderdag 25 op vrijdag 26 september 2008 op de leeftijd van 87 jaar.
De afscheidsviering had plaats op 1 oktober 2008 in de St Lambertkerk in St
Lambrechts-Woluwe."
Samengesteld aan de hand van fragmenten uit het boek “Stille rebellen” van Marion Schreiber, Uitgeverij Atlas.
Terug naar pagina ‘portretten’