Onze planeet wordt heet!

Jill Peeters

Commentaren en opbouwende kritiek


Jan Janssens


Abstract - Deze pagina levert commentaren en opbouwende kritiek op het boek "Onze planeet wordt heet! Global Warming bij ons" van Jill Peeters. Het boek verscheen reeds in 2007, maar in de aanloop naar de Kopenhagen-conventie van december 2009 leek het goed om de typische IPCC-standpunten nogmaals te overlopen en -aan de hand van Jill's boek- aan te tonen waar deze in de fout gaan. Laat ik het duidelijk stellen: Dit is geen aanval op de weervrouw van VTM, maar wel de -zoveelste- kritiek op het IPCC, zijn klimaatdogma, en de diverse personen en groeperingen die er schaamteloos gebruik van maken om, op de kap van de wetenschappelijke objectiviteit, hun groene agenda door te drukken en met hun alarmistische doemscenario's het grote publiek de stuipen op het lijf te jagen.


Voorwoord
In het voorwoord wordt een opa van 94 aangehaald die last heeft van hittegolven. Op die leeftijd wordt een mens al eens vergeetachtig, want anders had hij zich zeker de 5 hittegolven herinnerd die België teisterden in 1947. Figuur 6 uit het Klimaatrapport van het KMI laat trouwens ook zien dat hittegolven in de jaren 40 op zijn minst even frequent voorkwamen dan tijdens het laatste decennium.

En over het Turkanameer, het grootste permanente woestijnmeer(!), kan gezegd worden dat het in Centraal Afrika ook 2000 jaar geleden en rond 1150 er bijzonder droog was, waarbij onderzoek verbanden vermoed met veranderlijkheid in de tropische monsoen (Russell & Johnson, 2005; Halfman & Johnson, 1988; Russell et al., 2007).

I. Zijn er dan geen seizoenen meer?
I.1.1 De temperatuur

Het is lovenswaardig dat dit boek vermeldt dat de temperatuur vroeger niet alleen op een andere lokatie werd gemeten (Sint-Joost-ten-Node, 1890, p. 38), maar ook op een andere manier, nl. in een open thermometerhut (Jill heeft het in haar boek pag. 7 en ook op pag. 38 omgekeerd). De overgang naar een gesloten thermometerhut werd voor Ukkel in 1968 gemaakt. De data voorafgaand aan 1968 werden gecorrigeerd (zie bv. Hugo Matheus). Hoewel deze correcties afgeleid zijn tussen 1968 en 1983, is het onduidelijk hoe groot de afwijkingen op deze correcties zijn, en het is ook maar de vraag of de dan bepaalde correcties zomaar op data uit 1850 mogen worden toegepast.
Het GISS, het Goddard Institute for Space Studies, gebruikt de ruwe data van de weerstations wereldwijd om -na een aanpassing- er de globale temperatuur en de klimaatevolutie uit af te leiden. Vreemd genoeg zijn de GISS-temperaturen helemaal niet goed aangepast. Voor Ukkel stoppen de correcties immers al in 1950 (i.p.v. 1968), zijn de verschillen te klein (-0,8°C i.p.v. -0,3°C), en zijn ze ook zeer onregelmatig. Zie onderstaande figuur voor de periode 1881-2008.

De pre-1968 GISS-data voor Ukkel zijn dus gemiddeld een halve graad te hoog. Maar... dit zijn niet de waarden die GISS gebruikt bij de berekening van de globale temperatuur. De ruwe waarden worden immers homogeen gemaakt, d.i. aangepast naar de temperatuur van de omgevende landelijke gebieden.

The GHCN/USHCN/SCAR data are modified in two steps to obtain station data from which our tables, graphs, and maps are constructed. In step 1, if there are multiple records at a given location, these are combined into one record; in step 2, the urban and peri-urban (i.e., other than rural) stations are adjusted so that their long-term trend matches that of the mean of neighboring rural stations. Urban stations without nearby rural stations are dropped.

Bij deze correctie gaat het GISS echter de totaal in de fout, en zorgt ze ervoor dat het temperatuursverschil tussen het begin van de 20ste eeuw en vandaag veel groter wordt dan het eigenlijk is. Niet alleen is de correctie kunstmatig en irreëel, ze is dus ook -voor Ukkel- enkele tienden groter dan wanneer de gesloten-hut-waarden voor de jaren voor 1968 zouden worden gebruikt. Zie deze pagina (Addendum 2) voor mijn opmerkingen hieromtrent.
Dit alles om maar even te zeggen dat "de" temperatuursreeks voor een bepaalde plaats niet zomaar bestaat. In de loop der jaren is de omgeving rond het merendeel van de weerstations veranderd, en wordt de temperatuur meestal op een andere manier gemeten dan pakweg 100 jaar terug. En daar zijn dus correcties voor nodig. Ukkel is dan nog een redelijk betrouwbaar weerstation! Zie bijvoorbeeld in Miami, AZ (met trouwens nog een mooi voorbeeld van de homogeniteits-aanpassing door GISS), of hier in Detroit Lakes, MN. En de data van deze stations worden ook opgenomen door het GISS bij de bepaling van de temperatuur en de klimaatsevolutie op aarde!

Tijdens het schrijven van dit artikel kwam het knoeien met data door CRU (UEA) aan het licht. "Climategate" werd zelfs door sommige pro-IPCC media (CBC) becommentarieerd, en leidde tot het tijdelijk ontslag van de CRU-directeur Phil Jones.

Een nadeel van het uitmiddelen over 10 jaar zoals Jill dat doet, of over 30 jaar zoals het eigenlijk zou moeten voor het klimaat (zie bovenstaande figuur of bij Frank Deboosere), is dat er soms wat detail verloren gaat bij de interpretatie van de data. Uit de evolutie van de gemiddelde data zou kunnen besloten worden dat de temperatuursstijging zich voor Ukkel continu voortzet. Wanneer echter de jaarlijkse data worden bekeken, dan concludeert het KMI echter het volgende:

We zien dat er een globale opwarming is van ongeveer 2°C over de beschouwde periode. De stijging van de temperaturen was niet gelijkmatig: zij deed zich voor in twee relatief abrupte etappen: er was een eerste zeer significante stijging rond 1910 en een tweede, eveneens zeer significant, aan het einde van de jaren 1980. In beide gevallen bedroeg deze stijging ongeveer een graad.

Hoe dat te rijmen valt met een geleidelijk toenemende [CO2]-concentratie, is dus de vraag. Het gaat hier uiteraard over een lokale temperatuursevolutie, maar toch: de helft van de temperatuurstoename vond plaats toen [CO2] 20% lager was dan nu (300 ppm tegen 380 ppm).

In de volgende 3 pagina's gaat Jill de record-tour op. Nochtans ligt het vrij voor de hand dat wanneer de temperaturen boven het gemiddelde uitkomen, de kans op het breken van een dag-, maand- of jaarrecord toeneemt. Uiteraard gelden deze records maar voor de beschouwde periode: "de warmste dag "ooit" betekent voor Ukkel dus sinds 1833. De records van vandaag zeggen ook niets over de temperaturen in het niet eens zo verre verleden. Temperaturen zijn in België, Europa, en zowat de rest van de wereld veel kouder (Kleine Ijstijd) maar ook warmer (Middeleeuws Klimaatoptimum) geweest. De CO2-Science-site bevat een overzicht van de diverse studies hieromtrent. Een kwantitatieve vergelijking toont aan dat het in de Middeleeuwen 0,5°-1°C warmer was dan nu. Hoewel dus enkele van de gevestigde records uit de laatste 20 jaar er nog steeds zouden staan, is het zeer waarschijnlijk dat een groot deel ervan al 700 jaar of meer bestaan en het nog wel even duurt voor deze gebroken worden.

Bovenstaande figuur kadert Jill's bewering over de toename van het aantal zomerdagen sinds 1980. Het toont duidelijk dat dit aantal vergelijkbaar is met de periode 1930-1950, en dat dit nogal kan variëren van jaar tot jaar. Het aantal warme nachten (Tmin > 15°C) is wel toegenomen, en het aantal koudegolven en vorstdagen afgenomen. Opmerkelijk is dat dit steeds vrij abrupt gebeurde in de periode 1970-1980, om daarna stabiel te blijven (zie figuren 5, 7en 8 van het KMI-rapport). Dit verklaart meteen de evolutie van het aantal koude- en warmterecords (p. 12 uit Jill's boek). Op basis van de maandrecords voor Ukkel lijken deze zich vooral voor te doen tijdens de overgangsseizoenen (lente en herfst).Onderstaande figuur ten slotte wil een soort antipode vormen voor de 2 warmste jaren dusver. Iedereen klaagt nu al steen en been als we eens wat normalere temperaturen hebben. Wat wordt dat dan als we eens twee opeenvolgende koude jaren zullen hebben zoals in 1887-1888, waar het jaargemiddelde telkens op 7,5°C lag?

Besluit: Klimaatsceptici ontkennen niet dat het de laatste decennia warmer is geworden. Ze hebben wel vragen bij hoeveel de temperatuur is toegenomen, en hoe uitzonderlijk dit is wanneer beschouwd over de laatste duizenden jaren. Ze gaan niet akkoord dat de toename in [CO2] de oorzaak is van deze (globale) opwarming.

I.1.2 De neerslag

Het wordt hier niet alleen jaarlijks natter, ook de buien op zich worden heviger!

Bovenstaand citaat komt van p. 15 uit Jill's boek. Het is verkeerd. Zoals de figuren hieronder laten zien, had er een vrij abrupte stijging van 7% in jaarlijkse neerslaghoeveelheid plaats, in 1910, en is het sindsdien stabiel gebleven. Een situatie gelijkaardig aan 2001-2002 had plaats in 1965-1966. Geen jaarlijks stijgende neerslaghoeveelheid dus. Bovendien kan het KMI (voorlopig) niet op een onbetwistbare manier bevestigen of de overvloedige neerslaghoeveelheden tijdens onweders tegenwoordig frequenter voorkomen dan in het verleden. Het blijkt allemaal nogal lokaal te zijn: niet alleen waar de onweders vallen, maar ook of het om overstromingsgevoelige gebieden e.d. Het is daarom een beetje spijtig dat Jill in haar lijst van overstromingen enkele vermeldt die een gevolg zijn van langdurige (weken) overvloedige regenval. Een lijstje met de grote overstromingen bevindt zich op Wikipedia.

Het zeepeil stijgt met ongeveer 3 mm per jaar, maar dat is geen abnormale stijging zoals uit de evolutie sinds de laatste ijstijd kan worden afgeleid (WUWT). Tot 8000 jaar geleden bedroeg de stijging gemiddeld 14 mm per jaar. Wat we nu zien zijn dus de laatste effecten van de recentste ijstijd. Als, zoals het IPCC het stelt, het zeeniveau tegen 2100 met 2 m zou stijgen, zouden we gemiddeld een stijging moeten zien van ongeveer 20 mm per jaar. Wat dus helemaal niet wordt waargenomen, en dus heeft het niets te maken met door de mens veroorzaakte klimaatsopwarming. De toename in de hoeveelheid warmte opgeslagen in het oceaanwater is de laatste jaren gestopt, zoals gerapporteerd (na een correctie) door Willis et al. (2008) en ook besproken op de WUWT.

Bij een veranderend klimaat horen nu eenmaal veranderingen in trek- en broedpatronen van de dieren. Zij passen zich aan. Sommige van de voorbeelden uit het boek zijn vroeger -voor de opwarming van de laatste decennia- ook al voorgekomen, zoals de bijeneter die ook al broedplaatsen in onze streken had in 1964 en 1965. Akkoord met haar laatste opmerking over de invloed van overbevissing en vervuiling op de achteruitgang van vissoorten.

I.2. Het weer verandert in de wereld

I.2.1. Het warmt op

Ongetwijfeld dat het globaal opwarmt, maar toch enkele kanttekeningen.

Waarom is er bijvoorbeeld zo'n verschil tussen de opwarming in de noordelijke en de zuidelijke hemisfeer (data: CRU, maar ook GISS en satellietwaarnemingen)? De eerste reactie zou kunnen zijn omdat de zuidelijke hemisfeer veel meer oceanen heeft, en aangezien water veel trager opwarmt dan land moet de noordelijke hemisfeer wel sneller opwarmen. Maar omgekeerd kan ook natuurlijk. De meeste, verstedelijkte gebieden bevinden zich op het noordelijk halfrond. In de steden heerst echter het stadshitte-effect (waarom je op een zomerdag met je blote voeten over gras kan lopen, maar niet over asfalt...). Bovendien kan dit zelfs een zeer goede verklaring bieden waarom er -in België nog zo weinig koude-records gebroken worden: de nachten zijn immers warmer door de warmte-uitstraling vanuit grond en gebouwen. Het IPCC beweert dat het hiervoor corrigeert, maar voor Ukkel gebeurt dat dus niet correct, en de vraag is ook of de correctie voldoende groot is gezien de enorme gemeten temperatuursverschillen (meerdere graden!).
Een andere vraag die men zich kan stellen, is wat de oorzaak is van de zeer eigenaardige temperatuursevolutie. Hierop komt Jill in hoofdstuk II.2.1. terug, met het algemeen bekend verhaaltje dat de eerste stijging vermoedelijk veroorzaakt werd door toenemende zonneschijn, en de daaropvolgende afkoeling door stofdeeltjes uitgestoten door de industrie. De stijging van de laatste 30 jaar zou dan door "de mens" veroorzaakt zijn... In hoofdstuk II wordt er een alternatief geboden op het door Jill (en het IPCC) voorgekauwde [CO2]-effect.
Tenslotte kan er nog opgemerkt worden dat de satellietwaarnemingen niet de opwarming laten zien die tijdens het eerste decennium van de 21ste eeuw door de grondstations worden gemeten, en dat zelfs na de correctie. De IPCC-modellen voorspellen een grotere/snellere toename van de temperatuur in de Lage Troposfeer, maar dat is zeker niet wat gemeten wordt aan de grond. In de satelliet-data kan zelfs een temperatuursdaling worden gezien sinds het grote El Niño event van 1997-98...

Een beetje flauw van Jill om het te hebben over het aantal doden tijdens de zomer van 2003, en per suggestie, de doem die ons te wachten staat bij toenemende globale opwarming. Indien we zouden teruggaan naar temperaturen van 100 jaar terug (niet eens de kleine ijstijd), zouden er jaarlijks meer koude- dan hittedoden vallen. Om nog maar te zwijgen over alle ellende tengevolge van het vastgelopen verkeer, of de mislukte oogsten. Zelfs het IPCC drukt zich in zijn 2007-rapport heel voorzichtig uit, en concludeert dat bij toenemende globale opwarming de vermindering in het aantal doden tengevolge van de veel zachtere winters de toename in aantal doden tijdens de zomers overtreft.

Over het smeltende ijs moet het duidelijk zijn dat de afsmelting van het noordpoolijs in 2008-09 veel minder sterk was dan in 2007. Zoals uit onderstaande figuur blijkt, is de trend sinds het begin der satellietmetingen (1979) zeker dalend. Maar die kleine ijsoppervlakte is zeker niet uitzonderlijk (Polyakov (2004), Akasofu, Divine et al. (2006),...). Het loont zeker de moeite om de pagina over de "Arctic" van Global Warming Science er eens op na te lezen. In het bijzonder de foto's halfweg en de artikels onderaan de pagina laten er geen twijfel over bestaan dat de ijsoppervlakte zeer variabel is en in het recente verleden (zoals in 1958-59) groter en dunner is geweest dan nu. En waarom wordt er hier niet verteld dat de ijsoppervlakte aan de zuidpool toeneemt? Of de belangrijke invloed van de lokale zeestromingen en natuurlijke luchtstromingen?

En de ijsbeer doet het uitstekend, ondanks de nog steeds toegelaten jacht op dit beestje. De ijsbeer kan zich trouwens beter aanpassen dan "men" ons doen wil doen geloven... Ijsberen geraken bovendien zonder veel problemen in Ijsland, zoals in 1993, 1972, en zelfs helemaal terug tot in 890. Ijsberen overleven omdat ze een groot aanpassingsvermogen hebben.

Voor de gletsjers vergeet Jill weer alles in zijn kader te zetten (zie bv. Holzhauser (2005), of meer recent Rupper et al. (2009)), en te vermelden dat niet zozeer de temperatuur, maar veranderingen in de windpatronen, zonnestraling en de hoeveelheid neerslag een belangrijke invloed hebben op de gletsjerevolutie (zie bv. Schaeffer (2009), Howat (2007), Nesje (2000)). Tenslotte is specifiek voor de Kilimanjaro, het icoon van Al Gore in zijn film "The inconvenient truth", de verdwijning van de gletsjers grotendeels te wijten aan lokale veranderingen tengevolge van het wegkappen van het omringende bos, en aan veranderingen in neerslaghoeveelheden. Zie hiervoor o.a. Fairman et al. (2008), Kaser (2004, met opmerkingen van Real Climate (2005)), of nog Duane et al. (2008). Bovendien had de grootste afsmelting plaats in de eerste helft van de twintigste eeuw, ruim voor de zogenaamde antropogene opwarming (Junkscience, 2006).

De ontdooing van de permafrost is in dit boek en de IPCC-documenten enkel nodig om te kunnen uithalen met een versterkt broeikaseffect tengevolge van de extra vrijgekomen broeikasgassen, in het bijzonder methaan. Alleen blijkt dat niet de realiteit te zijn, en daalt de hoeveelheid (Dlugokencky (2009), Romanovsky (2002)). De invloed van de temperatuur kan trouwens in vraag worden gesteld, aangezien de temperatuur in de Arctic vergelijkbaar blijkt te zijn met deze rond de jaren 1940 (Polyakov, 2004), en die ook kan teruggevonden worden in bekende evenementen zoals de Nenana Ice Classic. De sleutelfiguren worden hieronder gereproduceerd. De meeste ontdooing van de permafrost lijkt zich dus te hebben voorgedaan voor 1950 (Jorgenson, 2001).

Ten slotte is het ook opmerkelijk dat Jill vermeldt dat nogal wat gas-, water- en elektriciteitsleidingen bovengronds lopen in de permafrostgebieden. Het is ook interessant te noteren dat er in deze afgelegen gebieden niet al te veel weerstations zijn. Wat de combinatie van bovengrondse warmwaterleidingen tijdens een Russische winter kan betekenen, werd uit de doeken gedaan in dit uitmuntend stukje detectievewerk van Anthony Watts (november 2008). Opwarming? Ja. Door CO2 veroorzaakt? Absoluut niet!

I.2.2. Te veel of te weinig regen

Blijkbaar was het sterftecijfer (per jaar en per miljoen mensen) tengevolge van droogte de laatste 2 decennia een stuk lager dan tijdens de rest van de twintigste eeuw (WUWT). En ik zou zo denken dat veranderingen in windrichtingen en -snelheden, maar ook in zeestromingen droge en vochtige periodes veroorzaken. Studies te over die dit aantonen (bv. Afrika, Noord-Amerika, Europa,...).
En over het Turkanameer, hebben we het al eens gehad. Nog maar eens herhalen dat het in Centraal Afrika ook 2000 jaar geleden en rond 1150 er bijzonder droog was, waarbij onderzoek verbanden vermoed met veranderlijkheid in de tropische monsoen (Russell & Johnson, 2005; Halfman & Johnson, 1988; Russell et al., 2007).

Over de orkanen kan ik heel kort zijn: Er is gewoon GEEN verband tussen enerzijds het aantal, de kracht of de schade van orkanen, en anderzijds de door de mens uitgestoten broeikasgassen. De onderstaande figuur (Data van Unisys) toont het verloop van het aantal Noordatlantische orkanen en hun intensiteit over de jaren 1851-2009 (5 jaar gemiddelden). Zoals kan worden gezien is hun huidig aantal vergelijkbaar met dat rond 1950 en rond 1890, maar is hun intensiteit wat lager dan rond 1960 en 1920. Ongetwijfeld is de schade aan eigendommen (NIET in aantal doden) veel groter, maar dat heeft dan alles te maken met de veel grotere bevolkingsdichtheid, industrie en toerisme in deze streken dan pakweg 50 of 100 jaar geleden. Er bestaan trouwens een indrukwekkend aantal wetenschappelijke artikels dit het niet bestaan van een verband tussen orkanen en antropogene broeikasgassen onderschrijven.

I.2.3. Stijgend zeepeil

Over het stijgende zeepeil hebben we het eerder al gehad. Onderstaande figuur toont de evolutie van het zeepeil sinds de laatste ijstijd. Hieruit blijkt dat de huidig gemeten waarde van 3 mm / jaar niet alleen perfect normaal is, het is ook vier maal lager dan wat tijdens de "dooi" na de laatste ijstijd gemeten werd. Zelfs het recentste IPCC-rapport is zeer voorzichtig. Het is ook interessant om te zien dat er nauwelijks verschil is in de stijging van het zeeniveau tegen 2100 voor de diverse opwarmingsscenario's. Het zeepeil zou tussen 20 en 60 cm stijgen voor een globale temperatuurssijging tussen 1,8 en 6,4°C. Gezien de natuurlijke variabiliteit moet men hier haast besluiten dat de antropogene globale opwarming niets bijdraagt tot de stijging in het zeeniveau! Een overzicht over mogelijke natuurlijke bijdragen in de stijging van het zeeniveau wordt gegeven in Meier & Wahr (2002).

I.2.4. Signalen uit de natuur

Het is interessant te noteren dat de vermelde grasgroei gebeurt in het Antarctic peninsula, zowat de enige plaats op de zuidpool die een temperatuurstoename laat optekenen (NASA-beelden). Het is trouwens ook uit deze lokatie dat de rapporten van afkalvende gletsjers en ijsbergen komen. Een mogelijke reden waarom het peninsula zo drastisch lijkt op te warmen heeft mogelijk te maken met de gemiddelde temperatuur die daar zeer dicht bij het vriespunt van water ligt. Kleine veranderingen in lokale, menselijke activiteiten, of in de zeestromingen kunnen snel gevolgen hebben op het ijs of de temperatuur (zowel in toename). In ieder geval geen invloed van CO2, wat de modellen ook mogen zeggen. En het peninsula is uiteraard niet representatief voor Antarctica zelf.

Leuk te zien dat voor de verbleking van de koralen, Jill ook andere invloeden vermeldt dan globale opwarming. Verf en zonnecreme kunnen er ook nog aan toegevoegd worden.
Het is ook maar weinig geweten dat malaria enkele honderden jaren geleden, toen het hier in Europa veel kouder was dan nu, een belangrijke doodsoorzaak was in Engeland (Reiter, 2000; Dobson, 1999). Een overzicht en een opsomming van veel waarschijnlijker oorzaken voor malaria wordt gegeven op CO2-science. Analoog voor de Oostafrikaanse hooglanden (Zhou, 2004) en Noord-Thailand (Childs et al., 2006), om maar enkele voorbeelden te noemen. Opnieuw geen sluitend bewijs dat er een verband bestaat tussen de door de mens uitgestoten hoeveelheid CO2 en de dikwijls geciteerde signalen uit de natuur...

II. Dus het klimaat verandert?

II.1. Wat is "het klimaat"?

De referentieperiode die meestal gebruikt wordt is 1961-1990 (IPCC), maar regelmatig wordt ook nog 1951-1980 gebruikt (GISS).
Voor commentaren op lokatie en type thermometerhut, zie §I.1.1. Ik wil hier nog opmerken dat de maximum en minimum dagtemperaturen in een halfopen hut worden gemeten (zie Oog op het klimaat p. 10 en 12).
De problematiek van het meten van de oceaantemperaturen wordt uit de doeken gedaan op WUWT, RealClimate en John Daly's "Marine temperatures".
Zoals reeds eerder opgemerkt laten radiosondes in weerballonen en satelieten tonen een veel bescheidener temperatuurstoename dan de grondstations.
Jill wijst heel correct op het feit dat het dikwijls om gemiddelden gaat, waardoor er voorzichtig moet omgesprongen worden met de interpretatie van deze gegevens.

II.2. Het is toch ooit al warmer geweest?

II.2.1. De laatste honderd jaar

Laten we maar meteen een alternatief geven voor de op- en neergaande temperatuursbeweging: De Atlantische Multidecale Oscillatie (AMO, ook op NOAA). Het verschil na 1970 kan te wijten zijn aan bijvoorbeeld het niet voldoende corrigeren voor het stadshitte-effect, of er zijn natuurlijk andere natuurlijke variabelen zoals El Niño ((6200 jaar El Nino)) die kunnen bijdragen aan een hogere temperatuur. Het is trouwens interessant om te zien dat de evolutie van de AMO -over de laatste 30 jaar- veel beter correleert met de temperatuursevolutie gemeten door de satellieten, dan met deze gemeten door de grondstations. Hoe het ook zij, er is geen nood om kunstmatig uitgestote broeikasgassen te beschouwen als de oorzaak van de globale opwarming.

Misschien verkiest u een ander natuurlijk alternatief? Wat dacht u van de zonneactiviteit? Die is, sinds de telescopische waarnemingen in 1610 met Galileo begonnen, de laatste 50 jaar nog nooit zo actief geweest. Een van de favoriete theorieën is de Svensmark-theorie, waar de zonneactiviteit de hoeveelheid kosmische straling beïnvloedt die op zijn beurt de hoeveelheid wolken op aarde bepaalt. Op dit moment loopt er in de deeltjesversneller van het CERN het CLOUD-experiment om te kijken hoe deze energierijke straling die wolken zou kunnen vormen. Een andere mogelijkheid, veel eenvoudiger, is de variatie die de aarde ontvangt in de hoeveelheid zonnestraling. Recent onderzoek lijkt echter uit te wijzen dat de zon een soort vloer heeft waaronder de zonnestraling niet daalt onder zijn huidige minimumwaarde van ongeveer 1365,5 W/m2 (Svalgaard). Dit lijkt te impliceren dat ofwel de hoeveelheid zonnestraling (zonnecyclus) geen invloed heeft op het aards klimaat, ofwel dat de minieme elfjaarlijkse variaties in de zonnestraling versterkt worden op aarde door een nog onbekend mechanisme, ofwel -last but not least- dat de duur van de wat inactievere periode een effect heeft. Dat laatste zou meteen verklaren waarom er geen elfjaarlijksecyclus wordt gezien in de temperatuursdata van het globale klimaat. De zon zal mogelijk zelf het oordeel vellen, want het huidige zeer lange en diepe minimum suggereert dat het komende zonnemaximum wel eens heel laag zou kunnen zijn, met dus mogelijk een kleine temperatuursdaling op aarde (andere natuurlijke invloeden buiten beschouwing gelaten). Het onderzoek loopt.

Het is niet omdat er alternatieven zijn voor de globale temperatuursevolutie tijdens de 20ste eeuw, dat klimaatsceptici nu maar pro vervuiling zijn. Integendeel: iedereen houdt zijn hart vast voor smog en zure regen. Kijk bijvoorbeeld maar naar Engeland in 1952, nauwelijks een halve eeuw geleden (London Smog Disaster). Hopelijk leren de Chinezen snel lessen uit het verleden... Maar voor de klimaatsopwarming tegen te gaan hoeven ze het dus niet te doen.

Over de fameuze ecologische voetafdruk heb ik 2 jaar geleden mijn hart al eens gelucht (1 december 2009). Het loont denk ik de moeite om dat hier eens te herhalen. En tussen haakjes: CO2 is geen gif of een vervuilende stof, maar het levensnoodzakelijke voedsel voor de plantenwereld (fotosynthese).

...Het is uit den boze dat organisaties hun agenda willen doordrukken door misbruik te maken van de klimaatproblematiek. De favoriete methode hierbij is het presenteren van halve weerheden ("1 kant van de medaille"). Het is helaas wel de mode aan het worden, want nog geen week daarvoor had ons aller weervrouw het nog over onze ecologische voetafdruk. Hierbij werden de Belgen afgeschilderd als grote verbruikers. Dat we echter met die energie ook allerhande nuttige dingen doen, werd gewoon niet vermeld. Is het zo moeilijk om het gemiddeld verbruik -energie en consumptie- van een persoon (de ecoprint dus) eens uit te zetten tegen hoeveel zo'n persoon per jaar produceert (bijvoorbeeld via het BNP)? Die chart stelt de situatie wel in perspectief! Het is onmiddellijk duidelijk dat ondanks de beperkingen van de gebruikte parameters (BNP zegt bijvoorbeeld niets over de economische hoofdactiviteit zoals toerisme, bankwezen,...; en de ecoprint maakt voorlopig nog geen onderscheid tussen de gebruikte energiebronnen zoals kernenergie, steenkool,...), een halvering van de ecoprint onvermijdelijk voor een vermindering in productie zou zorgen voor de meeste geïndustrialiseerde landen. De vraag is dus hoe een geïndustrialiseerd land zijn ecoprint kan terugdrijven zonder zijn productie al te veel benadelen, en voor een ontwikkelingsland om zijn productie op te drijven zonder zijn ecoprint al te veel te verhogen. Dat zijn pas interessante vragen!

Besluit: Ik wil wat Jill besluit over de globale temperatuursevolutie tijdens de laatste 150 jaar toch nuanceren. Wat mij betreft zijn de huidige temperaturen inderdaad misschien iets hoger dan die van de jaren 1930 tot 1950, evenals het tempo van deze stijging. Voor die opwarming speelde CO2 echter niet mee, en dus kan de huidige opwarming evengoed met een andere natuurlijke variabele verklaard worden. Het is trouwens niet zeker dat de huidige opwarming en tempo echt wel de hoogste zijn, gezien factoren zoals het stadshitte-effect, de satellietwaarnemingen, en de "homogenisatie" door het GISS.

II.2.2. De laatste duizend jaar

Michael Mann' hockey stick is ondertussen al zoveel keer de grond ingeboord dat ik de tel kwijt ben. Zoals in het Wegman-rapport (2005) wordt samengevat, berust het resultaat van Mann op het verkeerd toepassen van bepaalde statistische technieken, komt het merendeel van de hockey-stick resultaten uit een klein sociaal netwerk die elkaars werk peer-reviewen en bovendien veel dezelfde boomselecties gebruiken. Recent kwam ook naar buiten dat het uiteinde van de hockey-stick gebaseerd is op een serie bomen waarvan het bekend is dat ze zeer onbetrouwbare resultaten geven. Indien deze uit Mann's studie worden gehaald, krijgen we een heel ander uitzicht van het temperatuursverloop tijdens de laatste duizend jaar. En nemen het Middeleeuws Maximum en de Kleine Ijstijd opnieuw hun rechtmatige plaats in.
Het ongelooflijke verhaal van de boomring-saga kan worden teruggevonden op de website van Steve McIntyre, of veel eenvoudiger door het bekijken van de eerste helft van deze (Engels ondertitelde) film Climate Catastrophe Canceled (2009) van een Finse TV-zender (bron: WUWT).

In tegenstelling tot wat Jill beweert, en het IPCC nog steeds probeert vol te houden, is het Middeleeuws Optimum wel degelijk een wereldwijd fenomeen geweest. En het gaat ook over meer dan een paar tienden van een graad...

Middeleeuws Optimum - Een globaal fenomeen

Vergelijk dat dan eens met wat onze VRT er weer van bakt. Het filmpje heeft het over de rol van CO2, dateert van 07 december 2009, en kan bekeken worden op de klimaatsite van de VRT. 850 jaar lang zijn de globale temperatuur en de CO2 zo plat als een pannenkoek, om daarna vanaf 1850 redelijk snel toe te nemen. Er is zelfs niet eens de stagnatie in temperatuur halfweg de 20ste eeuw. Het is de mooiste hockey-stick die ik ooit gezien heb, maar dus fundamenteel verkeerd. In feite benadrukt onderstaande screenshot ook welke misleidende rol de media (bewust of onbewust) in dit ganse klimaatcircus spelen.

Besluit: Ik ga niet akkoord met Jill's besluit. In de Middeleeuwen was het globaal een halve tot een graad warmer dan nu, misschien zelfs nog meer. En dat had uiteraard niets met door de mens uitgestote CO2 te maken.

Geen bijzondere commentaren op de paragrafen II.2.3. en II.2.4. Het is wel interessant op te merken dat het helemaal niet bewezen is dat de stijging van CO2 hogere temperaturen en het einde van elke ijstijd inleidde. Het lijkt er integendeel op dat hogere temperaturen de CO2-evolutie bepalen (zie bv. Siegenthaler, 2005; Flower). Waarom dat niet zo verrassend is, wordt uit de doeken gedaan in deze post (2007) van Real Climate.

Resultaten van de Vostok ijsboorkern

III. Hoe werkt het broeikaseffect?

IV. Hoe kan je het klimaat voorspellen?

V. Wat kunnen we verwachten?

De volgende 3 hoofdstukken behandel ik samen, omdat ze niet veel bijdragen in de discussie betreffende de oorzaken van de klimaatsverandering. In het bijzonder het laatste hoofdstuk is niets anders dan de prostitutie van de kristallen-bol-doemscenario's, gebaseerd op verkeerde of onbewezen premissen.

Eerst en vooral is het belangrijk te beseffen dat het invloedrijkste broeikasgas waterdamp is, met belangrijke bijdragen van wolken. De correcte bijdragen van de diverse broeikasgassen is niet precies vast te stellen, de hiërarchie wel. Ten tweede is niet alle CO2 afkomstig van de mens, er is een belangrijke bijdrage van de natuur. De menselijke CO2-uitstoot wordt verondersteld weinig te worden gecompenseerd door natuurlijke "CO2-sinks". Een berekening (Real Climate, 2006) leert dan dat CO2 bij benadering 3-9°C tot het natuurlijke broeikaseffect bijdraagt, en dat een verdubbeling van [CO2] (van +/- 350 ppm tot 700 ppm) -door menselijk toedoen- een temperatuurstoename zou hebben van 1-2°C. Dat lijkt op het eerste zicht niet zo kwaad, maar de IPCC-modellen veronderstellen ook nog bepaalde feedback-mechanismen door o.a. waterdamp en methaan. Dat veronderstelt een grote klimaatgevoeligheid en leidt tot de zeer grote voorspelde temperatuurstoenames (6° en meer) in de IPCC-scenario's, en dus de fantastische doemscenario's.
Recentelijk echter hebben waarnemingen door de ERBE-satelliet aangetoond dat er zo geen gevoeligheid bestaat, en dat deze klimaatgevoeiligheid slechts 0,5°C zou bedragen. Hoewel Jill trots in haar boek weergeeft dat de modellen rekening houden met de invloed van waterdamp, blijkt nu dus dat dit op een verkeerde manier gebeurt. Het wetenschappelijk artikel is van de hand van Lindzen en Choi en werd in augustus 2009 in Geophysical Research Letters gepubliceerd. Zoals het in goede wetenschap betaamt, zijn er op deze resultaten kritieken, o.a. van Roy W. Spencer. Wordt vervolgd!

Realiteit (ERBE) en de modellen (Lindzen en Choi, 2009)

Ten tweede komt de door de modellen voorspelde opwarming niet overeen met wat wordt waargenomen. Zoals reeds eerder vermeld, wil de temperatuursevolutie in de troposfeer en op Antarctica zich niet schikken naar de modellen. Onderstaande figuur (samengesteld uit Monckton, 2007), toont links voor de periode 1890-1999 de temperatuurstoename/eeuw op basis van zonnestraling, vulkanen, broeikasgassen, ozon, sulfaat-aërosolen, en het totaal voor al deze natuurlijke en antropogene effecten. De "vingerafdruk" van de broeikasgassen is duidelijk aanwezig in de modellen. De figuur rechts toont de gemeten temperatuursevolutie/eeuw voor de periode 1979-2005. De "vingerafdruk" van de broeikasgassen is onbestaande, en de gemeten opwarming is veel lager dan de door de klimaatmodellen voorspelde. De voorspellingen die deze modellen doen naar de toekomst toe dienen dus duidelijk met een grote korrel zout te worden genomen.

VI. "Dat kan allemaal wel zijn... maar ik geloof er niets van!

Op 06 december 2009 vergeleek de Belgische klimaatambassadeur Serge de Gheldere, een discipel van Al Gore, op het TV-programma "De Zevende Dag" mensen die niet in het broeikaseffect geloven doodleuk met mensen die geloven dat de wereld zo'n 6000 jaar geleden ontstaan is. Vooraleer er hier een godsdienstoorlog van komt, laat ik nogmaals duidelijk stellen dat de klimaatsceptici niet zozeer twijfelen dat de aarde (wat) opwarmt, maar dat ze wel problemen hebben met wat de IPCC daarvoor als oorzaak opgeeft. Uiteraard vond Mr. de Gheldere niet nodig dit te nuanceren, zodat het nu lijkt alsof dat iedereen die het niet met het IPCC/Al Gore eens is, een Jood is. Gelukkig zijn er geen gaskamers meer... De vrij ongelukkige reactie kwam er na een vraag over "10 redenen om te twijfelen aan het broeikaseffect", een groot artikel in de weekendeditie van "Het Laatste Nieuws".

Ze kennen niet eens de invloed van de bewolking!

Leuk dat Jill deze factor vermeldt, samen trouwens met de aërosolen. Omwille van de grote onzekerheid omtrent deze factoren, is het dus zeer belangrijk dat de resultaten uit de diverse IPCC-rapporten met een grote korrel zout worden genomen. Tevens vormt het meteen een goede verklaring waarom de door de modellen voorspelde opwarming niet overeenkomt met de door de satellieten gemeten opwarming.

De Golfstroom valt stil en daardoor stopt de opwarming!

Het is mij niet bekend wie dit soort onzin uitkraamt. Het volledige verhaal wordt uit de doeken gedaan op CO2-science. Het moge duidelijk zijn dat over de laatste tienduizend jaar de thermohaliene circulatie vertraagd is en versneld, en dit zonder dat er ook maar enige invloed van CO2 kwam bij kijken. Blijkbaar spelen de getijden een mogelijke rol. Hoe het ook zij, er is nog veel meer studie nodig vooraleer dergelijke beweringen kunnen worden gemaakt.

De Noordpool smelt, daardoor stijgt het zeepeil

Ook hier is de relevantie met betrekking tot klimaatscepticisme mij een volkomen raadsel. Studies van de arctische gletsjers tonen aan dat CO2 geen bijzondere invloed heeft gehad op het afsmelten en uitbreiden van de gletsjers.

Over meteorieten en vulkaanuitbarstingen

Zelfde opmerking. Net zoals een stilvallende Golfstroom heeft een klimaatscepticus geen meteorieten nodig om de klimaatsverandering te verklaren. En vulkaanuitbarstingen zijn één van de enige natuurlijke factoren waar het IPCC in zijn modellen rekening mee houdt. Misschien wil Jill de klimaatsceptici wel als idioten voorstellen?

De ijskappen smelten niet, ze groeien!

Dat is inderdaad maar gedeeltelijk waar: het geldt enkel voor de zuidpool en meerbepaald voor het zeeijs. De dikte van de antarctische ijskap daarentegen neemt af, althans volgens satellietmetingen uit een vrij korte en recente periode en voor het West-antarctisch schiereiland. Recente metingen lijken aan te tonen dat de afsmelting mogelijk wat overschat is (WAGN, 2009). De rest van Antarctica vertoont geen duidelijke evolutie. Nog een woordje over het afbreken van ijsplaten, waaruit blijkt dat CO2 daar geen invloed op heeft.

De metingen op grote hoogte zeggen juist dat het kouder wordt!

Dat is inderdaad wat de modellen voorspellen, maar in de stratosfeer is nu al meer dan 15 jaar geen verdere koeling te bespeuren. Opnieuw een vervelend feit voor de klimaatmodellen... Jill's tegenargumentatie komt dus te vervallen.

Een stadsklimaat is warmer, en juist daarom stellen we de huidige opwarming vast

Uiteraard is dit wel waar, en draagt het in belangrijke mate bij tot de hogere gemeten temperaturen! Ik snap Jill's argumentatie niet: Eerst geeft ze een volledige verklaring pro dit stadshitte-effect, om er zich daarna eenvoudig van af te maken door te zeggen dat het IPCC berekende dat deze invloed verwaarloosbaar is. Uiteraard wel akkoord dat het stadshitte-effect zeker niet alle opwarming verklaart, maar aangezien de globale opwarming slechts enkele tienden van een graad bedraagt, heeft een te kleine correctie voor dit grote effect uiteraard grote gevolgen. Twee tienden van een graad is reeds voldoende om het huidige verschil tussen de satellietwaarnemingen en de IPCC-temperaturen te verklaren.

Het zijn natuurlijke variaties, de mens heeft hier niets mee te maken

U gelooft het misschien niet, maar het IPCC gebruikte voor de figuren, die Jill ook in haar boek gebruikt, als natuurlijke factoren enkel de zon en vulkanen. Geen bewolking (te moeilijk), maar ook geen veranderingen in de oceaantemperaturen (geen AMO, El Niño,...), en uiteraard worden de modellen vergeleken met de temperaturen vervuild door de homogenisatie-aanpassingen van het GISS, die onvoldoende zijn gecorrigeerd voor het stadshitte-effect en bovendien last hebben van lokale factoren (luchthavens, air-conditioners,...).

Bomen aanplanten...

Bomen aanplanten is altijd een goed idee, niet omwille van een eventuele CO2-reductie, maar wel omwille van de extra voedselbronnen, de bodemversteviging,... Wordt dit soort ideeën soms uitgevonden door de klimaatalarmisten om de sceptici belachelijk te maken?

Lucht zuiveren...

Eigenlijk hoort dit puntje bij het vorige, maar ik wil van de gelegenheid nogmaals gebruik maken om er op te wijzen dat CO2 geen vervuiler is, en de lucht dus niet "gezuiverd" dient te worden.

De oceanen vangen dat wel op

Als je volgens het IPCC redeneert, redeneer je eng. Dergelijke wetenschappers zouden bijvoorbeeld nooit voor mogelijk houden dat sommige zeeschelpen kalk gaan bijmaken in zogenaamde door CO2 "verzurende" oceanen (Ries et al., 2009). Gewoon maar om aan te tonen dat de ecosystemen een stukje complexer in mekaar zitten dan het IPCC doet uitschijnen. En dat koralen zoveel van verzuring te leiden hebben, is nog maar de vraag, zoals Steve Goddard op een elegante wijze in WUWT uiteen zet.

De Chinezen en hun groeiende industrie...
Laat maar komen, die Provence...

In deze laatste 2 paragrafen probeert Jill -naar mijn mening- de klimaatscepticus af te schilderen als een onverschillige egoïst. De meeste klimaatsceptici zijn echter net zo begaan met hun leefomgeving als de IPCC-wetenschappers en de groene jongens, alleen willen ze dat doen op basis van correcte wetenschap en in een serene sfeer. Als we bijvoorbeeld de IPCC-verklaringen moeten doortrekken, en echt geloven dat de uitgestote aërosolen de klimaatafkoeling in de jaren 50 en 60 veroorzaakten, dan kunnen we alleen maar hopen dat de Chinese industrie zo veel en zo snel mogelijk groeit. Dat de Chinezen ondertussen omkomen in smog en verzuurde regen zal dan ongetwijfeld verwelkomd worden als een nobele zelfopoffering van het grote Chinese volk voor het hogere doel. Armageddon's "For all mankind!"... Uiteraard is dit pure fictie. Ik hoop echt dat China tijdig de lessen trekt uit de indertijd gemaakte Westerse fouten, maar zullen ze meer weerstand kunnen bieden aan de verleiding van luxe en economische macht?
En dat dat fameuze Provence-klimaat er niet komt in België is al langer geweten. Zoals reeds eerder aangekaart zijn de temperaturen in België wel wat gestegen, maar volgt de hoeveelheid zon zeker niet (Frank Deboosere). En wat warmere temperaturen zijn echt wel OK, zoals hiervoor ook al is aangetoond. Ten slotte hoeven we ons echt geen illusies te maken: het leven zal duurder worden ook als het kouder wordt (lagere temperaturen => minder voedselproductie => schaarste => hogere prijzen). Trouwens, nogal wat van de door Jill aangehaalde gevolgen door de klimaatsopwarming houden geen enkel verband met de toenemende CO2. Ze kunnen perfect voortkomen uit natuurlijke variaties. Puur alarmisme dus, en ongepast in Jill's queeste tegen de klimaatsceptici.

VII. Wat kunnen we doen?

Uit het bovenstaande mag blijken dat de door de mens uitgestote CO2 niet bijdraagt tot de globale temperatuurstoename van de laatste eeuw. "The science is certainly NOT settled!" Bijgevolg hoeft er ook helemaal niets gedaan te worden om de CO2 terug te dringen. Dus geen "Cap & trade", onderzeese CO2-opslag, Kyoto, Kopenhagen, CO2-emissie-stok-achter-de-deur,... en nog meer van dat soort onzin.
Anderzijds zijn een aantal van de door Jill (en het IPCC, en de groene bewegingen,...) voorgestelde maatregelen best wel te verteren door de klimaatsceptici, zij het uiteraard om andere redenen. Zoals Jill aanhaalt, is het voornaamste uitgangspunt minder energie verbruiken. De verwarming een graadje lager zetten, een extra trui aantrekken, de lichten, radio, TV,... enkel aanlaten in lokalen waar er iemand aanwezig is,... : Dat is iets wat je rechtstreeks in je portemonnee voelt. Of toch zou moeten voelen: In België, waar Electrabel op de elektriciteitsmarkt nog steeds zowat doet wat het wil, betaalde je in 2008 voor 10% minder verbruik 50% meer...
Er zijn nog andere goede redenen om uit te zien naar manieren om het energieverbruik wat in toom te houden. Eén daarvan is om meer energie-onafhankelijk te worden (Rusland, OPEC,...). Een andere is dat de energiebronnen niet voor eeuwig zullen meegaan, en dat terwijl onze energiebehoeften alleen maar stijgen. En het nadeel van kernenergie is dan weer het radioactieve afval.
Over zonnepanelen en windturbines wou ik dit kwijt. Daar deze fel gesubsidieerd zijn, creëeren onze politici eigenlijk verwende kinderen die nooit de stormen des levens kunnen doorstaan. Eigenlijk zouden deze technologieën de nodige rijpingstijd moeten krijgen tot ze technologisch direct rendabel zijn en, zonder subsidies, voor iedereen betaalbaar. Neem vandaag die subsidies weg (Brussel!), en nogal wat bedrijven gaan over de kop omdat de vraag gewoon in mekaar stuikt (en misschien ook een beetje omdat ze niet voldoende gediversifieerd hebben). Bovendien is dit soort groene energieën niet voor iedereen mogelijk, omdat niet iedereen over een goed gericht dak of een voldoende grote oppervlakte beschikt.

Ik denk dat het belangrijk is dat de mens de keuze wordt gelaten om, in functie van zijn mogelijkheden, uit te zoeken welke oplossingen hem het meest energie- en tijdsrendabel zijn, en dit zonder dat hij daarvoor onder druk wordt gezet door klimatologische doemscenario's. Elke situatie is gewoon uniek. Persoonlijk lijkt mij elk uur in de file een verspilling van mijn leven, maar ik heb dan ook geen kinderen die ik na het werk van school moet gaan halen, en zolang de stiptheid van het openbaar vervoer, en in het bijzonder de treinen, zo te wensen overlaat kan ik mij best indenken dat er Belgen zijn die dagelijks meerdere uren van hun tijd in de file willen (moeten) doorbrengen. Tussen haakjes: het is misschien allemaal nogal relatief. Enkele weken terug vertelden Amerikaanse bezoekers mij dat we heel trots mochten zijn op ons openbaar vervoer. "It brings you everywhere!"
Tenzij ik er over gelezen heb, dacht ik niet dat Jill het heeft gehad over -wat mij betreft- de energiebron van de toekomst, en dat is kernfusie. Het ITER-project is een experimenteel programma op weg naar energieproductie zonder radioactief afval of kans op nucleaire ongevallen. Eén nadeel: zelfs als alles goed gaat, wordt niet verwacht dat kernfusie industrieel exploiteerbaar is voor 2050.

Jan Janssens

Update: 08 december 2009 - Finale versie.
Origineel: 05 december 2009 (hoofdstukken 1 en 2)