Vereniging ter Promotie van Belgische Neerhofdieren


Vereniging

Grote hoenders

Krielen

Watervogels

Parkvogels
Duiven

Activiteiten

Vraag & aanbod  

Nuttige info

Links

 

Krielen

|Aarschotse kriel  |Bosvoordse baardkriel |Doornikse kriel |Grubbe baardkriel |Tiense vechtkriel
|Antwerpse baardkriel |Brabantse kriel |Everbergse baardkriel |Hervekriel |Ukkelse baardkriel
|Ardennerkriel |Brakelkriel |Famennekriel |Luikse vechtkriel |Waasse kriel
|Bassette |Brugse vechtkriel |Gele van Mehaigne |Mechelse kriel |Watermaalse baardkriel
|Belgische kriel

Belgische kriel

Patrijskleurig haantje met witpatrijs hen
Foto: R. Boonen

Herkomst : De selectie van de Belgische kriel begon rond de jaren 1900. In de buurt van Luik werden door doelgerichte selectie uit de lokale krielenpopulatie twee nieuwe krielrassen bekomen, nl. de Belgische kriel en de Bassette. Het heeft echter wel een hele tijd geduurd alvorens de Belgische kriel een feit was. De eerste officiële standaard werd pas goedgekeurd in 1934. Dit krieltje moet beschouwd worden als de Belgische fokrichting van het patrijskleurige alomgekende ‘Engels kiekske’ dat reeds eeuwen in Europa voorkomt en waarvan men bijna in elk land zijn eigen versie geselecteerd heeft.

Eigenschappen : Qua onderhoud stelt de Belgische kriel zeer weinig eisen. Aangezien ze zeer goed kunnen vliegen, houdt men ze best in een overdekte ren of volière. Op die manier kan men ze vrij tam maken. Een andere mogelijkheid is ze gewoon los te laten lopen in de tuin (enkel in grote tuinen met hoge omheining en tolerante buren) en dan zwerven ze ganse dag in kleine groepjes rond. Het nadeel is dat de hennetjes hun eieren zullen verstoppen en dat ze moeilijk te vangen zijn omdat ze zich slechts tot op 1 à 2 meter zullen laten benaderen. De hennetjes leggen kleine witte eitjes van 30 à 35 gram die ze met veel liefde uitbroeden. De kuikentjes zijn zeer sterk en groeien snel op.

Uiterlijke kenmerken : Het Belgische krieltje is een ras zonder veel franjes of  opvallende kenmerken. Ze zijn klein zonder overdrijving en wegen 500 à 600 gram. Ze vallen op door de mooie ronde vormen en de rijk ontwikkelde sierbevedering. De rug is kort en gaat in een vloeiende lijn over in de staart die breed en goed gespreid is. De kam is enkel en niet te groot. De oortjes zijn rood zonder enig spoor van wit. De loopbenen zijn blauw.

Kleurslagen : De meest voorkomende kleurslag is patrijs. Daarnaast zijn ze ook nog erkend in zilverpatrijs, blauwpatrijs, blauwzilverpatrijs, roodgeschouderd zilverpatrijs, roodgeschouderd blauwzilverpatrijs, witpatrijs, tarwe, zilvertarwe, blauw, zwart en wit. 

Status : Tamelijk verspreid. Komen voornamelijk voor in Vlaanderen en zijn weinig verspreid in Wallonië en Nederland. Onbekend in andere landen. De patrijskleurigen zijn de afgelopen jaren vrij populair geworden. De overige patrijsvarianten zijn zeldzaam, de tarwekleurigen en de éénkleurigen zijn zeer zeldzaam.

Roodgeschouderd blauwzilverpatrijs
Belgisch krielhennetje
Foto: R. Boonen

 

Patrijs Belgische krielhaan
Foto: R. Boonen

Koppeltje jonge witpatrijs Belgische krielen
Foto: R. Boonen

Roodgeschouderd blauwzilverpatrijs haantje (Kempenshow 2009)
Foto: R. Boonen

Belgische krielen wit en zwart