|
Wandeling XXste transport |
|
|
Parkeergelegenheid : |
Parking aan het station van Boortmeerbeek. |
|
Parcours: |
Het parcours loopt over normale verharde bestrating (incl.
voetpaden); slechts een klein gedeelte gaat via een verharde veldweg. Aangepast
schoeisel bij regenweer noodzakelijk. Toegankelijk voor kinderwagens en
rolstoelgebruikers |
|
Bewegwijzering : |
Gele plaatjes |
|
Afstand: |
6.1 km |
|
Geleide wandelingen: |
Groepswandelingen mogelijk. Aanvragen bij Marc Michiels - coördinator
herdenking XXste transport – mm.michiels@telenet.be |
|
Meer info: |
Gemeente Boortmeerbeek Administratief centrum Pastorijstraat 2 3190 Boortmeerbeek Tel. 015/51.11.45 |
|
Brochure: |
Hier kan u de complete wandelbrochure downloaden à PDF-formaat |

|
Afstand |
Route |
Foto |
|
0 m |
VERTREKPUNT: Station van Boortmeerbeek –
herdenkingsmonument XXste transport |
|
|
Stopplaats 1 Bij opzoekingen ter voorbereiding van de
tentoonstelling “150 jaar spoor” van de Heemkring Ravensteyn Boortmeerbeek,
ontdekte Robert Korten, de toenmalige voorzitter van de Heemkring,
dat op het grondgebied van de gemeente Boortmeerbeek een jodentransport
werd tegengehouden. In 1992 kwam hij toevallig in contact met een
joodse verpleegster, Regine Krochmal die hier te Boortmeerbeek uit
Transport XX ontsnapte. Dank zij haar contacten met de joodse gemeenschap en
met directeur-generaal van het Joods consistorie van België, Michel
Laub, kwam er beweging in het Transport XX - project. De toenmalige
“Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen” (N.M.B.S.) werd
bereid gevonden om gratis de gedenkplaat (sporen en dwarsliggers) te
leveren en te plaatsen. Het gemeentebestuur en de Heemkring van
Boortmeerbeek gaven de nodige logistieke steun. De gedenkplaat werd
op 16 mei 1993 onthuld tijdens de eerste herdenking n.a.v. de 50ste
verjaardag van de aanval op Transport XX . |
||
|
|
Aan het monument de spoorwegovergang oversteken en
onmiddellijk rechts de spoorlijn volgen via de “Nieuwe weg”. Je wandelt parallel met de spoorlijn. |
|
|
200 m |
De Nieuwe weg gaat over in de Lange Bruul. Je slaat links
af en draait onmiddellijk rechts de Broekstraat in. |
|
|
400 m |
De Broekstraat maakt na 150 meter een bocht van 90° naar
links. Je laat de spoorlijn dan achter jou liggen. De asfaltbaan gaat over in
een veldweg. |
|
|
Stopplaats 2 “De gedeporteerden wierpen briefjes uit de
wagons in de hoop dat ze hun familieleden of vrienden nog konden
informeren over hun vertrek. Ik weet nog goed hoe we briefjes
vonden tussen de sporen in het station maar ook langs de
spoorlijn waar veel huizen stonden. Daar was de kans groot dat ze
gevonden werden. De eerste briefjes die ik gevonden heb lagen
in het station van Boortmeerbeek. De stationschef van
Boortmeerbeek, Alfons Van Look, had veel schrik van de Duitsers. De eerste
brieven heb ik aan hem moeten afgeven. Daarna is het anders gelopen.
De eerste twee brieven heb ik in de brievenbus gestoken van de post
in het dorp. De postmeester was Florimond Guldentops. Ze noemden hem toen
“Flore Salle”. Die moet gezien hebben dat ik brieven en
postkaarten van gedeporteerden postte. Florimond sprak mij aan. “Als je nog
zulke brieven of postkaarten hebt, geef ze dan aan mij.” Ik heb ongeveer vijftien brieven of
postkaarten aan de postmeester bezorgd. Ook werkmannen aan het spoor deden
dat. Er werd over die dingen niet gesproken uit vrees om moeilijkheden te
krijgen met de bezetter. In die tijd had iedereen schrik”. (Jos Janssens, berichtenbesteller bij de Belgische
Spoorwegen) |
||
|
500 m |
Een kleine vijftig meter na de bocht kom je aan een
splitsing. Rechts staat een bord van Natuurpunt. Je volgt de pijlen van het Ronsveldpad en het knooppunt 21
en slaat hier rechts de veldweg in. |
|
|
700 m |
Je wandelt tussen de weiden en loopt na 200 meter vlak op
een bos. Je gaat het bos NIET in maar draait mee met de veldweg naar rechts.
Je volgt de pijl van het Ronsveldpad. Je wandelt zo tot aan de spoorlijn,
draait daar mee met de veldweg naar links en stapt gedurende 400 m langs de
spoorweg tot aan de spoorwegovergang. |
|
|
1200 m |
De spoorwegovergang vormt het fietsenknooppunt 21. Je steekt de spoorweg NIET over maar blijft links van de
spoorweg en wandelt rechtdoor. De Broekstraat gaat hier over in de XXste konvooistraat. |
|
|
Stopplaats 3 - Hier op deze plaats is Regine Krochmal
uit de trein gesprongen. Het spoorweghuisje waarvan sprake is na de
oorlog gesloopt. “De trein vertraagt, ik spring …en de trein
stopt. Geratel van handmitrailleurs … woest gebrul van Duitsers. Vermoedelijk
zijn er nog andere ontsnappingspogingen. Ik druk me met
alle kracht tegen - of is het in - de grond en verlies alle notie
van tijd. Roerloos blijf ik liggen … durf nauwelijks te ademen. De minuten gaan
voorbij alsof het uren waren. Plotseling zet de trein weer aan.
Behoedzaam kom ik overeind … het mes in de hand. Het huisje van een
overwegwachter is vlakbij. In dat huisje zit een jongeman. Ik sluip tot
bij hem en vertel hem dat ik joods ben, dat ik uit de trein gesprongen ben
en dat ik hulp nodig heb. Zonder ook maar iets te antwoorden legt hij
zijn vinger op zijn mond om me duidelijk te maken dat ik moet zwijgen. Hij
neemt me bij de arm en brengt me naar een weide achter het station
waar een aantal hooimijten staan. Vliegensvlug duwt hij mij in een van
die hooimijten en dekt me toe met hooi. IJlings rent hij terug naar zijn
huisje”. (Regine Krochmal, verpleegster, ontsnapte uit het XX-ste transport en overleefde de oorlog) |
||
|
2000 m |
Je volgt nu een hele tijd de XXste konvooistraat. Na ongeveer 800 meter loopt de spoorlijn op een iets
verhoogde berm; links en rechts zijn er bosjes. Je blijft de spoorweg nog steeds volgen tot waar het spoor
enigszins naar links begint af te buigen. |
|
|
Stopplaats 4 - Hier werd de wagon van het transport
geopend door Robert Maistriau en kon Hena Wasynk ontsnappen. (Hena Wasynk, moeder van twee ondergedoken
kinderen die ontsnapte uit Transport XX in Boortmeerbeek) “Aanvankelijk was ik volkomen verstijfd. Dan
rende ik naar de eerste de beste wagon. In mijn linkerhand hield ik de
zaklamp en met de rechterhand moest ik met de tang aan de gang. Ik was heel
opgewonden en vond het veel te lang duren voordat ik de draad
had doorgeknipt waarmee de grendel van de schuifdeur was beveiligd.
Eindelijk had ik de zware deur van de veewagon opengeschoven. Met mijn lamp
scheen ik het rijtuig in. “Uitstappen, uitstappen” riep ik en ik
spoorde hen aan “schnell, schnell, fliehen sie!” Ik probeerde het slot van de
volgende wagon open te krijgen. De zaklamp had ik in mijn broekzak gestopt
zodat ik beide handen vrij had. Zo kon ik beter met de tang werken.
Maar ik had geen tijd meer. Er werd al geschoten. In het heldere
maanlicht was ik een ideale schietschijf. Ineengedoken rende ik naar het struikgewas,
waar een groepje ontsnapten op me wachtte. Ik schreeuwde hen
toe dat ze plat op de grond moesten gaan liggen”. (Robert Maistriau, aanvaller van het
Transport XX) “De avond van Pessach 1943 om 18u30 heeft men
ons aan boord gebracht van het beroemde XXste Transport. Ik
weende, denkend aan mijn kinderen die ondergedoken zaten. Op het
moment dat de trein stopte, rond 21u30 , wisten we niet waar we waren. We
hadden geen idee wat er gebeurde. Geschreeuw, geduw, ……plotseling
riep een jongeman aan het verluchtingsraam: “Langs hier, langs
hier!” en een jonge weerstander opende de deur van onze wagon. Hij gaf ons
geld en riep naar ons: “Red jullie”. Ik had schrik, durfde niet te
springen maar bedacht me. Als ik nu niet spring, dan blijven mijn kinderen
helemaal alleen achter. De Duitsers begonnen te schieten. Ik sprong en verborg me
in een talud toen een man riep: “Blijf niet samen, wees stil en
verspreidt u!” |
||
|
3000 m |
Aan de spoorlijn staat een groot (dubbel) metalen
seinsignaal. Vlak er tegenover, links van de weg, staat een blauw bord met de verwijzing dat
hier de trein gestopt werd. |
|
|
Stopplaats 5 - Op deze plaats werd de locomotief van het Transport XX gestopt. “In de omgeving was aan de ene kant van de
sporen een bos en aan de andere kant een veld. Het was donker. Plots
zag ik een rood licht in de sporen staan. Ik kon heel goed zien dat het geen
licht van de spoorweg was maar ik ben toch gestopt. Zodra ik stil
stond begon men vanuit het bos te mitrailleren. Toen begreep ik waarom
dat rode licht daar stond. …het duurde niet lang of de Duitse officier
en twee soldaten kwamen mij roepen. Ik moest bij hen komen langs de kant
van het veld, beschermd door de locomotief. De officier moest weten
waarom ik gestopt was. Ik zei: “Als er een rood licht staat moet ik
stoppen.” “Wat een licht is dat, wat is de betekenis ervan?” vroeg hij toen. Ik
zei dat ik het niet wist, maar dat ik voor ieder rood licht verplicht was te
stoppen. Na enige tijd hield het schieten op. Toen moest ik voorop langs de
sporen gaan, naar het licht toe. De twee soldaten achter mij met hun
geweer op mij gericht en daar achter de luitenant. Wij waren nog niet aan
het licht gekomen toen het schieten herbegon. Vanuit de laatste wagen
schoten de Duitse soldaten nu ook terug. Ik liep terug om weer achter de
locomotief te schuilen waar de officier en de twee soldaten reeds zaten.
Na een tijdje kregen de twee soldaten het bevel om het licht kapot te
schieten”. (August Buvens, machinist Transport XX) |
||
|
|
Je keert terug en loopt de XXste konvooistraat af in
tegengestelde richting, tot aan de spoorwegovergang (knooppunt 21) |
|
|
4300 m |
Terug aan de spoorweg overgang draai je links af en steek je nu de
spoorweg over en ga je tot aan de splitsing met de Wespelaarsebaan. |
|
|
Stopplaats
6 Wat is er na 19 april 1943 met de ontsnapten
van Transport XX gebeurd? Regine Krochmal wordt na haar
ontsnapping voor een tweede maal gevangen genomen. Eerst wordt ze
opgesloten in het Fort van Breendonk. Drie dagen later belandt ze weer
in de Dossin-kazerne. Daar wordt ze opgesloten in een van de cellen
die bestemd zijn voor politieke gevangenen. Ze wordt door
gevangenen bevrijd op 3 september 1944. Simon Gronowski is als elfjarige jongen uit de
trein gesprongen in de buurt van Berlingen, een gehucht van Borgloon. Na zijn
thuiskomst in Brussel is hij ondergedoken bij verschillende
Belgische families tot aan de bevrijding. Zijn moeder en zuster heeft hij
nooit meer teruggezien. Zijn vader, die gebroken was door verdriet, is
gestorven in juli 1945. Simon is advokaat geworden. Hena Wasynk en haar
twee zoontjes hebben de oorlog overleefd. Zij is in 1946 hertrouwd
met Benjamin Moszkowitz. Ze is overleden op 28 november 1996. |
||
|
|
Je draait rechts af en loopt de Wespelaarsebaan af in de
richting van het dorpscentrum. Je ziet na een tijdje in de verte de kerktoren
van Boortmeerbeek. |
|
|
5900 m |
Op de dorpsplaats draai je onmiddellijk rechts vóór de
kerk. Aan de splitsing achter de kerk ga je rechts de Brouwersstraat in.
Links zie je het gemeentehuis van Boortmeerbeek. |
|
|
6100 m |
Je bent terug op het vertrekpunt aan het station van
Boortmeerbeek. Vlak tegenover zie je café ‘De Warande’ |
|
|
Stopplaats
7 De drie aanvallers keerden na de aanval per
fiets gewoon terug naar Brussel. Youra Livchitz, de leider van het
drietal, werd een paar weken later opgepakt door de Gestapo en naar de
Louizalaan overgebracht. Hij kon er op een vrij spectaculaire wijze
ontsnappen. Maar op 26 juni 1943 werd de auto van de gebroeders Livchitz
door de Feldgendarmerie gekontroleerd en werden ze beiden naar
Breendonk afgevoerd. Youra Livschitz werd er gefusilleerd op 17 februari
1944. Jean Franklemon werd op 7 augustus 1943
gearresteerd. Hij werd opgesloten in Breendonk en daarna overgebracht naar het
concentratiekamp Sachsenhausen-Oraniënburg. Hij overleefde de
oorlog en werd musicus in een philharmonieorkest in het toenmalige
Oost-Duitsland. In 1977 stierf hij een natuurlijke dood. Robert Maistriau kon aanvankelijk ontsnappen
aan de Gestapo en dook onder in de Ardennen. Hij werd leider binnen
de bekende verzetgroep “Groep G” waar hij verantwoordelijk was voor
de organisatie en de rekrutering. Zeven maanden later, in maart
1944, werd hij gearresteerd en naar Breendonk overgebracht. Hij werd met
het transport van 8 mei 1944 naar Buchenwald afgevoerd. Aanvankelijk
was hij dwangarbeider in het kamp van Dora-Mittelbau, tot hij door
een longontsteking op de ziekenboeg van Harzungen terecht kwam.
Uiteindelijk werd Robert Maistriau in Bergen-Belsen door de Amerikanen
bevrijd. Hij emigreerde in 1947 naar Congo en werd er zaakvoerder van
een winkelketen. In 1963 start hij een veefokkerij dat uitgroeit tot
een bedrijf met 3.800 runderen. Na 48 jaar moet hij Congo verlaten om
gezondheidsredenen, waarna hij zich terug in België vestigde. "Robert Maistriau is thuis
in St Lambrechts Woluwe overleden in de nacht van donderdag 25 op vrijdag 26
september 2008 op de leeftijd van 87 jaar. De afscheidsviering had plaats op
26 september 2008 in de St Lambertkerk in St Lambrechts-Woluwe." Met dank. |
||