Toedienen aan gezonde personen

Bronnen:

- gezonde mensen
- toxicologie/ farmacologie
- zieken

Allium Cepa
(Ui)

Voorbeelden
Registratie: - Materia Medica
- Repertorium

a) Bronnen van geneesmiddelwerking

De belangrijkste bron van kennis aangaande de werking van geneeskrachtige stoffen is het beproefen van deze stoffen op gezonde mensen m.a.w. om te weten welke veranderingen een geneeskrachtige stof bewerkstelligt op het lichamelijke, emotionele en mentale vlak gaat men deze stof toedienen aan gezonde individuen. Deze procedure wordt prooving geheten.

Naast de proovings zijn er nog twee andere belangrijke bronnen van geneesmiddelenkennis:

1. Bevindingen van de toxicologie en de farmacologie:

= vaststelling die men kan doen indien men te maken heeft met moedwillige of abusievelijke vergiftigingen (toxicologie) of de bevindingen (= "werkingen en bijwerkingen") na het toedienen van moderne geneesmiddelen (= farmacologie).


2. Toepassing van geneeskrachtige stoffen bij zieken:

= bestuderen van de effecten die men vast stelt wanneer men geneeskrachtige stoffen toedient aan zieke mensen of dieren (= de klinische ervaring)

Voorbeelden:

a) Geneesmiddelproeven op gezonde mensen (proovings)

1. ALLIUM CEPA (ui)
Als een gezond mens een ui snijdt, dan krijgt hij last van tranende ogen, lopende neus, kriebelende neus en niesbuien.
(Zieke personen met deze symptomen (bv. neusverkoudheid) genezen met dit middel onder homeopatische vorm.)

2. TABACUM NICOTIANA (tabaksplant)
De eerste sigaret bij een gezond mens geeft vaak duizeligheid, misselijkheid, doodsbleek gelaat, overgeven.
(Zieke personen met deze symptomen (bv. klachten van Menière) genezen door dit middel onder homeopatische vorm.)

3. COFFEA TOSTA (gebrande koffie)
Sterke koffie bij een gezond persoon geeft een opgejaagd gevoel, bloedaandrang naar het hoofd, hartkloppingen en slaapstoornissen.
(Zieke personen met deze symptomen (bv. premenopauzale vrouwen) genezen door dit middel onder homeopatische vorm.)

b) Bevindingen van toxicologie en de farmacologie

1. MERCURIUS SOLUBILIS (kwikzilver)............toxicologie
Als een gezond persoon kwikzilver inslikt dan veroorzaakt dit duidelijk schade aan:

a) mond en keel: sterke speekselvloed; vieze, stinkende geur; tandvlees opgezet en zwerend; verdikte tong met gebitsafdrukken; ontstoken amandelen met verzweren en vorming van pseudomembranen
(Zieke personen met deze symptomen  (bv. difterie,kroepeuze angina) genezen door toedienen van kwikzilver onder homeopatische vorm.)

b) darmen: ontsteking, verzwering met slijmerige en bloedende stoelgang en heftige krampen
(Zieke personen met deze symptomen (bv. dysenterie, colitis ulcerosa) genezen met dit middel onder homeopatische vorm.)

c) andere symptomen: psychische stoornissen (overmatige activiteit) met motorische en psychische onrust, lethargie, dementie), beven, spierverlammingen, huiduitslag die zeer gelijkend is met de uitslag van syfilis
Zieke personen met deze symptomen (bv. syfilis) genezen met dit middel onder homeopatische vorm.)

2. LANOXIN.................................................... farmacologie

= geneesmiddel dat in de moderne geneeskunde gebruikt wordt om het hart te ondersteunen bij hartfalen evenals bij bepaalde hartritmestoornissen. Lanoxin behoort tot de groep van de digitalispreparaten en veroorzaakt i.g.v. overdosis (citaat uit  bijsluiter van LANOXIN):

"Niet-cardiale bijwerkingen gaan dikwijls samen met tekenen van overdosering. Zij kunnen evenwel te wijten zijn aan een tijdelijke te hoge plasmaspiegel, veroorzaakt door een snelle resorptie. Zij kunnen anorexie, nausea en braken omvatten en verdwijnen meestal na enkele uren.
Cardiale bijwerkingen, zoals aritmieën en bradycardie zijn dikwijls het gevolg van overdosering. Plasmaspiegels hoger dan 2ng/ml veroorzaken bij volwassenen dikwijls intoxicatie-verschijnselen. Zij verdwijnen langzamer dan de niet-cardiale bijwerkingen.

Gastrointestinaal:  

Anorexie is één van de eerste tekenen van overdosering en wordt soms gevolgd door misselijkheid en braken. Diarree kan ook optreden. Het wordt overigens afgeraden om uitsluitend af te gaan op het optreden van misselijkheid als vroegtijdig teken van overdosering, vermits aritmieën als eerste aanwijzing hiervan kunnen optreden.

Centraal zenuwstelsel: 

Zwakte, apathie, vermoeidheid, malaise, hoofdpijn, gezichtsstoornissen, depressie en zelfs psychosen zijn gerapporteerd.


Aritmieën:  

Een karakteristieke uiting van digoxine intoxicatie is een combinatie van aritmieën. Het eerste teken van een dreigende bijwerking is het optreden van ventrikelextrasystolen. Dit zet zich voort in bigemie of trigemie.
Voorkamertachycardie, alhoewel vaak een indicatie voor digoxine kan optreden bij een te hoge dosering. Voorkamertachyardie met blok is in het bijzonder karakteristiek, de polsslag is dan niet noodzakelijkerwijs snel. Een aanhoudende bigemie tijdens rust, maar niet tijdens inspanning wanneer het sinusritme toeneemt wordt traditioneel geduld in het verloop van de behandeling van sommige aritmieën. Het sugereert echter een naderende toxiciteit en een lagere dosering digoxine plus een kleine dosis van een bètablokker kan een beter controle geven.


Allergische reacties en gynecomastie komen zelden voor."

c) Klinische ervaring bij zieken:

1. Bij zieke mensen:

- zie voorbeeld onder "Genezen"

2. Bij  zieke dieren:

- Een hoogbejaarde dame consulteert o.w.v. hartfalen bij haar 14-jarige poedel. Deze hond vertoonde sinds een drietal weken water op de longen (duidelijk op echografie en RX) t.g.v. hartfalen, waardoor het dier bij de minste inspanning moest gaan liggen van vermoeidheid. Daarnaast vertoonde deze pikzwarte poedel sinds ongeveer een maand een korstige huiduitslag verspreid over het gehele lichaam, evenals difuus verspreide en zeer talrijke wratten (de eerste wrat verscheen t.h.v. binnenzijde van het oor op ongeveer één-jarige leeftijd).
De veearts stelde voor het dier uit zijn lijden te verlossen, doch gezien mevrouw nooit kinderen kon krijgen, was haar hondje haar leven, en besloot ze ten einde raad een homeopaat te raadplegen. Uit het interview dat dan volgde, bleek dat deze hoogbejaarde dame haar hondje voortreffelijk kon karakteriseren:

- het altijd in beweging zijn (De hond liep nooit rustig naast zijn baasje maar draafde voortdurend (van voor naar achter en visa versa). Hij stormde voortdurend trap op en af zonder tekens van vermoeidheid.)

- de ongewone voorliefde voor de zon (In huis lag hij altijd waar de zonnestralen in het huis binnenvielen.)

- zijn moeilijk "in bed" geraken (was altijd de laatste die ging slapen) en even moeilijk eruit geraken (was altijd de laatste wakker), wat toch wel eigenaardig is voor een hondje

- zijn lachwekkende "paringsdans" als hij in de buurt van andere honden kwam

- maar vooral zijn eigenaardige voorkeur voor chocolade (luste praktisch geen vlees, maar was verzot op chocolade, veel minder op ander zoet)

Op basis van deze karakteristieken enerzijds en de aanwezige klachten anderzijds besloot de homeopaat tot het geven van SEPIA (inkt van de inktvis). 
Binnen de tien dagen was op echografie geen spoor meer van water op de longen (het hondje kon weer onverpoosd zijn trappen doen), binnen de maand was al het eczeem verdwenen, en na één jaar waren alle wratten weg (de laatste die verdween was de eerste die verscheen, met name de wrat in het oor).
Het was duidelijk dat SEPIA hier de juiste remedie was: alle symptomen die door Sepia verdwenen waren dan ook Sepiasymptomen en konden dan ook in het geneesmiddelbeeld van SEPIA opgenomen worden. 

b) Registratie

Om de massa's info, afkomstig van de proovings, de toxicologe en farmacologe, evenals deze afkomstig uit de klinische ervaring, bruikbaar te maken (d.w.z. hanteerbaar voor iedereen) werden deze samengebracht en geordend in:

1. Materia Medica

deze behandelt alle verschijnselen en symptomen die horen bij een bepaalde remedie (= "geneesmiddelenbeeld")

Voorbeeld:

            Materia Medica van SEPIA als baby en kind 

Mentale symptomen:

a) baby:

Sepia
(inktvis)

Normaal begint vanaf de tweede maand bij een baby de emotionaliteit zich te ontwikkelen: met glimlachen, geluidjes en reikende handjes wordt de aandacht van de moeder getrokken. Bij sommige baby's zoals Sepia en Lycopodium is het normaal verloop van deze ontwikkeling verstoord.
De sepia baby geeft een trieste, afstandelijke indruk; hij doet onverschillig en gaat zelden glimlachen.
Het is een baby die snel angstig is.
Hij lijkt kalm en passief, hij beweegt weinig gedurende de eerste maanden.
Wanneer men hem alleen laat, is de eerste reactie er één van angst, maar het went snel, zodat het geen probleem is rustig in zijn hoekje te blijven.
Hij weent veel en troosten verergert.
Hij is gevoelig aan muziek.
Wipt graag op de arm.  

b) kind:

 

Gelsemium Sempervirens
(Valse Jasmijn)

Weeskinderen, kinderen van ouders die veel uithuizig zijn, verwaarloosde kinderen.
Timide, introverte kinderen.
Gevoelige kinderen.
Negatieve houding t.o.v. alles.
Onverschillig, humeurig, nerveus en hebzuchtig.
Vermoeide en vermoeiende kinderen.
Rustig, houdt alles in de gaten.
Ze hebben op jonge leeftijd soms een volwassen gedrag: koel, zonder emoties.
Zijn meer teruggetrokken en verlegen dan Phosphor.
Wanneer ze ziek zijn, kunnen ze aan de ouders hangen.
In normale omstandigheden echter zijn ze niet affectueus: oogcontact bijvoorbeeld is bij hen moeilijk vol te houden, het lijkt te veel energie te vragen.
Ook lichamelijk contact hebben ze niet graag, wanneer je ze op schoot wil nemen, duwen ze je weg en zoeken ze een veiliger onderkomen.
Kinderen die negatief ingesteld zijn t.o.v. alles.
Zij zijn dikwijls moe en eerder aan de luie kant.
Onverschillige kinderen.
Kritisch en niet geïnteresseerd.
Ontevreden en scheldend.
Ze lijken alleen maar tevreden zijn, wanneer ze onaangenaam zijn, wanneer ze kunnen klagen, de anderen bekritiseren of bespotten.
Wat de anderen mishaagt, dat bevalt Sepia.
Schrik in het donker.
Schrik van geesten: ze hebben veel verbeelding en denken dat de spoken aanwezig zijn.
Schrik wanneer ze alleen zijn en toch worden ze liever gerust gelaten.
De jonge Sepia is meestal actief, vermoeidheid komt meer voor bij de volwassen Sepia.
Houden van wippen, van heftige bewegingen.
Sepia kinderen zijn geneigd de anderen te plagen, te kritikeren.
Ze zijn niet graag in gezelschap, maar ze zijn dan ook niet graag helemaal alleen: ze hebben graag mensen om zich heen, maar hebben liever geen persoonlijk contact. 
Ze houden niet van grote groepen, het zijn kinderen die één goede vriend hebben.
Timide, introverte kinderen die liever alleen spelen.
Gaat niet graag spelen bij vriendjes, zeker niet indien ze die nog niet goed kent, maar eens gestart, gaat het beter.
Niet echt spraakzaam, voorkeur voor éénlettergrepige woordjes.
Laattijdig lopen.
Laattijdig sluiten van de fontanellen.
Zal zijn verdriet niet duidelijk tonen.
Men merkt wel dat er iets scheelt aan het kind, dat er geen levensvreugde aanwezig is, maar men komt moeilijk achter de oorzaak.
Toont zich niet betrokken bij de gang van zaken in het huis.
Zelfs onverschilligheid t.o.v. de personen die ze graag zouden moeten zien, geen zin om te spelen of zich bezig houden, onverschilligheid voor aangename gebeurtenissen.
Het zijn kinderen met veel intuïtie: een ruzie thuis bijvoorbeeld voelen ze zeer goed aan, ze trekken zich terug,ze willen daar niet in betrokken geraken.
Wanneer hen affectie opgedrongen wordt, worden ze aggressief.
Men moet ze gerust laten: wanneer je je teveel bemoeit worden ze kwaad, bij zachte dwang beginnen ze te mokken, en bij troost keren ze zich boos af.
Hebzuchtig en jaloers (een inktvis heeft veel armen).
Ze zijn snel op hun tenen getrapt, ze trekken zich terug in  hun schelp.
Weigerachtig om met andere kinderen te spelen.
Rusteloze kinderen, ze hebben steeds beweging nodig. Ernstig gereserveerd en weinig sociaal.

Lichamelijke symptomen:

Algemeen voorkomen:

Magere, slecht uitziende , bleke of geelachtige baby's
Dikke buik t.g.v. de slappe buikmusculatuur en de constipatie.

Hoofd:

Laattijdig sluiten van de fontanellen.
Transpireren van het hoofd bij het inslapen.
Bruin-grijze melkkorst.

Ogen:

Nieuwsgierige, observerende blik

Neus:

Recidiverende rhinopharyngitis met halsklieren.
Postnasale geel-groene catarre.

Mond:

Dentitie: constipatie

Maag-darm:

Indegestie van melk 
(nausea, braken, diarree of constipatie, kolieken).
Enterocolitis < na melk.
Constipatie zonder aandrang
Hernia

Urinewegen:

Slecht ruikende urine

Ademhaling:

Frequente luchtwegen- en darminfecties
Slepende en recidiverende kinkhoest (Sanguinaria)
De hoest gaat gepaard met heesheid en is erger voor middernacht.
Na elke verkoudheid blijven ze hoesten.

Ledematen:

Musculaire hypotonie (zwakke spiertonus)
Slecht ruikend zweet: eerst de voeten, later de oksels

Slaap:

Tijdens de dag slapen ze goed, 's morgens blijven ze lang slapen en 's avonds vallen ze vroeg in slaap, maar in het midden van de nacht worden ze wakker.
Transpireren in het begin en tijdens de slaap.

Huid:

Veel huidproblemen
Geel-bruine (café au lait) vlekken
Neonatale icterus (geelzucht bij pasgeborene)
Eczema
Psoriasis
Droge jeukende erupties op de neuspunt, rond de mond, in de gewrichtsplooien en t.h.v. de genitaliën, < in de winter
De jeuk verergert in open lucht en betert in een warme kamer

Diversen:

Sepia is niet zo frequent als kinderremedie.

Algemeen:

Kouwelijkheid
Zwakke musculatuur.
Ze zijn graag buiten.
Ze houden niet van warmte: ze zweten dan gemakkelijk over het hele lichaam, soms met uitzondering van het hoofd.
Physiologische icterus

Voeding:

Afkeer voor melk
Houden van zure zaken: fruitsap (ook van citroen of pompelmoes), yoghurt, vinaigrette, augurken

 

2. Repertorium
= inhoudsregister van de Materia Medica en gaat uit van de symptomen van de ziekte (Hahnemann sprak van "symptomen-lexikon") m.a.w. men gaat alle verzamelde info aangaande een bepaalde remedie catalogeren in duidelijk geformuleerde en gemakkelijk opzoekbare rubrieken

Voorbeeld:

Symptomen...............................................
(het gebruikte Repertorium = 
Synthesis, editie 7)

Remedies

1. EYE ECCHYMOSIS RIGHT
(= bloeding in rechter oog p.380) 


CON

2. VERTIGO, TURNING, BED, IN
(= Duizeligheid bij het omdraaien in bed p.245) 


BELL BRY,
CACT, CARB-V, CEAN,  CON, GRAPH, IND, KALM, LAC-D, MANG, MEPH, PHOS, RHUST-T, SUPH, SYPH

3. RECTUM, COLDNESS IN ANUS, FLATUS IN STOOL, DURING
(= koud gevoel t.h.v. aars bij winderigheid en stoelgang p.789)

CON

4. EAR, WAX, RED *
(= roodgekleurd oorsmeer p.466)

CON, MUR-AC, PSOR  

* Roodgekleurd oorsmeer is dus een symptoom dat we  terugvinden in de
  Materia Medica van volgende remedies:CON = CONIUM MACULATUM
                                                           MUR-AC = MURIATICUM ACIDUM
                                                           PSOR = PSORINUM

Dus: Een persoon met deze symptomen krijgt als remedie CONIUM MACULATUM toegediend, gezien deze remedie het sterkst naar voor treedt.

Lachesis
(Bosmeesterslang)

Genezen ] Remedies ] [ Toedienen aan g.p. ] Gelijkenis ] Concrete casus ] Beroemdheden ] Literatuur ] Terugbetaling ]