terug

DE MIASMEN

    Hahnemann (H.) vond de eerste klassieke miasmen.
 


    Bovendien vond H. ook de eerste nosoden. Nosoden zijn bereid uit niet-eigen weefsel, dat onder invloed is geweest van een aanvankelijk infectieus agens later als een niet-materieel dynamisch agens werd overgeërfd. (Hahnemann). Deze nosoden vertegenwoordigen de kern van het miasme.
Noot: Jammer dat de nosoden ten onrechte in een slecht daglicht worden gesteld door niet homeopaten, wegens vermeend infectieus gevaar. De productie kan in het gedrang komen en fundamentele remedies kunnen door de overheid aan de patient ontzegd worden. 
    Zo is psorinum (psor) de meest karakteristieke vertegenwoordiger van de psora. Medorrhinum (med) van sycose en Syphilinum (syph) van het Luetisme.

    Later zijn er twee miasmen bij gekomen:
        het tuberculinisme en het cancerinisme, met resp. Tuberculine (tub) en Carcinosinum (carc) als krakteristieke nosoden.
Zowel van tub. als van carc. zijn er varianten

    Sankaran heeft door observaties in eigen praktijk de volgende miasmen tussengeschakeld:

het thyphoid miasme (bry)

het malaria miasme (chin)

het ringworm miasme (calc-s en calc-sil)

het lepreus miasme (sec, hura)


We zien dat er (voorlopig?) géén nosoden zijn, die hier kenmerkend zijn. De vertegenwoordigers resp. bryonia alba, calcarea sulphurica en secale cornutum zijn gekende homeopathische middelen: polycresten (middelen waar veel aangrijpingspunten van gekend zijn)