De kosten swingen de pan uit !
Deze pagina draag ik speciaal op aan al wie :
Een portefeuille beheren brengt altijd kosten met zich mee en dat heeft invloed op de totale return van uw beleggingen. In een aantal gevallen kan men via eenvoudige ingrepen of gewoon door te kijken en te vergelijken heel wat besparen. U zult ook merken dat er soms verdoken kosten aan het werk zijn. Laat ons eerst eens kijken wanneer kosten opduiken. Dat is bij de aankoop, tijdens het bezit van de belegging en bij de verkoop.
Op de Brusselse Beurs zijn de kosten bij een aan- of verkoop van aandelen meestal iets meer dan 1 % afhankelijk van het totale bedrag en wellicht ook van de makelaar. Voor buitenlandse aandelen is dit hoger en kunnen de verschillen zelfs vrij groot zijn, het kan dus interessant uit te kijken naar discountbrokers en daarbij zelfs over de grenzen te gaan kijken.
Laten we het even houden bij 1.5 %. Een belegger die een pakketje aandelen koopt en dit 2 maal per jaar vervangt door een ander aandeel betaalt dus ongeveer 6 % (kopen, verkopen, nieuwe kopen en verkopen of 4 x 1.5 %) kosten per jaar. Als hij die strategie meerdere jaren volhoudt zodat hij zowel een aantal goede als slechte jaren meemaakt op de beurs, hoeveel verdient hij dan netto per jaar gemiddeld?
Om dit te kunnen beantwoorden, moeten we dus de gemiddelde return van aandelen kennen.
De Amerikanen Ibbotson en Sinquefield maakten een studie van de returns van obligaties en aandelen alsook van het inflatieritme tussen 1926 en 1980 (1). De return per jaar was gemiddeld 9.4 % (als men alle dividenden zou herbelegd hebben) maar gecorrigeerd voor inflatie was dit nog 6.4 %. Een soortgelijk cijfer voor Belgische aandelen is te vinden in het Beleggingszakboekje van Kluwer : van 1952 tot 1988 was dit 9.6 % resp. 5.2 %.
Met andere woorden zou iemand die even goed doet als het beursgemiddelde en die 2 maal per jaar zijn aandelen "ververst" per saldo geen kapitaalsgroei genieten. Dit berekeningetje hoeft natuurlijk niet geldig te zijn voor iemand die beter dan het gemiddelde belegt, die voorbeelden zijn er in het verleden : Peter Lynch bv. en wellicht ook de vele onbekende insiders. Om beter dan het gemiddelde te beleggen moet u wel iemand vinden die "bereid" is het minder goed te doen.
Soms kan de kost per transactie wel 20 % bedragen. Hoe zo ?
Het antwoord is ja, dit kan het geval zijn bij opties en daar moet ik onmiddellijk aan toevoegen dat spijtig genoeg heel wat beleggers dit niet beseffen want het gaat om "onzichtbare kosten" !
Om dit te begrijpen moet u weten dat optiebeurzen continue markten zijn waar voor dezelfde optie op elk ogenblik twee prijzen bestaan nl. een lage prijs waaraan u de optie kunt verkopen en een hogere prijs waaraan u kunt kopen. De situatie is te vergelijken met een wisselkantoor waar de wisselkoersen voor een koper en een verkoper van dollars en andere munten op een bord staan. U zult natuurlijk opwerpen dat u niet onmiddellijk moet kopen of verkopen en best eventjes kunt wachten. Het is best mogelijk dat er even later aan de andere zijde een belegger opduikt die met uw prijs genoegen neemt. Dit is nochtans meestal niet zo. Stel de koop- en verkoopprijs waren resp. 12 en 13 (gulden, mark, ... of een andere munt) (men noemt dit de ask-bid spread) en u bent bereid te kopen aan 12.50 en geeft dit order zo door aan uw makelaar. Op de beeldschermen wijzigt de beste koperprijs in 12.50 en dat is het. De reden is dat dit prijzen zijn van professionelen op de optiemarkt die de markt onderhouden (vandaar de naam marketmakers) en die deze dienst slechts leveren als er daar een betaling aan verbonden is. Wordt uw order toch uitgevoerd aan 12.50 dan is dat wellicht het gevolg van een daling van het aandeel, de marketmaker(s) hebben hun prijsvork gewijzigd in 11.50 en 12.50 maar ten opzichte van de theoretische of werkelijke prijs heeft u toch duurder gekocht dan u dacht !
Wanneer men de verschillende optiebeurzen in de wereld nader bekijkt komt hetzelfde patroon steeds naar voren. Voor hetzelfde aandeel zijn er een groot aantal verschillende opties, soms bijna 100, ten eerste zijn er natuurlijk de calls en de puts, vervolgens zijn er verschillende einddata en dan nog eens verschillende uitoefenprijzen boven en onder de huidige aandelenkoers. Verder valt op dat per dag in zowat de helft van de opties per dag geen transactie is gebeurd. Bovendien zijn dit in tegenstelling tot de oude kontantmarkt bv. waar alle orders van die dag samengebracht werden en dan een marktprijs bepaald werd, continue markten waar een inkomend order om 11:35 uur dus minder kans heeft een tegengesteld order te vinden.
De situatie is dus dikwijls het totaal omgekeerde van een markt met veel kopers en verkopers. Aangenomen dat de oprichters van optiebeurzen weten wat ze doen, moet hier een reden voor zijn. Een optie met uitoefenprijs 140 of 150 heeft vrijwel hetzelfde hefboomeffekt (tenminste toch bij voldoende lange looptijd), dat vormt m.i. geen verklaring. Een mogelijke verklaring is dat de beurs er niet voor u is (dat is een van de geliefde uitspraken van Prof. Van der Elst).
De optiebeurzen hebben wel een aantal regels m.b.t. de ask-bid spread (onder meer een maximumgrens) en zijn doorgaans bereid deze op te sturen. Statistieken over de werkelijke gemiddelde spread zijn moeilijker vast te krijgen, maar wanneer men met een gespecialiseerd beursvennootschap handelt kan men deze wel te weten komen. Als u ze noteert krijgt u op de duur wel een idee van de werkelijke ask-bid spread. In de praktijk komt het hier op neer dat de spread op kleine optiepremies hoog is (bv. 20 % of meer) en afneemt met de grootte van de premie, verder is de spread hoger bij opties waarvan uitoefenprijs en de koers van het aandeel verder uit mekaar liggen, soms mag de maximum ask-bid voor langlopende opties volgens de interne regulering iets hoger zijn. Hoge relatieve relatieve kosten kunnen eventueel verantwoord zijn als daar een groot hefboomeffekt tegenover staat (bv. 1% stijging aandeel geeft 10% stijging in de call optie), maar het blijft opletten ook al omdat dit type van opties (out-the-money calls) meestal waardeloos eindigt of na verloop van tijd aan geen redelijke prijs kan verkocht worden. Het grote gevaar bij opties en waarschijnlijk de voornaamste reden dat de (meeste ?) beleggers er geld met verliezen is de combinatie van de hoge kosten en de frekwentie (het aantal keer per jaar) dat men deze kosten moet maken (de meeste opties hebben slechts een levensduur van enkele maanden, waarschijnlijk ook weer niet toevallig ...). Ter vergelijking : de kosten bij de aankoop van een woning kunnen ook 20% bedragen (fiscus, notaris, makelaar, ...) en weinig mensen zijn zo gek elk jaar hun huis te verkopen en een nieuw te kopen (toegegeven dat de verwachte return van een huis lager kan zijn dan van een optie, maar toch ...). Samengevat moet men rekening houden met de verwachte return, de kosten en de frekwentie van de kosten of anders gezegd de levensduur van de belegging en tussen deze variabelen moet een gezond evenwicht bestaan !
Het is ook goed om te weten dat als men twee aandelen ongeveer als gelijkwaardig ziet, men beter een optie op het zwaardere aandeel koopt omdat dan de optiepremie in verhouding ook hoger zal zijn maar de ask-bid kosten doorgaans lager in %.
Ook goed om weten is dat ook de gefaktureerde kosten voor opties tussen de duurste en de goedkoopste tussenpersoon het dubbel kunnen zijn. Het is best te werken met gespecialiseerde beursvennootschappen of brokers waarvan men weet dat ze hun eigen mensen op de optiebeursvloer hebben en die u telefonisch de koers van de laatste minuut kunnen geven. Wanneer u een optieprijs wil weten , vraag dan steeds naar de twee prijzen : deze van de beste koper en deze van de beste verkoper.
In dit verband kan ik ook verwijzen naar het uitstekende boek van N. Faes (2) : "Winnen met Warrants" (of eventueel met opties) waar meer nadruk wordt gelegd op een lange termijn visie nl. beleg een deel van uw geld in langlopende warrants of opties (bv. 15% over 3 jaar) en de rest in obligaties (met bv. 5% rente per jaar). De obligaties brengen in dit voorbeeld zo ongeveer 15% op na drie jaar zodat u in het slechtste geval (de warrants eindigen waardeloos) toch nog uw oorspronkelijk bedrag terugkrijgt (minus de inflatie natuurlijk, overigens is dit maar een voorbeeld, geen echte cijfers die de huidige situatie weerspiegelen). Een beleggingstechniek met veel kopen en verkopen is bijna altijd falicant voor de kleine belegger omdat zijn transactiekosten te groot zijn.
Tot nu toe hadden we het over de kosten bij aan- en verkoop, maar er zijn ook kosten tijdens de rit ...
Beleggingsfondsen bv. rekenen jaarlijkse beheerskosten aan. Voorzover ze niet spontaan medegedeeld worden kan men ze achterhalen via het jaarverslag. Omdat fondsen in tegenstelling met bedrijven doorgaans geen schulden hebben is het totaal van de activa (en de passiva) ook het eigen vermogen dat aan de aandeelhouders toekomt. De kosten per jaar vindt men in de winst- en verliesrekening. De verhouding van deze twee getallen is dan het kostenpercentage per jaar. De gemiddelde BEVEK en SICAV situeert zich tussen 0.5 en 1 % per jaar. Zeer grote fondsen zoals Robeco en Rorento doen het goedkoper met ongeveer 0.25 %. Gespecialiseerde fondsen zijn gewoonlijk duurder, soms 2% of meer per jaar.
Daarmee is niet gezegd dat deze kosten te hoog zouden zijn maar tussen twee gelijkwaardige fondsen het fonds met de laagste kosten kiezen is natuurlijk meegenomen. Wel moet men ook kijken naar de verwachte groei, het risico en de bijdrage aan diversifiëring in de portefeuille.
In een beperkt aantal gevallen is een fonds opgebouwd uit een verzameling andere fondsen (geheel of gedeeltelijk), in dat geval moet men rekening houden met de kosten op de twee niveaus.
Bewaarkosten door een financiële instelling komen meestal op ca. 0.2 % per jaar, sommige tussenpersonen rekenen echter geen kosten hiervoor.
Kosten voor informatie bv. abonnement op beleggersblad, krant komen gewoonlijk in de buurt van 7000 BEF per jaar. Binnen een club kan men natuurlijk afspraken maken om de kosten te delen.
Inflatie tenslotte hebben we ingecalculeerd toen we voor aandelen rekenden met ongeveer 6% per jaar i.p.v. ca. 9.5 %. Het is iets waaraan men ook moet denken als men bv. een hoogrenderende obligatie koopt en eigenlijk moet men dan denken aan de toekomstige inflatie (die hoger of lager kan zijn).
(1) Ibbotson en Sinquefield : een Amerikaanse publicatie, de reeks wordt echter ook vermeld in : "Inzicht in beleggen" door Bart Sturtewagen, Uitg. Lannoo
Een gelijkaardige reeks voor Belgie staat in het Beleggingszakboekje UItg. Kluwer-Swingtrend.
(2) N. Faes, Winnen met Warrants, Uitgeverij MIM, Deurne, onder meer verdeeld door de Financieel Economische Tijd. Is het boek niet meer te verkrijgen, dan is "The Investor's Guide to Warrants" van Andrew McHattie, Uitgegeven bij de Financial Times / Pitman Publishing ook een goede keuze.
Typ
hugo_harth gevolgd door @ en gevolgd door hotmail.com (truukje
tegen automatische spam)
Ecrivez hugo_harth suivi de @ et suivi de hotmail.com (petit
artifice contre les messages spam automatiques)
Address is hugo_harth followed by @ and followed by hotmail.com (little
trick against spam)