Anton Schmid (Wenen,
1900 – Vilnius 1942)
Feldwebel (sergeant) in de Wehrmacht

De
Duitse bevolking van na de oorlog is er rotsvast van overtuigd dat de
oorlogsmisdaden tegen de menselijkheid enkel het werk zijn van de SS, de SD (Sicherheitsdienst)
en de Gestapo. "Opa war kein Mörder" (grootvader
was geen moordenaar) is het veel gehoord zinnetje waarmee de Duitsers hun
geweten sussen. De Wehrmacht
komt er al even beroerd uit als de SS, de SD en de Gestapo. Gelukkig heeft niet
iedereen bij de Wehrmacht
klakkeloos de bevelen opgevolgd. In Yad Vashem, het herinneringsmuseum van de Holocaust in
Israël, staan tussen de 40 en de 45 namen gegrift van soldaten van de Wehrmacht, die
het bevel naast zich neerleggen om de moord op zovele onschuldigen, voor het
merendeel Joden, uit te voeren. Eén van de beroemdste namen die daartussen
prijkt is die van de Oostenrijker Anton Schmid, Feldwebel
(sergeant) bij de Wehrmacht.
Tussen
de nazomer van 1941 en januari 1942 maakt Anton Schmid in Vilnius de Jodenvervolging
en uitroeiing mee. Hij is getuige van de moorden in de bossen van Ponary en gruwelt van wat zich daar allemaal afspeelt. In
zijn Wehrmacht-werkplaats
werken 140 Joden. Schmid heeft drie huizen/magazijnen in de stad en in de
kelders daarvan, verbergt hij regelmatig 20tot 25 Joden, in afwachting van een
afreisdatum en/of de nodige papieren. Al die tijd voorziet hij hen van onderdak
en levensmiddelen. Hij verschaft hun papieren zodat zij bij razzia's niet worden
opgepakt. Verschillende keren haalt hij zijn Joodse arbeiders terug uit de Lukiszki-gevangenis. Joden met een niet-Joods uiterlijk krijgen
van Anton Schmid een bewijs waarmee zij uit het getto kunnen vluchten. Op deze buitengewoon
spectaculaire wijze heeft hij zeker 350 Joden het leven gered. Zijn keuze om Joden
te redden wordt hem later fataal.
In
de tweede helft van januari 1942 wordt Anton Schmid door de Gestapo opgepakt en
in de legergevangenis in de Stefanskastraat
opgesloten. Het proces tegen Anton Schmid voor de Krijgsraad in de Feldkommandatur
van de Wehrmacht
van Vilnius vindt plaats op 25 februari 1942. De militaire verdediger van
Schmid wil graag diens leven redden en pleit dat Schmid geen weet heeft dat hij
Joden heeft transporteerd in zijn vrachtwagen en dat
hij meent dat het enkel arbeidskrachten van de Wehrmacht
zijn. Maar Schmid zelf verwerpt deze argumentatie en bekent uitdrukkelijk dat
hij wel degelijk Joden vervoerd heeft om hen van de dood te redden. Het gerecht
veroordeelt Anton Schmid tot de doodstraf door executie en het vonnis wordt voltrokken
op 13 april 1942. Zijn lichaam wordt begraven op het soldatenkerkhof in het
stadsdeel Antokol van Vilnius.

Dat
hij zijn daad met de dood moet bekopen, is zijn zelf gekozen risico. Toen hij
voor de keuze stond speelde zijn geweten hem parten. In een brief aan zijn
vrouw en dochter geeft hij tekst en uitleg waarom hij zo heeft gehandeld.
" Meine liebe Steffi und
Gerta, bitte verzeiht mir. Ich habe nur als Mensch gehandelt und wollte ja
niemanden wehtun." (Lieve Steffi en Gerta, vergeef het mij.
Ik heb gewoon als een mens gehandeld en ik wilde niemand kwaad berokkenen.)