GRIEP
- belangriijkste middelen: altijd influenzinum, verder: ars, bapt (bij verwikkelingen en zwaarzieke patient die moet gehospitaliseerd worden), bry, eup-p, gels, phos (dorst voor koude dranken, angstig: er moet iemand bij zitten, wil graag massage en vertelt alles), rhus-t (gewrichts- en spierpijnen, beter met de warmte, beter met wat rondlopen, in en uit de zetel, ronddraaien in bed) caust (opstandig, waarom ben ik ziek, wanneer word ik beter, het is niet eerlijk dat ik ziek ben, heeft de dokter mij wel goed onderzocht, kouwlijk, verdraagt geen tocht, spierzwakte alsof wat verlamd, kucht de hele tijd en wat hees) chel (last van lever en galblaas) merc (slechter s'nacht, slecht humeur, zelfs vijandig), nux-v (kouwlijk, wil tot in de puntjes verzorgd worden, alles moet goed gerangschikt liggen op het tafeltje naast het bed, vlug geïrriteerd, wil niet tegengesproken worden, maaglast en braakneigingen)
- heel ziek en bibberen van de koorts, bang, "moet ik niet naar het ziekenhuis?" gels
- met intense kouwlijkheid, ook s'nachts met onrust (wantrouwig), in en uit het bed willen: ars (drinkt kleine slokjes water)
- met pijn in de rug en benen: bry (ligt eerder stil met dorst) eup-p (pijn onverdragelijk)
- met maaglast: ant-c (witte tong), ant-t (reutelende hoest), ars, bry, ip (voelt zich beter na braken, géén beslag op tong) puls (warmelijk, géén dorst, wil gezelschap aan bed, huilerig)
- met enorme vermoeidheid en zwakte als de koorts aan het zakken is: gels, ph-ac