|
Chippen! Het is tegenwoordig mogelijk om honden en katten te laten "chippen", maar ook vogels, konijnen en paarden. Deze chip is kleiner dan een dubbeltje en bevat een unieke identificatiecode, die met een ISO afleesapparaat gelezen kan worden. |
Waarom
een chip?
Een hond of kat kan zijn halsband met penning of adreskokertje
verliezen. De tot nu toe gangbare methode van identificatie bij honden
is het tatoeëren. Het tatoeëren is een soms vrij
pijnlijke en tijdrovende ingreep, die soms niet zonder verdoving kan
worden uitgevoerd. In veel gevallen vervagen tatoeagenummers na verloop
van tijd of zijn ze door haargroei niet meer (goed) leesbaar. Bovendien
zijn tatoeagenummers makkelijk te vervalsen. Bij asielkatten wordt de
tatoeage ook wel toegepast, maar in het circuit van de raskatten is het
tatoeëren uit den boze.De meeste
katteneigenaren vinden de
groene tatoeagenummers in de oren van hun kat niet mooi staan.
Redenen voor een goede
identificatie
Voor de meeste eigenaren van katten is de belangrijkste reden
het snel en eenvoudig opsporen van hun vermiste of verdwaalde
huisvriend. Een goed identificatiekenmerk van van een kat kan
bijvoorbeeld gekoppeld worden aan het eigendomsbewijs. Maar ook aan
anderen documenten (zoals gezondheidsverklaring, stamboek- en
verzekeringsformulier), waardoor het altijd zeker is dat die
daadwerkelijk bij het betreffende dier horen. Dekgelden voor
de
verkeerde kater behoren tot het verleden. Bovendien biedt het uitkomst
bij fok- en gezondheidsprogramma's, omdat een
onmiskenbare identificatie het mogelijk maakt de herkomst op te sporen
van een kat met erfelijke of besmettelijke ziekten. Tot slot is het een
goed middel om de illegale dierenhandel terug te dringen.
Samenvatting van de voordelen van elektronische identificatie:
Hoe werkt elektronische
identificatie?
Elektronische identificatie bestaat uit een chip (transponder) met een
unieke identificatiecode, een afleesapparaat (reader) en een nationale
databank. Het meest belangrijke voordeel van elektronische
identificatie is de absoluut unieke identificatiecode van de chip, die
niet te veranderen of uit te wissen is. Daardoor kan er geen enkele
twijfel bestaan omtrent de identiteit van het dier.
De chip is een minuscuul stukje micro-elektronica, dat door een
dierenarts per injectie onder de huid van een kat of hond wordt
ingebracht. De chip is ongeveer dertien millimeter lang en heeft een
doorsnede van twee millimeter. Het is een gesloten buisje van bio-glas
met daarin een microchipje en een spoeltje dat functioneert als
antenne. Het bioglas zorgt ervoor dat de chip niet afgestoten wordt en
dat de chip met het weefsel vergroeit. De chip doet zelf niets. Er zit
geen batterijtje in, het dier zal er dus niets van merken en de
levensduur is vrijwel onbegrensd. Pas op het moment dat er een
afleesapparaat bijgehouden wordt, gebeurt er iets. Het
apparaat geeft een onschadelijk signaal af dat de chip activeert,
waarna deze met de identificatiecode van het dier antwoordt.
Als resultaat verschijnt deze code op het scherm van het
afleesapparaat.
Hoe gaat de registratie
van een gechipped dier in de praktijk?
Nadat de dieren door de dierenarts voorzien zijn van een chip, vult de
dierenarts samen met de eigenaar het registratieformulier van ABIEC -
BVIRH in. Op dit registratieformulier wordt 1 van de barcode- stickers
met de identificatiecode van de chip geplakt en worden gegevens van het
dier, de eigenaar en de dierenarts ingevuld. 1 barcodestickertje wordt
in het vaccinatieboekje geplakt en de overige stickertjes kunnen
eventueel gebruikt worden voor het dierenpaspoort, een eigendomsbewijs,
gezondheids- verklaring en dergelijke. Als bewijs van inschrijving
ontvangt de eigenaar een registratiecertificaat en een mutatiekaart.
Wijzigingen omtrent de eigenaar (bijvoorbeeld een verhuizing) en
omtrent het dier (bijvoorbeeld het overlijden) kunnen bij deze databank
gemeld worden, zodat de databank over een zo actueel mogelijk bestand
kan beschikken.
Vanaf welke leeftijd kun
uw dier gechipped worden?
Gelijktijdig met de laatste (cocktail)enting (op ongeveer 12
weken) kan de dierenarts bij een pup een chip inbrengen. Kittens kunnen
gelijktijdig met de tweede katten- en niesziekte enting (op ongeveer 12
weken) de 'chip-prik' krijgen.
In verband met stamboekafgifte is het in principe mogelijk om een hond
of kat op nog jonge leeftijd (8 weken) te laten voorzien van een
chip. Echter hoe jonger het dier, des te lastiger de implantatieplaats
exact te bepalen is, daar het dier nog moet groeien.
Waaruit bestaat de
identificatiecode van een chip?
De identificatiecode bestaat uit 15 posities. Er bestaan chips waarvan
de identificatiecode begint met de landencode en er bestaan chips die
deze landencode niet bezitten. Ieder land heeft een eigen landencode
door de ISO commissie toegewezen gekregen.
Indien ISO standaard afleesapparatuur gebruikt wordt, kan een ISO chip
van een dier ook in het buitenland worden afgelezen. Indien een
belgisch verloren dier in het buitenland gevonden wordt, kan men aan de
landencode zien dat het dier uit België afkomstig is, en kan
men zich met ABIEC - BVIRH in verbinding stellen om de identiteit van
het gevonden dier te achterhalen. Indien de chip niet over een
landencode beschikt, is het een hele klus om te achterhalen waar het
dier vandaan komt, omdat men niet weet met welk nationale databank zij
contact op moeten nemen.
Bron:
www.huisdierinfopunt.be













