Over de staatshervorming, BHV en
over politiek stabiele beslissingen in een verdeelde samenleving.
De Paviagroep
stelt voor van een 15-tal parlementsleden te laten verkiezen in een
federale kieskring.
De hoop is dat er aldus opnieuw politici zullen opstaan die zich
nationaal wensen te verantwoorden.
Alleszins een moedig opzet van een aantal academici die vonden dat er
iets moest
gebeuren. Het
volgende voorstel kijkt naar het beslissingssysteem zelf en is derhalve
complementair aan het voorstel van de Paviagroep.
Het meerderheidssysteem in het parlement laat twee mogelijkheden toe :
ja stemmen (voor een voorstel dat weliswaar een aantal amendementen kan
ondergaan hebben) of neen stemmen.
We stellen ons nu de vraag hoe de zaken
zouden kunnen verlopen als er in een parlement zou kunnen gekozen
worden tussen meerdere voorstellen (versta varianten) in plaats van
één. Uiteraard blijft de "neen"-optie of niets
doen
(status quo) ook nog een mogelijke keuze.
Als ons dat zou lukken ,dan sparen we meteen heel wat lange
onderhandelingen uit om tot een compromis te komen of zoals een econoom
zou zeggen : minder transactiekosten.
Zulke beslissingsmethodes zijn goed bestudeerd en goed gekend, de
vakterm is "social choice function" of SCF.
Maar we willen een goed en duurzaam politiek resultaat.
Hier volgt een methode nl. de Maximin-methode die voor het eerst
vermeld werd door Duncan Black.
Hoe kunnen we te werk gaan? Laat ons aannemen (bij voorbeeld) dat er 5
varianten van een wetsvoorstel zijn ingediend.
Elk parlementslid rangschikt deze voorstellen van hoog (zeer goed) naar
laag (slecht) bv. 4,2,1,5,3 en zegt er ook bij welke aanvaardbaar zijn
(hij/zij zou ja stemmen als alleen dat voorstel ter sprake kwam) bv. 4
en 2 zijn aanvaardbaar, de andere niet.
In de volgorde 4,2,1,5,3
zit heel wat informatie. We weten daardoor dat dit parlementslid 4
boven 2 verkiest maar ook bv. 1 boven 3. We kennen haar of zijn
voorkeur tussen om 't even welke twee voorstellen.
We kennen die voorkeuren ook voor alle parlementsleden en we zouden
alle resultaten in een tabel kunnen samenvatten zoals deze :
1
2
3
4
5
1
-
101
113
70
49
2
49
-
85
44
90
3
37
65
-
25
58
4
80
106
125
-
116
5
101
60
92
34
-
We
lezen de tabel als volgt : op rij 1 staat hoeveel keer voorstel 1
verkozen werd boven voorstel 2 (101 keer), boven voorstel 3 (113 keer).
Er waren 150 kiezers, dus als we op rij 1 zien dat 101 keer 1 boven 2
verkozen werd, dan moeten we op rij 2 zien dat voorstel "2" 49 keer
boven voorstel 1
verkozen werd (101+49=150).
Verder weten we ook welke voorstellen de meerderheid haalden (laat ons
aannemen dat we voor een 2/3 meerderheid gaan) bv. :
4
113
1
102
2
91
5
71
3
45
Voorstellen
4 en 1 hebben beide een 2/3 meerderheid (meer dan 100 op 150). Noot
: Men kan ook werken zonder de meerderheidstoets. Het status-quo is dan
een optie zoals de andere. De gekozen optie is dan gewoon de
minimax-oplossing. Voor beide werkwijzen valt iets te zeggen.
We nemen ook aan dat 4 en 1 geslaagd zijn voor andere tests zoals
meerderheid in elke taalgroep.
Welk voorstel kiezen? We zouden simpel kunnen zeggen 4 want 4
heeft
meer stemmen dan 1.
Maar we kunnen ook gaan zien welk van deze de meest stabiele politieke
situatie geeft.
Als we kolom 4 bekijken in de bovenste tabel : dan zien we dat dit
voorstel door geen enkel ander voorstel met een 2/3 meerderheid geklopt
wordt. Het grootste getal in deze kolom is 70. Er zijn 70
parlementsleden die voorstel 1 boven voorstel 4 verkiezen maar er zijn
er nog een 30 extra nodig die van gedacht zouden moeten veranderen en
voorstel 4 in de steek zouden moeten laten ten gunste van voorstel 1 om
een 2/3 meerderheid voor voorstel 1 te bereiken. Vergeleken met de
andere keuzes 2, 3 en 5 komt voorstel 4 er zelfs nog sterker uit.
We zeggen dat voorstel 4 een core point is voor de 2/3 regel tussen
deze alternatieven.
Dat is een begrip uit
de coöperatieve speltheorie waarmee we kunnen weten of
duurzame samenwerking tussen een aantal "spelers" mogelijk is.
Uit dezelfde tabel kunnen we afleiden dat mogelijkheid 1 (alhoewel 2/3
van de parlementsleden mogelijkheid 1 goed vonden en ja stemden)
géén core point is.
Voorstel 1 (kijk in kolom 1) wordt door voorstel 5 (alhoewel
voorlaatste in de rangschikking qua stemmen) 101 keer geklopt. Dat is
een 2/3 meerderheid ten gunste van 5 in de vergelijking tussen 5 en 1.
Als 1 toch zou in voege treden, is er (meer) kans dat er iets blijft
knagen of dat men spoedig het debat terug op gang brengt om het een of
ander te wijzigen.
De vraag is nu hoe vaak gaat zo'n core point voorkomen?
Een stelling van de wiskundige Saari (de juiste voorwaarden bespaar ik
u) zegt dat er altijd een core point zal zijn als je maar genoeg
voorstellen hebt (en dus mensen die daar achter staan). Het minimum
aantal is afhankelijk van de "complexiteit" (het aantal dimensies in
een bepaalde ruimte).
Uit simulaties weten we iets meer concreets. Als de voorstellers
onafhankelijk zijn van elkaar (simpel gezegd er werd aangenomen dat
iedereen zijn eigen voorstel eerst plaatst en de rest van de volgorde
random is) en enkel de voorstellers stemmen, dan valt het aantal
voorstellen dat men nodig heeft best mee. Met 15 zou het al goed gaan
(zuiver toeval dat dit hetzelfde getal is als bij de Pavia-group). Meer
is nog beter natuurlijk. We hebben geen zekerheid maar de kans dat er
een core point voor een 2/3 meerderheid bij zit is zeer groot.
Een core point is eigenlijk een meer algemene visie op stabiele
meerderheden dan de regels van de bijzondere meerderheid en
de alarmbelprocedure in
België. Nu is het zo dat een 3/4 meerderheid binnen
elke taalgroep een voorstel kan blokkeren.
We moeten ons geen illusies maken dat men dit principe zal willen
verlaten maar het is denkbaar dat het samen bestaat met het "core
point" principe.
De alarmbelprocedure is trouwens erg eenzijdig. Ze gaat uit van de idee
dat de tegenstellingen alleen maar tussen Noord en Zuid zijn of kunnen
zijn.
Het "core point" principe is algemener en blijft goed werken ook als
morgen de tegenstellingen b.v. tussen West en Oost zouden blijken te
zijn.
Wie zou er nu die 15 of meer voorstellen kunnen voordragen.
Idealerwijze zoeken we 15 gemandateerden die redelijk onafhankelijk van
mekaar iets kunnen voorstellen.
We zouden natuurlijk kunnen denken aan diverse vormen van rechtstreekse
democratie maar dat is nog te ver gegrepen.
We hebben tegenwoordig heel goede beslissingsmethodes (Quota Borda, de
STV-methode (Single Transferable Vote)) waarmee een parlement 15 of meer
zulke speciale gemandateerden kan aanduiden. Dergelijke methodes zijn bedoeld
om een representatieve vertegenwoordiging te bekomen en worden in
sommige landen al gebruikt. Met deze manier van werken zouden
N-VA, CD&V
en PS en MR wellicht meer dan één vertegenwoordiger hebben die
alle onder de controle
van de partij vallen maar er zullen ook compromiskandidaten bij zijn
die er alleen maar kunnen zijn met de steun van twee of meer partijen.
Niet ideaal maar doenbaar en er valt eigenlijk niets mee te verliezen.
De bijzondere 2/3 meerderheid en de alarmbelprocedure kunnen blijven.
We moeten ons geen illusies maken dat de dingen snel kunnen gaan als ze
al zullen veranderen.
Wat zou kunnen, is dat men de Maximin-methode toevoegt bij de
procedure voor de bijzondere
meerderheid en ook wanneer de alarmbelprocedure dreigt opgestart te
worden.
In deze gevallen kunnen 15 of meer variante voorstellen
ingediend
worden. De bestaande werkwijze blijft behouden : men
stemt op
de klassieke manier stemt ( voor de bijzondere meerderheid dus 2/3
meerderheid ,
meerderheid in elke taalgroep, enz ...) en als er meerdere voorstellen
de meerderheid zouden halen, men dan dat voorstel
kiest dat
ofwel
a) een core point oplevert voor een 2/3 meerderheid (en indien
meerdere, het beste core point)
b) daar het dichtste bij komt.
Dat komt
er op neer dat men in een tabel zoals hierboven (maar dan met 15 of
meer rijen en kolommen) in elke kolom het grootste getal zoekt en
vervolgens uit die "grootste" getallen het kleinste zoekt. Van daar ook
de naam "maximin methode". Het voorstel dat overeenkomt met het
gevonden getal is ofwel een core point ofwel het best mogelijke dat een
core point benadert.
Voorbeeld : In bovenstaande tabel zijn de grootste
getallen per
kolom : 101, 106, 125, 70 en 116. Daarvan is 70 het kleinste en dit
komt overeen met voorstel 4. Het is tevens een core point voor een 2/3
meerderheid want kleiner dan 2/3 van 150.
Deze auteur stelt voor de minst beperkende optie b) te kiezen. Bij
optie a) is het moeilijk te zeggen of het hoger aantal
varianten
(15 of meer) genoeg compensatie biedt voor het feit dat men soms geen
core point zou vinden
Deze procedure
kan evengoed op geen beslissing uitdraaien maar het resultaat (de
tabel) bevat veel informatie zowel voor politici als voor het publiek.
Een tweede verbetering is van een tweede stemronde te organiseren als
de eerste poging geen succes oplevert.
Daar zijn argumenten voor te geven. Wanneer men niet vertrouwd is met
deze procedure (b.v. gewoon is aan het klassieke meerderheidsstemmen)
bestaat de neiging van alleen het eigen voorstel goed te keuren.
Bij het zien van de resultaten van de eerste ronde realiseert men zich
(nog) beter dat men eventueel compromissen moet aanvaarden (gesteld dat
men een oplossing wenst).
De tweede ronde kan los van de eerste georganiseerd worden (iets wat
altijd denkbaar is) ofwel m.i. beter kunnen de
resultaten
van de eerste ronde daarbij geïncorporeerd worden (15 nieuwe
voorstellen gerangschikt en door iedereen tussen de 15 van zijn oude
volgorde tussengeplaatst; dat zou tot een tabel met 30 of meer rijen
leiden, doenbaar, ietwat bewerkelijk maar met sterk verhoogde kans op
succes). In
een andere tekst (pdf bestand op deze zelfde website) wordt hier verder
op ingegaan. Meerdere stemrondes (5, 6 maximum b.v.) waarbij op
voorhand niet geweten is of er nog een volgende ronde komt. De kans op
een volgende ronde neemt af na elke ronde (men stemt telkens bv. met
een 20%, 40%, 60% ... meerderheid of men nog verder wil zoeken).
Daartoe zijn de deelnemers aan de procedure verplicht om met
aanvaardbare compromissen naar voren te komen. Doen ze dat niet dan
lopen ze het risico dat een ander voorstel aanvaard wordt dat misschien
minder in hun voordeel is. Op deze manier bereikt men een politiek
marktmechanisme waarbij naar de juiste politieke prijs gestreefd wordt.
Deze procedure, laat ons ze "multiple choice" procedure noemen, heeft
samengevat deze voordelen : ze maakt het wetgevend werk kansrijker, er
is minder kans op "patstellingen", er is meer kans op stabiele
oplossingen die geruime tijd meegaan (core point) , er
is verhoogde transparantie naar het publiek toe (wie
staat
voor wat) en een goed geïnformeerd publiek kan weten wat de
werkelijke (politieke) mogelijkheden en beperkingen zijn met als
resultaat minder kans op polarisatie of demagogie.
Het soort spel dat gespeeld wordt bepaalt het gedrag van mensen en de
emoties die er mee gepaard gaan.
Het simpele meerderheidsprincipe creëert winnaars en
verliezers.
Als men meerdere positieve keuzes toelaat, zijn de
tegenstellingen, zeg maar is de polarisatie er niet meer of is ze niet
zo
uitgesproken.
Net zo als bij het voorstel van de Pavia-groep zal het jaren duren
alvorens het effect daarvan zichtbaar wordt.
En dan veronderstel ik dat deze methode niet alleen gebruikt wordt bij
bijzondere meerderheden maar dat ze voor alle
beslissingen gebruikt wordt (dat vraagt wel enige reorganisatie in de
manier van werken van het parlement en zijn secretariaat maar dat is
denkbaar en doenbaar).
Men zal dan ook vanzelf ontdekken dat men het beter en sneller doet met
vele
kleine partijen (het is het klassieke meerderheidssysteem dat aanspoort
tot vorming van grote(re) partijen om de macht te verwerven, omdat het
dan alleen maar om winst of verlies gaat).
We zouden kunnen zeggen dat de simpele meerderheidssystemen de
democratie van de eerste generatie vormden (overigens al 200
jaar oud) en dat we met de kennis van vandaag gemakkelijk een tandje
kunnen bijsteken en overschakelen naar democratie van de tweede
generatie.
De wereld kan het goed gebruiken.
De simpele meerderheidssystemen zijn m.i. trouwens helemaal niet zo
stabiel
gebleken.
Als er veel partijen zijn (wat een goede zaak is en gewenst is als men
core points zoekt) is het onmogelijk of duurt het lang totdat een
akkoord bereikt wordt.
Als het gehakketak lang duurt en de zaak onstabiel wordt, dan ontstaat
de roep voor een sterke leider.
Niet vergeten dat in de jaren dertig Hitler en zijn partij een 2/3
meerderheid verkregen langs volkomen democratische weg weliswaar in de
(achteraf gebleken naieve) hoop dat
zo de stabiliteit zou weerkeren. In
1958 kende Frankrijk meerdere onstabiele regeringen. Na een quasi
machtsgreep (De Gaulle) later gelegitimeerd door een referendum kwam
men tot een systeem met een "sterke" president (die in principe wel
alleen kan beslissen over het gebruik van atoomwapens). op zijn minst
een merkwaardige politieke oplossing als men langs de ene kant een
parlement heeft met 500 leden en langs de andere kant één persoon (de
president) die na eigen inzicht regeringen kan vormen en ministers
ontslaan.
Recent in Iran zien we hoe de oude meerderheid tijdens de regeerperiode
zijn mannetjes in het regeringsapparaat plaatst waarna de verkiezing
(bijna zeker) gemanipuleerd werd.
Als er maar twee partijen zijn, is er misschien duidelijkheid maar de
kans op een machtsgreep is nog groter en wellicht is de
politieke pendelbeweging tussen verschillende regeerperiodes ook groter.
Niet zo met een "multiple choice" core point procedure : alles gaat
sneller (geen compromissen te maken, iedereen moet gewoon keuzes
rangschikken), de keuzes liggen dichter bij wat de bevolking wil en als
er een bocht moet genomen worden zal die ook sneller genomen worden.
Er zijn nog veel meer voordelen.
Twee landen die volgens hetzelfde multiple choice "core point" principe
werken kunnen gemakkelijker gemeenschappelijke oplossingen vinden.
En om op de titel terug te komen : er is helemaal geen ervaren gids
nodig. Een "multiple choice" democratie zoals hierboven beschreven
werkt zoals een netwerk, vergelijk het ruwweg met het internet :
verbonden en haast niet kapot te krijgen. Om
te besluiten : dit is maar een ruwe schets van wat (met de huidige
stand van kennis) nu mogelijk is. Deze tekst heeft niet de bedoeling
van een definitieve oplossing voor te schotelen. Wel is het belangrijk
om te beseffen dat politieke moeilijkheden bijna altijd te maken hebben
met defecte beslissingsmethodes. De vakgebieden "Positive Political theory" / "Social Choice theory" zijn nu genoeg ontwikkeld om afdoende antwoorden te bieden.
Hugo Harth
eerste versie : 2 augustus 2009
aangepast : 23 september 2011