De beurs en de rente
Een gulden vuistregel ( en statistisch bewezen ) die aangeeft hoe aandelen en de beurs reageren op de rente is de volgende : een wijziging van de langetermijn-rente heeft een omgekeerd evenredige wijziging van de koers of de beursindex tot gevolg. Een min of meer theoretische verklaring is de volgende : de prijs van een eeuwigdurende obligatie (die bestaan ! ze worden soms consols genoemd in de UK) variëert omgekeerd evenredig met de rente. Welnu, een aandeel kan men ook bekijken als een stuk waardepapier dat over een onbegrensde tijd dividenden uitkeert !
In België hebben we de BAS, de Brussels All Shares Returnindex, die op 1 januari 1980 gestart is bij 1000 punten. Dit is een returnindex of kapitalisatieindex, d.w.z. de dividenden worden meegerekend alsof ze telkens gereïnvesteerd werden. Op die datum was de langetermijn rente 11.13 % terwijl ze op 1 januari 1998 5.46 % was. De index zelf was einde 1997 14329, zonder de rentedaling zou hij lager moeten zijn, namelijk 14329 x 5.46 / 11.13 = 7029. Per jaar is de groei van de index dan 11.4 % in plaats van 15.9 %. 11.4 % per jaar is een goed cijfer, iets beter dan historische gemiddelden maar wellicht wel normaal als men weet dat omstreeks 1980 de economie allesbehalve goed draaide.
Het omgekeerde gebeurde van het einde der zestiger jaren toen de rente omhoog begon te kruipen van een niveau tussen 5 en 6% tot pieken van meer dan 14% in 1981 en 1982. Tijdens de 14 jarige periode van januari 1968 tot januari 1982 was de return van aandelen (dividenden steeds herbelegd) 5.5% maar de gemiddelde inflatie was zelfs hoger nl. 6.8%.
Cijfermateriaal mbt de USA toont aan dat over de periode 1920-1996 de rente voor iets meer dan de helft van deze jaren minder dan 5% noteerde. Dit suggereert dat de inflatie van de zeventiger-jaren met de bekende olieschok en een beursdaling van 40% in de periode 1973-1974 misschien eerder uitzonderingen zijn.