Huisarts Johan Naesens

Stakendijke 25 - 8340 Sijsele
Tel: 050 35 11 18
riziv: 1-32877-13-004
www.dokter.johan.naesens.digitown.be
johan.naesens@digitown.be

 print artikel
   Home   -   interessant om weten   -   mexicaanse griep - faq

 

M E X I C A A N S E   G R I E P
F A Q
(14-09-2009)

MEXICAANSE GRIEP : INFLUENZA A/H1N1 : MEER INFORMATIE

De aanbevelingen hieronder kunnen wijzigen in functie van de evolutie van de pandemie, maar ook in functie van de beschikbaarheid van een vaccin.

Wat is de incubatietijd van griep?

De incubatietijd is de periode tussen het binnenkrijgen van een griepvirus tot aan het moment van de eerste ziekteverschijnselen. Bij Influenza A (H1N1) is dat 1 tot 7 dagen na het binnenkrijgen van het virus maar gewoonlijk krijg je de eerste symptomen na twee tot drie dagen. Tijdens de incubatietijd kun je, zonder dat je het weet, andere mensen besmetten. Beperk het aantal contacten met anderen als u denkt dat u griep heeft.

Wanneer ben je besmettelijk voor anderen?

Influenza A (H1N1) is besmettelijk vanaf het ontstaan van de ziekteverschijnselen of zelfs vanaf 1 dag voor het ontstaan van de ziekteverschijnselen tot vijf of zes dagen na het begin van deze verschijnselen of tot klinisch herstel. In het totaal kan de besmettelijke periode dus zeven dagen bevatten. De besmettelijkheid is maximaal 2,5- 3 dagen na het begin van de symptomen. Niet iedereen wordt ziek na een besmetting. Sommige mensen zijn wel met het virus geïnfecteerd en zijn besmettelijk, zonder ooit ziek te zijn geweest

Hoe lang blijft het griepvirus in leven buiten het lichaam?

Na hoesten en niezen zit er een hoeveelheid virus in de lucht als kleine druppeltjes die direct bij inademen tot infectie kunnen leiden. Deze druppels worden slechts over één tot maximum 2 meter verspreid. Het overgrote deel daarvan daalt echter vrij snel neer op oppervlakten (minuten tot uren) en is dan enige tijd infectieus. Oppervlakken en voorwerpen zoals deurknoppen, aanrechten, winkelwagentjes, telefoons kunnen zo worden gecontamineerd door het virus. Het virus kan enkele uren tot dagen overleven buiten het menselijke lichaam afhankelijk van het type oppervlak (op een poreus oppervlak zou het virus sneller uitdrogen) de hoeveelheid die is opgebracht, de temperatuur en de luchtvochtigheid. Het influenzavirus op oppervlakten is enige tijd infectieus. Gemiddeld overleeft het virus ongeveer 4 uur buiten het menselijke lichaam. De uiteindelijke vector zijn de handen, die na aanraken van gecontamineerde voorwerpen naar het gezicht worden gebracht

Bij welke temperatuur gaat het griepvirus dood?

Griepvirussen zijn gevoelig voor hoge temperaturen en gaan boven de 50 graden Celsius snel dood.

Zijn de symptomen van Influenza A (H1N1) dezelfde als bij gewone griep?

Ja, de verschijnselen van Influenza A (H1N1) lijken op gewone griep. Griep bij mensen is een snel optredende ziekte van de luchtwegen die veroorzaakt wordt door het influenzavirus. De ziekte kan van mild tot ernstig verlopen. De meest voorkomende symptomen van griep zijn: koorts en daarnaast koude rillingen, hoofdpijn, spierpijn, moeheid, droge hoest en soms diarree. Het hoesten kan lang aanhouden, de overige klachten verdwijnen meestal na 2 tot 7 dagen. Er kan een longontsteking optreden met ernstige ademhalingsproblemen. Door griep kunnen al bestaande ziekten verergeren of ontregeld raken. De gevolgen van Influenza A (H1N1) zijn niet anders of ernstiger dan gewone griep, alleen de verwachting is dat het aantal mensen die Influenza A (H1N1) zullen krijgen erg groot is.

Hoe is griep te onderscheiden van een gewone verkoudheid?

Veel mensen verwarren de gewone verkoudheid met griep. Van griep ben je meestal ernstiger ziek dan van een verkoudheid. De symptomen van een verkoudheid zijn: een loopneus, niezen, waterige ogen en keelpijn. Deze symptomen zijn beperkt tot het bovenste deel van de luchtwegen. Koorts en spierpijn treden in het algemeen niet op bij verkoudheid. De symptomen van een verkoudheid verdwijnen in het algemeen ook sneller en complicaties zoals een longontsteking komen slechts zelden voor.

Ik heb griep. Kan het Influenza A (H1N1) zijn?

Mensen die koorts (38 graden Celsius of hoger) en luchtwegklachten ontwikkelen, kunnen Influenza A (H1N1) doormaken. Blijf thuis, drink voldoende en bedek uw neus en mond als u hoest of niest, het liefst met een papieren zakdoek. Gooi deze na gebruik direct weg en was uw handen. Vermijd zoveel mogelijk contact met andere mensen. Bent u zwanger, gaat het om een kind van jonger dan 2 jaar, of krijgt u jaarlijks een oproep voor de griepprik? Bel dan met uw huisarts als u koorts en luchtwegklachten ontwikkelt. Ook als uw klachten verergeren, moet u contact opnemen met uw huisarts. Laat de huisarts komen in plaats van in de wachtzaal andere mensen te besmetten.

Hoe weet je of iemand Influenza A (H1N1) heeft?

Je weet pas zeker dat iemand Influenza A (H1N1) heeft als laboratoriumonderzoek wordt gedaan. Dit onderzoek wordt in ieder geval uitgevoerd bij mensen die met vermoeden op Influenza A (H1N1) opgenomen worden in het ziekenhuis en bij zwangere vrouwen in de laatste drie maanden van de zwangerschap met een vermoeden op Influenza A (H1N1). Bij andere mogelijk besmette personen zal de behandelend arts bepalen of laboratoriumonderzoek nodig is. Dit gebeurt door met een wattenstaafje wat neus- of keelslijm af te nemen en dit in het laboratorium te testen op aanwezigheid van griepvirussen.

Hoe wordt het griepvirus overgedragen?

U kunt de griep krijgen als u in contact komt met een besmette persoon. De griepvirussen zitten in druppeltjes snot, slijm en speeksel. De verspreiding van het virus gaat via praten, hoesten of niezen. Dit gebeurt vooral op plekken waar mensen dicht bij elkaar zitten en waar slecht geventileerd wordt, bijvoorbeeld in een trein of bus, een school of kinderdagverblijf. Ook en vooral via handen en zaken die door iedereen vastgenomen worden (deurklinken, winkelwagentjes, …) kunnen de virussen doorgegeven worden. U wrijft in het groot warenhuis tijdens uw boodschappen in uw oog en ….

Hoe kan ik voorkomen dat ik de nieuwe griep krijg?

Er is op dit moment nog geen vaccin beschikbaar tegen de griep. U kunt niet helemaal voorkomen dat u het virus krijgt. U kunt zelf wel de kans op griep verkleinen door niet te dicht in de buurt te komen van mensen die griep hebben.

  • Voorkom contact met mensen die griep hebben. Moet u toch bij een grieppatiënt zijn, doe dat dan zo kort mogelijk en was na het bezoek uw handen.
  • Houd uw hand of zakdoek voor uw mond als u niest of hoest . Was nadien uw handen of gooi de zakdoek onmiddellijk weg.
  • Was regelmatig uw handen met water en zeep. Ook goed en misschien gemakkelijker om dikwijls te gebruiken zijn hydroalcoholische gels. Deze gels zijn verkrijgbaar in elke apotheek. Steek een flesje bij U op zak en gebruik het indien nodig.
  • Raak zo min mogelijk uw mond, neus of ogen aan
  • Gebruik papieren zakdoeken bij hoesten, niezen of snuiten en gebruik ze éénmalig. Gooi ze daarna in de vuilnisbak
  • Maak voorwerpen zoals deurklinken, telefoons,trapleuning, regelmatig schoon met een normaal schoonmaakmiddel.
  • Ventileer woon- en slaapruimten

Hoe kan ik uitbreiding van besmetting voorkomen ?

Zodra U of gezinsleden griepverschijnselen heeft direct naar huis en dus niet naar het werk of naar school. Werknemers worden beter te snel naar huis gestuurd dan gans het bedrijf te besmetten. Als je ziek bent, blijf je op afstand (1m) van anderen om hen tegen ziekte te beschermen. Je bent 7 dagen besmettelijk. Blijf effectief 7 dagen thuis, vermijd plaatsen waar veel mensen samen komen, neem geen bus of trein en doe geen boodschappen wanneer je ziek bent. Op die manier zorg je er voor dat anderen niet ziek worden.

Zijn kinderen bevattelijker voor griep?

Kinderen lopen het grootste risico om griep te krijgen. Hun afweersysteem is gewoonlijk nog nooit met griep in aanraking geweest. Bovendien besmetten zij elkaar op school, kinderopvang, enzovoort. Tijdens een griepepidemie krijgt ongeveer 45% van de schoolgaande jeugd en crèchekinderen griep

Wat is het verschil met gewone griep?

Gewone griep ontstaat door een bekend virus. Veel mensen hebben al weerstand tegen zo'n bekend virus. Daardoor worden minder mensen ziek en verspreidt het virus zich minder snel. Bij de gewone griep is er genoeg tijd om een vaccin, 'de griepprik'  te maken die mensen tegen dit virus beschermt. Een wereldgriep, zoals op dit moment de Influenza A (H1N1), ontstaat door een nieuw griepvirus. Het nieuwe griepvirus bestaat uit delen varkens-, vogel- en menselijke griepvirussen. Vrijwel niemand heeft weerstand kunnen opbouwen tegen dit nieuwe virus. Daardoor worden veel meer mensen ziek. Omdat het een nieuw virus is, is er ook nog geen vaccin om mensen tegen het virus te beschermen. Bij de risicogroepen dient men in het bijzonder attent te zijn op eventuele complicaties van influenza; een frequente complicatie is pneumonie. Bij diabetespatiënten met symptomen van influenza zal men daarenboven de glycemiewaarden extra volgen en de behandeling waar nodig aanpassen.

Ik heb vorig jaar een griepprik gehad. Help deze ook voor Influenza A (H1N1)?

Nee, dit griepvaccin bevatte onschadelijk gemaakte stukjes van de seizoensgriepvirusvarianten, maar niet van de variant Influenza A (H1N1).

Lopen mensen die geboren zijn vóór 1957 minder risico om besmet te raken?

Er zijn aanwijzingen dat mensen die zijn blootgesteld aan de Spaanse Griep in 1918-1919 beter beschermd zijn tegen het nieuwe griepvirus. Dat geldt ook voor mensen die geboren zijn vóór 1957 omdat ze mogelijk in aanraking zijn geweest met circulerende virussen die lijken op de huidige griep. Er zijn aanwijzingen dat deze mensen misschien over gedeeltelijke bescherming beschikken. Of dit voldoende bescherming is om te voorkomen dat ze besmet raken met het Influenza A (H1N1)-virus is onduidelijk

Waarom spreekt men van een grieppandemie?

Bij een grieppandemie krijgen veel mensen over de hele wereld dezelfde griep. Een grieppandemie ontstaat door een nieuw griepvirus. Het is vooraf niet te voorspellen hoeveel mensen ziek worden of overlijden. Influenza A (H1N1) is door de World Health Organization (WHO) officieel uitgeroepen tot een pandemie. Dit zegt niets over de ernst van de griep, alleen over de verspreiding ervan. Er is wereldwijd sprake van een pandemie omdat er verschillende landen op verschillende continenten zijn waar veel verspreiding van het griepvirus van mens op mens voorkomt. De WGO vindt dat het gaat om een matige pandemie. De meeste mensen die door het griepvirus worden getroffen, herstellen immers zonder dat ze daarvoor in het ziekenhuis moeten worden opgenomen en zonder medische zorg. Niemand weet echter hoe de verspreiding en de virulentie van het pandemische H1N1-virus zal evolueren, en wat er zal gebeuren als het virus in contact komt met circulerende seizoensgebonden influenzavirussen of met bijvoorbeeld het vogelgriepvirus.

Waarom is een grieppandemie een probleem ?

Het aantal gevallen van Mexicaanse griep in Europa wordt niet langer bijgehouden. Omdat de landen met de grootste uitbraken zijn gestopt met tellen, is het precieze aantal griepgevallen toch niet vast te stellen. Tot 30% van de Europeanen kan besmet worden. Ze worden gelukkig niet allemaal tegelijkertijd ziek. Op het hoogtepunt van de pandemie is ongeveer 10% van de bevolking ziek, gedurende een periode van ongeveer een week. Het herstel kan nog wel een week extra duren. Wat kan dit betekenen :

  • Transport staat onder druk
  • Extra beroep op gezondheidszorg
  • Openbaar vervoer past dienstregeling aan
  • Post kan misschien niet meer worden bezorgd
  • Bepaalde sectoren, zoals horeca sluiten hun deuren
  • Lessen op scholen vallen uit
  • Verandering in dienstverlening van politie en brandweer

Vaccinatie

Iedereen is benieuwd naar de specifieke vaccins tegen het pandemische H1N1-virus. Het pandemische H1N1-virus vertoont bepaalde gelijkenissen met de menselijke H1N1-virussen die seizoensgebonden circuleren, maar de vaccinatie met het seizoensgebonden vaccin biedt geen bescherming tegen infecties door het pandemische H1N1-virus. Daarom wordt een specifiek vaccin gericht tegen het pandemische H1N1-virus ontwikkeld. Deze vaccins worden verwacht tegen 15/10/09, maar het is niet mogelijk meer details te geven. In ieder geval wordt aangeraden om bij de klassieke risicogroepen de vaccinatie met de seizoensgebonden influenzavaccins te starten zoals andere jaren (dus vanaf begin oktober). Mensen die in de risicogroepen vallen, moeten in oktober eerst een prik tegen de gewone griep krijgen en pas daarna worden ze ingeënt tegen de Mexicaanse griep Minimaal twee weken later volgt de eerste vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1). Om mensen volledig te beschermen, krijgen ze na drie weken een tweede vaccinatie. Eens het vaccin beschikbaar is zijn de risicogroepen + de gezondheidswerkers de prioritaire doelgroep voor het vaccin.

Behandeling van risicogroepen

Op dit ogenblik (situatie op 01/09/09) wordt aangeraden om enkel bij de patiënten met symptomen van influenza die behoren tot de risicogroepen, een behandeling met een neuraminidase-inhibitor [oseltamivir (Tamiflu®), zanamivir (Relenza®)] te overwegen. De risicogroepen:

  • Patiënten met een chronische respiratoire aandoening, inclusief astma.
  • Patiënten met chronisch hartlijden.
  • Patiënten met matige tot ernstige nier- of leverinsufficiëntie.
  • Patiënten met immuundepressie wegens ziekte of een behandeling.
  • Diabetespatiënten.
  • Zwangere vrouwen.
  • Personen ouder dan 65 jaar.
  • Kinderen jonger dan 5 jaar.
  • Patiënten die gehospitaliseerd zijn met een ernstig klinisch beeld.

Gezien de moeilijkheden om een griepaal syndroom te definiëren, zeker bij jonge kinderen en bejaarden, zal de arts in ieder individueel geval in functie van de klinische context beslissen een dergelijke behandeling te starten. De behandeling dient in ieder geval binnen de 48 uur na optreden van de symptomen te worden gestart. Wat de doeltreffendheid van deze middelen bij influenza door het pandemische H1N1-virus betreft, zijn er geen klinische studies gepubliceerd, maar de resultaten bij seizoensgebonden influenza doen vrezen dat ook hier het effect beperkt zal zijn. Hierbij dient ook te worden opgemerkt dat het afbakenen van de risicogroepen vooral het resultaat is van consensus, en dat er maar weinig harde evidentie is waarop men zich kan baseren. Dit maakt ook dat de aanbevelingen inzake de risicogroepen nogal verschillen tussen de verschillende instanties (bv. WHO, het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention, het Nederlandse RIVM). Zo worden, wat zwangere vrouwen en kinderen betreft, door het RIVM enkel zwangere vrouwen met onderliggend lijden (en dan vooral in het derde zwangerschapstrimester) en kinderen jonger dan 2 jaar beschouwd als hoog risico voor wat betreft het starten van een neuramindase-inhibitor. Een selectief gebruik van de neuraminidase-inhibitoren is belangrijk. De voorraad antivirale middelen is immers niet onuitputtelijk, en daarenboven zijn de voorbije dagen de eerste gevallen van resistentie van het pandemische H1N1-virus tegen oseltamivir gerapporteerd. Er zijn heden geen gevallen van resistentie tegen zanamivir gerapporteerd.

Doeltreffendheid van de neuraminidase-inhibitoren

Het voordeel van de neuraminidase-inhibitoren in het kader van seizoensgebonden-influenza is beperkt zowel in de curatieve bahndeling als in de preventie. Als een behandeling met een neuraminidase-inhibitor begonnen wordt na de eerste griepsymptomen en koorts, bouwt een geïnfecteerde persoon toch immuniteit tegen het virus op, waardoor hij of zij bij een tweede besmetting niet (of veel minder) ziek wordt. Bij profylactisch gebruik zullen bij blootstelling aan het griepvirus eventueel de ziekteverschijnselen voorkomen worden, maar de patiënt bouwt geen immuniteit op. Hoewel het Europese Geneesmiddelenagentschap geoordeeld heeft dat bij een influenzapandemie, de voordelen van oseltamivir bij kinderen jonger dan 1 jaar, en van oseltamivir en zanamivir bij zwangere vrouwen, opwegen tegen de mogelijke risico’s, dient benadrukt dat de gegevens over veiligheid van gebruik bij deze groepen, zeer beperkt zijn. Het blijft belangrijk om mensen er van te overtuigen geen persoonlijke voorraad antivirale middelen aan te leggen.

Ongewenste effecten van de neuraminidase-inhibitoren

  • Braken frequent
  • allergische reacties : zeldzaam
  • neuropsychiatrische effecten : zeldzaam

Dosering van de neuraminidase-inhibitoren

De behandelingsduur bedraagt voor beide neuraminidase-inhibitoren 5 dagen. Posologie van de neuramindase-inhibitoren (curatieve dosis)

  • Oseltamivir (Tamiflu®)
    • Kinderen < 1 jaar: 3 mg/kg 2 maal per dag.
    • Kinderen van 1 tot en met 13 jaar:
      < 15 kg: 30 mg 2 maal per dag
      15 tot 23 kg: 45 mg 2 maal per dag
      23 – 40 kg: 60 mg 2 maal per dag
      ?> 40 kg: 75 mg 2 maal per dag.
    • Personen > 13 jaar: 75 mg 2 maal per dag
      bij creatinineklaring 30 tot 10 ml/min: 75 mg per dag in 1 gift, of 30 mg 2 xpd
      bij creatinineklaring < 10 ml/min en bij dialysepatiënten: niet toedienen.

      Wanneer de tabletten/capsules Tamiflu® niet kunnen ingeslikt worden, kunnen deze geplet/geopend worden en gemengd met een zoet voedingsmiddel zoals jam om de bittere smaak te verdoezelen. Een alternatief is de inhoud van de capsule te verdunnen in een beetje water, en eenzelfde hoeveelheid zoete, viskeuze vloeistof (bv. een siroop) toe te voegen, met goed mengen.
  •  
  • Zanamivir (Relenza®)
    • Kinderen < 5 jaar: niet aangewezen.
    • Vanaf de leeftijd van 5 jaar: 10 mg (2 inhalaties) 2 maal per dag.
     
 

 

Dr. Johan Naesens - Sijsele


        Deze advertenties van Google vallen buiten mijn verantwoordelijkheid

 


© Created by www.digitown.be