|
WAT IS SLAAP |
Iedereen slaapt! Bijna een derde deel van je leven breng je slapend door. Toch hebben zowat een op drie mensen te kampen met slaapproblemen.
Op SlaapTips vind je informatie over slapen en slaapstoornissen.
Slaap is een normale, periodiek optredende toestand van rust van het organisme, die gepaard gaat met een verlaging van het bewustzijn en als gevolg daarvan een afgesloten zijn van de buitenwereld.
De functie van de slaap
Hierover bestaan nog veel onduidelijkheden. De meeste theorieën hebben
betrekking op de herstelfunctie. Slaap is net zo noodzakelijk als voedsel
en drank.
Hierbij wordt de diepe slaap vooral gezien als bevorderend voor herstel van de fysieke gevolgen van de waakperiode. De droomslaap zou van belang zijn voor het in stand houden van het emotionele evenwicht.
Bij mensen die slecht slapen stellen we heel wat problemen vast: slecht humeur,
concentratieproblemen, verminderde prestaties, storingen van het centrale
zenuwstelsel, ...
Slaapduur
De slaapbehoefte verschilt van persoon tot persoon en schommelt tussen 4 en 11 uren per nacht. Ongeveer 10% van de bevolking heeft genoeg aan een gemiddelde van 6,5 uur per nacht en zowat 15% heeft meer dan 9 uren nodig. Kinderen hebben meestal iets meer slaap nodig, terwijl bejaarden het doorgaans met iets minder kunnen stellen.
Of iemand genoeg slaapt wordt dan ook bepaald naar aanleiding van hoe iemand zich overdag voelt. Als er overdag geen klachten zijn, is er gedurende de nacht in de regel voldoende geslapen.

Wat gebeurt er tijdens de slaap?
De structuur van de slaap: slaapfasen:
Een nacht kan worden ingedeeld in ongeveer vijf slaapperiodes die ieder 90 minuten duren en elkaar voortdurend opvolgen.
Een cyclus bestaat uit de Non-REM-slaap, waar de doezelslaap, de sluimerslaap, de diepe slaap toebehoren, en de REM-slaap.
Non-REM-slaap
Fase 1:
De doezelslaap of inslapen duurt hooguit drie minuten. In deze fase krijg
je het gevoel alsof je in een put valt. Na een paar minuten dient Fase 2 zich
aan.
Fase 2:
In de sluimerslaap wordt de wekdrempel verhoogd, maar de diepe slaap heeft
zich nog niet aangediend. Een geluid of beweging kan iemand in deze fase uit
de slaap halen. Ook in deze fase heeft men niet echt het gevoel al helemaal
weg te zijn.
Fase 3:
De diepe slaap begint ongeveer een half uur na het inslapen. De ademhaling
verloopt zeer regelmatig, het hartritme daalt, de spieren zijn totaal ontspannen
en de slaap wordt steeds dieper.
Fase 4:
Tijdens de echte diepe slaap herstelt het lichaam zich weer. Vanaf een jaar
of 40 neemt de diepe slaap af en op 70 jarige leeftijd is deze helemaal verdwenen.
Hetzelfde gebeurt ook met de REM-slaap.
REM-slaap
Tijdens de de REM-slaap (Rapid Eye Movement) bewegen de ogen in alle richtingen. De hersenactiviteit is dan groot, terwijl de spieren verslapt zijn. Vooral in de REM-slaap komen dromen voor. Na elke Rem-slaapfase is er normaliter een kort, onbewust ontwaken en dan begint er opnieuw een slaapcyclus.
Naarmate de nacht vordert, neemt de hoeveelheid diepe slaap af en neemt de hoeveelheid REM-slaap toe. Dit houdt onder andere in dat men in het laatste deel van de nacht, met relatief veel lichte - en REM-slaap, sneller gewekt kan worden dan in het eerste deel van de nacht, met relatief veel diepe slaap.
De opbouw en duur van de slaap laten tussen individuen veel verschillen zien. Een factor die hierbij van veel invloed is, is ook hier weer de leeftijd. Bij pasgeborenen bestaat de slaap voor ongeveer voor de helft uit diepe slaap (fase 3 en 4), de REM-slaap vult de andere helft. Bij jong volwassenen ligt dit op respectievelijk 17 en 25%. Op latere leeftijd daalt de hoeveelheid diepe slaap nog verder.