“Genummerd voor het leven”

“Genummerd voor het leven” is
naast de titel van een boek over de laatste getuigen van de Tweede Wereldoorlog
ook een educatief project voor herinneringseducatie. Meer dan honderd jongeren
uit zevenendertig (37) verschillende scholen hebben de “laatste” getuigen
ontmoet, ze geïnterviewd en de inhoud van dat gesprek verwerkt in een tekst
voor dit boek. In de getuigenissen komt regelmatig hun genummerd zijn aan de
orde en hoe ze dit verwerkt hebben. Dat is trouwens ook de aanleiding geweest
om het boek die titel mee te geven: “Genummerd voor het leven.”
Tijdens deze tentoonstelling
krijg je een verzameling groepsfoto’s te zien met de “laatste” getuige in sepia
en de jongeren samen met hun begeleidende leerkracht en de directie van de
school. Bij iedere foto staat een korte omschrijving van wat de getuige
meegemaakt heeft én de boodschap die hij (of zij) heeft willen meegeven aan de
jongeren.
|
Herschel Fink – Kamp Auschwitz – Birkenau - Monowitz Technisch Instituut Heilige
Familie Ieper |
|
|
|
“Ik was 15 jaar. Tijdens de
winter moesten wij dikwijls 's nachts op de appelplaats verschijnen, geheel
naakt. De sadisten noemden dit „sport". Wij moesten dan een tijd
onophoudend ter plaatse blijven huppelen.” |
|
Boodschap Racisme en antisemitisme
groeien als een tumor. Onverschilligheid en onverdraagzaamheid kapselen de
kwaadaardige tumor in. Zullen we het dan nooit leren? |
|
|
Dov Nasch - Kamp Auschwitz –
Birkenau - Monowitz Sint-Gummaruscollege Lier |
|
|
|
“Ik was geen held, slechts een bange jongen van veertien. Toen de
Duitse officier mijn leeftijd vroeg antwoordde ik in een opwelling “Ik ben
16”. Eén kleine leugen besliste over het verdere verloop van mijn leven.” |
|
Boodschap Verdraagzaamheid is het
belangrijkste wat er bestaat. Iedereen heeft recht op een eigen plek waarin
men zijn geloof en een bepaalde manier van leven zelf mag kiezen. Vrijheid en
verdraagzaamheid zijn twee begrippen waarvoor de volgende generaties zorg
moeten dragen en die ze moeten beschermen. |
|
|
Henri Kichka – Kamp
Auschwitz – Birkenau - Monowitz Athénée Royal Paul Delvaux Louvain-la-Neuve |
|
|
|
“Ik was toen zestien jaar.
In Sakrau leefden we in verschrikkelijke omstandigheden. Vanaf vier uur ’s
morgens werken en dit zowat zeven dagen op zeven. …treinrails dragen, enorme
zakken cement verslepen. ” |
|
Boodschap Niets gaat boven het leven.
Toen ik mijn toekomstige vrouw na de oorlog ten huwelijk vroeg moest ze me
één ding beloven: Bereid zijn om me vier kinderen te schenken die de plaats
van mijn ouders en zussen zouden innemen. Ik wou een familie opbouwen……In
juni 2008 mocht ik mijn vierde kleinkind in de armen houden.” |
|
|
Paul baron Halter - Kamp
Auschwitz – Birkenau - Monowitz K.A. 'Tichelrij'
Sint-Truiden |
|
|
|
“Ik was 20 jaar in mei 1940.
Het nummer 151610 werd op mijn arm getatoeëerd. Ik zal het nooit vergeten,
maar dat wil ik ook niet omdat het een deel van mezelf is, het bewijs dat ik
iets vreselijks heb overleefd.” |
|
Boodschap Als er één les te leren valt
uit deze gebeurtenissen, dan is het wel dat je moet durven nadenken. Jezelf
durven zijn, vechten tegen dogma’s en vooroordelen. Je kritisch opstellen, en
nadenken over wat je leert. |
|
|
Regine Beer - Kamp Auschwitz
– Birkenau - Monowitz GBJ Campus 'De Markt' Mol |
|
|
|
“Omdat ik van nature
punctueel en correct ben, liet ik me registreren….Van toen af heette ik niet
meer Regine Beer, maar nummer 6809. Op mijn identiteitskaart kreeg ik een
stempel met de woorden: Jood-Juif. In Auschwitz kreeg ik het nummer A5148 op
de arm getatoeëerd. Vanaf dat ogenblik was dat mijn naam en bestond Regine
niet meer. In het kamp werd ik enkel nog met dat nummer aangesproken.” |
|
Boodschap De angst die ik toen heb
ervaren is er nog steeds want het zou zich kunnen herhalen. Om die reden zal
ik nooit op een extreemrechtse partij stemmen. Alvorens je voor een bepaalde
partij stemt, zoek uit wat haar programma is. Doe niets zomaar. |
|
|
Gaston De Wit – Kamp
Bergen-Belsen Paridaensinstituut Leuven |
|
|
|
“Toevallig kwam ik op mijn
veertiende in contact met het verzet. Samen met mijn vader werd ik naar
Breendonk gebracht. Het ergste was de angst. Men wist nooit of men het einde
van de dag zou halen. Dat drong pas goed tot mij door toen de SS’ers het
kampnummer van mijn buur afriepen en hem vervolgens buiten fusilleerden.” |
|
Boodschap Wrok tegen de Duitsers
koester ik niet. Ik ben blij dat de jeugd kan opgroeien zonder oorlog en ik
hoop dat mijn verhaal de jeugd kan aansporen om voorzichtig om te springen
met het extreme gedachtegoed. |
|
|
Joseph Plaetsier –Kamp
Beverlo K.A. Leopoldsburg |
|
|
|
“Ik was vijftien jaar. Mijn
oudere broer was bij de “Secret service” als telegrafist. De geheime
Feldpolizei viel bij ons thuis binnen….Ze dwongen mij op mijn buik op de
zetel te gaan liggen. Ze sloegen me met een ijzeren staaf op de benen en de
rug. ….De beul bleef maar herhalen; ”Je hebt nog veertien dagen te leven.” Ik
was er toen zeker van dat ik het niet zou overleven.” |
|
Boodschap Leef in absolute vrede. Zorg
ervoor dat er nooit meer oorlog is door verschillen niet uit te vergroten.
Aanvaard elkaar zoals je bent. |
|
|
Omer Plaquet († Sint – Niklaas 24 september 2009) Kamp Blankenburg-Klosterwerk Gemeentelijk Technisch
Instituut Beveren |
|
|
|
“In een klein kamp als
Blankenburg liep je meer gevaar. Je kon je niet wegsteken in de massa. “Hoe
heet je? Van waar kom jij. Ha van Antwerpen, daar ben ik ook al eens geweest”
zei een sadistische SS’er. “Ik zal zorgen dat je op het einde van de week dood
bent.” De week voordien had hij al iemand dood geslagen.” |
|
Boodschap Je moet leren traag gaan als
je kunt en ver kijken. |
|
|
Albert Van Hoey - Kamp Blankenburg-Klosterwerk Yeshiva Tichonit Antwerpen |
|
|
|
“Op 19 juli 1944 , ik was
toen twintig jaar, werd ik in Stekene op straat tegengehouden door de
'muggenhapper', een berucht en gevreesd grenswachter. In Buchenwald werd ik
in quarantaine geplaatst en kreeg mijn identificatienummer 75623. Ik voelde
me zwaar vernederd. Voor mij was dit het nummer
van de schande, het symbool van de ultieme ontmenselijking. Natuurlijk
besefte ik toen nog niet dat ik het tientallen jaren later zou koesteren als
een ereteken.” |
|
Boodschap Het verleden heeft mij
geleerd het belang van materiële rijkdom te relativeren. Het valt me vaak op
dat mensen heel erg materialistisch geworden zijn. De jeugd is ongeduldig. Ze
wil alles, en ze wil het meteen. Wij lotgenoten weten dat er belangrijkere
dingen in het leven zijn. Ik leef. Ik heb mijn vrijheid. Ik heb een
schitterend huwelijk gehad. Ik ben een dankbaar en gelukkig man. |
|
|
Jacques Frydman – Kamp
Breendonk GBJ Centrum 'De Grubbe'
Everberg |
|
|
|
“Ik was nog geen 17 jaar als
ik samen met mijn broers en vader opgepakt werd en naar het Fort van
Breendonk overgebracht werd. Ik had nummer 9. Wij waren de eerste gevangenen
die daar opgesloten werden. Ze zagen ons niet als mensen. Wij waren gewoon
nummers. De varkens in de stallen hadden namen, wij hadden nummers.” |
|
Boodschap Vrijheid is een luxe. |
|
|
Roger Coeckelbergs – Kamp
Breendonk K.A.'Vaartland' Willebroek |
|
|
|
“We werden de zeven van Bergen
genoemd omdat we in die stad opgepakt werden tijdens een manifestatie tegen
Waalse collaborateurs. Waarom ik werd gearresteerd en waar ik naartoe werd
gebracht was voor mij een groot vraagteken. Antwoorden op mijn vragen kreeg
ik niet. Men zei me dat ik enkel recht had op slaag.” |
|
Boodschap Vergevensgezindheid zorgt
ervoor dat mensen met elkaar in dialoog gaan. Tussen de gevangenen waren
grote verschillen. Toch was er een grote solidariteit waardoor er een vreemd
soort vriendschapsband ontstond tussen de gevangenen. |
|
|
Louis Boeckmans – Kamp
Buchenwald Sint-Maria-Instituut Geel |
|
|
|
“Ik sloot mij tijdens de
Tweede Wereldoorlog aan bij de Partizanengroep. In Buchenwald kreeg ik het nummer
76076. Voortaan werd ik enkel met dat nummer aangesproken. ’s Morgens bij het
appel werden alle nummers afgeroepen om de aanwezigheden te controleren.
Onderling gebruikten we nog wel onze eigen naam.” |
|
Boodschap Iedere mens is evenwaardig.
Uiteindelijk zijn alle mensen gelijk. |
|
|
François Meeus († Reet 2 januari 2009) Kamp Buchenwald Provinciaal Handels- en
Taalinstituut Gent |
|
|
|
“Ik was achttien in 1944. Sechsundsiebzig
eins vierundvierzig, ofwel 76144, een getal dat ik nooit zal vergeten. Ik had
geen naam meer, enkel een nummer. Dat identificatienummer werd samen met een
rode driehoek op mijn jas en broek genaaid. De rode driehoek was het symbool
voor de politieke gevangenen. Ik had nochtans niets met politiek te maken.” |
|
Boodschap Als er een probleem is,
praat men het beter uit. Ruzies en vechtpartijen kunnen worden vermeden,
zolang er dialoog is. Wij moeten anderen aanvaarden zoals ze zijn. Iedereen heeft
recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. Ik weet maar
al te goed hoe belangrijk dat is. |
|
|
Pedro Dureuil – Kamp Dachau Gem. Inst. Techn. Onderwijs Tervuren |
|
|
|
“Ik was nog geen twintig jaar
toen de oorlog uitbrak. Ik werd op transport gesteld naar Dachau. De bewakers
schrikten er niet voor terug wreedheden te begaan. Op een dag pikten ze
enkele gevangenen uit en schoten die voor de ogen van de anderen dood. Ze
kozen elke keer iemand met een bepaalde trui. Ik, die ook zulke trui droeg,
verwisselde snel van kledij met mijn buur. Die persoon werd in mijn plaats
doodgeschoten.” |
|
Boodschap Nooit was er onenigheid
tussen de Belgen. We vormden één onafscheidelijke groep. Daar zou men vandaag
nog iets kunnen van leren. |
|
|
Jozef Huybreghts - Dodenmars Stedelijke Handelsschool
Turnhout |
|
|
|
“Op 10 mei 1940 was ik
achttien jaar. In 1944 werd ik aangehouden. Op 27 juni 1944 kwam ik aan in Buchenwald,
waar ik net zoals iedereen een nummer kreeg. Mijn naam Jozef Huybreghts
stelde in die periode niet veel meer voor. Mijn nummer was 60069. Daarna de
dodenmars, een tocht van vijftien dagen te voet. Voor velen betekende dit het
einde.” |
|
Boodschap Ik ben elke dag dankbaar dat
ik deze gruwel heb overleefd. |
|
|
Leopold Claessens – Kamp
Mittelbau-Dora K.A. 'Irishof' Kapellen |
|
|
|
“Op de toegangspoort stond de
tekst “Jedem das Seine”. Ik had kampnummer B-54541 (en dacht eerst dat de B
voor Buchenwald stond omdat dat mijn eerste kamp was, maar het stond voor
België). Wat ik in de kampen meemaakte was verschrikkelijk. Zelfs aan mijn
ouders, broer, mijn vrouw of mijn zoon heb ik niet kunnen vertellen wat me
overkomen is.” |
|
Boodschap Men moet blijven hopen en
geloven, hoe slecht het soms ook is. Ik waarschuw de jongeren ook voor
extreme partijen, of het nu met links of rechts te maken heeft. |
|
|
Natan Ridder Ramet – Kazerne
Dossin Tweedekansonderwijs Mechelen |
|
|
|
“Ik was achttien jaar als ik
aankwam in Auschwitz. Er werd een nummer getatoeëerd op onze linkervoorarm.
Voortaan waren we nummers in plaats van mensen. Van het meisje dat ons tatoeëerde
vernam ik dat mijn oom waarschijnlijk dood was. En als dat nog niet het geval
was, dat het snel zou gebeuren. Ik begreep toen niet wat ze bedoelde.” |
|
Boodschap Als iemand om hulp vraagt moet
je helpen anders blijft het je je hele leven achtervolgen. Probeer wroeging
te vermijden. Verdraagzaam zijn is niet genoeg, je moet een ander ook
erkenning geven. Soms komt het geluk langs, dan moet je het grijpen. |
|
|
François De Coster – Kamp
Ellrich Monfortcollege Rotselaar |
|
|
|
“Een gevangene had niets te
betekenen. Aan een hond werd vier tot zes rijksmark gespendeerd. Een
gevangene kostte maar één schamele rijksmark. Ellrich was voor mij het zwaarste
kamp. Er sliepen gevangenen op de grond. Eén deken moest gedeeld worden door
drie gevangenen. Om half vier moesten we opstaan. Onmiddellijk moest iedereen
naar het appel voor de gebruikelijke telling. Dat kon erg lang duren. Om 6
uur vertrokken we met de trein naar de werkplaats. We moesten een berg
uitboren om tunnels te maken.” |
|
Boodschap Vrede en vrijheid van het
individu blijft het belangrijkste. |
|
|
Pierre Stippelmans -
Emslandkampen M.S. Campus 'Tichelrij'
Sint-Truiden |
|
|
|
“Ik was achttien als ik samen met mijn broer opgepakt werd
door de Feldgendarmen in St Truiden. In Breendonk duwden Vlaamse SS’ers zo
hard tegen ons hoofd dat onze neus bijna brak. Daarna kregen we op onze jas
een nummer genaaid. Mijn nummer was 2098. Voor ik mocht beginnen te praten,
moest ik elke keer mijn nummer zeggen. Namen bestonden in Breendonk niet
meer.” |
|
Boodschap Trap niet in het eerste het
beste verhaal, de eerste de beste leugen. Zoek je eigen weg uit. Geloof niet iedereen,
vertrouw op jezelf. |
|
|
Julien Van den Driessche –
Kamp Flossenburg Provinciaal Technisch
Instituut Eeklo |
|
|
|
“Ik was 19 jaar als ik in
december 1942 aangehouden werd met enkele leden van de weerstand in Eeklo. Een
dokter keurde de gevangenen. Hij schreef met rode stift een 1; 2 of 3 op ons
voorhoofd. Een 1 was goed voor zwaar werk, 2 voor gewoon werk en 3 behoorde
toe voor de zieken die in een aparte barak werden gestopt. Ik kreeg na het
bad een rode driehoek en een nummer 86412, een Nacht und Nebel-gevangene. Ik
herinner me dat ik tussen 14 en 15 uur uit het kamp vertrok. Aangezien er
voor deze colonne geen brood meer was ontving ik bij mijn vertrek slechts een
handvol roggekorrels.” |
|
Boodschap Kameraadschap is het
belangrijkste in het leven. Kameraadschap hield mij recht in het kamp en was
vaak belangrijker dan eten. Het gaf aan iedereen de moed om die helse tijd
door te komen. |
|
|
Paul Baeten – Kamp
Gross-Rosen KA 'A. Vanderpoorten' Lier |
|
|
|
“Ik was jong en ik wou
avontuurlijke dingen doen. Mijn leerkracht Latijn die een aanhanger was van
het nazisme stimuleerde mij om in het verzet te gaan. Hij stond voor de klas
in uniform en hanteerde een strenge discipline. Wij werden elke les
gecontroleerd op het bezit van antinazipropaganda.” |
|
Boodschap Nooit zal ik stemmen voor
een partij waar vermeende collaborateurs deel van uitmaken. Ik verkies ook om
op een persoon te stemmen in plaats van een stem uit te brengen op een
partij. |
|
|
Albert Geeraerts († Leuven 6 mei 2009) – Kamp Gross-Rosen Sint-Jozefscollege Beringen |
|
|
|
“In 1944 , ik was toen 23
jaar, liep het mis. Een Russische krijgsgevangene Jefim Koerilov werd zwaar
gefolterd en wees mij aan als man die hem geholpen had….. Gross-Rosen was een
echt kamp in vergelijking met het tuchthuis waarin ik eerst werd gevangen
gehouden. Onmiddellijk na aankomst kregen we ons nummer toegewezen. Het
nummer werd wel niet op onze arm getatoeëerd (dat gebeurde enkel in
Auschwitz). Ik ken mijn nummer na al die jaren nog steeds van buiten: 82098.” |
|
Boodschap Ons leven moet worden
doorverteld zodat jonge mensen in de 21 ste eeuw weten wat er toen gebeurde. |
|
|
Hendrik De Bondt – Gevangenis
van Wolfenbüttel K.A. Boom Boom |
|
|
|
“Ik was zeventien jaar oud
toen ik lid werd van de verzetsgroep “De zwarte hand”. In oktober 1941 werd
ik gearresteerd, vermoedelijk omdat ik pamfletjes uitgedeeld had. Op een
nacht werden veertig nummers, waaronder het mijne, afgeroepen die
onmiddellijk moesten vertrekken naar een ander kamp. Ik als
Nacht-und-Nebelgevangene kreeg een speciaal Nacht und Nebel-nummer. Mijn
nummer was 328. Gedurende gans mijn gevangenisperiode heb ik vijf nummers
gehad, waarvan ik me slechts dat ene nummer herinner. De Duitse werkmeesters
moesten ons met dat nummer aanspreken. Wolfgenbüttel was een strafgevangenis
in Neder-Saksen waar vanaf 1943 ter
dood veroordeelden werden geëxecuteerd met een guillotine.” |
|
Boodschap Mensen die verzet plegen
tegen totalitaire regimes moeten worden gerespecteerd. |
|
|
Philip Claes – Kamp
Natzweiler-Struthof KTA 'Wollemarkt' Mechelen |
|
|
|
“Als achttienjarige was ik
in juni 1942 in blokverlof voor mijn laatste jaar secundair onderwijs in
Atheneum Pitzemburg in Mechelen. Ik was Nacht- und-Nebelgevangene. Niemand
mocht weten waar we waren. Op transport naar Natzweiler kon ik in feite
ontsnappen.” Ik deed toen mijn hoed af en
die SS’er zal toen beseft hebben dat hij bijna een gevangene van de trein had
laten stappen. Ik heb nadien nog een jaar vast gezeten. |
|
Boodschap Ik heb drie belangrijke
boodschappen: houdt altijd vol, ook in moeilijke tijden;laat je niet
meeslepen door drukkingsgroepen en laat je niet verleiden tot discriminatie,
want dan loopt het verkeerd af. Dialoog blijft het belangrijkste. |
|
|
Victor Malbecq – Kamp
Neuengamme Steinerschool 'De Es' Berchem |
|
|
|
“Ik was negentien jaar toen
ik me aansloot bij het verzet. In Neuengamme moesten we bij onze aankomst een
driehonderd meter lopen, op de hielen gezeten door agressieve honden die
getraind waren om te bijten. In plaats van onze naam kregen we een nummer op
een zinken plaatje dat we om de hals moesten dragen. We moesten ons nummer
meteen memoriseren voor de naamafroeping bij het appel. De Fransen konden
(wilden) het nummer niet leren en werden daarom vaak geslagen.” |
|
Boodschap De kracht van verzoening en
verdraagzaamheid is heel belangrijk en moet groeien zodat er geen toestanden
meer ontstaan zoals in Nazi-Duitsland.
Toon meer begrip voor elkaar en elkaars mening. |
|
|
Jozef Craeninckx - Kamp Neuengamme Freinetschool 'De Wingerd' Gent |
|
|
|
“Als zestienjarige
boerenzoon uit Meensel-Kiezegem was de oorlog voor mij in de eerste plaats
een avontuur. Samen met vader en mijn tweelingbroer werden we opgepakt. Toen
ik alleen naar mijn cel nummer 331 werd gebracht dacht ik niet dat ik mijn
vader nooit meer zou terugzien. En toch.” |
|
Boodschap Onze jeugd leeft in een
gevaarlijkere maatschappij dan wij . Wij kenden onze vijand. Zij nu meestal
niet meer. Groeperingen zoals Blood and Honour zijn valkuilen voor onze
democratie en zijn een gevaar voor onze verworven vrijheid. |
|
|
Cathérine 'Tie' Laenen –
Kamp Ravensbrück Tweedekansonderwijs Turnhout |
|
|
|
“Als tweeëntwintig jarige
lachte ik veel en was niet op mijn mondje gevallen. In Ravensbrück kregen we
allemaal een nummer dat we op onze kledij moesten borduren. Mijn nummer was
10212. Het werd voor mij een getal om nooit te vergeten. Op Kerstdag werd ik
plots meegenomen. Ik wist niet wat er gebeurde. Tot mijn verbazing vroegen de
vrouwelijke bewakers om kerstliedjes te zingen. Achteraf kreeg ik één
lepeltje zoete confituur. Honger gaat over, dorst niet.” |
|
Boodschap Blijf niet bij de pakken
zitten. Ga verder want ook uit het negatieve kun je iets positiefs halen. |
|
|
Maria De Meersman -Verzet Sint-Jozefslyceum
Knokke-Heist |
|
|
|
“In mei 1940 was ik
negentien jaar. Ik kwam terecht in het verzet. Ik moest een stempel van
majoor Meiners uit het gebouw van de Luftwaffe smokkelen. Met die stempel
werden alle bevelen, orders e.d. afgestempeld. Voor het verzet was dit
belangrijk. Ik slaagde erin om die stempel te stelen.” |
|
Boodschap Of je laat het over je heen
gaan of je vecht terug. |
|
|
Max Devries -Verzet Provinciale Secundaire
School Voeren |
|
|
|
“Ik ben geboren in 1914 en
heb dus twee wereldoorlogen meegemaakt. Onze eerste verzetsstunt was de
coloradokeveractie. De coloradokever vernielde de aardappelvelden van de
mensen. Wij reageerden prompt. We lieten een stempel vervaardigen die een
coloradokever voorstelde met op zijn rug een hakenkruis en daaronder de
tekst: Dood aan de coloradokever.” |
|
Boodschap Ik ben een geboren rebel en
zet me af tegen elke vorm van onrechtvaardigheid. |
|
|
Andrée Geulen -Verzet Koninklijk Instituut Woluwe |
|
|
|
“In 1942 studeerde ik af als
onderwijzeres. Datzelfde jaar ontmoette ik een Joodse vrouw die me vroeg om
haar kinderen te laten onderduiken. Binnen het verzet moest ik kinderen van
hun eigenlijke adres naar een nieuw adres brengen. Alles werd zorgvuldig genoteerd
in vier boekjes. Via een codenummer en een valse naam konden we de kinderen
beschermen tegen verklikking en ze daarna makkelijk terugvinden.” |
|
Boodschap Alle mensen zijn gelijk,
ongeacht hun kleur,geloof, grootte,
rang of stand. Racisme betekent een drama voor de hele wereld. |
|
|
Frans Storms –Verzet M.S. Campus 'De Linde'
Bornem |
|
|
|
“Als zeventienjarige
jongeling kwam ik in 1942 terecht in het verzet. Onze leider was Georges
Mertens, een tomatenkweker in Boortmeerbeek. De diefstal van drie ton
dynamiet in Balen-Wezel was onze belangrijkste actie. Het dynamiet werd
opgeslagen bij boeren, onder de muziekkiosk en op het kerkhof van
Boortmeerbeek. Het dynamiet werd o.m. gebruikt voor het opblazen van
elektriciteitspalen van het hoogspanningsnet in de actie van "De Grote
Stroomonderbreking" of beter bekend onder haar Franstalige benaming La
Grande Coupure. Het impact van deze
aanslag was enorm. Het hele industriegebied van de Borinage kwam zonder
stroom te zitten.” |
|
Boodschap Ik droom van een wereld waar
haat en jaloezie plaatsmaken voor echte vriendschap, wederzijdse hulp en
respect voor eenieders persoon en overtuiging. Ik vraag aan jongeren om
hiervoor “vreedzaam te strijden”. |
|
|
Robert Maistriau ( † St Lambrechts Woluwe , 26 september 2008) Transport
XX Tweedekansonderwijs Brugge |
|
|
|
“Als 22-jarige was ik
vastbesloten mij aan te sluiten bij een verzetsgroep. Ik woonde in de buurt
van het gymnasium van Ukkel. Samen met Youra Livschitz heb ik daar op de
schoolbanken gezeten. Met Youra ben ik betrokken geraakt bij de overval op
het XXste transport in Boortmeerbeek.” |
|
Boodschap Gedraag je, doe je taken,
zorg voor de natuur en leef zoals het hoort, vrij van haat. |
|
|
Simon Gronowski – Transport
XX K.A. Campus 'De Linde'
Borgloon |
|
|
|
“De 17de maart 1943, om 9
uur in de morgen. We zitten samen aan het ontbijt. Mijn vader is
gehospitaliseerd en is niet aanwezig. Er wordt gebeld en twee Duitsers in
burger van de Gestapo hebben ons aangehouden. We worden naar de kelder van de
Gestapo gebracht aan de Louizalaan. De volgende avond worden we met een 40 à
50 andere personen naar de Dossin-kazerne gebracht te Mechelen. Ik ontvang
het nummer 1234 en mijn moeder het nummer 1233. Het blijken nummers te zijn
voor onze deportatie.” |
|
Boodschap Ik hoop dat de jongeren van
vandaag verdraagzaam zijn en de democratie respecteren zodat hun kinderen
niet moeten doormaken wat ik doorgemaakt heb. Solidariteit, vaderlandsliefde
en vrede tussen de mensen liggen mij nauw aan het hart. |
|
|
Regine Krochmal – Transport
XX Don Bosco-Instituut Haacht |
|
|
|
“Het is 20 januari 1943.
Samen met andere joden word ik onmiddellijk per vrachtwagen naar het nr. 453
aan de Louizalaan gebracht, naar de zetel van de Gestapo. Dan worden we
overgebracht naar de Dossin-kazerne. Terwijl wij één na één langzaam voor de
tafels doorlopen, worden ons systematisch alle persoonlijke voorwerpen
ontnomen: identiteitspapieren, geld, foto’s, juwelen, bagage, sleutels, … Ook
onze identiteit wordt ons ontnomen. Voortaan ben ik gewoon nr. 263.” |
|
Boodschap Alles wat ik gedaan heb zou
ik opnieuw doen. De vriendschap heeft ons gered. Dat gaf ons kracht. Wij
hadden een doel en dat heeft ons gelukkig gemaakt. Het gaf ons ook onze
waardigheid terug. Kan het opnieuw gebeuren? Ik geloof het wel. Het hangt
allemaal af van de keuzes die men maakt in het leven. |
|
|
David Susskind – Joods
ondergedoken kind Zaveldal Brussel |
|
|
|
“Ik werd geboren in
Antwerpen in 1925. Mijn moeder zocht iemand die ons voor een grote som geld
naar een veiligere plaats wilde brengen. De eindbestemming was Zwitserland.
Bij het afscheid in Antwerpen waren mijn moeders laatste woorden: David,
bleib ein Mensch.” |
|
Boodschap Iemand die denkt meer waard
te zijn dan een ander is gevaarlijk. Racisme leidt tot afschuwelijke
misdaden. Elke mens heeft recht op vrijheid. |
|
|
Regina Sluszny – Joods
ondergedoken kind Secundaire scholen
Sint-Ferdinand Lummen |
|
|
|
“Ik was tweeëneenhalf jaar
oud als mijn Joodse ouders besloten onder te duiken. Ik vond een veilig
onderkomen bij Anna en Charel Jacobs-Van Dijck. Mijn naam werd veranderd in
Regine Desmet. Ik was zogezegd het nichtje, een buitenechtelijk kind dat
daarom niet bij haar mama kon blijven.” |
|
Boodschap Mensen die onvoorwaardelijk
helpen verdienen ons respect. Laat mensen in nood binnen in je huis maar ook
in je hart. |
|
|
Myriam Lipszyc – Joods
ondergedoken kind Heilig-Hartscholen Heist o/d
Berg |
|
|
|
“Ik kon als klein Joods
meisje onderduiken voor de nazi's dankzij de hulp van zusters in een
katholiek internaat. Op een avond werd ons meegedeeld dat al wie niet werd
opgehaald zou gedoopt worden. Ik vond dit zo verschrikkelijk dat ik nog
diezelfde avond ging lopen. Ik was Joods en Joden werden nu eenmaal niet
gedoopt. Uiteindelijk kon ik met mijn moeder, zus en oom de oorlog
overleven.” |
|
Boodschap Verdraag elkaar, respecteer
elkanders eigenheid, wil vooral geen macht over de andere krijgen. Ieder mens
is anders, leer hem of haar appreciëren zoals hij of zij is. |
|
|
April 2010 Marc Michiels Met dank aan: Davidsfonds Leuven Gemeentepersoneel
Boortmeerbeek Personeel Habobib
Boortmeerbeek Albert Van Hoey Eric Van Berghen Marc Van Roosbroeck Simon Gronowski Walter Brenders Chil Elberg Fotografie Daniël Bols Etienne Van den Bulcke Scenario en samenstelling: Marc Michiels , coördinator
herdenking Transport XX Boortmeerbeek |