\
Wijn in Luxemburg


2000 Jaar Wijnbouw op de Oevers van de Moezel


Laten wij het aan de deskundigen over om verder te redetwisten over het feit dat het de Romeinen waren die de wijnbouw op de oevers van de Moezel ingevoerd hebben of dat ze die, integendeel, ontdekt hebben bij hun aankomst.

Bij archeologische opgravingen op de oevers van de rivier werden talrijke grafkeramieken in de mausolea van prinsen gevonden met heel vaak druiven en trossen als versiering. Sommige ervan klimmen op tot in de tweede periode van het ijzertijdperk (rond de 6de eeuw voor J.C.).

De middeleeuwen, met de bouw van talrijke kloosters, betekenen een nieuwe bloei voor de Luxemburgse wijnbouw. De wijnstok wordt dan in het hele land, tot in de Oesling, gekweekt.

Door een heel strenge winter worden de wijnstokken omzeggens totaal vernield. Vooral de Oesling betaalde die “buitenschaalse koude” heel duur en de wijnbouw verdwijnt uit dit gedeelte van het land.

Een edict van het Oostenrijks bewind (1714-1795) verbiedt de gelijktijdige teelt van wijndruiven en groenten.
De kadasteruittreksels melden dat de Luxemburgse wijngaard zich over zowat 864 hectare in de streek van de Moezel en de Sûre uitstrekt.
Door de Franse revolutie worden talrijke wijnbouwers eigenaar van hun perceel dat, tot dan toe, het eigendom van de adel en van de geestelijkheid was.
Het einde van het Napoleontisch tijdperk. Het “Congres van Wenen” ontneemt het Hertogdom Luxemburg, dat tot Groothertogdom Luxemburg verheven wordt, zijn grondgebied en wijngaarden op de overkant van de Moezel, Sûre en Our. Omwille van het politieke evenwicht in Europa, wordt het Groothertogdom aan de Koning der Nederlanden toegewezen om door hem en zijn opvolgers voor eeuwig in volle eigendom en soevereiniteit in bezit te blijven.
De aan de Hollandse staat te betalen accijnzen (de helft van de verkoopprijs!) hebben als gevolg dat talrijke wijnbouwers zich zelfs de moeite niet meer getroosten om de oogst van een slecht jaar binnen te halen.
Na de oorlog van 1870/1871 kent de Luxemburgse wijnbouw een aanzienlijke heropbloei. De wijngaarden produceren tot 90% van de Elblingwijnsoort, hoofdzakelijk als “basiswijn” uitgevoerd om, onder andere, met Duitse wijn versneden te worden.
Verschijning van de eerste phylloxerahaarden te Wormeldange en te Wellenstein.
Oprichting van de “Fédération des associations viticoles du Grand-Duché de Luxembourg” (Verbond der wijnbouwverenigingen van het GHL), met zetel te Grevenmacher.

img height="26" width="40" src="in1918.gif"> Het Verdrag van Versailles stelt een einde aan de in 1842 met het Noordgermaans Verbond getekende tolunie.

Oprichting van de eerste coöperatieve wijnkelder te Grevenmacher.
Ondertekening van het Economisch Verbond met België.
Stichting van het “Institut viti-vinicole de l’Etat” (Rijkswijnbouwinstituut) te Remich op een ogenblik dat de Luxemburgse wijnbouw zich in bijzonder kritische omstandigheden bevindt.

Stichting door ministerieel besluit van het “Marque Nationale” voor de Luxemburgse moezelwijnen waardoor, 10 jaar na de stichting van het “Institut viti-vinicole”, de politiek tot ondersteuning door de Staat van de productie van kwaliteitswijnen bevestigd wordt.
Uitbreiding van het systeem door de invoering van de vermelding van de kwaliteitsmaatstaf: Vin classé - Premier Cru - Grand Premier Cru.
Stichting van het “Fonds de solidarité viticole” (Solidariteitsfonds voor de wijnbouw) met zetel in het “Institut viti-vinicole”.
Begin van de ruilverkaveling van wijnakkers in de gemeenten Ahn en Wormeldange.
Invoering van het gebruik van de benaming “Moselle Luxembourgeoise - Appellation Contrôlée” voor kwaliteitswijnen.
Invoering van de aanduiding “Marque Nationale” voor de Luxemburgse mousserende wijnsoorten.
Oprichting van de benaming “Crémant de Luxembourg”.

Het wijnland van de Luxemburgse Moezel produceert thans wijnsoorten van uitstekende kwaliteit. Het Luxemburgse wijnland verdient terecht zijn plaats onder de Europese wijnlanden.

De Moezel, gekanaliseerd sedert 1964, strekt zich over 42 km uit tussen Schengen en Wasserbillig. Met haar hoogteverschil tussen 142 en 129 meter boven de zeespiegel, vormt ze een natuurlijke grens tussen Luxemburg en Duitsland.

Het is op de flanken van een wijd uitlopende vallei, waarvan de breedte 300 tot 400 meter bedraagt, dat het Luxemburgse wijnland zich uitstrekt, één van de meest noordelijk gelegen wijnstreken die kwaliteitswijnen voortbrengt. De meerderheid van de wijngaarden ligt tussen 150 en 250 meter boven de zeespiegel.

De terreinen van de Luxemburgse wijngaarden behoren tot de geologische formatie van het Trias. Ze zijn in twee verschillende groepen onderverdeeld die elk hun karakteristieken aan de daar geproduceerde wijnsoorten doorgeven :

• Het kanton Remich is hoofdzakelijk een Keuper mergelstreek. De vallei is er eerder breed en de heuvels afgerond met zachte hellingen, wat een volle en harmonische wijn geeft, net zoals het landschap.

• In het kanton Grevenmacher gaf de kalkrots, als gevolg van een langzame erosie, aanleiding tot een smallere vallei met stroeve dolomietheuvels die elegante raswijnen geven.

Juist wegens zijn voortreffelijkheid legt de wijnbouw heel wat klimaatvereisten op, vooral aan de temperatuur. Ook de regenval en de zonbeschijning spelen er een hoofdrol. Door haar geografische ligging, de geologische samenstelling van haar bodem en haar getemperd subatlantisch klimaat, is de Moezelvallei op een uitmuntende wijze voorbeschikt voor de wijnbouw.

De winters zijn er gematigd en in de zomer is de temperatuur er zelden al te warm, dit alles door een aanvoer van massa’s oceaanlucht. De gemiddelde temperatuurverschillen schommelen doorgaans weinig, wat tevens een ideale voorwaarde is tot het verkrijgen van kwaliteitswijnen. Op te merken is daarbij nog dat de gemiddelde regenval rond 725 mm ligt.

De vegetatieve periode van de wijnstok begint gewoonlijk rond half april, de bloeitijd situeert zich rond eind juni, de rijping begint rond half augustus.

De temperatuur speelt, vanaf de lente, een heel voorname rol, want ze beïnvloedt het begin van de bloeitijd. Voor de vorming van de druiventrossen in juli is droog en warm weer ideaal. Evenwichtige zomer- en herfsttemperaturen en warmte in augustus en september laten een goed wijnjaar verhopen. En voor de oogst, van eind september tot eind oktober, beantwoordt een zonnig en droog weer het best aan de wensen van de wijnbouwer.



Het Groothertogdom is een wijnland waar hoofdzakelijk witte wijnsoorten geproduceerd worden. Deze dragen de naam van hun wijnstok.

Voornaamste Wijnsoorten van Luxemburg:



• De “koning der wijnen”!
• Afgerond middelmatig groot blad met vijf lellen met afgestompte tanding.
• De trossen zijn klein tot middelmatig en de kleine ronde druiven geelgroenachtig.
• Late rijping
• Grote rasechte wijn, heel fijn en mooi elegant.
• Een heel fruitig en delicaat boeket.



• Geboren uit opeenvolgende mutaties van de Pinot noir.
• Middelmatig groot blad met drie weinig opvallende lellen en afgestompte tanding. De middelmatig dikke tros is eerder compact.
• De druiven zijn middelmatig groot, licht eivormig, ze zijn rooskleurig met grijze weerschijn.
• Middelmatig laattijdige rijpwording.
• Mooi typische wijn met een stevig boeket. Een volle wijn rijk aan allerlei extracten die hem weelderig maken.



• Geboren uit opeenvolgende mutaties van de Pinot gris.
• Middelmatig groot blad met drie nauwelijks opvallende lellen en afgestompte tanding. De middelmatig dikke tros is eerder cilindervormig.
• De licht eivormige, geelgroenachtige druiven zitten vrij dicht opeengepakt.
• Middelmatig laattijdige rijpwording.
• De wijn is aangenaam fris, elegant met een overtuigende soepelheid.



• Middelmatig grote ronde bladeren met weinig uitgesproken insnijdingen en getande rand.
• De tros is middelmatig groot, de druiven zijn helder geel, middelmatig groot en eivormig.
• Middelmatig vroegtijdige rijpheid.
• Goed gestructureerde wijn met een vast aroma en die goed bewaard kan blijven.
• Elegant fruitige wijn met pit waarvan het specifieke aroma door de kenners gewaardeerd wordt.



• Bestemd voor de bereiding van rode en rosé wijnen. Deze wijnsoort is afkomstig uit Bourgondië.
• Niet al te groot blad, enigszins afgerond, nauwelijks in drie lellen verdeeld en met afgestompte tanding. De trossen zijn middelmatig groot, maar compact.
• De druiven zijn middelmatig groot, rond tot ovaal en donkerblauw.
• Middelmatig laattijdige rijping.
• Heel fruitige wijn met een elegant boeket.



• Dat zijn herkomst in Elzas of Zuid-Tyrol zou liggen, doet er niets toe. Hij is rasecht!
• Klein rond blad met afgestompte tanding. De trossen zijn klein tot middelmatig en eerder compact.
• De kleine rond tot ovale druiven zijn grijs-roodachtig.
• Laattijdige rijping.
• Een wijn met een opvallend aroma, met een gekruid boeket en een grote elegantie. Hij verleidt zowel de neus als de mond.



• Rivaner (Riesling & Sylvaner of Müller-Thurgau) is de meest in Luxemburg verspreide wijnsoort. Hij is ontstaan uit de opzoekingen in 1882 van Prof. Dr. H. Muller (Zwitserland).
• Een middelmatig groot blad met vijf lellen met getande rand.
• De gemiddeld dikke tros draagt middelmatig grote geelgroenachtige druiven.
• Vroegtijdige rijpheid.
• Een aangenaam zachte wijn met een typisch parfum. Wordt jong gedronken.



• Elbling wordt sedert het Romeins tijdperk in de hele streek gekweekt.
• Het blad is groot, rond, dik, met lellen en met een duidelijk getande rand.
• Dikke, dichte trossen met grote licht eivormige druiven.
• Gematigde rijping.
• Elbling is een lichte wijn met een kenmerkende frisheid en een typische zuurheid wat er een uitstekende wijn van maakt om de dorst te lessen.





Het is in de dertiger jaren van deze eeuw dat de Luxemburgse regering de beslissing trof om op een officiële wijze toezicht te houden over de kwaliteit van de inlandse producten, zowel van die uit de landbouw als van die uit de wijnbouw (wet van 2 juli 1932). Die beslissing werd getroffen om de consument niet alleen de herkomst van het product te garanderen, maar ook de controle over hun hoedanigheden.

Het is in diezelfde geest dat door ministerieel besluit van 12 maart 1935, het “Marque Nationale du Vin Luxembourgeois” ingesteld werd. Het doel ervan was de kwaliteit van de wijnsoorten op de voorgrond te stellen, juist door die door de Staat gewilde controle, en tevens de consument de waarborg te geven dat zijn wijn een product is met grote kwaliteitswaarde. Een waarborg onmiddellijk zichtbaar gesteld door het fleskraagje of door het etiket met de vermelding “Marque Nationale - Appellation Contrôlée”.


Dit “Marque Nationale - Appellation Contrôlée” staat er borg voor dat:
- de wijn onder Staatscontrole staat;
- de wijn van Luxemburgse herkomst is;
- er geen vermenging is met een buitenlandse wijn;
- de wijn voldoet aan alle kwaliteitsnormen die door de wijnmarktverordening van de Europese Unie en van het eigen land worden opgelegd.

Het bevestigt tevens dat de druiven zijn behandeld in een instelling in de perimeter van de nationale wijnbouw. De wijnsoorten die de vermelding “Marque Nationale - Appellation Contrôlée” dragen moeten verplichtend op de plaats van hun productie gebotteld en geëtiketteerd worden.

Een Commissie van Deskundigen

Om die vermelding van “Marque Nationale” te kunnen verkrijgen, moet de wijn eerst aan een analytische proef in het laboratorium van het “Institut viti-vinicole” onderworpen worden en aan een organoleptische proef door de Commissie van het “Marque Nationale du Vin Luxembourgeois”. Die Commissie wordt door de Minister van Land- en Wijnbouw voor de duur van 3 jaar benoemd. Ze bestaat uit deskundigen van de coöperatieve wijnkelders, wijnhandelaars, zelfstandige wijnbouwers, consumenten, horeca-houders en staatsambtenaren. De wijnbouwer die het label “Marque Nationale” wil verkrijgen, dient daarvoor een aanvraag.

Hij moet op die aanvraag vermelden: naam en adres, productiejaar, wijnstokras, de herkomst, het volume, het vat en het nummer waaronder de betreffende wijn in zijn register staat opgenomen. Behalve die inlichtingen, moet hij ook nog vermelden: het natuurlijk alcoholgehalte (in Oechslegraden) en de datum van de botteling indien de wijn reeds op flessen getapt is.



De Vrucht van de Kwaliteit

Een afgevaardigde van de Commissie zal, nog voor de proeven waarvan sprake, in de kelders van de aanvrager drie monsters nemen. Het eerste is bestemd voor de scheikundige analyse, het tweede voor de organoleptische proef en het derde blijft bewaard voor een eventueel tegenonderzoek.

Kwaliteitsmaatstaf

Tijdens hun bijeenkomsten geven de deskundigen van de Commissie, elk afzonderlijk en voor elke onderzochte wijn, een aantal punten tussen 0 en 20. Het rekenkundig gemiddelde van die punten bepaalt dan een waardeschaal die als volgt geïnterpreteerd wordt: minder dan 12 punten: een niet aangenomen wijn voor het “Appellation Contrôlée”; 12 punten en meer: een kwaliteitswijn aangenomen voor het “Appellation Contrôlée”.

Een wijn die de “Marque Nationale - Appellation Contrôlée”-vermelding gekregen heeft en die nog niet op flessen getapt is, moet volgens voorschrift binnen een periode van zes maanden op fles zijn, op gevaar van verlies van zijn “Marque Nationale - Appellation Contrôlée”-vermelding. Een door de Commissie van het “Marque Nationale” voor het “Appellation Contrôlée” aanvaarde wijn die reeds ten minste zes weken in flessen zit, mag voor een nieuwe proef aangeboden worden om een hogere kwalitatieve vermelding te bekomen. Hij moet daartoe aan een nieuwe scheikundige analyse en aan organoleptische proeven onderworpen worden.

Bij die tweede aanbieding kan de wijn, uitgezonderd Elbling, de kwalitatieve vermeldingen “Vin Classé” en “Premier Cru” krijgen. Rivaner kan het alleen tot de kwalitatieve vermelding “Vin Classé” brengen.


Volgens een quoteringssysteem zal een wijn tussen 12,0 en 13,9
“Marque Nationale - Appellation Contrôlée” zijn;
tussen 14,0 en 15,9 zal hij
“Marque Nationale - Appellation ContrôIée” zijn met de hogere vermelding “Vin Classé”;
tussen 16,0 en 17,9 zal hij
“Marque Nationale - Appellation Contrôlée” zijn met de kwalitatieve vermelding “Premier Cru”.

De wijn die de vermelding “Premier Cru” verkregen heeft, kan een derde organoleptische proef aanvragen om de kwalitatieve vermelding “Grand Premier Cru” te bekomen, op voorwaarde dat hij een cijfer tussen 18 en 20 haalt.








Controle

Elke fles met wijn die de aanduiding “Moselle Luxembourgeoise - Appellation Contrôlée" draagt, moet voorzien zijn van een fleskraagje of een etiket met “Marque Nationale - Appellation Contrôlée”. Op het grote etiket moet tevens het door het “Marque Nationale” aan die wijn toegekende controlenummer vermeld staan. br>
Bewaren en Opdienen

• De Luxemburgse wijnen moeten in liggende flessen bewaard blijven in kelders waarvan de temperatuur tussen 10 tot 12°C bedraagt en de vochtigheidsgraad tussen 70 en 80% schommelt.
• Ze moeten aan een temperatuur tussen 8 tot 10°C opgediend worden. Alvorens de wijn op te dienen moet hij ten minste 6 tot 8 weken in de kelder bewaard gebleven zijn.







Naar het voorbeeld van het “Marque Nationale” van de stille wijnen, werden gelijkaardige regels opgesteld om de kwaliteit bij de productie van mousserende wijnen hoog te houden. Het “Marque Nationale” van de Luxemburgse mousserende wijnen werd ingesteld bij verordening van de Regering in haar raadszitting van 18 maart 1988.

De aanwezigheid van een etiket “Marque Nationale” op een fles geeft de consument de zekerheid dat:
- het vat mousserende wijn (vanaf de samenvoeging van de basiswijnen) uitsluitend wijnen bevat die voldoen aan de normen vastgesteld voor de bereiding van kwaliteitswijnen afkomstig uit de Luxemburgse Moezel.
- de mousserende wijn beantwoordt aan de kwalitatieve eisen van de Luxemburgse Staat en aan de geldende reglementen van de Europese Unie, en dat hij onder permanent toezicht staat van de Luxemburgse Staat.

De mousserende wijn kan op twee wijzen bereid worden:
- hetzij volgens de “traditionele wijze”, dit is na gisting in de flessen,
- hetzij volgens de “methode van het gesloten vat”, dit is na gisting in afgesloten vaten.

De mousserende wijn moet twee analytische en een organoleptisch onderzoek ondergaan, vooraleer aan de proef door de deskundigen van de Commissie van het “Marque Nationale” voorgelegd te worden.
De voorgestelde wijn ondergaat eerst een analytisch onderzoek om vooraf vast te stellen of het product inderdaad beantwoordt aan de normen van het “Marque Nationale”; het tweede onderzoek gebeurt op het ogenblik van de afvloeiing (dégorgement) of van de aftapping.
Het organoleptisch onderzoek door de deskundigen van het “Marque Nationale” heeft betrekking op de kleur, de helderheid, de geur en de smaak, en ook op de gedraging van de bellen en de vorming van het schuim.
Het fleskraagje, het officiële label van het “Marque Nationale”, bevestigt en waarborgt de authenticiteit van de kwaliteit van de Luxemburgse wijnbouw, het is de officiële garantie voor de verbruiker.

Bewaren en Opdienen van Mousserende Wijn
* De wijn moet in een frisse, niet te vochtige kelder met een bestendige temperatuur van 10 tot 12°C bewaard blijven.
* Er op letten dat de flessen liggend bewaard worden opdat de kurk steeds in contact met de wijn blijft.
* De mousserende wijnen moeten nog meer dan de “stille” wijnen fris, maar niet ijskoud opgediend worden; de ideale temperatuur ligt tussen 6 tot 8°C.


De “ Crémant de Luxembourg” is één en al verleiding. Hij is de onontbeerlijke gezel voor alle belangrijke momenten. Onvergelijkbare partner, verheft hij de kleine en grote gebeurtenissen van het leven. Zijn delicaat parfum, zijn frisse smaak en zijn aroma’s, alle heel subtiel, bekoren neus en gehemelte, hoe veeleisend ze ook zijn.



De “Crémant de Luxembourg” en “de Tafel”

De “Crémant de Luxembourg”, een fijne, gezellige wijn met een delicaat spiritueel schuim, is de vrucht van een strenge arbeid in de geest van een grote traditie. De “Crémant de Luxemburg” besluit met zwier het gamma kwaliteitswijnen van de Luxemburgse Moezel.



Product van eigen Bodem De “Crémant de Luxembourg” is de vrucht van de bedrevenheid van de Luxemburgse wijnbouwer en van de hoge eisen gesteld aan de bereidings- en bewaringstechnieken.

De “Crémant de Luxembourg” is geboren uit streng gekozen basiswijnen en uit de sedert lang goed beheerste “traditionele methode”.

De elegantie van de parelsnoeren, het weelderig en toch discreet schuim, de schakering van de geuren en de fijne, evenwichtige smaak maken er een hoogstaand product van dat nooit ophoudt te behagen.

Het ideale antwoord: de eensgezindheid met de lekkerbek

Het gamma van de Crémantwijnen maakt het mogelijk dat ze bij de hele maaltijd gebruikt worden, hoe fijn die ook bereid is. De “Crémant” is reeds vanaf het aperitief bijzonder geschikt, waar zijn parels er toe bijdragen om de eetlust op te wekken en waar hij uitstekend samengaat met de subtiele pit van de toastjes. Voorgerechten, koude of warme schotels, geroosterde of gepocheerde vis met saus, wit of rood vlees, gevogelte en wild, de “Crémant de Luxembourg” bezit alle gewenste karakteristieken om ermee samen te gaan.

Hij is de waarborg voor de lichtheid van de maaltijd, een banket zal des te aangenamer zijn omdat de hoedanigheden van die wijn een gezellig “pluspunt” vormen en omdat ze tevens het pijnlijk zwaartegevoel verjagen dat vaak het gevolg kan zijn van een ongepaste samenvoeging.

Ook voor het nagerecht is de “Crémant de Luxembourg” zeker welkom, zijn parelende levendigheid schrijft hier niet alleen het woord “einde”, maar laat ongetwijfeld een verlangen achter naar “nog meer”.

Bewaren en Opdienen van de “Crémant de luxembourg”

• De wijn moet in een frisse, niet te vochtige kelder met een bestendige temperatuur van 10 tot 12°C bewaard worden.
• Er op letten dat de flessen liggend bewaard worden opdat de kurk steeds in contact met de wijn blijft.
• De “Crémant de Luxembourg” moet nog meer dan de “stille” wijnen fris, maar niet ijskoud opgediend worden: de ideale temperatuur ligt tussen 6 tot 8°C.

De uitzonderlijke hoedanigheid van de “Crémant de Luxembourg” wordt, sedert 4 januari 1991, gewaarborgd door een commissie deskundigen daartoe speciaal aangeduid en zetelend in het “Commission de la Marque Nationale”. Naast de voorschriften opgelegd door het “Marque Nationale” om mousserende wijn met Luxemburgse basiswijnen in de regels van de kunst te bereiden, kreeg de “Crémant de Luxembourg” nog andere in acht te nemen normen:
- een “carnet de pressoir” dat de evolutie moet volgen vanaf de aankomst van de volle druif tot aan haar uitpersingsbewerkingen.
- een gisting die moet beantwoorden aan de criteria voor kwaliteitswijnen.
- uitloging (na een trage druk) van ten hoogste 100 liter mout uit 150 kg geoogste druiven
- een verplichtend tweede alcoholische gisting in de flessen (traditionele methode) gedurende een termijn van ten minste negen maanden in instellingen in het begrensd gebied van de Luxemburgse Moezel.
- na de afvloeiing moet de beschouwde wijn een C02- overdruk van ten minste 4 bar hebben.
- het totale S02-gehalte mag niet meer dans 150 mg per liter bedragen.
- de stoppen moeten de aanduiding “Crémant de Luxembourg” dragen.
- het etiket van de “Marque Nationale - Appellation Contrôlée” moet het opschrift “Crémant de Luxembourg” dragen.

Groot is het belang van uitwendige factoren op de geboorte van een grote wijn. Maar groter nog is de vaardigheid van de wijnbouwer die ze alle moet beheersen om wijnsoorten te waarborgen die het waard zijn dat ze gezocht worden.

De traditie en de bedrevenheid van de wijnbouwers uit de Moezelstreek hebben het mogelijk gemaakt en maken het nog steeds mogelijk dat weergaloze wijnsoorten op de markt gebracht worden.



De verschillende wijnsoorten worden voortgebracht door:
- de wijnbouwers die lid zijn van een coöperatieve wijnbouwvereniging: ongeveer 62% van de productie;
- zelfstandige wijnbouwers: ongeveer 21% van de productie;
- producenten-handelaars: ongeveer 17% van de productie.


’’Les Domaines de Vinsmoselle’’

Zij groeperen zowat twee-derde van de totale wijnproductie. Het ontstaan van de Luxemburgse wijncoöperatie ligt in het begin van de twintiger jaren.

Na de ontreddering van de eerste wereldoorlog reageerden de wijnbouwers immers, bewust als ze waren van de gebrekkige en wankele toestand van de inlandse distributieketen, door structuren op te zetten die het hen mogelijk maakten wijn van hoge kwaliteit te bereiden en het op de markt brengen ervan onder controle te hebben.

Een nieuwe stap, op dit gebied, werd in 1966 gezet. De oprichting van de Europese Gemeenschap ging met een enorme concentratie van de vraag gepaard. En, om op die uitdaging te antwoorden, groepeerden de coöperatieve kelders zich en verenigden ze hun wijn-, opslag- en handelsverrichtingen.

«Les Domaines de Vinsmoselle» baten thans zowat 860 hectaren wijngaarden uit, verspreid over het hele Luxemburgse wijnland. «Les Domaines de Vinsmoselle», een belangrijke producent van Luxemburgse wijnsoorten, was de eerste om verschillende variëteiten van de “Crémant de Luxembourg” voort te brengen.

De Privé-Wijndomeinen

54 wijndomeinen behoren toe aan wijnbouwers die hun eigen druiven oogsten en hun wijn aan particulieren en restaurants verkopen. Wijnkenners en -liefhebbers waarderen ten zeerste de kwaliteit van de wijnsoorten en crémants door die domeinen geproduceerd. De zelfstandige wijnbouwers hebben in 1966 de “Organisation Professionnelle des Vignerons Indépendants” opgericht. Die beroepsvereniging heeft als doel zich bezig te houden met de wijnbouwproblemen van haar leden en vooral te waken over de bestendige verbetering van de kwaliteit van de wijn en crémants, ze verzorgt eveneens de promotie van de edele wijnsoorten. De wijnbouwers die hun druiven aan de handelaars verkopen zijn, voor het merendeel, eveneens leden van deze organisatie.

De Producenten-Handelaars

Sedert 1928 in een bond verenigd, hebben de traditionele handelshuizen vanaf het einde van de vorige eeuw een taak van pionier vervuld voor de verspreiding van de Luxemburgse wijnsoorten op de binnenlandse markt en voor de uitvoer.

Bewust als ze zijn van de noodzaak voor een strenge controle van hun grondstoffen, hebben ze zich verbonden met befaamde wijndomeinen en contracten ondertekend met wijngaarden uit de streek voor de levering van druiven.

Ook de verdienste van de schepping van de eerste eenheden mousserende wijn na de eerste wereldoorlog komt de traditionele handel toe.

Vandaag wordt die sector gecontroleerd door de producenten-handelaars waarvan de leden gegroepeerd zijn in de vereniging van de “Producenten van Luxemburgse mousserende wijnen en crémants”.




Gastronomie en de Wijnsoorten van de Luxemburgse Moezel

De faam van de Luxemburgse wijnsoorten heeft slechts de reputatie van de Luxemburgse keuken als gelijke. De Luxemburgse kookkunst is een instelling geworden.


Riesling: de “koning der wijnen” van de Luxemburgse Moezel. Een rasechte klasse-wijn. Zijn langdurige fruitige smaak maken van hem de ideale partner om te doen samengaan met een “Forel met Riesling” of een “Snoekbaarsfilet met kruidige pasta”, "Preiwit” of een “Hoenderragout met Riesling”. Hij heeft de voorkeur van alle schotels van zowel zee-, vijver- als riviervis. Hij is keizerlijk met “Gerookte ham”, “Ham in bladerdeeg” en “Gegarneerde zuurkool op Luxemburgse wijze”. En hij is goddelijk met “Luxemburgse rivierkreeftjes”.

Pinot Gris: door zijn fijn gekruide volheid laat hij nooit na U te verleiden. Sommigen raden hem aan voor “Ganzeleverpastei”. Voor wat de visschotels betreft verdient zeker de voorkeur voor “Paling en snoek met crèmesaus”. Met “Parelhoen met truffels en jachtsaus en aardappelen”, “Eendenreepjes met rapen”, “Eend met frambozensaus”, en stuk rood vlees zal hij uw genodigden en Uzelf naar “nog meer” doen verlangen.


Pinot Blanc: aangenaam en delicaat fris, doet de subtiliteit van talrijke voorgerechten, zoals hors d’oeuvres of charcuterieschotels, nog beter uitkomen. Hij gaat uitstekend samen met talloze visschotels zoals “Zeebaars met sla”, een “Bladerdeeg met forelfilets”, een “Zalm met zuring”. Hij is tevens de aangewezen en aangename gezel voor “Escargots met kruidensaus”, “KaIfsragout” of een “Kalfsmedaillon met asperges”.


Auxerrois: een overtuigend volle wijn met een typisch fijn boeket. U kan er uitstekend lekkere akkoorden mee vormen door hem, bij voorbeeld, te doen samengaan met een “Sla van lauwe lever”, een “Pannetje champignons”, een “Gebraden lamszwezerik met champignons”, “Kikkerbilletjes met groentenkrans” of een “Verse geitenkaas”. En die Auxerrois zal U verrassen en U nog meer de “Varkens-ribbetjes met gebakken aardappeltjes en spruitjes” of de “Sint-jacobsvruchten met rivierkreeftjes” doen waarderen.


Pinot Noir: uit die wijn, afkomstig uit het nabije Bourgondië, is een steeds meer gewaardeerde roséwijn ontstaan. Subtiel en fris, verleidt hij al zodra de fles nog maar getoond wordt. Een “Gestoofde kalfszwezerik” of een “Osso buco” zijn bijzonder aangewezen voor hem. Hij is in sublieme harmonie met een “Lamsbout met allerlei bonen” of met een “Konijnragout met pruimen”. Met rood vlees geserveerd, wordt het een feest, zeker met een “Geroosterde osserib” en ... U zal er nog meer van willen.


Gewürztraminer: zijn typische stevigheid en elegantie maken er een volle wijn van die iedereen herkent. Door zijn discreet gekruide pittigheid is hij de wijn voor de uitzonderlijke omstandigheden. Destijds als “dessertwijn” beschouwd, is hij bijzonder aangewezen voor kaasschotels. Hij is sensationeel met “Ganzelever” of “Geroosterd brood met Munster”. Hij gaat uitstekend samen met een “Rozijnen- en notengebak”, tenzij U hem liever op een “Wagentje vol nagerechten” klaar ziet staan.


Rivaner: een fruitige wijn met een aangenaam boeket. Hij zal op geen enkel tijdstip van de dag teleurstellen. Het is een gezellige wijn, geschikt als aperitief. Tijdens een diner kan hij gerust de rol van “passe-partout” toegewezen krijgen.


Elbling: de drogere wijn, is steeds “de wijn voor alle dagen” van vele Luxemburgers geweest. Hij heeft een “ik weet niet goed wat” dat behaagt en hem gepast maakt voor een visgebak en talrijke charcuteriespecialiteiten.

Pinot: fris en fruitig, harmonieus evenwicht van de Luxemburgse variëteiten, een typische Luxemburgse kwaliteitswijn met veel smaak

Bron: Luxvin

Terug naar de vorige pagina