Historiek

 

image001

 

Aan het eind van de jaren 30  leven er in België circa 70.000 à 75.000 Joden. Amper 10% heeft de Belgische nationaliteit en is van oudsher geïntegreerd. De overige 90% zijn Joodse vreemdelingen uit meer dan 60 landen. Om raciale redenen deporteren de nazi’s 25.250 Joden en 352 zigeuners naar Oost-Europa. Tussen de zomer van 1942 en de zomer 1944 verlaten 28 treintransporten het verzamelkamp-Dossin, meestal met bestemming Auschwitz in Polen.

 

auschwitz.gif

 

      

treinauschani2

 

 

Verzamelkampen

  Mechelen (B)

  Drancy (F)

  Westerbork(Nl)

 

      

Op 19 april 1943 vertrekt het Transport XX met 1.631 gevangenen. Het XXste transport was een bijzonder  transport. Het was vooreerst een uitzonderlijk groot transport (1631 personen). Daarbij worden voor de eerste maal beestenwagons ingezet. Bij vorige transporten waren het steeds derde-klasse-rijtuigen waardoor gedeporteerden iets makkelijker konden ontsnappen. Ook worden de schuifdeuren bij dit transport vergrendeld met prikkeldraad.

Het transport wordt ook nog eens begeleid door een commando van de Schutzpolizei dat speciaal uit Duitsland werd overgebracht. Het bestaat uit één officier en 40 manschappen. Toch vluchten 236 personen uit het transport voor de trein de Duitse grens bereikt.

 

belgieklein

Gewapend met één FN “baby” pistool kaliber 6.35 mm, een stormlamp met rood papier rond en enkele tangen,   verplichten drie gewezen studenten van het Atheneum te Ukkel, Georges Livschitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon  de trein te stoppen op het traject Mechelen – Leuven tussen Boortmeerbeek en Haacht.

treinstopani

 

 

Ondanks de strenge bewaking slaagt Robert Maistriau erin één treinwagon te openen. Zeventien mensen wagen het te vluchten. Zij krijgen geld om de tram van Haacht naar Brussel te nemen om zich daar in veiligheid te brengen. Dit is een uniek feit in de geschiedenis van de Holocaust. Nergens elders in Europa is er tijdens de Tweede Wereldoorlog een bevrijdingsactie uitgevoerd op een Jodentransport.

 

Joods verzet

Het toeval wil dat er op dit transport ook Joodse dwangarbeiders van Organisation Todt zitten, die begrijpen dat ze een erg lot tegemoet gaan. Samen met andere Joodse verzetsmensen hebben ze in de Dossin-kazerne de ontsnapping voorbereid. Zagen, vijlen, tangen en ander materiaal dat verstopt werd in het stro, maken het mogelijk enkele treinwagons van binnenuit te openen. In het totaal kunnen 236 personen ontsnappen uit dit transport - 90 gedeporteerden worden terug gevat en op een volgend transport gezet – 25 vluchters worden gedood of sterven door de val maar 120 blijven definitief uit handen van de nazi’s. In de Sonderwagon helemaal vooraan in het transport, bevinden zich  negentien mensen van de speciale lijst dwz mensen die al eerder ontsnapt waren en enige ervaring en durf hadden: één vrouw en achttien mannen.

Ondanks de extra bewaking ontsnappen zes gedeporteerden uit deze groep opnieuw. (Zie” Transportlijst en speciale lijst”)

 

Belgisch spoorwegpersoneel

 

Het is bekend dat er veel verzetsstrijders waren onder hen. Overlevenden getuigen dat ze de indruk hadden dat machinisten het ontvluchten soms wilden vergemakkelijken door bijvoorbeeld op gunstige plaatsen trager te rijden.

 

De Belgische bevolking


De jongste ontsnapte is amper 11 jaar en heet Simon Gronowski. Ook Regine Krochmal, een achttienjarige verpleegster uit het verzet, kan ontvluchten. Ze springt uit de rijdende trein even vooraleer hij tot stilstand wordt gedwongen.
Alle mensen die uit de dodentrein ontsnapten, konden op de hulp van de Belgische bevolking rekenen. Niemand werd verraden. De eer van de Belgen. “ (citaat uit “Eine Erdbeere für Hitler”)

 

arbeit

Op 22 april 1943 komt de trein aan in Auschwitz. Onder de resterende 1.395 weggevoerden bevinden zich 237 kinderen. Transport XX vervoert de jongste van alle Joodse gedeporteerden. Suzanne Kaminsky (nr 215) is slechts enkele weken oud. Ze is geboren op 11 maart 1943 en wordt met de overgrote meerderheid van het transport onmiddellijk bij aankomst vermoord in de gaskamer van Auschwitz-Birkenau. Er worden tijdens de selectie slechts 521 stamnummers toegekend die toegang geven tot het werkkamp. Van de mensen die  nummers kregen zullen er slechts 151 de oorlog overleven (waaronder 3 kinderen). De overige  gedeporteerden verdwijnen zonder ook maar één enkel spoor na te laten. In de deels vernietigde kamparchieven is niets terug te vinden. Of toch wel. Blijkbaar hebben de gedeporteerden bij hun aankomst te Auschwitz het de SS-administratie zeer moeilijk gemaakt.  Een telex van 29 april 1943 van de Reichssicherheitsdienst aan E. Ehlers, SS-Obersturmbannführer en chef van de Sipo-SD in België, doet veronderstellen dat er moeilijkheden waren bij hun aankomst.

“Het kamp Auschwitz herhaalt, om voor de hand liggende redenen, zijn verzoek om op geen enkele manier voor hun vertrek de joden die op het punt staan geëvacueerd te worden ook maar de minste verontrustende mededeling te doen over de plaats waar en de wijze waarop ze zoals voorzien gebruikt zullen worden. Ik vraag u hiervan akte te nemen voor tenuitvoerlegging. In het bijzonder dring ik aan op permanente orders aan de escorte om tijdens de reis geen enkele toespeling te maken, die aanleiding zou kunnen geven tot het oproepen van enigerlei verzet bij de joden, en geen enkel vermoeden op te wekken over de wijze waarop ze zullen gehuisvest worden. Wegens dringend uit te voeren werken, moet Auschwitz er belang aan hechten dat de ontvangst der transporten en hun latere indeling zoveel mogelijk probleemloos verlopen.”

(Telex van 29 april 1943)

De geruchten over de “Endlösung” hebben klaarblijkelijk weerstand en opstandigheid opgeroepen bij de gedeporteerden.

 

19 april 1943, de dag van de actie tegen het XXste transport is een erg symbolische datum in de geschiedenis van de holocaust omdat ook op diezelfde dag de opstand in het getto van Warschau losbarstte, toen de SS probeerde het getto te evacueren.

 

Terug naar boven