Herkomst : In documenten
uit 1416 vindt men terug dat ‘de Brakel’ al rond 1400 goed gekend
was in de streek rond Oudenaarde en Nederbrakel. In deze geschriften kan
men lezen dat er op de plaatselijke markten in de regio Aalst, Zottegem,
Geraardsbergen en Ninove een levendige handel bestond van hoenders uit
de streek. Vanuit deze bakermat heeft ‘de Brakel’ zich dan
langzamerhand verspreid naar andere streken. In 1898 werd de eerste
‘Brakelclub’ opgericht in Nederbrakel en in dezelfde periode maakte
men werk van een officiële standaard van de Brakel, waardoor er meer
eenheid tot stand kwam. Na de tweede wereldoorlog liep het aantal
Brakels zeer sterk terug en in 1969 was de situatie zo erg dat men de
resterende Brakels in België op één hand kon tellen. Na een dringende
oproep aan de bevolking langs de pers om alle overblijvende Brakels
samen te brengen, kwam er niet veel reactie. De dieren waren bijna
allemaal verdwenen. Op 7 maart 1971 werd de huidige ‘Speciaalclub voor
het Brakelhoen’ opgericht. Alle resterende materiaal van zilverbrakels
werden samengebracht, 2 hennen, een haan uit Duitsland en nog eens
twaalf eieren. Daarnaast had men ook nog één goudbrakelhaan weten te
bemachtigen. Een wonder geschiedde. Vanuit dit handjevol dieren werd de
Brakel terug opgebouwd.
Eigenschappen
: De Brakel is een statig, fier en mooi landhoen dat gehard is en
bestand tegen de wisselvalligheid van ons Belgisch klimaat. Ze zijn
zelden ziek en met weinig tevreden. Een minimum aan verzorging, toezicht
en onderhoud staat garant voor een dagelijks vers eitje. De leg is voor
een sportras bijzonder goed en bedraagt om en bij de 200 krijtwitte
eieren per jaar die 60 à 65 gram wegen. Daar staat wel tegenover dat
broedsheid weinig voorkomt en dat een brakelkloek met kuikens een
zeldzaamheid is. Ze zijn uitstekend in staat
om te vliegen en daarom worden ze best niet gehouden in een te
beperkte ruimte. Wanneer de dieren over voldoende scharrelruimte
beschikken, zullen zij weinig neiging vertonen om over de omheining te
vliegen. Wanneer men zijn dieren dagelijks voldoende aandacht schenkt en
er vertrouwelijk mee omgaat kan men ze zelfs volledig handtam maken.
Uiterlijke
kenmerken : Het lichaam is rechthoekig met
een diepe borst en flink ontwikkeld achterlijf. De staart is zowel bij
de haan als de hen mooi gespreid. Een volwassen haan weegt ongeveer 2,5
kg. en een hen 2,2 kg. De Brakel is een ras met veel pigmentatie. De
oogkleur dient zo zwart mogelijk te zijn bij beide geslachten en de hen
vertoont dikwijls donkere tot zwarte vlekken op haar kam wat een
typische raseigenschap is. Deze kam dient trouwens groot te zijn en naar
één zijde om te vallen terwijl de kam van de haan tamelijk groot is en
rechtop staat. De oren van beide geslachten zijn wit maar bij de hen
ligt er dikwijls een lichte parelmoerachtige glans op. De loopbenen zijn
leiblauw.
Kleurslagen
: De typische bandtekening van de Brakel is uniek en de gebande
kleurslagen zijn dan ook de meest populaire. Vooral de zilver kleurslag
is vrij goed ingeburgerd. Daarnaast is de Brakel ook erkend in goud,
citroen, goud witgeband, zilver witgeband (vroeger 'witgebloemd'), wit, zwart,
blauw en gezoomd blauw. Recent
werden ook citroenwitgebande Brakels gefokt. Deze volgen momenteel een
erkenningsprocedure.
Status
: Tamelijk verspreid. Vooral de zilverbrakel wordt tamelijk gehouden in
Vlaanderen maar komt ook voor in Wallonië, Nederland en Duitsland. De
goudbrakel is momenteel duidelijk op z’n retour en wordt zeldzaam. De
andere gebande kleurslagen zijn allemaal zeldzaam en de effenkleurige
zijn zelfs zeer zeldzaam.
|