Robert Maistriau (1921 - 2008)

 

Maistriau - 22 juni 2003

Herdenking Boortmeerbeek 22 juni 2003

 

 

Mijn vader is militair arts en heeft alle respect verloren voor het Duitse volk tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook wij jonge mensen waren tegen de Duitsers, ook al voor de Tweede Wereldoorlog. Vooral de verordening dat jonge mensen verplicht zijn in Duitse fabrieken te gaan werken om de Duitse oorlogsindustrie draaiende te houden zit mij zeer hoog.

 

Vader van Robert Maistriau

Luitenant-Generaal Charles-Eugène Maistriau

Mijn studies medicijnen heb ik afgebroken en mijn kantoorbaan bij het metaalbedrijf Fonofer verveelt me. Als 22jarige ben ik vastbesloten mij aan te sluiten bij een verzetsgroep. Ik woon in de buurt van het atheneum van Ukkel. Samen met Youra Livschitz heb ik daar op de schoolbanken gezeten. Met Youra ben ik betrokken geraakt bij de overval op het XXste transport.

 

Op zeker ogenblik krijg ik van Youra Livschitz de opdracht om vier tangen en een stormlamp te organiseren. In een winkel in het centrum van Brussel, niet ver van mijn werkplek bij het bedrijf Fonofer, vind ik tijdens de middagpauze het gewenste gereedschap. Ik koop er de tangen en ook een lamp van het Duitse merk “Feuerhand”. In een kantoorboekhandel koop ik later lijm en rood zijdepapier. Ik plak het papier over de glazen kap. Van veraf zal de stormlamp eruitzien als een rode signaallamp.

 

Van het Generaal Meiserplein rijden we met de fiets naar de plaats van de overval. Mijn fietstas zit helemaal vol met die stormlamp en die tangen. We zijn in feite slecht uitgerust en voorbereid. Ik voel een mengeling van honger naar avontuur en de wil om te helpen en de Duitsers schade toe te brengen. Op dat ogenblik heeft niemand mij ervan kunnen afhouden.

 

Rond kwart over tien stellen we ons op langs de spoorlijn Haacht-Boortmeerbeek. In de verte hoor ik het fluiten van de locomotief. De geluiden dragen ver in de stille nacht. Seconden later dendert de trein in de richting van de stormlamp. Omdat de lamp op de rails aan het eind van de bocht staat, ziet de machinist het rode signaal blijkbaar pas op het laatste moment. Hoewel hij meteen snelheid mindert, rijden de eerste wagons over de lamp. Eindelijk stopt de trein.

 

Aanvankelijk ben ik volkomen verstijfd. Dan ren ik naar de eerste de beste wagon. In mijn linkerhand houd ik de zaklamp en met de rechterhand moet ik met de tang aan de gang. Ik ben heel opgewonden en vind het veel te lang duren voordat ik de prikkeldraad heb doorgeknipt waarmee de grendel van de schuifdeur is beveiligd. Eindelijk heb ik de zware deur van de veewagon opengeschoven. Met mijn lamp schijn ik in het rijtuig. Bleke en angstige gezichten staren me aan. “Uitstappen, uitstappen” roep ik en ik spoor hen aan schnell, schnell, fliehen sie.

 

Ik probeer het slot van de volgende wagon open te krijgen. De zaklamp heb ik in mijn broekzak gestopt zodat ik beide handen vrij heb. Zo kan ik beter met de tang werken. Maar ik heb geen tijd meer. Er wordt al geschoten. In het heldere maanlicht ben ik  een ideale schietschijf. Ineengedoken ren ik naar het struikgewas, waar een groepje ontsnapten op me wacht. Ik schreeuw hen toe dat ze plat op de grond moeten gaan liggen.

 

Na enige tijd wordt het rustig en rijdt de trein verder. Als ik de rode achterlichten van het transport in de verte zie verdwijnen kom ik overeind. Aan een zevental personen geef ik een biljet van vijftig frank. Ik adviseer hen zich te verspreiden . In de vroege ochtend nemen ze in Haacht de tram naar Brussel. Eén vrouw (Hena Wasyng) omarmt mij hartstochtelijk en zegt dat ze helemaal niet weet hoe ze me moet bedanken. Een andere vraagt naar mijn naam en mijn adres, zodat ze me na de oorlog iets zou kunnen schenken. Maar dat vind ik toch tamelijk naïef. Namen en adressen, dat is de eerste les die je als jonge verzetsstrijder leert, die zijn bij ons verzetsstrijders taboe.

 

Robert Maistriau wordt na zijn geslaagde vuurdoop op het XXste transport lid van verzetsgroep “Groep G”. Maistriau wordt binnen de groep met het opleiden van nieuwe verzetsstrijders belast. Ook neemt hij deel aan La Grande Coupure, een grootscheepse sabotage-actie op 15 januari 1944, waarbij een twintigtal pylonen van het hoogspanningsnet worden opgeblazen met de bedoeling de industriële productie te vertragen. Later duikt hij onder in de Ardennen. Hij wordt er bij een samenkomst van Groep G gearresteerd en als politieke gevangene  in het kamp van Breendonk geïnterneerd. Na deportatie naar Buchenwald verricht hij dwangarbeid in het kamp Dora. Hij overleeft de concentratiekampen. In Bergen–Belzen wordt hij door de Amerikanen in 1944 bevrijd. Via het verzamelcentrum voor Displaced Persons (DP’s) in Mol werd hij op 28 april 1945 gerepatrieerd.

 

 

Na de oorlog treedt hij op 1 september 1945 in dienst van de Belgische Staatsveiligheid. Daarna verlaat hij België om in koloniale dienst te gaan in het voormalige Belgisch -Congo.

 

 

Herdenking 60 jaar - bevrijding getto van Warchau - 29 april 2003

Herdenking 60 jaar geleden bevrijding getto van Warschau. Onder

de aanwezigen Prins Filip, Premier Verhofstadt en Robert Maistriau 

(Brussel, 29 april 2003)

 

Robert Maistriau is thuis in St Lambrechts Woluwe overleden in de nacht van donderdag 25 op vrijdag 26 september 2008 op de leeftijd van 87 jaar. De afscheidsviering heeft plaats op 1 oktober 2008 in de St Lambertkerk in St Lambrechts-Woluwe.

 

 

 

 Terug naar pagina ‘portretten’