gewone slangster
Ophiura ophiura (Linnaeus)
Ophiura texturata (Lamarck)

Grootte: doorsnede schijf tot 35 mm, de totale grootte 12 tot 13 cm.

Naam: De 5 dunne buigzame armen kronkelen als slangetjes.

Vindplaats: Oostende (vuurtoren) in schelpen- banken op 1 februari 2004 na hevige storm.
De slangster is aan de bovenkant oranjebruin tot grijs (zandkleur). Het diertje neemt de kleur van de ondergrond waarop hij leeft aan (schutkleur). De onderkant is wit.
De slangster bestaat uit een meestal ronde platte schijf met daaraan 5 dunne lange armen die gemakkelijk kunnen afbreken. Aan de zijkant van de armen zie je korte armstekels (zie onderste foto). Aan de onderkant van de armen bevinden zich twee rijen ambulacraalvoetjes (wandel- voetjes) die echter ingetrokken kunnen worden in de tentakelporiën. De armen worden alleen gebruikt om zich voort te bewegen en niet om prooien te vangen zoals de gewone zeester.
De mond is omringd door 5 kaken met tanden. (zie foto 2 en 3) Ze voeden zich met rond- zwevende deeltjes van plantaardige of dierlijke oorsprong maar kunnen ook op andere dieren jagen.
gewone slanster
Een slangster heeft geen ogen maar kan toch licht en duister waarnemen. Daarvoor beschikt de slangster over lichtgevoelige zenuwcellen onder de huid van de armen. Op deze manier kan het diertje niet echt 'zien' maar krijgt het toch informatie over lichte en donkere plekken in de omgeving.