DE CEULAER-MARGULIES Jenta - BAU Georg N° 6 en 7 van het XX ste transport

Identiteitskaart van Jenta Margulies

 

Gilbert De Ceulaer wordt in 1943 als 7 maanden oude baby van zijn moeder gescheiden. Een razzia van de Duitse bezetter in Borgerhout belet hem om op te groeien samen met zijn biologische ouders. Gelukkig kan hij terecht bij zijn oudere halfbroer Frans en diens vrouw Mevrouw Van den Eynde. De kleine Gilbert wordt op het ogenblik van de inval van de SS in de armen gelegd van de stiefschoonzus die simuleert dat zij de moeder is van de baby.

De vader van Gilbert, Jos De Ceulaer, is drie maal gehuwd geweest. Uit een eerste huwelijk met Maria Guldentops is zoon Frans geboren. Het is deze zoon die gehuwd is met Mevr. Van den Eynde. Later hertrouwt vader Jos een tweede maal met Mevr. Mathilde Monu. Uit dat huwelijk wordt een dochter geboren. Als de oorlog uitbreekt is Jos De Ceulaer voor een derde maal gehuwd (28 maart 1943) met de Joodse verpleegster Jenta Margulies. Zij is voordien gehuwd met Mr. Bau. Uit dat eerste huwelijk is een zoon geboren, Georg (Sam) Bau. Uit haar huwelijk met Jos De Ceulaer is Gilbert geboren.

In de zomer van 1942 wordt ze voor de eerste maal opgepakt en dreigt ze met een vrachtwagen afgevoerd te worden naar de Dossinkazerne. Een Duitse feldgendarm houdt rekening met het feit dat ze moeder is van een baby van 3 maanden. Vier maanden later valt op 15 januari 1943 een SS-patrouille  de woning binnen. De vader (Jos) , de moeder Jenta en haar eerste kind Georg Bau worden aangehouden en meegenomen door de SS. Uit een verklaring van de oudste zoon Frans zou de overval gebeurd zijn o.l.v. Jodenjager Emiel Janssens, uitbater van het café Belgica op de Belgiëlei. Hij werkt in groepjes van 4 à 5 man, bestaande uit één of twee Feldgendarmen, twee SS-leden en een SD-man. Blijkbaar werkte het groepje alleen overdag.

Gilbert wordt geadopteerd door zijn halfbroer. Omdat hij nog heel jong is, beseft hij de gruwel niet die zijn moeder Jenta Margulies te wachten staat.  Ze wordt door de Duitsers overgebracht naar de Mechelse Dossinkazerne in januari 1943. Jenta Margulies probeert met alle middelen vrij te komen. Zo schrijft ze een brief waarin ze vraagt om een persoonlijk gesprek met kampcommandant Schmitt. Ze vermeld daarin duidelijk dat ze een zoon van zeven maand oud heeft (Gilbert) en ze verklaart uitdrukkelijk Ariër en Christen te zijn, gehuwd met een Belg. De brief van Gilberts moeder om niet gedeporteerd te worden, wordt pas gevonden half de jaren 90 in een treinwagon in Hasselt dank zij  een Joodse Gentse bakker. De brief is pakkend en is gedateerd op 29 maart 1943. De kampcommandant noch de Gestapo houdt er rekening mee. Als bij wonder wordt de zeven maanden oude baby Gilbert niet opgehaald door de Duitse politie. “Om als Jood te worden beschouwd door de Gestapo, moeten minstens 3 van je 4 grootouders van Joodse afkomst zijn”: vertelt Gilbert. “In mijn geval zijn het er maar twee, langs de kant van mijn moeder. Dat heeft me ironisch genoeg gered.” 

Op 19 april wordt Jenta Margulies samen met haar zesjarig zoontje Georg Bau gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Ze worden niet geselecteerd en verdwijnen onmiddellijk in de gaskamer van Birkenau. De overlijdensacte opgesteld in 1950 door de gemeente Borgerhout vermeldt dat Jenta Margulies overleden is in Polen op 22 april 1943, dag van aankomst van het transport.  .

Eric Van Eycken - GVA 2 mei 2015

Marc Michiels – getuigenis Gilbert De Ceulaer

Terug naar pagina ‘portretten’