Rode
Kruis Tienen - Alfons Reynaerts
Tijdens de Tweede
Wereldoorlog is Alfons Léonard Reynaerts ambulancier en lid van het Rode Kruis in Tienen.
In eerste instantie zoekt hij zowel tijdens de Eerste als tijdens de Tweede Wereldoorlog
naar de lijken van gesneuvelde soldaten. Hij laat lijken opgraven en probeert
daarna het lijk te identificeren. Nadien neemt hij contact op met de
nabestaanden om hen het stoffelijk overschot te bezorgen, een taak die erg
gewaardeerd wordt door de familieleden.

Tijdens de Tweede
Wereldoorlog wordt Reynaerts aangesteld om de
“Stedelijke identificatiedienst” te leiden. Nu spoort hij niet alleen soldaten
op, maar ook burgerslachtoffers. In totaal heeft hij zo’n 335 lijken
opgegraven. Reynaerts gaat heel systematisch tewerk.
Elke gesneuvelde komt terecht in een register waar alle details en
omstandigheden van overlijden in worden genoteerd. Zijn werk is akelig maar
noodzakelijk. Soms is het ook gevaarlijk want de Duitse bezetter is niet altijd
even gelukkig met zijn speurwerk.
De deportatietreinen die
de Joodse gevangenen naar de concentratiekampen in Polen vervoeren, rijden voorbij Tienen. Zo
ook het XXste Transport. In de nacht van 19 op 20
april 1943 proberen een aantal mensen uit een Jodentransport te ontsnappen. De
gevangenen springen ter hoogte van Roosbeek uit de goederenwagons. De Duitse
bewakers reageren onmiddellijk en met brutaal geweld door het vuur te openen op
de vluchters. Enkele ontsnapten worden ter plekke doodgeschoten, anderen worden
gewond en opgepakt. Nog anderen weten te vluchten. Een wagen van het Tiense Rode Kruis voert vier doden rechtstreeks naar het
kerkhof van Tienen. Tien gewonden komen in het Gasthuis terecht, waarvan er
twee onmiddellijk overlijden. Drie gevluchte Joden worden weer aangehouden en
naar de cellen in de stedelijke gevangenis “het Toreke”
overgebracht.
De doden en gewonden langs de spoorlijn moeten geïdentificeerd
worden. Léonard Reynaerts maakt een register (zie
document) op van de slachtoffers. Van de vier mannen en twee vrouwen die de
Poolse en Duitse nationaliteit hebben noteert hij zorgvuldig de naam, de
herkomst, de persoonsbeschrijving, tijd en plaats van
ontdekking en het nummer van de overlijdensakte. Ook zorgt hij ervoor dat er
enkele foto’s in het register zitten, wat het makkelijker maakt om de doden
later te kunnen identificeren. Dit is geen vanzelfsprekend werk. Het gaat hier
namelijk over Joden die op transport gesteld worden door de Duitse bezetter.
Na de Duitse aftocht heeft
de heer Borenstein, dienstchef van het Comité de Défense
des Juif te Brussel, Reynaerts
op de risico’s gewezen die hij heeft genomen om identificatie na de oorlog van
de Joodse slachtoffers mogelijk te maken .
De Joodse gemeenschap is hem na de oorlog erg dankbaar voor het moedige
werk dat Reynaerts heeft geleverd. Dankzij hem kunnen
vele nabestaanden het lichaam na de oorlog begraven en gemoedsrust vinden.

Register opgesteld door Reynaerts (archief Dr. Hans
Jacobs)
Bron:
Archief Tienen,
Gedenkschriften uit de twee wereldoorlogen 1914-1918 en 1940-1945.
Archief Hans Jacobs. De
dagboeken en het register bevinden zich in het privé-archief van de heer Hans
Jacobs. Wij danken hem voor het mogen gebruiken van deze archiefstukken.