Wat zijn fossiele schelpen?
Het woord fossiel komt van het Latijnse ' fossilis ' wat '(op)gegraven' betekent. Fossiele schelpen zijn dus schelpen die al heel oud zijn en nu weer opgegraven worden. Duizenden of zelfs miljoenen jaren geleden verdwenen ze in de zeebodem. Door afzetting of door aardverschuivingen werden ze bedekt met een aardlaag. Daar bleven ze al die tijd in bewaard. Volgens de grondsoort waarin ze verbleven, kregen die schelpen een ander uitzicht. Door allerlei omstandigheden zoals omgeving en druk zijn op sommige plaatsen de schelpen met kalk aangezet en versteend (foto 1). Op andere plaatsen bleven de schelpen ongeveer hun gewoon uitzicht behouden (foto 2).
foto 1: zwinkokkel foto 2: fossiele grote strandschelp

Door aardverschuivingen of erosie (= uitschuren door wind of water) kunnen die oude, diepe aardlagen weer aan de oppervlakte komen. De zee woelt dan die oude fossiele schelpen weer los. Zo kunnen nu schelpen van dieren die miljoenen jaren geleden geleefd hebben, aan onze stranden aanspoelen.

Sommigen van die diersoorten zijn zelfs helemaal verdwenen: ze worden niet meer levend aangetroffen. Deze fossiele vondsten vertellen ons over het leven op aarde zoals het miljoenen jaren geleden was.