HZ '93 Volleybal

 

                  Beachvolleybal 2004

                        De ploeg van 2003-2004
Hier
zijn er nog. 

<--
--> De volleybalploeg waar ik bij speelde in 2001-2002.

Receptiehouding <--

--> Dis is mijn jeugdploeg waar ik van mijn 12 tot 18 j. heb gespeeld en heel trots op ben :o)
 

Volleybal is een situatie spel. Je zult je steeds moeten aanpassen aan nieuwe situaties. Keuzen maken en oplossingen zoeken. Er wordt dieper ingegaan op:

  1. Spelinzicht

  2. Ervaring

  3. Concentratie.

 

 Geschiedenis

 Dynamiek

 Aanleerfase

 Handelingssnelheid

 Communicatie

 Brede basis

 Actie

 Volleybaltechnieken

Dynamiek in het Volleybal.

In de volleybal zijn allerlei acties belangrijk. Hierbij komt vooral het spelplezier om de hoek kijken. Het is tevens een teamsport met af en toe lange rally's. De beleving of passie is heel belangrijk. Dit is de sleutel tot het verkrijgen van succes. Voor velen komt de passie op de eerste plaats, daarna komen pas de technische en tactische vaardigheden om de hoek kijken. Als de spelers de passie hebben, gaan ze bewegen. De spelers willen dan namelijk niet dat de bal op de grond komt. Vanuit deze dynamiek hebben deze spelers ook succes. De spelers op de juiste techniek beoordelen komt niet op de eerste plaats. De bal komt in een wedstrijd bijna nooit op de ideale plaats voor een speelster. Je kunt de bal technisch nog net zo mooi spelen, maar als de bal op een plaats valt waar je niet staat, dan heb je een probleem. Normaliter besteden de meeste trainers ontzettend veel tijd aan het aanleren van de diverse technieken. Toch zouden ze het beter omdraaien

 

Aanleerfase.

Je zorgt er best eerst voor dat de spelers gaan bewegen en hoe dat ze de balbaan moeten inschatten. Later volgt pas de techniek. Zo krijg je ook spelers zo ver dat ze ook een bal kunne pakken die niet goed komt. Techniek dat spelonderdeel wordt apart getraind. In meer complexe bewegingssituaties. Gebruiken in wedstrijd. Taken en consequenties. Met dynamiek wordt vooral de handelingen vanaf fase 2 bedoelt. Hiervoor zorg je vooral dat de bal steeds uit een andere hoek gespeeld wordt en dat het spelen van de bal in allerlei bewegingspatronen wordt toegepast. Het is ook verstandig zo spoedig mogelijk met complexe spelsituaties te werken, waarbij de spelers de bal voor, achter en opzij aangespeeld krijgen. Veel aandacht wordt hierbij besteed aan het verplaatsen naar de bal toe en het goed indraaien van het lichaam. De spelers moeten veel hoeken maken. In de beginfase wordt zo snel als mogelijk gestreefd naar complexe bewegingssituaties en later wordt de techniek bijgeschaafd. Je kunt het volleybalspel ook verdelen in een aantal taken met de daaruit voortvloeiende consequenties. Door het rallypointspel, RPS, is het scoren nog belangrijker geworden en in het licht hiervan moet je dan ook de verschillende taken bekijken.

 

Handelingssnelheid.

In het RPS is alles wat je scoort een punt. Daarom zie je in het huidige volleybal dat de servicedruk (opslagdruk) steeds groter wordt. Het doel van de service is de aanval van de tegenpartij te ondermijnen. Je moet de service gaan trainen zodat je deze altijd als wapen kunt gebruiken. Ook tijdens de training dien je de service wedstrijdspecifiek te trainen. Je kunt de wedstrijdsituatie nabootsen door tijdens de training na een lange rally meteen te laten serveren of bijvoorbeeld een speler na een korte inspanning, buiten adem, te laten serveren. Als je bekijkt dat de duur van een rally, service, pass, setup, aanval, punt, zich bevindt tussen de 4 a 5 seconden en ieder vervolg, transactie, een extra 4 a 5 seconden, dan kun je wel indenken dat er in een zeer korte tijd veel handelingen plaats moeten vinden. Dit vergt veel handelingssnelheid van de spelers. Hierbij speelt een snelle en doelgerichte verplaatsing een cruciale rol. Alle facetten van het spel komen in 4 a 5 seconden aan bod. Binnen een ruimte van 9 x 9 meter zijn 6 spelers verantwoordelijk voor het goed uitvoeren van deze acties. Er is geen enkele sport waarin in een korte tijd zoveel acties voorkomen. Iedereen doet mee en iedere speler is continue bezig en is daardoor gevaarlijk voor de tegenpartij.

 

Communicatie.

Bij het trainen van verschillende spelonderdelen en de bijbehorende technische en tactische vaardigheden moet de dynamiek in handelen en denken ruimschoots aan bod komen. De oefeningen die worden gebruikt dienen een veelzijdigheid aan verplaatsingen en de daaraan gekoppelde beweging en speelhoeken te herbergen.

Het inschatten van de balbaan moet in verschillende situaties worden getraind. Daarnaast is het van belang diverse beslissingsmomenten in te bouwen die zo specifiek zijn voor de volleybalsport.

Volleybal is namelijk een complex systeem waardoor er goede afspraken binnen het veld dienen te worden gemaakt. Hierdoor wordt er aan de communicatie hoge eisen gesteld. Als voorbeeld: de spelverdeler die steeds de bal hoog naar positie 4 (Hoek vooraan links) moet spelen. Als hij de bal te lang in gecontroleerde banen kan spelen is dit geen goede zaak. Ook dient de trainer de oefening steeds wedstrijdspecifiek terug te brengen naar een rally van 4 a 5 seconden.

De oefenstof dient eerst simpel te zijn, waarna deze zo spoedig mogelijk naar een complexe situatie mag worden uitgebouwd. De trainer dient tijdens de oefenstof allerlei bewegingssituaties te creŽren. De aanvaller dient afwisselend voor, achter en opzij te bewegen en de ballen dienen steeds hoger of lager en meer naar links of naar rechts te worden aangespeeld. Er wordt dus in feite nooit een ideale situatie gecreŽerd.

In de wedstrijd ontstaat namelijk ook het probleem dat de spelers nooit van tevoren alle situaties voor 100% kunnen voorspellen. Binnen de trainingen dien je als trainer steeds twee componenten te verzorgen, namelijk de verplaatsing naar de bal toe en het spelen van de bal. Ook de communicatie tussen spelers is belangrijk. Het heeft dus weinig zin om steeds oefeningen te geven waarbij de onderlinge communicatie ontbreekt. Een simpele oefening zou als volgt kunnen zijn. Op een speelhelft staan twee spelers naast elkaar op ongeveer vijf meter van het net. De trainer of speler gooit een bal in dat speelveld, waarna een van de twee spelers de pass verzorgt. De niet passer loopt naar het net, positie 3 en geeft een setup naar positie 2 of 4. De spelers die de pass gegeven heeft verzorgd valt vervolgend aan. Zeker voor ballen die tussen beide spelers worden aangespeeld is de communicatie van groot belang om de oefening tot een goed einde te brengen. Bij deze oefening komt ook de dynamiek van het spel tot zijn recht.

 

Brede basis.

De specialisatie van de volleyballers is alleen van toepassing op de spelverdeler, de libero en de lange middenmensen. De overige spelers dienen allround te worden opgeleid. Deze moeten alle spelonderdelen zoals de service, de pass, de aanval, en het blok beheersen. Waar begin je als trainer mee. Als je nieuwe spelers krijgt, die nog nooit hebben gevolleybald dien je veelzijdig te trainen. Zeker tijdens de opleidingsfase dienen de spelers een brede basis aangereikt te krijgen. Zij moeten allerlei technieken in allerlei situaties uitvoeren. Als spelers aan de top staan, zullen zij alle facetten van het volleybal moeten beheersen. Als de spelers alles beheersen, kunnen zij zich gaan specialiseren. Trainers blijven te vaak allerlei technieken te geÔsoleerd aanbieden. Door steeds met meerdere spelers te laten samenwerken ontstaan er een of meerdere communicatielijnen. Als een oefening met twee spelers wordt gedraaid is er slecht sprake van een communicatielijn.

 

Actie.

Toch zul je als trainer toch naar de eindvorm met zes spelers moeten komen, omdat in de wedstrijden ook zes tegen zes gespeeld wordt. Als trainer moet je veel aandacht schenken aan actie. Je zult de organisatie van de oefeningen hierop moeten afstemmen, zodat de spelers tijdens de trainingen veel balbehandelingen moeten verrichten, Als trainer moet je vooraf steeds de doelstelling van de training hebben bepaald.

 

Volleybaltechnieken.

Bij volleybaltechnieken spreken we over a cyclische bewegingen. Hierin kunnen we 3 fases onderscheiden.

- Voorbereidende fase. Hoofdfase.
Hieronder wordt het spelen van de bal verstaan.

- Eindfase.
Dit behelst de nabeweging en voorbereiding op de volgende actie. De speler heeft een bal geblokkeerd en de bal ketst weg. Wat nu. De bal blijft in en het spel gaat door. De blokkeerden is reeds met de volgende actie bezig en is daarom weer bezig met de voorbereidende fase voor de volgende actie. Deze voorbereidende fase is afhankelijk van het feit of de bal in het eigen veld blijft of dat de bal op de helft van de tegenpartij is.

- Complexiteit opvoeren.
Met name de eerste fase verdient volgens mij veel aandacht, namelijk het spelen zonder bal. In de voorbereidende fase ligt de kern van het volleybalspel. Als deze fase niet goed uitgevoerd wordt, komt er meestal van het spel niets terecht. De oefeningen moeten wel de complexiteit van de wedstrijd benaderen. Als we kijken naar de verplaatsingen binnen de voorbereidingsfase dan kunnen we wederom drie elementen eruit lichten.

Starthouding, startpositie, het snel in beweging komen en actie komen. De speler dient zich steeds twee vragen te stellen, namelijk waar begin ik en hoe begin ik. Als je een bal gaat serveren, moet je dus beslissen waar je gaat staan om te serveren, positie 1, 6 of 5 en hoeveel afstand van de achterlijn en hoe je gaat serveren. De eigenlijke verplaatsing, het onder de bal komen. Bij de verplaatsing zul je als speelster moeten beslissen of je de shuffle toepast, de kruispas, de aansluitpas of het snel lopen. Het gaat er om zo efficiŽnt mogelijk te bewegen. Tijdens de training dient een trainer veel aandacht aan de meest efficiŽnte manier van bewegen te besteden. Speelhouding lichaamshouding vlak voor het balcontact. De speler dient steeds in balans achter of onder de bal te komen.

 

Inhoud ] Tim ]