Onze honden | Over de Berner Sennen ... Geschiedenis
De Berner Sennenhond is een boerenhond met oude herkomst. Oorspronkelijk droeg hij de naam "Dürrbachler", naar het gehucht (en de herberg) Dürrbach in het kanton Bern, waar deze langharige, driekleurige viervoeter in vele variëteiten (zowel wat kleurtekening als afmetingen betreft) voorkwam en werd gebruikt als waak-, tuig- en drijfhond op boerderijen.
Nadat begin 20e eeuw enkele van deze honden op hondententoonstellingen waren voorgesteld, besloten in 1907 enkele hondenfokkers (onder leiding van Prof. Albert Heim) uit Burgdorf hun krachten te bundelen in de “Schweizerischen Dürbach-klub”, om alzo het ras zuiverder te fokken volgens daartoe opgestelde raskenmerken.
Vanaf dan neemt de populariteit van het ras - dat in navolging van de andere, kortharige Appenzeller, Entlebucher en Grote Zwitserse Sennenhonden vanaf dan “Berner Sennenhond” wordt genoemd - gestaag toe in Zwitserland en de omringende landen.
Vandaag is de Berner Sennen, dankzij zijn attractieve driekleur en zijn aanpassingsvermogen, wereldwijd als familiehond bekend en geliefd.
Rasbeschrijving
Hieronder volgen enkele passages uit de rasstandaard (FCI-Standaard Nr. 45):
- Algemene verschijning: Langharige, driekleurige, overmiddelgrote, krachtige en beweeglijke gebruikshond met stevige ledematen; harmonisch en uitgebalanceerd.
- Schofthoogte:
- Reu: 64 - 70 cm (ideaal 66 - 68 cm)
- Teef: 58 - 66 cm (ideaal 60 - 63 cm)
- Belangrijke verhoudingen: Verhouding schofthoogte tot lichaamslengte ca. 9:10; eerder compact dan langgerekt.
-
Haar:
- Kleed: Lang en glanzend, sluik of licht gewelfd.
- Kleur: Diepzwarte grondkleur, met diepe, bruinrode brand aan de kaken, boven de ogen, aan alle vier de benen en op de borst. Witte aftekening als volgt:
- - Zuivere witte symmetrische hoofdtekening: Bles, die zich naar de neus toe aan beide zijden tot witte vangtekening verbreedt. De bles mag niet tot aan de vlekken boven de ogen, en de witte snuittekening hoogstens tot aan de mondhoeken reiken.
- - Witte, matig brede, doorlopende keel- en borsttekening.
- - Gewenst: witte voeten, witte staartpunt.
- Karakter: Zeker, opmerkzaam, waakzaam en onbevreesd in alledaagse situaties; goedmoedig en aanhankelijk in de omgang met vertrouwde personen, zelfzeker en vreedzaam tegenover vreemden; middelmatig temperament, goed handelbaar.
Leven met een (of meerdere) Berner(s) ...
Hieronder formuleren wij, vanuit onze ervaringen, enkele persoonlijke gedachten over het leven met een (of meerdere) Berner Sennenhond(en). Gewoon wat kribbels, die misschien kunnen helpen beslissen of een Berner de hond is die bij je past! Een (Berner Sennen)hond is immers niet voor even, maar wel voor het leven ...
- Samenleven met Berner Sennenhonden impliceert een bepaalde levensstijl.
Een Berner is absoluut geen hond (welk ras wel trouwens?) om in afzondering in een kennel te houden. Een gelukkige Berner maakt volwaardig deel uit van en onderneemt allerlei zaken met het gezin (de roedel). Dit betekent dat je Berner wellicht een groot gedeelte van de dag binnenshuis zal doorbrengen. Door de langharige vacht (en de steeds terugkerende ruiperiodes) zal je daardoor constant en overal Bernerharen terug vinden in je huis. Een extra poetsbeurt helpt natuurlijk wel, maar het is onvermijdelijk om af en toe haren terug te vinden op je kledij, in etenswaren, ... En dan nog te zwijgen van de hoeveelheid zand die door je Berner (via de vacht) je huis wordt binnengebracht. Verder hebben sommige exemplaren ook nog de neiging om overtollig kwijl te produceren, en je snapt wellicht wat ik bedoel met een "bepaalde" levensstijl ... - Berner Sennenhonden moeten met verantwoordelijkheidszin worden opgevoed.
Berners zijn grote honden. Dat betekent dat je een beest van die omvang best 100% onder controle hebt, of je loopt het risico dat je Berner met jou gaat wandelen in plaats van andersom. Een goede socialisatie en kennis van de basiscommando's lijken mij dan ook een absoluut minimum. Door de explosieve groei tijdens het eerste levensjaar heeft een Berner tijdens die periode alle energie nodig om goede en sterke botten, pezen en gewrichten op te bouwen en is overbelasting (trappen lopen, bruuske bewegingen, ...) absoluut te vermijden. Ook de lengte van de wandelingen wordt daarom in het begin best aangepast aan de leeftijd (volgens de basisregel "5 minuten per levensmaand" kan je bijvoorbeeld 20 minuten onafgebroken wandelen met een pup van 4 maanden). - Berner Sennenhonden zijn niet de meest gezonde honden.
Bovenstaande uitspraak heb ik helaas reeds door verscheidene dierenartsen (vrijwel letterlijk) horen uitspreken. Naast heel wat specifieke, individuele gezondheidsproblemen, kampen Berners in het algemeen met de klassieke problemen (heupdysplasie, elleboogdysplasie, maagtorsie, ...) van alle grote rassen. De gemiddelde levensverwachting van een Berner is dan ook niet echt hoog: als een Berner 8 jaar of ouder wordt, is dit al een hele prestatie! - Berner Sennenhonden zijn niet de goedkoopste honden.
Los van de aankoopprijs kost een Berner door zijn grootte meer in verzorging dan zijn kleine soortgenoten. Medicijnen (narcose, ontworming, ...) worden meestal per kg lichaamsgewicht toegediend, en verder dient een hond van dat formaat (met een al even grote maag) kwalitatief hoogstaand voer te krijgen. - Berner Sennenhonden zijn fantastische gezelschapshonden.
Als je geen van bovenstaande punten een bezwaar vindt, dan lijk je mij wel "Berner-proof" en klaar voor zo'n knuffelkameraad voor het leven. Een Berner is op de eerste plaats immers graag bij je in de buurt, en past zich daarvoor wonderwel aan aan de dagelijkse omstandigheden. Natuurlijk is een Berner het liefst actief bezig met zijn baasje, maar ook wat luieren en/of de boel observeren is totaal geen probleem. Een Berner is vriendelijk tegenover kinderen en ook andere huisdieren worden in regel vriendelijk bejegend. Een Berner blaft niet veel. Wel worden (vreemde) bezoekers luidkeels aangekondigd, waarna de (goedkeurende) reactie van de baas wordt afgewacht.
