Getuigenis van Dydja Berneman
Dydja Berneman werd op 7
mei 1911 in Kozienice (Polen) geboren. Hij was het vierde kind in een familie
van zes broers en één zuster. Hij kwam naar Antwerpen op
bezoek bij één van zijn broers in 1929.

Afb. 1: Dydja Berneman in 1928.
Hij keerde echter twee
jaren later terug naar Polen om er zijn legerdienst te doen. In 1936, besloot
hij naar Palestina te gaan, via Antwerpen.

Afb. 2: De familie Berneman in Kozienice in 1936 . Links achteraan
met het nr. 5 staat Dydja Berneman.
Financiële problemen en
politieke omstandigheden brachten zijn project voorlopig tot stilstand. Hij
werd goed door zijn broer ontvangen. Die had ondertussen twee jonge dochters.
Hij leerde het beroep van diamantkliever. Kort na zijn aankomst leerde hij zijn
toekomstige echtgenote, Mathilde (Tilly) Ginsberg, kennen, met wie hij huwde in
maart 1941. Haar vader, Hiel (Henri) Ginsberg, was door de Nazi’s neergeschoten
in juni 1940. Hij werd waarschijnlijk verward met Dr. Nico Ginsburg, een beroemde
antinazi activist.
Toen de situatie voor de
Joden in Antwerpen verslechtte, besloot
het koppel naar Brussel te vertrekken, om van meer
anonimiteit te genieten. Zij huurden dan een appartement in Schaarbeek, bij
Mijnheer en Mevrouw Muyls. Om financieel te overleven, werkte Dydja thuis als
kleermaker. Hij zelf of Tilly gingen de waren op de markt verkopen. Op 3
januari 1943 werd hun eerste dochter, Simone, geboren. Amper drie weken later
werd Dydja op straat aangehouden door de Gestapo. Op het hoofdkwartier van de
Gestapo, werd hij gefolterd om namen door te geven van verborgen Joden.
Dydja werd naar de Dossin Kazerne in Mechelen gestuurd, waar hij op 26
januari het nummer 237 kreeg. Gedurende zijn verblijf, kreeg hij regelmatig
pakketten via Mevrouw Renders, aan wie hij brieven voor zijn vrouw gaf. Zo
kreeg hij voedsel, maar ook papier om te schrijven en nog belangrijker: geld.
Dat geld zat verstopt in de deksels van
potten confituur. In de kazerne werd er veel over vluchten gesproken. Dydja zou alles doen om zijn leven te redden.
Hij was er namelijk van overtuigd dat de afschuwelijke verhalen die over de
“werkkampen” de ronde deden, met de waarheid overeen kwamen. Hij wou in ieder
geval niet meer naar het Oosten gaan.
Toen hij op 19 april 1943
in de trein van het XXste transport binnentrad, had hij zijn geld in de zolen
van zijn schoen verborgen en had hij ook een vijl kunnen binnensmokkelen. Hij
is uit de trein gesprongen in de streek van Tongeren, vooraleer het transport
het Duitse grondgebied binnenreed.
Hij geraakte hoe dan ook
terug naar Brussel, waar hij het appartement
niet meer verlaten heeft tot de bevrijding. Mevrouw Buyls verzocht hem zo
weinig mogelijk naar buiten te gaan. Indien zij op de vlucht moesten gaan, zou
zij voor “Simoneke” zorgen.
In 1945 keerde de familie
terug naar Antwerpen waar Dydja zijn diamantactiviteiten hernam. Zijn ouders,
zijn oudste broer, Rachmiel, samen met zijn vrouw en twee kinderen, als mede
zijn jongste broer, Zelig, werden in 1942 uit Kozienice naar Auschwitz
gedeporteerd en overleefden de oorlog niet.
Dydja Berneman is op 18
mei 1979 in Antwerpen gestorven. Tilly Berneman is hem gevolgd op 5 februari
1982 (Antwerpen).
Zijn oudste dochter,
Simone, woont sinds 1960 in Israël. Zij is Doctor in de Scheikunde en heeft
twee kinderen en vijf kleinkinderen, die allen in Israël leven. Op haar
bruiloft in 1967 in Antwerpen, zaten Mijnheer en Mevrouw Muyls aan de
hoofdtafel.

Afb. 3: Simone Sokolov (Berneman) aan het monument in Boortmeerbeek
samen met Marc Michiels, coördinator van de herdenking van het XX ste transport
te Boortmeerbeek.
Zijn tweede dochter,
Nicole, geboren in augustus 1945, woonde in New York en overleed in 1971.
Zijn derde dochter,
Viviane, geboren in 1950, woont in Toronto en heeft twee kinderen.
Zijn vierde dochter,
Corinne, geboren in 1956, woont in Lyon. Zij was gehuwd met Jean-Pierre Kains,
wiens vader, Alfred Kains, naar Auschwitz gedeporteerd was in het XXe transport.