De familie Bleiberg op transport gesteld

 

 

Ik ben Charles Bleiberg. Dit is het verhaal van mijn joodse familie die erg geleden heeft onder de nazi terreur tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Figuur 1: De familie Bleiberg voor het laatst samen op de foto. Vlnr Walter, Max, Annie, Ruchel Rosa Giniewski en Charles in 1943.  Enkele maanden later zijn moeder en dochter gedeporteerd naar Auschwitz met het XXste transport en zijn onmiddellijk gedood in de gaskamer.

 

Mijn naaste familie bestond uit:

Max Bleiberg, mijn vader, geboren op 9 januari 1907 te Mikuliczym (Polen)

Rosa Rachel Giniewski, mijn moeder, geboren op 7 maart 1914 te Stanislaw (Polen)

Gitel Hefter(echtgenote Bleiberg), mijn grootmoeder, geboren op 17 maart 1880 te Bohorodezany (Polen)

Anne Bleiberg, mijn zuster, geboren op 6 maart 1941 te Zottegem (België)

Walter Bleiberg, mijn broer, geboren op 1 juli 1936 te Wenen(Oostenrijk)

Charles Bleiberg, ikzelf geboren op 9 mei 1939 te Etterbeek (België)

 

Figuur 2: Zottegem 1942:

Vlnr: Walter Bleiberg, Hefter Gitel (weduwe Bleiberg), Rosa Rachel Giniewski, Charles Bleiberg en Annie Bleiberg.

 

Enkel Walter en Charles worden niet gedeporteerd naar Auschwitz en overleven de oorlog.

De ouders van mijn vader zijn gevlucht in 1910 vanuit Polen naar Oostenrijk.

Mijn vader was toen drie jaar oud.

 

Figuur 3: Hefter Gitel (1880-1943) , gedeporteerd met het XXste transport – Nachum Bleiberg (1872-1935).

Foto genomen te Wenen in juli 1932.

 

De ouders van mijn moeder zijn afkomstig van Rusland (Lipowice). Na de Eerste Wereldoorlog zijn ook zij gevlucht naar Oostenrijk. Haar vader was eerst hersteller van typemachines in een suikerfabriek. Daarna werd hij verkoper van lingerie. 

 

Figuur 4: Familie Giniewski in de zomerverblijfplaats Bad – Vöslau (Oostenrijk)  in 1926

met vlnr Otto, Jozef, Clara, Paul, Rosa, Sara Perl Kessler en Yetty.

 

De ouders van mijn moeder, de familie Giniewski, emigreerden in 1935 naar België omwille van het groeiend antisemitisme in Oostenrijk. In datzelfde jaar (op 11 augustus 1935) zijn mijn ouders gehuwd en in 1938 hebben ze zich komen vestigen in België.

 

Figuur 5: Wenen 11 augustus 1935. Huwelijk van Max Bleiberg met Rosa Giniewski.

 

Bij hun aankomst in België woonden mijn ouders eerst in Brussel, daarna in Zottegem in de Léonce Roelsstraat , 13. Mijn vader werd verkoper in de lingeriezaak van zijn schoonvader. In die tijd verkocht mijn vader ondergoed, gemaakt uit de “macco” katoenvezel die ingevoerd werd uit Egypte. Het ondergoed werd gemaakt in twee fabrieken nl. Cantaert uit Zottegem en BTF (Beernemse Tricot Fabriek) uit Beernem.

 

Door de afkondiging van de rassenwetten in België hebben mijn ouders zich verplicht moeten inschrijven in het Joods register van Zottegem. Zij stonden er ingeschreven, samen met hun drie kinderen Anne, Walter en ikzelf. Joden werden in die tijd verplicht tot het dragen van de gele jodenster. Mijn vader werd op 31 augustus 1942 aangehouden omdat hij die gele ster niet droeg. Hij werd veroordeeld tot 4 maanden gevangenis. Tot 31 december 1942 heeft hij verbleven in Gent, St.Gillis, Merksplas en Calais. Na zijn gevangenisperiode zijn mijn ouders gaan wonen in Schaarbeek in de Nicolas Defrecheuxstraat nummer 42. Op dat ogenblik heeft mijn vader beslist om mijn broer Walter en mezelf te laten onderduiken. Wij werden onder de valse naam van Walter en Charles Roman ingeschreven in het klooster bij de zusters van Barmhartigheid te Heverlee van 1943 tot 1945.

 

Figuur 6:De kinderen van het weeshuis  “Huis van Barmhartigheid” te Heverlee in mei 1943.

Onder hen twee Joodse kinderen , Charles en Walter Bleiberg.

 

Op 15 februari 1943 om 21 uur heeft de Gestapo heel mijn familie gearresteerd: mijn vader, mijn moeder, mijn grootmoeder en mijn zuster. De Gestapo gaf mijn familie een half uur de tijd om de valiezen te pakken. Ze werden gevoerd naar de gebouwen van de Gestapo , avenue Louise , 510 in Brussel. De volgende dag werd ons appartement volledig leeggehaald. Alle waardevolle voorwerpen en meubels werden opgeladen in een vrachtwagen van het Duitse leger. Diezelfde dag werden mijn familieleden overgebracht naar de Dossinkazerne van Mechelen.

 

Op 19 april 1943 verliet mijn familie de Dossinkazerne met het XX ste transport, richting Auschwitz. Zij droegen de volgende registratienummers:Max Bleiberg (n° 677);Rosa Rachel Giniewski (n° 678);Hefter Gitel (n° 676);Anne Bleiberg (n° 679)

 

Mijn vader heeft mij hierover het volgende verteld;

Op de vooravond van het vertrek van het XXste transport liep in het verzamelkamp van Mechelen het gerucht dat het XXste transport zou aangevallen worden. Op 19 april 1943, even na het verlaten van Mechelen , vertraagde de trein. Mijn vader had de beslissing genomen om van de trein te springen met mijn zuster Anne, die hij in zijn armen droeg. Daarna zou mijn moeder volgen. Mijn grootmoeder zou als laatste van de trein springen. Maar mijn grootmoeder heeft mijn vader aangeraden niet te springen omdat dit veel te gevaarlijk was. Zij dacht dat als verplichte arbeidskracht haar leven verzekerd was. Ze zei dat mijn moeder en zijzelf konden naaien terwijl mijn vader tuinwerk zou kunnen doen. Uiteindelijk heeft mijn vader toegegeven en heeft niemand van onze familie de trein verlaten.

 

Mijn moeder, mijn grootmoeder en mijn tweejarig zusje zijn omgekomen in Auschwitz. Mijn vader heeft het overleefd. Hij heeft verschillende kampen meegemaakt: Auschwitz, Birkenau, Monowitz, Ravensbrück en Dora.

 

Figuur 7: Max Bleiberg. Foto genomen in 1945, zes maanden na Auschwitz.

 

In mei 1945 werden de kampen bevrijd. Mijn vader is alleen teruggekomen. Alle bezittingen waren verdwenen. Hij woog amper 35 kilogram. Hij is mijn broer en mezelf komen ophalen in Heverlee bij de Zusters van Barmhartigheid.

 

Wij zijn alle drie teruggekeerd naar Zottegem.De bevolking , samen met het College van de Burgemeester en de Schepenen en de fanfare, hebben ons hartelijk verwelkomd . Tijdens die gelegenheid heb ik verschillende liederen gezongen die ik geleerd had in het klooster.

 

Mijn vader werd heel goed gesteund door de gemeente omdat hij de enige overlevende was van Zottegem die de concentratiekampen had overleefd. Hij kreeg gratis een huis dat wij mochten bewonen. Dit huis op de Markt (nr 21 )was in beslag genomen . Het was vroeger bewoond geweest door een apoteker die gecollaboreerd had met de Duitse bezetter. Mijn vader heeft er een lingerie-winkel geopend.

 

Mijn broer was negen jaar en ikzelf was er zes. We gingen samen naar de gemeenteschool van Zottegem. In 1949 is mijn vader hertrouwd met Ester Devos.

 

Figuur 8: Zottegem 1948. Esther Devos, tweede echtgenote van Max Bleiberg met Walter en Charles.

 

 

We zijn verhuisd naar Laeken (rue Steyls , 99). In juli 1950 heeft mijn broer Walter zijn bar mitzwah ( joods communiefeest) gevierd. Bij die gelegenheid  heeft mijn vader een groot familiefeest georganiseerd.

 

 

In 1958 is mijn broer getrouwd met Monique Grabowetski.

 

Figuur 9: Huwelijk in 1960 van Walter Bleiberg met Monique Grabowetski.

Vlnr: Charles, Monique, Walter, Max en Esther Devos.

 

Ikzelf ben gehuwd in 1961 met Suzanne Fendrych. In 1981 heb ik me burgelijke partij gesteld in het proces tegen de verantwoordelijke van de deportatie van de joden in België: Kurt Heinrich Asche. Dat proces heeft plaats gehad in het Landsgerechtshof te Kiel in Duitsland.

 

Charles Bleiberg is  vader van Stephan (23 december 1970) en gehuwd met Suzanne Fendrich.

 

Figuur 10: Charles Bleiberg en Suzanne Fendrich – juli 2003.

 

 

Charles Bleiberg woont op dit ogenblik in Ukkel.

 

Februari  2004

 

 

 

Terug naar pagina Portretten