1.    Jeugdjaren Diane Vanhoutte werd geboren te Anzegem op 28 augustus 1893 als vijfde kind van Camiel Vanhoutte (°1859 + 1946) en Marie Heffinck (°1859 + 1946). Haar vader was de eigenaar en de zaakvoerder van de weverij “Tissage Vanhoutte”, gevestigd in de Kerkstraat te Anzegem. Haar moeder had een groothandel in textiel en borduurwerk en verkocht ook kant. Zij had een atelier waarin 10 à 15 meisjes hun borduurwerk afmaakten terwijl ook nog een groot aantal thuiswerksters opdrachten uitvoerden. Diane deed haar lagere studies in de plaatselijke meisjesschool en ging dan de lessen van het middelbaar onderwijs volgen in het nabijgelegen pensionaat van de Zusters van de H. Vincentius a Paulo te Anzegem. De familie Vanhoutte had een goede reputatie in de gemeente. Na de zeer goede opvoeding die de kinderen Vanhoutte thuis ontvingen volgden dan de lessen in een internaat waarbij het vak “wellevendheid” een bijzondere betekenis had. Zij kregen daat ook nog wat muziekonderwijs en leerden o.a. “à quatre mains” spelen. Na een paar jaren studie in het pensionaat kwam Diane terug naar thuis waar zij welkom was om in de zaak te helpen. 2.    Studies aan de kantnormaalschool te Brugge In 1906 had het stadsbestuur van Brugge het plan opgevat om een kantnormaalschool op te richten, of anders gezegd “Une école supérieure de la Dentelle”, zoals ze dat schrijft aan het Ministerie van Nijverheid en Arbeid op 2 juni 1906. De stad was bereid om de lokalen ter beschikking te stellen maar het Rijk zou de nodige subsidies ter beschikking stellen. Dergelijke beslissingen worden niet op èèn dag genomen en er volgden talrijke besprekingen tussen de stad en de afgevaardigden van het Ministerie. Om de een of andere reden geraakten de besprekingen tussen de beide partijen in het slop. Daarop werden nieuwe onderhandelingen gevoerd tussen het Ministerie en de geestelijkheid. De woordvoerder van deze laatste was de E.H. Lauwers, proost van de Blindekes en de Gilde der Ambachten. Het was nu niet meer de stad die de lokalen ter beschikking zou stellen maar de Zusters Jozefieten. De Kantnormaalschool werd opgericht in 1911 en bevatte drie afdelingen: -    De eigenlijke normaalschool waarvan het doel als volgt omschreven werd:”Opbeuring van de kantnijverheid door het vormen van onderlegde onderwijzeressen in het vak, en door het opleiden van knappe stiksters en werksters”. -    Een tweede afdeling bestaande uit een oefenschool waar de normalisten zich zouden houden kunnen bekwamen in het lesgeven. -    Een derde afdeling waarbij tweemaal in de week lessen zouden gegeven worden voor dames en juffrouwen. De begaafde studente Diane Vanhoutte schreef zich als een van de eerste leerlingen in. Zij was pas achttien jaar geworden. Twee jaar nadien, in 1913, behoorde Diane Vanhoutte tot een van de 16 eerste gediplomeerde kantleraressen van de normaalschool van Brugge. 3.    Diane Vanhoutte als lerares Amper was Diane afgestudeerd of ze werd door de beheerraad van de Kantschool, nl. mevr. Reylandt, de E.H. Logghe en Moeder Walburga verzocht om lerares te worden aan de kantschool vanaf 1913. In deze jonge school was er nog echt pionierswerk te verrichten. De onderwijsmethode werd vervolmaakt door onder meer oude mooie kanten voorzichtig open te maken en de manier van werken vast te leggen door middel van kleuren voor de draden en van symbolen voor de bewerkingen. Zij kon ook een beroep doen op mevrouw Paulis, een vrije medewerkster aan het Koninklijk Museum voor Kunst en Geschiedenis te Brussel, die opzoekingwerk deed voor Diane in Musea en bibliotheken. Gedurende gans haar loopbaan gaf Diane kantles en de geschiedenis van de kant maar ook nog andere vakken zoals de tweede taal, methodeleer, didactiek, tekenen en muziek. Diane bleef ongehuwd. Zij woonde eerst in bij de familie Vandeputte tn de Zuidzandstraat 12 te Brugge. Later verhuisde ze naar de Cordoeanierstraat 18 en vervolgens naar de Vlamingenstraat  57. Zolang haar zusters nog in Anzegem woonden, bleef ze haar wettelijke verblijfplaats houden in Anzegem. Tijdens de oorlogsjaren 1914 – 1918 had de Kantnormaalschool het hard te verduren. De Duitse bezetter legde beslag op de lokalen van de school. De cursussen werden verder gezet in andere lokalen verspreid over de stad. Meer dan eens moesten de leerlingen en de leraressen wegvluchten naar de kelders omdat de stad gebombardeerd werd. Tijdens het schooljaar 1917 – 1918 kwam Diane naar huis om de begrafenis van haar broeder bij te wonen. In de ouderlijke woning, “ te Vanhoutsies” zoals ze toen en nu nog steeds aangeduid word, was het “Komiteit” ingericht. In werkelijkheid was de officiële benaming van deze organisatie “Provinciaal Bevoorrading Comité” of afgekort P.B.C. Er waren drie plaatsen waar een aantal goederen konden bekomen worden: -    In het huis Kerkstraat 44, thans bewoond door Carlos Terras. Dit huis was eigendom van de familie Vanhoutte en vormde één geheel met het woonhuis Vanhoutte -    In de bierkelders van Maurice De Clercq waar thans de Rijksbasisschool gevestigd is. -    In het huis Kerkstraat 1 waar een beenhouwerij (Vercruysse) was. Dit huis is thans bewoond door het advocaten kantoor Van Marcke C. De levensmiddelen waren gedeeltelijk geschonken door de Verenigde Staten van Amerika. Het betrof in hoofdzaak meel en gezouten varkensvlees. Het vlees had een gele kleur en was ranzig. Ook de landbouwers van de gemeente moesten zekere waren en producten leveren. De aardappelen werden bewaard in de kelders van de brouwerij De Clercq omdat deze vorstvrij waren. Door groothandelaar Achiel Debosschere werden huishoudproducten geleverd. De bedeling geschiedde door Odilon Vanhoutte, broer van Diane, door Cyrille Verplancke, stationschef van de Heirweg, en door Paul Quatannens. Deze laatste hield de boekhouding bij nadat een persoon uit Kortrijk speciaal deze boekhouding kwam aanleren. De verdeling geschiedde  tegen officiële prijzen aan de armste gezinnen. Jozef Deconinck, die beenhouwer was, verdeelde het vlees in de woning, Kerkstraat 2. Hij verhoogde echter, voor eigen rekening, de prijs van het vlees met 5 centiemen per kilo. Arthur Vercruysse, die eveneens beenhouwer was, kon dit niet dulden en gaf Jozef Deconinck de bijnaam “Kluite de Kilo” Jozef Deconinck heeft deze bijnaam blijven behouden tot aan zijn overlijden. Na de begrafenis van haar broeder mocht Diane van de Duitse bezetter niet naar Brugge terugkeren omdat zij over geen “Schein”, een”pas” beschikte voor de terugreis. In de normaalschool waren echter twee Oostenrijkse meisjes aangekomen die door de bezetter gestuurd waren om de methode van, het kantonderwijs aan te leren en over te brengen naar hun vaderland. De directeur, de E.H. Logghe, nam de gelegenheid te baat om aan Diane een “pas” te laten bezorgen door de Duitse overheid, zoniet konden de kantlessen  niet aan de “nieuwe” leerlingen gegeven worden. 4    Diane Vanhoutte als directrice Diane zette zich met onvolprezen ijver in voor de bloei van haar school. De “techniek der kanten” die tijdens de beginperiode slechts een dertigtal bladzijden van een schrift omvatte, werd uitgebreid tot een volumineus boek dat honderden technische tekeningen bevatte. Diane bracht dit werk tot stand samen met Zuster Marie Christine die overleed op 13juli 1917. In 1918 vatte Diane het stikboek aan dat voltooid werd in 1921. In haar lessen “Geschiedenis van de kant” gaf zij een overzicht van al de bestaande soorten kant in alle landen en van alle tijden. De bloei van de Normaalschool was echter van korte duur. Toen in 1920 de economische wereldcrisis uitbrak was de kantnijverheid een van de eerste getroffenen. Vanaf 1921 – 1922 waren er dan ook weinig leerlingen die zich nog lieten inschrijven. Om dit te verhelpen werd een nieuwe afdeling borduurwerk en fijn linnenwerk toegevoegd. Hierdoor kon het leerlingentotaal opnieuw stijgen . In 1929 kreeg de school een laatste uitbreiding door toevoeging van een voorbereidend jaar met algemene vakken. In 1935 volgde Diane Vanhoutte de bestuurder, de E.H. Logghe, op. Als nieuwe bestuurster stond zij voor een moeilijke opdracht. Het aantal gediplomeerde leraressen “Kant” daalde voortdurend van 1927: 5 in 1927; 3 in 1928; 4 in 1929; 6 in 1930; 4 in 1931; 0 in 1932; 3 in 1933; 0 in 1934, 1 in 1935 en zo zou het verder achteruitgaan. Voor de linnenafdeling was er meer belangstelling. Zo waren in 1935-36 nog 31 leerlingen ingeschreven. Om de school verder uit te bouwen had men in 1930-31 een tweede voorbereidend jaar voorzien. In 1935-36 werd gestart met nog twee lagere middelbare jaren zodat men over vier middelbare jaren beschikte.  In 1948 werd nog een klas bijgevoegd en in 1955-56 bezat men zes klassen verdeeld in een lagere secundaire school voor het 4de , 5de en 6de jaar. Samen met de normaalafdeling beschikte men over 8 klassen. Vanaf 1958 wordt er tenslotte een nieuwe afdeling “verpleegassistente” toegevoegd. Intussen bestond er ook een avondcursus in kant en borduren. Onder de leiding van Diane Vanhoutte werden al deze afdelingen uitgebouwd maar vanaf 1949 had men het zeer moeilijk om het minimum aantal leerlinge te halen. Op 1 september 1959 was men verplicht de Normaalschool voor Kant en lichte Confectie te sluiten. Ook de afdeling “Verpleeg-assistente” was een kort leven beschoren en ze hield op te bestaan in 1959. De avondcursus kant bleef behouden tot 31 augustus 1968. Alhoewel men gestart was met de moderne kant bleef het aantal leerlingen dalen en kreeg men geen subsidies meer van overheidswege. Al deze gebeurtenissen hadden een invloed op de gezondheid van Diane Vanhoutte. In 1951, 1952 en 1953 moest ze regelmatig ziekteverlof nemen en op 1 mei 1954 nam ze ontslag als directrice . Meer dan 40 jaar had ze ten dienste gestaan van haar school. 5    Diane Vanhoutte als ambassadrice van de kant De bestuurder van de kantnormaalschool besteedde niet alleen haar beste krachten aan de opleiding van haar cursisten maar sprong steeds in de bres om de Belgische, zeg maar Brugse Kant, in het daglicht te stellen. Op een internationale tentoonstelling in Parijs was zij de vertegenwoordigster van België. Op 20 april 1938 verleende zij haar medewerking aan de provinciale studiedag over “Echte Kant” te Brugge. Op 17 mei 1938 hield zij te Cerfontaine een voordracht met lichtbeelden op de “Journée de la Dentelle”. Op 7 maart 1939 hield ze in het NIR (Nationaal Instituut voor Radio Omroep) een lezing over “Onze Kantnijverheid”. Van 12 tot 27 april 1939 vertegenwoordigde ze ons land in de Fiera di Milano. Samen met een collega, mevr. Maria De Bevere, organiseerde zij een reeks tentoonstellingen van de Vlaamse kant; -in 1947 te Brugge en te Londen -in 1948 te Lausane, Praag en Den Bosch -in 1950 te Nice Tijdens de Blijde Intrede te Brugge in 1953 kreeg Koning Boudewijn een tafelgarnituur in toveressenwerk. De leiding voor het afwerken van dit prachtstuk werd toevertrouwd aan Diane Vanhoutte. Zelfs na haar opruststelling bleef Diane nog jaren bedrijvig in allerlei studiedagen en comités. Na een leven dat ten dienste stond voor haar school en voor de kant overleed ze te Brugge op 13 april 1970. Frans Speleers 13