|
Jong zijn in de oorlog Foto voorpagina Herdenking Transport XX 23 april 2006
"Ze worden niet meer vrij, hun hele leven
niet" (Adolf Hitler over de jeugd in Duitsland) “De leerstof moet
stelselmatig in een zodanige vorm worden gegoten dat de jongemens aan het
einde van zijn schooltijd geen halve pacifist, halve democraat of iets van
dien aard is, maar een honderd procent
Duitser. Zijn gehele opvoeding en scholing moeten erop gericht zijn hem het
besef bij te brengen van zijn absolute superioriteit over andere volkeren”.
(Mein Kampf, 1924). Oorlog heeft
altijd een verwoestend effect op kinderen. Cijfers over slachtoffers hebben
weinig betekenis totdat ze vertaald worden in individuele verhalen over
verwoeste levens.Een kind dat in één moment zijn hele bestaan ziet instorten.
Ouders verdwijnen of worden opgepakt, het ouderlijk huis wordt vernield,
kinderen moeten vluchten en zijn verplicht elders onderdak te vinden. Soms
heeft een kind iemand moeten doden of kwetsen om te overleven. Dergelijke
ervaringen laten diepe littekens na. In oorlogssituaties komen kinderen
dikwijls in extreme situaties terecht. De
tentoonstelling : “Jong zijn in de oorlog ”
wil in de eerste plaats een klein overzicht geven hoe kinderen in
1940-45 leefden en overleefden in die barre tijd. Het leven van een Dietsche
vendelzwaaier of iemand uit de Hitlerjugend verschilde grondig met deze van
een ondergedoken Joodse jongen in Brussel of een zigeunermeisje dat
opgesloten werd in het verzamelkamp Auschwitz. [1] Voor
alle kinderen echter dreigde vroeg of laat de honger, de kou, de angst, de
onveiligheid en soms ook de dood. En het gevaar kwam niet steeds van dezelfde
vijand. Ook vandaag nog lijden kinderen onder het oorlogsgeweld en gaan ze op
de vlucht voor de gruwel van de oorlog.
Ook dat aspect komt aan bod tijdens deze tentoonstelling. Joodse kinderen Onder de zes miljoen
joden, die vermoord werden tijdens de Holocaust bevonden zich ongeveer
anderhalf miljoen kinderen. Het is onbekend hoeveel er gered zijn. Hun aantal
wordt geschat op slechts enkele duizenden. Vanuit de Dossinkazerne in
Mechelen werden met treinkonvooien 25257 joden gedeporteerd. Hierbij waren
5430 kinderen. In het XXste treinkonvooi, dat in Boortmeerbeek tot stilstand
werd gedwongen, bevonden zich 262
kinderen waaronder de pasgeboren baby
Suzanne Kaminsky, de jongste van alle Belgische gedeporteerden. Geen enkel
kind uit dit konvooi overleefde de Holocaust.
Belgische kinderen Voor Belgische
kinderen was school lopen in oorlogstijd
ook geen pretje. Door de karige rantsoenen leden de kinderen honger.
Noch thuis, noch in de klas was er een behoorlijke verwarming voorzien.
Kinderen gingen noodgedwongen hout sprokkelen en stonden vaak uren in de rij
voor levensnoodzakelijke levensmiddelen. Daar bovenop hadden de kinderen ook
angst. Elk kind kende wel familieleden of vrienden die ondergedoken zaten of
naar Duitsland gedeporteerd waren. In de steden werden de kinderen regelmatig
door het luchtalarm uit hun slaap gehouden. Er was de nazi-terreur maar ook
bijvoorbeeld het geallieerde bombardement bij klaarlichte dag op Mortsel waar
meer dan 200 schoolkinderen om het leven kwamen.
Duitse kinderen Maar ook Duitse
kinderen hebben geleden onder de oorlog. Meer dan een derde van alle Duitse
kinderen die tussen 1921 en 1925 geboren waren stierf in de Tweede
Wereldoorlog. Kinderen van de
Hitlerjugend werden ingezet bij militaire acties en vochten soms hardnekkig
tot het bittere einde. Hoe kon het gebeuren dat kinderen vaak met veel
enthousiasme Adolf Hitler en de nazi-dictatuur steunden? Ze werden van
kindsbeen gemanipuleerd, geïndoctrineerd om een perfecte nazi te worden.
Kinderen kregen geen onderwijs in de letterlijke zin van het woord,
maar onderricht gelijkwaardig aan die van het leger.
De
nazi-jeugdbewegingen zagen in 1922 het licht. Vier jaar later (1926) werden
ze gegroepeerd onder de definitieve benaming Hitlerjugend. Het enige doel van
deze beweging was de kinderen in een nationaal-socialistische geest op te
voeden. Elke andere jeugdbeweging dan de Hitlerjugend werd verboden. Net als
op school leerde de jeugd er dat verklikken een
plicht was, ook als het om hun eigen ouders ging. In 1938 telde de Hitlerjugend en
de vrouwensectie Bund Deutscher Mädel 7.700.000 leden. Lidmaatschap
werd in 1939 verplicht vanaf 6 tot 18 jaar op straffe van intrekking van de ouderlijke macht.
Op tienjarige leeftijd moest het nazi-padvindertje zweren dat hij bereid was zijn
leven te geven voor de Führer.
Kinderen vandaag in de oorlog Vandaag lijden kinderen onder de rechtstreekse
gevolgen van de oorlog...
... maar ook onder de onrechtstreekse gevolgen... -de vernietiging van infrastructuren en
basisvoorzieningen (scholen, gezondheidscentra, waterputten,...) -meer druk op de bestaande gezondheidsdiensten -blokkeren van noodhulp -obstakels voor vaccinatiecampagnes -bedreiging van de voedselveiligheid (mijnen in
akkerlanden, onveiligheid op de landbouwvelden,...) -dramatische gevolgen van de embargo's en
sancties. Bron: Unicef België
Als kindsoldaat Een van de meest
alarmerende ontwikkelingen in de afgelopen jaren is de enorme toename van het
gebruik van kinderen als soldaten. Door de eeuwen heen werden kinderen
betrokken bij militaire acties, als trommelaar op de slagvelden. Tegenwoordig
maakt men gebruik van lichte wapens die goedkoop en overal verkrijgbaar zijn.
Deze lichte wapens zijn door kinderen te hanteren, waardoor de inzet van
kinderen als soldaten sterk is toegenomen. Kinderen hebben ook andere
voordelen als soldaten. Zij zijn volgens de commandanten makkelijker te
intimideren en ze doen wat men vraagt. Kinderen gaan ook minder snel weg uit
het leger omdat ze geen alternatief hebben en geen salaris vragen. Veel
kinderen sluiten zich, als enige uitweg om te overleven, vrijwillig aan bij
gewapende groepen. Zij krijgen te eten en met hun geweer voelen zij zich
beschermd. Maar er zijn ook andere redenen om aansluiting te zoeken bij
gewapende groepen. Het wreken van bijvoorbeeld de moord op familieleden of
vechten voor sociale gerechtigheid. Het deel uitmaken van gewapende groepen
geeft een gevoel van macht en sociale status. Het is spannend en schept
vriendschapsbanden door samen in gevaarlijke omstandigheden te werken. Veel
van deze kinderen hebben het er dan ook moeilijk mee om mee te werken aan
vrede. Het leven in gewapende groepen is spannender en 'volwassener' dan het
normale leven in vredestijd.
Over de hele
wereld dienen een kwart miljoen jongens en meisjes van onder de achttien jaar
in regeringstroepen of rebellenbewegingen. In 33 van de huidige of recente
conflicten vechten kinderen mee als kindsoldaat. In 26 van die conflicten
worden kinderen van onder de vijftien jaar gebruikt.Volgens de internationale
organisatie tegen het gebruik van kindsoldaten zijn er wereldwijd 300.000
kinderen onder de 18 actief in legers, van wie 75.000 in Azie. Het gaat
daarbij vooral om Sri Lanka, India, Afghanistan, Cambodja en Birma. ( bron:
RNW Internationaal Nieuws - 15 mei 2000)
En dan zijn er
ook rechts-extreme en racistische groeperingen die zogenaamde rassenverschillen
en angsten misbruiken om mensen tot vreemdelingenhaat aan te zetten en de
gebeurtenissen uit het verleden te ontkennen. De technieken om mensen (en
vooral ook kinderen) te misleiden zijn van alle tijden. Het blijft nodig om
kritisch te kijken, wanneer en hoe vooral kinderen ertoe gebracht worden om
erge dingen te doen, terwijl ze dat als kind helemaal niet wilden. Marc Michiels Coördinator herdenking XXste konvooi Boortmeerbeek De tentoonstelling wordt opgebouwd rond volgende
thema’s: *Kinderen in de Tweede Wereldoorlog Naar aanleiding
van de 50ste verjaardag van de bevrijding werden in 1995 herdrukken van originele kranten,
posters, foto's en documenten uit oorlogskranten gereproduceerd. Artikels en commentaren van enkele
historici en bekende auteurs over kinderen in de Tweede Wereldoorlog werden
hieruit geselecteerd. Kinderen uit het XXste konvooi In samenwerking
met het Joods Museum voor Deportatie en Verzet hebben wij enkele families met
kinderen een gezicht willen geven. Bij elke foto staat een korte toelichting.
Al deze kinderen werden bij hun aankomst in Auschwitz onmiddellijk naar de
gaskamer gestuurd. Geen enkel kind van het XXste konvooi overleefde de Tweede
Wereldoorlog. Twee ontsnapten uit het XXste konvooi: Simon
Gronowski en Regine Krochmal Aan de hand van foto’s en brieven leren we beide
overlevenden uit het bewuste jodentransport beter kennen. Regine Krochmal
“Op een avond zijn Bob, Harry, de
verzetsgezellen en ikzelf ons verzetsblaadje aan het stencilen. Midden in de
nacht valt de Gestapo het gebouw binnen. Vliegensvlug worden de
stencilmachine en de bladen zo goed en zo kwaad als het gaat weggeborgen.
Mijn twee gezellen slagen erin te ontkomen. Om te voorkomen dat de flat wordt
doorzocht, geef ik dadelijk mijn joodse afkomst toe. Samen met andere joden
word ik onmiddellijk per vrachtwagen naar het nr. 453 aan de Louizalaan
gebracht, naar de zetel van de Gestapo. Het is 20 januari 1943. Enkele dagen
later word ik naar Mechelen gebracht, naar de Dossin-kazerne. Scheldwoorden
(“Schweine Juden”), stokslagen, gebrul, ... Zo worden we onthaald in
Mechelen. Bij onze aankomst worden we naar een zaal gebracht waarin een rij
tafels opgesteld staat. Achter iedere tafel staat een gevangene. Terwijl wij
één na één langzaam voor de tafels doorlopen, worden ons systematisch alle
persoonlijke voorwerpen ontnomen: identiteitspapieren, geld, foto’s, juwelen,
bagage, sleutels, … Ook onze identiteit wordt ons ontnomen. Voortaan ben ik
gewoon nr. 263.” Simon Gronowski
“De 17de maart
1943, om 9 uur in de morgen. We zitten aan het ontbijt. Mijn vader is
gehospitaliseerd. Er wordt gebeld en twee Duitsers in burger van de Gestapo
hebben ons aangehouden. We worden naar de kelder van de Gestapo gebracht aan
de Louisalaan. De volgende avond worden we met een 40 à 50 andere personen
naar de Dossin-kazerne gebracht te Mechelen.Ik ontvang het nummer 1234 en
mijn moeder het nummer 1233. Het blijken nummers te zijn voor onze
deportatie. Ikzelf én mijn moeder zijn één maand geïnterneerd geweest in de
Dossin-kazerne. Daarna zijn we op transport gesteld. Mijn zuster, die op
zestienjarige leeftijd voor de Belgische nationaliteit had gekozen, komt niet
voor deportatie in aanmerking. Vanaf de vroege ochtend werd op 19 april 1943
stelselmatig het jodenkonvooi samengesteld. In de namiddag werd ik samen met
mijn moeder opgesloten in een beestenwagon met een 50-tal andere personen. De
trein vertrok in de avond.” Proloog van de Jodenvernietiging Zes maanden na
de capitulatie, in oktober 1940, vaardigden de Duitsers hun eerste verordening uit. In totaal zullen
tot september 1942 achttien anti-joodse verordeningen door de bezetter worden
uitgevaardigd. Die hadden tot doel de joden te identificeren, te registreren,
uit het openbaar en economisch leven uit te sluiten en te concentreren met
het oog op deportatie. In een eerste
fase wordt het joods leven in België in kaart gebracht. Een eerste
verordening verbood de rituele offerslachting van dieren. Ook moesten alle
joden die ouder waren dan vijftien jaar zich laten registreren in het
gemeentelijk jodenregister. Op de identiteitskaart werd een stempel
'JOOD-JUIF' aangebracht. In 1942 werden aldus 55.670 mensen in dat
steekkaartensysteem geregistreerd. Dat fichesysteem zal voor de Duitsers een
belangrijk werkinstrument worden. Niet alleen krijgen ze zo een beeld van de
joodse aanwezigheid in België, maar brengt het ook het joodse economisch
leven in kaart.
Vanaf 1941
werden dan een reeks maatregelen uitgevaardigd die de joden uit dat
economisch leven moesten halen: er wordt een inventaris van de joodse
onroerende goederen gemaakt, er kwam een verbod om nieuwe ondernemingen op te
richten, ze werden systematisch uit beheerraden verwijderd, het joods
karakter van hun zaak moest publiek worden gemaakt. Vervolgens kwam
een reeks verordeningen om de joden te isoleren en te concentreren. Zo werden
ze verplicht om in de vier steden Brussel, Antwerpen, Luik en Charleroi te
wonen. De joden mochten de tram niet meer gebruiken, joodse kinderen werden
uit Belgische scholen geweerd, ze werden onderhevig aan de avondklok van 20u
tot 7u. Enkele
afschriften van originele verordeningen en omzendbrieven over de oprichting
van de Vereniging van Joden van België (VJB) en het Joodse schoolwezen worden
op de tentoonstelling getoond. Daaruit blijkt dat Joodse kinderen werden
geweerd uit het vrije en openbare onderwijs en verplicht moesten school lopen
in Joodse scholen. Kinderen vandaag in de oorlog Als vluchteling Waar oorlog is,
slaan mensen op de vlucht. Dat is van alle tijden. Ook wij, Belgen, sloegen
massaal op de vlucht tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Eén op vijf
Belgen vluchtte naar de buurlanden en kreeg daar bescherming.
Vandaag zijn er
20 miljoen vluchtelingen. Velen van hen zijn op de loop voor het geweld en de
oorlog. Maar bij ons zijn ze niet welkom. Ze krijgen hier onvoldoende
bescherming. Anno 2006 heeft België, in tegenstelling tot de meeste andere
Europese landen, nog steeds geen wettelijke regeling voor
oorlogsvluchtelingen. Oorlogsvluchtelingen – zo staat er in de Europese
wetgeving - zijn mensen die in geval van terugkeer naar hun herkomstland het
gevaar lopen te worden gefolterd of ter dood veroordeeld of het slachtoffer
zouden kunnen worden van willekeurig geweld in een gewapend conflict.
Nochtans is iedereen in België het er over eens dat mensen die een
oorlogssituatie in hun land van herkomst ontvluchten, niet kunnen worden
teruggestuurd omdat hun leven er in gevaar is. Ook de overheid zelf geeft dit
toe, want deze mensen worden niet gedwongen verwijderd van het grondgebied.
Toch krijgen ze geen volwaardig verblijfsstatuut in België. Dat heeft
verregaande gevolgen. Sommigen blijven in de illegaliteit, mogen niet werken,
hebben geen recht op bijstand... Vluchtelingen
worden soms met het hele gezin opgesloten in gesloten asielcentra. In het
gesloten asielzoekerscentrum 127 bis in Steenokkerzeel verblijven steeds meer
kinderen. Volgens het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de
Verenigde Naties (UNHCR) is de opsluiting van kinderen in zo'n centrum
strijdig met het kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties.Begin 2005
werden in 127 bis ongeveer 15 kinderen per week opgevangen. Op dit moment
zijn er dat ruim 60, meer dan de helft van de bezetting in het
vluchtelingencentrum. Het aantal kinderen gaat gestaag omhoog. Het gaat op
dit moment vooral om Tsjetsjeense, Oekraïense, Congolese en Chinese kinderen. Wat de UNHCR
zorgen baart, is dat detentie een middel is dat steeds meer wordt gebruikt
omdat vele Europese landen een strenger asielbeleid voeren om de
migratiestromen in te dijken. Voorlopig kunnen asielzoekers met kinderen in
België alleen in het gesloten opvangcentrum 127 bis terecht, maar daar kan
binnenkort verandering inkomen. In de gesloten centra van Vottem en Merksplas
worden nieuwe vleugels opengesteld voor vluchtelingen en hun kinderen. (LOR) Wist je dat op dit ogenblik … …twee derde van alle vluchtelingen kinderen zijn? …90% van de vluchtelingen opgevangen worden door
(arme) buurlanden en maar 5% door Europa? …vluchtelingen gemiddeld 7 jaar van huis zijn? …1 op de 272 mensen in de wereld vluchteling is? Als kindsoldaat Kinderen spelen
wel eens soldaatje met neppistolen en stenen als granaten. Dat is nog onschuldig
alhoewel. Voor kinderen in oorlogsgebieden (zie kaartje hierna) is soldaatje spelen geen spel, maar
werkelijkheid. Ze gooien niet met stenen, maar met echte granaten met als
doel; mensen doden!
Veel kinderen
in oorlogsgebieden worden gebruikt om te vechten in de frontlinie of ze
worden een mijnenveld ingestuurd om te ontdekken waar de mijnen liggen. Dit
is heel gevaarlijk en veel kinderen sterven dan ook. Kindsoldaten worden
gedwongen om te vechten en te moorden. Soms moeten ze zelfs hun eigen
vrienden en familie doden. Meisjes worden vaak gebruikt als seksslavin voor
soldaten. Veel meisjes raken zwanger en worden zelfs met een kind nog op hun
rug het gevecht ingestuurd. Bronnen: Educatieve Brochure Speelgoedmuseum Mechelen –
Tentoonstelling “Geen kinderspel “ Joodse kinderen tijdens Wereldoorlog II Joods Museum voor Deportatie en Verzet – project:
Geef ze een gezicht. Website : http://www.verzet.org Website: http://www.digischool.nl Website: http://www.unicef.be/ http://www.vluchtelingenwerk.be/ Met dank aan : Fotokring “Het Lenske” JMDV(Joods Museum voor Deportatie en Verzet) Lydia Chagoll (voor de toelating tot publicatie
van de foto van het kleine meisje met beer en bal.(Praag – Theresienstadt) Ward Janssens Gemeentebestuur en –personeel
Boortmeerbeek Marc Michiels Ilse Marquenie |