Eva Fastag- Dobruszkes (3 april 1917) – secretaresse Aufname

Ik ben in Warschau geboren. Als ik twee jaar oud ben emigreren mijn ouders met mij naar Antwerpen. Ik heb school gelopen in verschillende Antwerpse scholen. Het lager onderwijs heb ik in het Nederlands gevolgd in de openbare school Hopland. De Middelbare school in het Frans in de Eikenstraat aan de Meir. In de beroepsschool in de Offerandestraat te Antwerpen studeer ik af als secretaresse.

 

 

image002

Schooluitstap beroepsschool Offerandestraat, helemaal bovenaan Eva Fastag

(Roche Crahay, 2 juli 1935)

 

“Ik werk eerst als secretaresse in een scheepvaartagentschap, daarna bij de verzekeringsmaatschappij “La Minerve de Belgique”. Mijn werkgever houdt mij in dienst ook al draag ik een gele Jodenster. Die mag ik wel niet dragen op het kantoor. Van de tien collega’s ben ik de enige van Joodse origine en ook de enige die Duitstalig is.  Ik wordt aangehouden in het station van Antwerpen. Mijn zuster is net vijf dagen voordien vertrokken naar Zwitserland.”

 

“Ik werk verplicht in de Dossinkazerne als secretaresse bij de Aufname te werken. Ik geef persoonlijk de transportlijst aan de commandant of aan zijn secretaresse. Op een zekere dag moet ik bij de commandant komen. Voor hem ligt een pakket met heel veel waardevolle zaken, zeker voor een gedetineerde zoals ik. Voedselpakketten zijn erg gewild om de schaarse voeding wat aan te vullen. De commandant heeft mijn pakket al open gedaan en vraagt mij of hij er enkele zaken uit mag nemen. Het is voor mij onbegrijpelijk dat hij zich zo laat kennen. En dan te weten dat de honden in het kamp gebakken vlees krijgen, terwijl de gedetineerden  honger moeten lijden.”

 

Tijdens de grote razzia in Antwerpen op 15-16 augustus 1942 worden haar ouders en drie broers gearresteerd bij hun thuis in de Terliststraat en naar de Dossinkazerne gebracht . Eva is natuurlijk geschokt om haar familie in Mechelen te zien bij de Aufname . Ondanks de belofte dat haar familie niet op transport zal worden gesteld, moet Eva haar eigen familie op 14 september 1942  inschrijven  op de lijst van Transport X onder de nummers 957-961. Haar vader Jacob Fastag (60 jaar), haar moeder, Justine Raabe (52 jaar), en haar broers David (19 jaar), Gerson (15 jaar) en Isaak Abraham (14 jaar) worden de volgende dag gedeporteerd en overleven het niet. Haar zus Sarah Fastag kan in Zwitserland onder de valse naam van Justine De Jonghe onderduiken.

 

“Na de oorlog ben ik te weten gekomen dat mijn zuster dat pakket vanuit Zwitserland, via Turkije gestuurd had.

 

 

image004

Antwerpen – oktober 1936

Vlnr:Sara(1920),Eva(1917),David(1923) en een neef

Vooraan: Gerson(1926) en Itzak(1928)

 

 

“Ik heb mijn man Abraham Dobruszkes (Arnold) leren kennen tijdens mijn gevangenschap in de Dossinkazerne. In 1940 wilde hij samen met zijn vrouw naar Engeland vluchten. De boot waarin ze zitten, wordt gebombardeerd. Zijn vrouw is hierbij overleden. Abraham is gearresteerd in oktober 1942. Gelukkig heeft hij eerst acht dagen in de Gentse gevangenis verbleven want daardoor is  hij net ontsnapt aan het XVIde en XVIIde Jodentransport (31 oktober 1942). Hij is pas op 1 november in de Dossinkazerne aangekomen.

Abraham is door een dom toeval elektricien geworden in de kazerne.  In die tijd is  SS’er Steckman waarnemend commandant in het kamp. ’s Nachts komt hij op de kamer vragen wie er verstand heeft van elektriciteit. Hij wil zijn haar wassen en de haardroger is defect. Mijn man geeft zich op als vrijwilliger en kan de haardroger maken. Uit dank stelt de commandant hem aan als radiotechnieker. Zo kan hij onder begeleiding van een SS’er materiaal gaan aankopen in een winkel in de stad. De verkoopster is een vertrouwelinge van het verzet. Mijn man vraagt materiaal uit het magazijn. De verkoopster nodigt hem dan uit mee te komen om het gevraagde te kiezen. De SS-bewaker blijft aan de toonbank staan. In het magazijn worden brieven uitgewisseld. Het is daar ook dat hij ontsnappingsmateriaal kan bemachtigen zoals nijptangen, ijzerzagen…ed.  die later gebruikt kunnen worden om te ontsnappen uit transporttreinen. Dank zij dit materiaal zijn heel wat gedeporteerden uit het XXste treinkonvooi kunnen ontsnappen.”

 

 

“Ik ben bevrijd uit de Dossinkazerne op 9 juni 1944 , drie dagen na D-day in het kader van een uitwisseling van Joodse en Duitse gevangenen die in Palestina verblijven. Er zijn voor de uitwisseling in de Mechelse Dossinkazerne drie verschillende lijsten in omloop. Ikzelf sta op de tweede lijst. De derde lijst is nooit gebruikt. Met een zes ŕ zevental personen zijn we bevrijd.”

 

“Ik heb geen middelen van bestaan. Gelukkig ken ik Maurice Heiber nog van de Dossinkazerne. Daar had hij de Pappküche voor erg jonge kinderen georganiseerd. Die bevond zich bij het binnenkomen, helemaal rechts achteraan, naast de varkensstal. Heiber wordt vrijgelaten. Ik ben hem gaan opzoeken toen ik vrijkwam. Hij is directeur van een tehuis ingericht door de Jodenraad voor Joodse ouderlingen die niet op transport worden gesteld. Zo ben ik daar terecht gekomen en krijg er werk, huisvesting, verzorging en voedsel.”

 

 

 

image006

Eva Fastag (Mei 2006)

 

Eva Fastag leeft op dit ogenblik (2014) in de kibbutz Maagan Michael in Israël, zeventig kilometer ten Noorden van Tel Aviv.

 

 

Terug naar pagina ‘portretten’