![]() |
![]() |
|
Verslag Izegem - Oostende in de West-Vlaamse interclub ronde 1     (23.09.2011) Ingevolge een ingenieuze en tot op het laatste ogenblik verborgen gehouden meesterzet van de Izegemse veldmaarschalck Ronse, en ook wel omdat niet meteen een bierkaartje gevonden werd dat zich leende tot kop of munt (Rodenbach of schaars geklede dame om precies te zijn), nam Emile, de Messi van het Leiedal, het dichtst bij de stove plaats. De ingewijden van wat het Camp Nou van de vlaamse schaaksport kan genoemd worden, weten dat hiermee het eerste bord wordt bedoeld. Van deze verrassing zou den oudsten Decrop, aanvoerder van de Koninklijke Oostendse en vader van zijn zoon, nooit helemaal bekomen, doch daarmee loop ik vooruit op een verslag dat niet pretendeert volledig, laat staan nauwkeurig te zijn nu ik als verslaggever net iets teveel van de strijd (nou ja) miste en met verslagen bovendien niet te hoog opgelopen moet worden. Den uitslag komt allicht in een tabel boven dit verslagje te staan, hetgeen voldoende zou moeten zijn en al bij al is het pretentieus om aan te nemen dat u ook nog zou willen weten welk gebrokkel daaraan ten grondslag heeft gelegen. Afijn, omdat later - wanneer schaken nog de enige sport zal zijn die van overheidswege zal toegelaten zijn (of het moet vrouwenvolleybal zijn) - de vakpers met grote begeerte op zoek zal gaan naar de eerste penneschrijfselen over de eclatante successen van schaakgrootmeesters als daar zijn Emile Bouquet, Koen Verhaeghe en Alexander Geldhof, lijkt me de moeite van een artikel toch gerechtvaardigd. In de boude veronderstelling dat men in het rustoord van Knokke verder al het draadloos internet zou ontdekt hebben, heeft een kort sfeerverslag ook de verdienste als een waarschuwing te gelden voor de tornado die komende vrijdag, 28 oktober 2011, door de kuststad zal razen. Op voormelde datum zullen wij namelijk ook onze tweede wedstrijd in de West-Vlaamse interclub winnen en het zou al groot moeten gaan, moest dat niet opnieuw met 3-1 gebeuren. Menig pamper zal daar volgescheten worden, en het zal niet zijn dat wij hen daarop niet van tevoren hebben geattendeerd. Dat ik mijn jonge kornuiten slechts kort gade sloeg zou door kwatongen toegeschreven kunnen worden aan desinteresse, doch dit was enkel te wijten aan het feit dat mijn tegenstander na 20 minuten een toren, en daarmee ook het eerste punt weggaf, waarna ik niet weerstond aan de lokroep van de Rodenbach. In een franse partij, grabbelde de heer Pincket met z'n dame de aangeboden pionnen op g7 en h7 van het bord, om vervolgens een dubbelschaakje op c3 te dulden. Hoewel ik de man placht te troosten met de dooddoener als zou het een "begin van het seizoen-misser" betreffen en "iedereen moet elk seizoen ne keer serieus de mist in gaan, en dat heb je dan alvast gehad", gebiedt de eerlijkheid te stellen dat het om een wel erg domme dwaling ging. Al even eerlijk moet gezegd dat ik daarna, in de taveerne van Sef, enkele keren vakkundig van het bord werd geblitzt, zodat het gemakkelijke punt al bij al een meevaller mocht heten. Anderenzijds wil ik daarmee allerminst gesuggereerd hebben dat de izscha-winst op geluk zou gestoeld zijn. Het zou de mannen van Knokke zowaar nog op gedachten kunnen brengen en bovendien mag het geen toeval heten dat het altijd de tégenstanders zijn van Barcelona die hopeloos met de bal in de knoei lijken te zitten… Intussen werd op andere borden de opening afgerond. Ruben Decrop sulferde onze Emile vlug met een geïsoleerde centrumpion op, ruilde vervolgens geheel thematisch vrouwen en lichte stukken (een tautologie) om daarna een eindspel met toren(s) in te duiken, en dat alles in de nog steeds thematische overtuiging dat het dan wel vlot moest lopen. Koen kon zijn zomerse huisvlijt op bord 3 tegen de heer André Deceuninck niet ten volle etaleren daar deze laatste zijn siciliaanse verdediging liever niet in gambietwateren zag varen. Koen kreeg in ruil wel een sterk centrum, een open lijn en actieve lopers, maar moest niettemin in eerste instantie de terugtocht van zijn cavalerie blazen ingevolge (te ver?) oprukkende pionnen aan de damezijde. Alexander liet zich dan weer in de opening reeds stevig om te tuin leiden en moest na een zwaar om dragen penning dulden hoe zijn koning in den vrije terecht kwam, zijn pionnenstructuur een stevige wup kreeg en één van die pionnen ter vermijding van groter onheil ingeleverd moest worden. Vreemd genoeg ging de storm daarna liggen, bleek de pion de enige schade te zijn en was niets verloren. Integendeel, om te vermijden dat een moedige Alexander paard en toren van Hendrik tot opgesloten schaakmeubilair zou herleiden en daarmee naar een zekere winst zou snellen, diende Hendrik zowaar de pion terug te geven en had Alexander met twee verbonden vrijpionnen op de damevleugel allicht de beste papieren in handen. Wat daarna gebeurde, ging ingevolge het manillen beneden in de taveerne, alsmede ingevolge een vrij uitgebreide toelichting omtrent Sefs gloednieuwe “rookkot”, aan uw dienaars kritische oog min of meer voorbij, maar bij terugkeer diende vastgesteld dat de verbonden pionnen niet enkel ter plaatse gebleven waren, maar dat Hendrik bovendien diep doorgedrongen was in vijandelijke gelederen, met een toren die lelijk huis hield en uiteindelijk het volle punt zou opleveren. 1-1 dus. Koen daarentegen belandde op de damevleugel in een combinatorisch kluwen, waarin hij net iets verder rekende dan zijn tegenstander, hoewel het voor beidens gemoedsrust allicht raadzaam is om het geheel niet door één of ander elektronisch schaakwonder te sleuren. Koen won de kwaliteit en daarvoor had zijn tegenstander allicht grotere compensatie gehad mocht hij op b2 geslagen hebben met zijn pion in plaats van deze laatste gewoon op te schuiven naar c2. In het zicht van een stevige promotie, stierf hij daar immers een vlugge dood. Daarna restte geen compensatie, doch een duidelijk voordeel dat middels nog wat geschuif van meerdere stukken (een nieuwe "boom" werd inmiddels ingezet door kaartend Izegem) naar winst leidde. In het aanschijn van de stove zag het eerste bord vervolgens een eindspel alsmede een tijdnoodtragedie voltrekken. Ruben Decrop maakte van beter torengemanoeuvreer gebruik om een pion te winnen en leek daarmee ook het laken naar zich toe te trekken, doch schijn bedroog. In het daaropvolgende koninggeschuif bleek Emile niet alleen goed te kunnen rekenen, maar bleef hij ook erg koel. “bulletten” werd daarvoor naderhand ter verklaring aangedragen. Ik noteerde uit de mond van Emilio Butrageno betreffende dat schaakvluggertje op het internet (want dat is het dus) verder ook nog:“ik start soms met 10 seconden op de klok, en eindig met het dubbele”. Dat is voorwaar verbluffend en alle wetten der fysica tartend. Steve Jobs wordt tegenwoordig voor minder gelauwerd. In ieder geval, Ruben Decrop wenste niet te verifiëren of Emile in een 30-tal seconden het matnet kon dicht trekken en boog het hoofd voor zoveel jeugdelijk geweld. Een erg knappe overwinning en nieuwe illustratie van heel veel talent. Een 3-1 overwinning op de eerste speeldag in de hoogste West-Vlaamse afdeling mag gerust een knalprestatie genoemd worden. Men zou daar heel bescheiden kunnen over doen, maar die zou uitaard vals van aard zijn en al bij al moet met dat bescheiden zijn ook niet te voortvarend tekeer gegaan worden. Zoveel technisch vernuft op een kleine ruimte (Ewel ja, is dat dan niet de definitie van Barcelona?) verdient uiteraard meer dan een eenvoudige schouderklop en een kus van de juf, of het zou Nele Vanhuyse moeten zijn. Tis waar, diezelfde jonge kornuiten zullen in de nabije toekomst – niet in het minst in deze zelfde competitie - allicht nog eens stevig op de bek gaan, maar dat zal alvast niet tegen Knokke zijn. Noteert u immers reeds dat wij de volgende ronde, op vrijdag 28 oktober 2011, in en tegen Knokke aantreden. Zoals aangestipt zullen wij daar allicht zegevieren met een vermoedelijke score van 3-1. Voor de volledigheid, hoewel overbodig, zal ik dat te gepasten tijde schriftelijk bevestigen. Tussen hier en daar laat ik u met het lied van de week: "Ik ga naar Knokke" Ria Valk |
|