gewone zeester
Asterias rubens (Linnaeus)

Grootte: tot 50cm. Meestal vind je de kleintjes.

De naam hoeft geen uitleg.

Zeesterren zijn merkwaardige dieren. Ze zien er niet alleen bijzonder uit maar ze beschikken ook over een aantal merkwaardige eigenschappen.
Hun kleur is roserood. De bovenkant voelt als een rasp aan. Ze beschikken over 5 dikke armen. Wanneer ze één of meerdere armen verliezen, groeien die gewoon weer aan, al zijn die nieuwe armen wel iets kleiner. Soms zie je een zeester met één grote en vier kleine armen. Zo'n dier noemt men ook 'staartster' omdat het op een komeet lijkt.
Aan de onderzijde merk je in het midden de 'mondopening'. Zeesterren brengen het voedsel niet naar de mond maar ze storten de maag over hun prooi uit.
In het midden van de vijf armen staan er buisvormige pootjes met aan het einde een soort zuignapje (zie foto 3 en 4). Daarmee kunnen ze zich traag voortbewegen. Dit zijn echter ook heel doeltreffende wapens bij het verzamelen van voedsel. Zeesterren zijn gek op mosselen. Wanneer ze er een uitgekozen hebben, proberen ze met de zuignapjes de mosselschelpen open te trekken. De mossel geeft zich echter nog niet meteen gewonnen. Maar de zeester is geduldig en krachtiger dan de mossel. De spier die de mosselschelp dichthoudt, geraakt uitgeput. De armen trekken de mosselschelp open en de zeester stulpt zijn maag uit over de mossel. De maagsappen doden de mossel en verteren het mosselvlees.