Vereniging ter Promotie van Belgische Neerhofdieren


Vereniging

Grote hoenders

Krielen

Watervogels

Parkvogels
Duiven

Activiteiten

Vraag & aanbod  

Nuttige info

Links

 

Duiven

Antwerpse smierel Gentse kropper Luikse reisduif
Belgische hoogvlieger Gentse meeuw Ronsenaar
Belgische ringslager Leuvense kropper Smijter
Belgische tentoonstellingsreisduif Limburgse kraagduif Speelderken
Belgische tuimelaar Luikse barbet Vlaanderse smierel
Carneau Luikse meeuw

Antwerpse smierel

Antwerpse smierel roodzilver gekrast (Lint 2010)
Foto: R. Van den Bogaert

Herkomst : De Antwerpse regio. Eind 19de eeuw was de Antwerpse smierel een kopie van de Luikse meeuw, een duifje van 300 400 gram, ze werd in die periode in het Antwerpse gebruikt als wedstrijd-vliegduif. Later werd de Antwerpse smierel tot wat het vandaag is: de zwaarste van de meeuwduiven, door inkruising van zware rassen met langere koppen.

Eigenschappen : Vrij rustige duif die het wel eens moeilijk heeft om haar jongen zelf groot te brengen wanneer de snavel te kort wordt. Tegenwoordig wordt daar wel op gelet door de fokkers en worden er dieren met iets langere bekken gekweekt en dan verloopt de fok zeer vlot. De Antwerpse smierel is onbetwistbaar een mooie duif, maar het blijft een hele uitdaging om dit ras te fokken. Wie goede heeft, houdt ze ook meestal voor zichzelf, omdat door inkruising van rassen zonder schildtekening, er ook veel uitval is van slecht getekende dieren.

Uiterlijke kenmerken : Witte schildmeeuw met gekleurde mantel, voorzien van een weelderige jabot en een forse kop. Deze kop dient krachtig te zijn en vormt een harmonieus gebogen lijn van de snavelpunt tot het achterhoofd. Vrij van snavel- en voorhoofdsdruk. Het aangezicht is minstens middellang.  Krachtige duif met een gewicht van ongeveer 600 gram (575 tot 650) en een  horizontale stand. De keel is goed uitgesneden. De snavel is eveneens krachtig en bijna middellang, de doorgetrokken snavellijn loopt midden door het oog. Onder- en bovensnavel zijn ongeveer even dik.

Kleurslagen : Enkel het schild is gekleurd, wat kleur achter de loopbenen (broek) is toegelaten. Minimum de 7 buitenste slagpennen zijn gekleurd. De vier duimveren moeten niet gekleurd zijn, maar dit vormt wel een pluspunt. Erkend in zwart, dun, blauw, bruin, rood, geel en zilver met hun verdunningen, met en zonder banden, gekrast en gezoomd en witgeband. En of meerdere onzichtbare schakelpennen bij een gesloten vleugel wordt aanvaard.

Status : Zeer zeldzaam ras, momenteel zijn er een vijftal fokkers in Vlaanderen en een tweetal in Walloni.