|
Herkomst
: De Vlaamse gans is het enige ganzenras dat ons landje nog rijk is. Het
is een oud ras dat zeer goed aangepast was aan het klimaat in onze
streken. Ze werd destijds geselecteerd voor twee doeleinden, namelijk de
productie van vlees en ganzenveren. Vroeger bracht de handel in
ganzenveren nog iets op. Ganzenveren waren geld waard en de witte veel
meer dan de gekleurde. Volgens de overlevering waren witte vogels echter
zwakker dan deze die nog wat gekleurde veren hadden. Daarom dat de meest
typische kleurslag altijd de geëksterde geweest is. Bij deze vogels was
heel het verenkleed wit behalve de kop en het bovenste gedeelte van de
hals, de shouders, de stuit en de dijveren die grauw waren. De witte
gedeelten werden dan tot vier maal per jaar geplukt en de gekleurde
delen liet men zitten zodat de dieren toch nog enige bescherming tegen
de weersomstandigheden hadden.
Eigenschappen
: De Vlaamse gans is een gemakkelijk te houden lichte landgans. De
dieren verkiezen een ruime uitloop en indien ze daarover beschikken
zoeken ze zelf grotendeels hun rantsoen bij elkaar. De ganzen leggen een
behoorlijk aantal grote eieren in het voorjaar die ze zelf uitbroeden.
De kuikens groeien snel en zonder problemen op.
Uiterlijke
kenmerken : Qua lichaamsbouw is de Vlaamse
gans een echte landgans zonder wammen. Dit had ook te maken met de
manier waarop de dieren werden gehouden. Vlaamse ganzen werden in
vrijheid gehouden en zochten zelf hun voedsel bij elkaar. Hiervoor
moesten ze natuurlijk een grotere bewegingsvrijheid hebben vandaar de
afwezigheid van wammen. Het type is amandelvormig, d.w.z. dat de buik
dieper komt dan de borst. De houding is weinig opgericht. Typisch is ook
de korte dikke hals met duidelijke overlangse groeven in het gevederte.
De snavel is oranjegeel met bleke boon en de poten zijn rozerood. De
ogen worden zo donker mogelijk gewenst.
Kleurslagen
: Slechts twee kleurslagen komen voor, witte en grauwgeëksterde. De
ekstertekening moet zo symmetrisch mogelijk zijn en scherp afgelijnd. De
kop is bruingrauw maar er loopt een wit biesje rond de snavelwortel. Van
de hals is slechts het bovenste derde gekleurd. De schouders zijn
bruingrauw en elke veer draagt een scherpe bleke eindzoming. In
bovenaanzicht krijgt men alsus een donker gekleurd hart op de rug. De
slagpennen zijn allemaal zuiver wit. De lenden en stuit zijn asgrijs en
de dijen zijn donker bruingrauw met bleke eindzoming.
Status
: Zeer zeldzaam tot bedreigd. De Vlaamse gans komt alleen nog voor in
Vlaanderen en heeft maar een heel klein aantal kwekers. De witte variëteit
is zo goed als uitgestorven. Onbekend in het buitenland.
|