Werkloosheid

Deze bladzijde geeft enkele verklaringen en oplossingen voor de werkloosheid.

Horst Siebert, Direkteur van het Instituut voor Wereldeconomie, Kiel, Duitsland

Europa, Amerika en Japan hebben verschillende ervaringen gehad met werkloosheid. Terwijl ze in Japan sinds de jaren zeventig de drie procent niet overschreed en in de VS de laatste vijfentwintig jaar op nagenoeg hetzelfde niveau bleef, liep ze in West-Europa op van drie procent in het begin van de jaren zeventig tot meer dan tien procent nu. Bovendien groeide de werkgelegenheid veel sneller in Noord-Amerika dan in Europa, waar ze in de jaren tachtig bijna stagneerde.

Wanneer men het probleem van de werkloosheid op een foute manier probeert op te lossen, verergert men ze alleen maar. Zo kan men loonstijgingen niet als tovermiddel gebruiken om de koopkracht van een land te vergroten en de vraag te stimuleren. Protectionisme leidt niet tot hoge arbeidsproductiviteit en lonen, maar op lange termijn slechts tot een algemene verarming. Loonsubsidies zijn evenmin een oplossing. De beschikbare jobs herverdelen onder een groter aantal arbeiders is een naïeve gedachte die er geen rekening mee houdt dat de vraag naar arbeid in een economie varieert. Een algemene werktijdvermindering zal bedrijven niet kompetiever maken, maar de vraag naar arbeid veeleer afzwakken.

Wat zijn dan de juiste manieren ?

  1. Vertrouw niet op economische groei.
  2. Een hogere groei en het dynamischer investeringsklimaat dat die groei voortbrengt, zouden een positieve invloed hebben op de werkgelegenheid, maar het zou fout zijn aan te nemen dat groei de werkloosheid kan verhelpen. Berekeningen voor Duitsland tonen aan dat zich in de tewerkstelling geen wijziging voordoet wanneer de reele groei 1,7 % bedraagt. Wanneer men dit cijfer overschrijdt met een procentpunt worden er ongeveer 115.000 jobs gecreeerd, veel te weinig om het probleem van vijf miljoen werklozen op te lossen.
  3. Een goed werkende produktmarkt is slechts een noodzakelijke voorwaarde.
  4. Aangezien de vraag naar arbeid een afgeleide vraag is van de vraag naar goederen en diensten, zijn gunstige voorwaarden op de productmarkt altijd welkom. Weliswaar brengt een verbeterde internationale concurrentiekracht een hogere arbeidsproductiviteit voort en kan deregulering van de goederenmarkt de vraag naar arbeid versterken. Maar uiteindelijk blijft de arbeidsmarkt de beslissende faktor. Verbetering van de konkurrentiekracht van ondernemingen op de produktmarkt garandeert op zich geen sterkere vraag naar arbeid : ondernemingen kunnen ook competitief worden door hun kapitaalintensiteit te vergroten en door arbeidsarme technische processen te gebruiken.
  5. Het inkomensaspekt mag de tewerkstellingsdoelstelling niet domineren.
  6. De Europese aanpak van het tewerkstellingsprobleem koncentreet zich op het inkomensaspect van de lonen, op het verbruikersloon. Het loon is in Europa een instrument van inkomensverdeling. Die aanpak negeert echter het feit dat het loon een prijs is die bepaald wordt door vraag en aanbod; het is een producentenprijs.
  7. Loonstijgingen mogen de produktiviteitsgroei niet voorbijsteken.
  8. Een loonpolitiek die de tewerkstelling wil vergroten, zou de loonstijgingen met de productiviteitsgroei moeten laten overeenkomen. Als referentiepunt moet hier de tewerkstellingsneutrale productiviteitsgroei genomen worden : een toenemende arbeidsproductiviteit als gevolg van ontslagen mag geen maatstaf zijn voor het bepalen van loonstijgingen.
  9. Om de werkloosheid te verminderen moeten de loonstijgingen onder de productiviteitsgroei blijven.
  10. Door de loonstijgingen te laten overeenkomen met de productiviteitsgroei wordt de tewerkstelling alleen gestabiliseerd. Er worden geen nieuwe jobs gecreeerd. Om het grote aantal werklozen in de arbeidsmarkt te integreren moet de produktiviteit dus sterker toenemen dan de lonen.

    Europa zal een manier moeten zoeken om de lonen beter te differentiëren, anders zal de werkloosheid niet verdwijnen.

  11. In Europa is een grotere loondifferentiatie een noodzaak.
  12. De arbeidsproductiviteit is niet gelijk voor de verschillende ondernemingen en werknemers in een economie. Elk land heeft een productiviteitsladder met hogere, gemiddelde en lagere productiviteitsniveaus. Dat vergt een loondifferentiatie volgens jobkwalificatie, sector, regio en onderneming. Terwijl de VS en Japan grote loonverschillen kennen, is Europa niet bereid zo'n differentiatie te aanvaarden. Het meer dan evenredig optrekken van de laagste lonen wordt er als een maatschappelijke prioriteit beschouwd. Dat heeft een negatieve invloed op de vraag naar arbeid.

    Het minimumloon is geleidelijk verhoogd, waardoor de vraag naar arbeid van de lagere niveaus van de productiviteitsladder afnam. Europa zal dus een manier moeten zoeken om de lonen beter te differentiëren, anders zal de werkloosheid niet verdwijnen.

  13. De regels van de arbeidsmarkt moeten gewijzigd worden in het voordeel van de werklozen.
  14. De arbeidsmarkt is vergelijkbaar met een ecologisch systeem. Ingrijpen op een plaats heeft uiteindelijk ook elders invloed. De weerslag van een maatregel die vandaag wordt genomen, wordt pas volkomen duidelijk na verscheidene jaren, soms maar na twintig jaar.

    In Europa komt de wetgeving over de arbeidsmarkt ten goede aan hen die al een job hebben. De werklozen worden over het hoofd gezien. De "insiders" worden beschermd, terwijl de "outsiders" de markt niet vrij kunnen betreden. Loonovereenkomsten zouden het voor die buitenstaanders mogelijk moeten maken om de arbeidsmarkt te betreden tegen een beginnersloon. Een nog betere afspraak zou zijn : iedereen het recht geven toe te treden tegen een loon naar eigen keuze.

    Lonen, overeengekomen bij loononderhandelingen, mogen door de overheid niet algemeen worden opgelegd. Lonen zouden daarentegen flexibel moeten zijn wanneer een onderneming tijdelijk economische problemen kent, zodat zij het hoofd boven water kan houden en de tewerkstelling kan stabilizeren.

  15. Werktijden moeten op een flexibelere manier georganizeerd worden.
  16. In vele Europese landen is de werktijd te streng geregeld. Dat laat de ondernemingen geen kans een potentiele productiviteitsgroei uit te buiten. De werktijd zou flexibel moeten zijn gedurende het jaar, zodat een onderneming rekening kan houden met seizoengebonden wijzigingen in de vraag. Ook moet de werktijd kunnen varieren volgens de ups and downs in de vraag naar de producten van de onderneming en volgens de conjunktuurcyclus waarin zij zich bevindt. Die flexibiliteit moet bereikt worden door een bredere marge te creeren tussen de minimale en maximale werktijd per dag, per week en per maand; door de individuele werktijd te scheiden van de machinetijd en door vernieuwende methoden van halftijdswerk te introduceren.
  17. Verminder de belasting op arbeid.
  18. In Europa worden de sociale zekerheidssystemen gefinancierd door belasting op arbeid. Dat drijft een wig tussen het nettoloon, dat de werknemer ontvangt, en het brutoloon, dat de onderneming betaalt, met als gevolg een daling van de vraag naar arbeid. Een hoge inkomensbelasting verergert het probleem omdat het nettoloon van de arbeiders vermindert. Die belasting maakt dat vakbonden loonmatiging niet zien zitten en is tevens een aansporing voor arbeiders om zwart te gaan werken.
  19. De overheid kan de benodigde jobs niet creeren.
  • Ze kan de problemen van de arbeidsmarkt niet oplossen met een aktieve tewerkstellingspolitiek. Slechts een klein aantal werklozen wordt door zo'n politiek bereikt. Loonsubsidies geven de verkeerde stimulansen en trekken het onderhandelingsproces tussen vakbonden en werkgevers scheef. Betere opleiding en een gunstig klimaat voor economische aktiviteit zouden de centrale doelstellingen van de overheid moeten zijn.
  • Naar een artikel in De Standaard.
  • Gary Becker in Business Week 7 juli 1997

  • Don't blame High Tech for Europe's Job Woes.

    ... The great concern about unemployment helps explain the astounding victory of the Socialists in the recent French national elections over Jacques Chirac's do-nothing government of the right. They promised to create jobs by slowing down privatization and by legislating reduction of the workweek to 35 hours or less to encourage job sharing. But such make-work programs have always failed to stimulate private employment since they raise the cost of labor. This has recently been shown in a study of the German experience during the past decade by economist Jennifer Hunt of Yale University. She finds that government and union pressure there to reduce the standard workweek may actualy have reduced overall employment.

    Many European politicians and some intelllectuals are suggesting work-sharing because they have been convinced by recent claims that the number of possible jobs in a market economy is shrinking because of computers and other technological advances that reduce the need for workers. Just recall the Luddites' attempt to protect their jobs by destroying new textile manufacturing machinery in the 19th century. However, in the past, many workers found employment in industries created by new technologies, such as textile manufacturing, automobile production, airline travel, and steel production. As a result, overall unemployment rates in Europe and the US did not grow during the past 150 years. Similarly, computers and other products have stimulated robust demand for workers in many newly created sectors, including chipmaking, telecommunications, software programming, biotechnical products, and other advanced businesses. Despite the fear-mongers' warnings, there is no evidence that recent technological advances have much to do with the high unemployment rates found throughout Europe. Indeed, there is no evidence that recent advances have been faster than those in the past.

    No, the employment problems of France, Germany, Italy, Spain and elsewhere in Europe are due more to conventional interventions in labor markets that discourage companies from hiring workers. These include very high social security and other taxes on labor, generous subsidies to persons without jobs that discourage them from looking for work, and onerous regulations that raise the difficulty and cost of hiring and firing workers.

    ... Labor-market reforms in Britain are a good example of how to reduce Europe's unemployment. Britain lowered labor taxes and regulations and greatly weakened the economic and political power of large national unions. The effect was a rapid expansion in private employment and a reduction over time of unemployment to under 6%.

    ... Western European companies now need lower labor taxes and greater employment flexibility if they are to hire additional workers in Europe rather than setting up plants abroad. To effectively deal with the continent's sluggish job creation, European governments must take action by cutting taxes, subsidies, regulations, and controls over employment, wages, and new businesses. That would provide new jobs and raise output. And jobs help the unemployed boost their self-respect by allowing them to help create national wealth instead of depending on government handouts.

  • Gary Becker in Business Week 17 maart 1997

  • Job Markets : Europe doesn't have anything to boast about.

    Europeans have defended their highly regulated and overtaxed labor markets by claiming that they produce less inequality in wages than the more free-market practices in the U.S. and Britain. They emphasize that since the late 1970s, salary rates in America and Britain for the better-educated and more skilled have climbed sharply relative to those of other workers. By contrast, the skilled-unskilled wage disparity only increased modestly in Germany, France, and most other European countries. But many European nations experienced a distressing change during the late 1980s and the 1990s on the employment front : The number of persons without jobs expanded greatly. In effect, European labor markets divide workers into "insiders" and "outsiders". The insiders have jobs and are typically members of powerful trade unions. Their employment is protected by seniority, union rules, and by government regulations that limit layoffs. Because they face little competition from new entrants into the labor force or from others looking for work, wages of both skilled and unskilled insiders have risen over time at a good pace.

    Outsiders , on the other hand, cannot easily get good jobs, so their incomes come mainly from Social Security and other welfare programs that are increasingly in financial trouble. Outsiders include the unemployed and persons who exit from the labor force either because they despair of finding work or are induced to leave by enticements such as generous retirement and disability benefits. ...

    ... The European unemployment burden is not distributed evenly among economic and demographic groups. It bears down most heavily on the backs of the young, the less educated, and women. Hardest hit are Muslim and Catholic minorities from North Africa, Turkey, and Eastern Europe. Nor is the burden short-lived / More than 30% of the unemployed have been without jobs over a year.

    ... Even the rather meager rise in European employment during the past 20 years has been artificial because the number of jobs in the private sector has hardly increased. Employment has been added mainly in government-owned industries and other state sectors that are notoriously overmanned.

    ... In light of these trends that differentiate the relatively good fortunes of insiders from the dismal prospects of growing numbers of outsiders, it is inappropriate to call European labor markets more fair than U.S. and British markets.

  • Noot : Negatieve inkomstenbelasting gekoppeld aan een afschaffing van een minimumloongrens zou al heel wat kunnen verbeteren. Hoe werkt de negatieve inkomstenbelasting ? Stel dat ik 2.000 EURO bruto per maand verdien, dan betaal ik belasting. Heb ik bv. slechts 500 Euro per maand, dan krijg ik geld terug van de belastingen. Een onderneming moet niet een verplicht minimumloon betalen, wat maakt dat zij gemakkelijker laag geschoolden ( een groot aantal werklozen valt onder deze categorie) zal aanwerven. Ben ik werkloos, dan ontvang ik een steun, maar met de negatieve inkomstenbelasting (de naam is wel ongelukkig gekozen, wellicht is loonondersteuning of zo beter) blijft het voor mij als werkloze ook aantrekkelijk van een baantje te aanvaarden dat minder opbrengt dan mijn steun, de staat past het verschil bij en nog iets meer daarbij. In het laatste geval daalt het bedrag dat de gemeenschap aan sociale zekerheid moet spenderen en heeft de werkloze zijn werk terug.

    De sociale zekerheidsbijdragen variabel maken is een andere mogelijkheid. Deze bedragen ongeveer 40% van het brutoloon nu. Men zou kunnen denken aan een progressieve vermindering of vermeerdering naargelang bv. het aantal dagen dat men aan het werk is geweest de laatste 2 jaren of bv. ook variabel volgens de leeftijd van de werknemer.

    Naar algemene homepage

    Deze bladzijde wordt niet meer bijgewerkt. Over dit onderwerp kan ik helaas ook geen verdere ondersteuning geven i.v.m. schooltaken e.d.