Microfilm
uit Auschwitz – Natzweiler-Struthof (zeven vrouwen)
|
|
|
|
|
|
In
augustus 1943 worden 29 Joodse vrouwen in Auschwitz geselecteerd, in quarantaine
geplaatst en naar het concentratiekamp Natzweiler-Struthof
(Elzas) gedeporteerd, waaronder zeven vrouwen van Transport XX. Kort daarna
worden ze in de gaskamer in de buurt van het kamp gedood.
Opdrachtgevers zijn August Hirt, hoogleraar anatomie aan de Universiteit van
Straatsburg en de wetenschappelijke SS-organisatie ‘Ahnenerbe’
die de skeletten willen gebruiken voor een “rassen-ideologische
tentoonstelling” in het Anatomisch
Instituut van de Rijksuniversiteit in Straatsburg.

Een Rassen-ideologische tentoonstelling in Duitsland
Op de microfilm van de originele lijst van
de overbrenging op 2 augustus 1943 van vrouwelijke gevangenen van Birkenau naar het hoofdkamp Auschwitz I staan de vrouwen
van Transport XX vermeld onder de nummers 017 t.e.m. 023.

Het gaat om volgende zeven
slachtoffers van Transport XX. Zij konden na 60 jaar geïdentificeerd worden.
Bomberg - Birentzveig
Sara
XX/1445

Sara Birentzveig
is op 16 juli 1904 in Warschau geboren. Ze huwt met de kleermaker Moishe Bomberg (Warchau 23 mei 1902). Ze wonen in de Pasteurstraat,
21 in Anderlecht en hebben twee kinderen: Aleram Hil (Etterbeek 20 december 1932) en Hadasa
(Etterbeek, 26 september 1935) Moishe Bomberg wordt reeds op 31 oktober 1942 met het XVI
transport (XVI/752) naar Auschwitz gedeporteerd en krijgt er het kampnummer
72.318 . Sara wordt opgepakt op 10 april 1943 en met het XXste
transport naar Auschwitz gedeporteerd. Op 22 april 1943 wordt ze geselecteerd
en in het beruchte experimenteerblok X van Auschwitz I opgesloten. Op 30 juli
1943 volgt haar overbrenging naar het kamp Natzweiler-Struthof
waar ze op 11 of 13 augustus 1943 in de gaskamer in de buurt van het kamp
sterft. De vader heeft vermoedelijk zijn dwangarbeid niet overleefd. Dochter Hadasa en haar broer Aleram
overleven de oorlog. Ze emigreren naar Israël in 1947. Adasa
in de kibboetz NU-galem/Doar Na Hrof Achedod; Aleram in de Kiboetz “Tseelin Doar Na Aneguev”.
Brandel Kempner en Maria Rozen

Brandel Kempner met haar man Abram Josek Grub.
Brandel is op 29 September 1922 in
Düsseldorf geboren als dochter van Maria Kempner-Rozen.
Haar moeder emigreert op 27 maart 1922 naar Luik. Zij bezoekt in de jaren 1930
de vakschool in Brussel en wordt naaister. Ze trouwt in 1940 met de fabrikant Abram Josek Grub
(geboren op 18 juli 1911 in Drobin) Hij was in 1929
vanuit Polen naar België geëmigreerd. Het echtpaar woont ondergedoken in Grivignée rue de Pipier 31. Brandel Kempner is officieel ingeschreven in het Jodenregister in
1942. Op 17 April worden zij, haar man, haar moeder en haar oom, de fotograaf
Jacob Rozen (geboren op 27 augustus 1888 in Pabianice)
ontdekt in hun schuilplaats. Alle vier worden ze geïnterneerd in de Mechelse Dossinkazerne en op 19
April 1943 onder de nummers 1568-1570 met de trein naar Auschwitz gedeporteerd.
(Abram Josek Grub weet te ontsnappen uit de trein, maar wordt terug
opgepakt en met het volgende transport XXI.(XXI/825) op 31 juli 1943
weggevoerd.
Brandel Kempner en Maria Rozen worden vanuit Auschwitz naar Natzweiler-Struthof gebracht. Op 11
Augustus 1943 wordt ze samen met haar moeder vermoord in de gaskamer.
Maria Rosen – moeder van Brandel
Kempner

Maria Rosen
Maria Rosen
wordt op 16 Februari 1891 geboren in Pabianice /
Polen, op 13 kilometer van Sódź. Ze komt op 13
november 1919 van Sódź naar Düsseldorf, Loretto straat 35, waar ze met Moszyk
Kempner trouwt en een dochter Brandel
(29 september 1922) krijgt. Vanuit de Lorettostraat
in Düsseldorf emigreren ze in maart 1922 naar Luik.
Marie Brodski
XX/626

Marie Brodsky
Marie Brodsky wordt op 4 juni 1880 geboren in Kischinew (nu hoofdstad van Moldavië) in Rusland. De
familie Brodski komt reeds in 1883 naar België. Marie
huwt op 22 augustus 1905 met Abraham Leib Sainderichin (Moskou, 15 december 1885). Abraham sterft op
4 juni 1931. Marie blijft achter met drie kinderen. Zij woont in de Delinstraat, 71 in Antwerpen. Op 12 februari 1943 wordt zij
aangehouden en op 19 april 1943 met het XXste
transport naar Auschwitz gevoerd waar ze op 22 april aankomt. Later wordt ze
gedeporteerd naar het kamp Natzweiler-Struthof waar
ze in de gaskamer in de buurt van het kamp vergast wordt op 17 of 19 augustus
1943.
Zoon David Maurice, bijnaam
“Charlie” (Antwerpen 7 juli 1908) wordt op 14 augustus 1942 gevangen genomen en
opgesloten in de Dossinkazerne. Van daaruit wordt hij
overgebracht naar Boulogne sur
Mer waar hij in het arbeidskamp Israël 3 verblijft.
Hij ontsnapt maar wordt terug gevangen gezet in de Begijnenstraat in Antwerpen.
Hij wordt met transport XXV (270) naar Auschwitz afgevoerd op 19 mei 1944.
Dochter Anna (19 december 1911)
wordt in 1942 opgepakt en overgebracht naar de Dossinkazerne
waar ze onmiddellijk op 15 augustus 1942 met het derde transport naar Auschwitz
wordt gedeporteerd.
Enkel zoon Maurice overleeft de oorlog.
Tijdens de oorlog werkt hij als dwangarbeider in Duitsland waar hij door de
Amerikanen wordt bevrijd in 1945. Hij overlijdt in 1999.
Elisabeth Thalheim

Elisabeth
Thalheim
Elisabeth Thalheim
wordt op 29 Mei 1901 in Wenen geboren als dochter van de pijpenhandelaar Saul Thalheim en Karoline Kohn. Haar vader zal op
16 januari 1941 een natuurlijke dood sterven. Haar moeder kan in een
nonnenklooster onderduiken en overleeft. Zij sterft in Wenen op 7 december
1975.
Op 6 januari 1924 trouwt Elisabeth in Wenen
met Koloman Klein (geboren 28 september 1891 Kisnána / Hongarije). In augustus 1939 emigreren zij naar
België. Haar man wordt op 10 mei 1940 aangehouden in Brussel en als
‘staatsgevaarlijk’ het land uitgezet naar Frankrijk vanwaar hij op 17 augustus
1942 via het kamp Odyssee in Drancy naar Auschwitz
wordt gedeporteerd. Hij wordt er onmiddellijk vergast. Elisabeth Klein wordt op
13 februari 1943 in Brussel gearresteerd tijdens een razzia. Vanuit de Mechelse Dossinkazerne wordt ze
op 19 april 1943 op transport gesteld naar Auschwitz. Onverwacht wordt ze
geselecteerd voor deportatie op 30 juli 1943 naar het concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Daar wordt ze samen met zes andere
vrouwen op 11 of 13 Augustus 1943 vermoord in de gaskamer in de buurt van het
kamp.
Jeannette Vogelsang

Jeanette Vogelsang
Jeanette Vogelsang wordt geboren in Gelsenkirchen op
28 januari 1878. Ze huwt met de koopman Hermann Passmann
(geboren op 11 Juni 1869 in Issum). Het echtpaar Passmann emigreert in juli 1934 naar Nederland en woont in
Roermond. Hermann Passman sterft op 26 Januari 1935.
Ze hebben twee kinderen.
Kurt Passman (20 november 1909)
kan samen met een Nederlandse officier van Nederland naar Engeland vluchten.
Van daaruit gaat hij naar Canada waar hij aanvankelijk wordt aangehouden. Hij
overleeft de oorlog en overlijdt in 1990 in Canada (Montreal).
Dochter Ilse Henriette, geboren
in Geldern op 9 februari 1911 huwt in 1934 in Keulen
met Erich Salm. Zij emigreren naar de Verenigde
Staten (Chicago). Zij sterft in Miami in juli 1989.
Jeannette wil op 15 Februari 1943
naar Zwitserland vluchten en betaalt 10.000 gulden aan een mensensmokkelaar om
haar met een tractor over de grens te zetten. Net over de grens wordt zij
aangehouden en in de Mechelse Dossinkazerne
geïnterneerd en op 19 April 1943 naar Auschwitz afgevoerd. Zij wordt
geselecteerd en komt terecht in het experimenteerblok 10 van Dr. Clauberg. Op 30 juli 1943 wordt zij voor een tweede maal
gedeporteerd. Dit maal naar het concentratiekamp Natzweiler-Struthof.
Daar wordt ze samen met zes andere vrouwen van Transport XX op 11 of 13
Augustus 1943 vermoord in de gaskamer in de buurt van het kamp.
Maria Brandriss
XX/ 200

Maria Brandriss
Maria Brandriss wordt geboren op 6 januari 1892 in
het Galicische Grzymalov (nu Grimajlov / Oekraïne). Ze wordt naaister en trouwt
met Leibich Urstein.
Wanneer zij emigreren is niet gekend. Maria wordt op 22 januari 1943 in
Mechelen geïnterneerd en op 19 april 1943 gedeporteerd met het XXste transport naar Auschwitz. Op 30 juli 1943 volgt het
fatale transport naar het concentratiekamp Natzweiler-Struthof.
Daar wordt ze op 11 of 13 augustus 1943 vermoord in de kleine gaskamer die zich
even buiten het kamp bevindt.