Ter Schaegen Tekst  en  tekeningen door dokter  O.de Borchgrave Een heerlijkheid te Anzegem in handen van  een beroemde Italiaanse familie Op de wijk “Heirweg”, vroeger Klokkewijk te Anzegem, is er een straat, zijweg van de steenweg naar Vichte, en genaamd “Schaagstraat” naar een hoeve, vroeger heerlijkheid “ter Schaeghen” gelegen aan het einde van die weg. In het jaar 1943 had de hoeve nog een groot deel van de cijfer  -  8  -  vormige omwalling: de ene kring ervan rond de gebouwen en de tweede wal ter beveiliging van het vee in de weide ernaast. Het woongebouw was in zuivere landelijke Renaissance met de typische omlijsting rond de twee deuren, en vijf vensters met bovenlicht waarvan dus de luiken alleen de onderste tweederden afschermen. In de noordoostelijke puntgevel stak een sieranker met het jaartal 1775. Binnenshuis waren er geen met snijwerk versierde balken of schouwberden met jaartal, alleen op de schouw in de ‘beste kamer’ een gepolychromeerd doch eenvoudig beeldje van Sinte Helena, dat zou voortgekomen zijn van een naburige kapel. Tot hiertoe dus alles zeer eenvoudig en gewoon, doch de ingangspoort bracht de verrassing: de overdekte poort had één dichtgemetselde ingang en één doorgang met dubbele poort: in het midden van de boog stak een sluitsteen met een wapenschild. En hier zal het probleem interessant beginnen te worden. Die steen had als afmetingen: hoogte 35 cm, breedte boven 37 cm en onderaan 29 cm, met aan de onderzijde als enig getal een cijfer 6 op de plaats van een tiental; de rest van het onderdeel was te zeer beschadigd om er een ander cijfer te kunnen in vinden; dus vermoedelijk de zestiger jaren van de zeventiende eeuw. Boven het schild was er een helm zonder kroon en daarboven de resten van een figuur als éénhoorn. Het schild,  gevierendeeld: in 1 en 4 vertoonde een toen niet gekende familie, doch in 2 en 3 kronkelende gekroonde slang die een kind aan het verslinden is: het wapen van de historische Italiaanse familie VISCONTI DI MILANO, waarmee onder andere in het kasteel van Gaasbeek ( waarvan de laatste eigenaar markies Arconati-Visconti was) zoveel houtsnijwerk en andere panelen versierd zijn, en die we eveneens zien op de auto’s Alfa-Romeo uit Milaan: deels het wapen van de stad Milaan en deels het wapen van de Visconti’s, doch in variante van kleur! Bij nader onderzoek bleek er achter het poortgebouw  een stuk grijs steen in de grond te steken; dat werd uitgedolven, was aan de onderkant schuin afgebroken en vertoonde het beeldhouwwerk van een helm zonder kroon, resten van helmtekens, als helmteken Een éénhoorn en aan de bovenkant een band met een deel van de wapenspreuk:  VENENA BELLO. Hij had als afmetingen: breedte 28 cm en als hoogte links 34 en rechts 23 cm. Deze steen werd in een wagenkot neergelegd. De hoeve was toen eigendom van de familie De Beyl uit Gent, en gehuurd sinds 1863 door de familie Martens: Roger Martens werd er in 1952 eigenaar van. Uit het gesprek met de pachter werd vernomen dat men vroeger, bij het zuiveren van de wal, hieruit een stenen bol zowat in de vorm van een hoofd gevonden had; dat stuk was echter verdwenen (zoals er zoveel verloren gaat bij toevallige kleine vondsten); vermoedelijk was het samen met het uitgedolven stuk, de kop van de schandpaal. Daar de achter– en zijkanten ruw zijn afgewerkt, mogen we veronderstellen dat deze schandpaal geen vrijstaande zuil was, maar eerder een halve zuil ingebouwd in de muur (zoals we nog zien in Outrijve en West-Outer en vroeger ook in Waregem). Of in een zo kleine landelijke heerlijkheid die paal veel zal moeten gediend hebben is te betwijfelen. Er was ook een legende verbonden aan de hoeve. De boer herinnerde zich niet al te nauwkeurig meer wat hij er in zijn jeugd van gehoord had, maar er was een kwestie van kinderen uit een ver land, die inde wal van hun kasteel terechtgekomen en op het punt stonden te worden verslonden door een serpent, en die, door hun ouders verwaarloosd , met reizigers naar onze streken waren meegekomen. Zo ‘n dramatisch verhaal was toch voor de helft eigenaardig: dat er kinderen dreigden verslonden te worden door slangen  kon al fantaseren op het wapenschild van de Visconti’s dat inderdaad een slingerende slang voorstelt die een kind aan het inslikken is, of aanzag men dat serpent reeds als een zinspeling op het gedrag van de ouders? Maar het tweede deel, dat verhaal van die kinderen uit een vreemd land, dat moest een verzinsel zijn, ofwel op een eeuwenoude traditie berusten. De pachter vertelde ook dat de hoeve in het verre verleden veel belangrijker geweest was, dat er een grote kapel aan verbonden was en dat een priester die er als kapelaan fungeerde, in het hoofdgebouw zijn intrek had. De mogelijkheid inziende van gevechten en beschietingen bij het beëindigen van de oorlog (alhoewel die in het jaar 1943 nog niet zo direct in vooruitzicht was, toch wel gehoopt en verwacht) en verdwijning van de sluitsteen, werd er ter plaatse een  gipsen afgietsel van gemaakt. Gelukkig maar, want na de oorlog werden wat “herstellingen” uitgevoerd, de dubbele poort dichtgemetseld en meteen verdween de historische  sluitsteen onder een goeie  laag cement! Bij een bezoek na de oorlog bleek het stuk steen dat achter de poort was uitgedolven, in meer dan twintig stukken gebroken! Die werden - behalve enkele ontbrekende fragmenten - aaneengeplakt zodat de steen er nog bijna heelhuids is uitgekomen en bewaard is. In 1976 werden ook aan het woonhuis “veranderingen” uitgevoerd: de mooie doch verrotte vensterramen werden vervangen door moderne, de tweede huisdeur werd dichtgemetseld, en slechts een klein stuk van de grote wal achter de stallingen werd bewaard. Maar nu moeten we toch terugkomen bij de merkwaardige sluitsteen van de poort. De beschrijving van het wapen van de familie Pallio di Rinco– Visconti di Milano wordt als volgt officieel uitgedrukt: in 1 en 4; gedeeld: A. geschuind van keel (rood) en zilver: B. in lazuur (blauw) een halve burcht van goud komend uit   de deellijn en een blokzoom van zilver en keel (rood) eveneens komend uit de deellijn en een blokzoom van zilver en keel (rood) eveneens komend uit de deellijn en het schildhoofd, de linkerzijde van de punt volgend: dit is Pallio. In 2 en 3: in zilver een slang van lazuur (blauw) in drie kronkels paalsgewijs geplaatst, gekroond van goud en een kind met open gespreide armen van keel (rood) in zwelgend: dit is Visconti. Helmteken : een éénhoorn van zilver, de manen en de hoorn van goud. Wapenspreuk: volgens Graaf du Chastel de la Howarderie was de wapenspreuk van de Pallio toen die in de Nederlanden terug in hun adel erkend werden “ Je vous désire”, hetgeen toch zeer ongebruikelijk schijnt door een oude Italiaanse familie; het zal wel eerder een nieuwe spreuk zijn die door de familie gekozen werd ter gelegenheid van de aanvaarding in de adel van alhier. Maar op het stuk steen van de vermoedelijke schandpaal waren twee woorden, in hoofdletters,  duidelijk  te lezen: VENERA BELLO; bij de breuk van de steen en het verlies van enkele splinters is het woord bello echter onduidelijk geworden. Of er nog woorden boven, voor of achter kwamen Is niet te zien, en nadere uitleg of bepaling kon niet worden verkregen bij de diensten die in dergelijke zaken bevoegd zijn. Dat er nu beschrijvingen van het wapenschild bestaan– bij du Chastel. Bij Rietstap of bij Herckenrode—van elkaar afwijkend of variërend van de figuren op de steen: kleurenvarianten, of in 1 en 4 een halve of een gehele toren, is van theoretisch belang. Voor ons interesseert  het vooral hoe afstammelingen, langs moederszijde, van de Visconti’s alhier zijn geraakt en of ze in Anzegem zouden verbleven hebben. De steen met zijn wapenschild is zoals hij is, met een gehele toren en een blokzoom er volledig omheen; misschien is het een vergissing van de steenhouwer bij zijn uitvoering, ofwel een erkend lichtjes gewijzigd wapen. Graaf du Chastel de la Howarderies schrijft in de “Notices généalogiques tournaisiennes” 1887 deel III blz. 56: “ Gabriëllo Pallio di Rinco, heer van Rinco, huwde met Lucrezia Visconti, dochter van Giovanni en van Catharina de Bergania; deze Lucrezia hertrouwde met markies d’Ancize en gedroeg zich stiefmoederlijk tegenover meerdere kinderen uit haar eerste huwelijk, die zich moesten expatriëren en handelaars worden om in hun onderhoud te voorzien”. Daar hebben we reeds de uitleg van het tweede deel van hetgeen als een legende kon aangezien worden. En ook hiermede is de uitleg gevonden van de naam van de kapel dichtbij de hoeve aangeduid op een legerplan van ridder de Beaurain in de “Histoire de la campagne de Monsieur le Prince de Coindé en Flandre en 1674”, “carte du camp d’Harlebeck et des Quartiers de fourrage le 12 et 17 septembre 1690” Tome I. planche 32 n.l. “milanecappelle”. Meteen klopt het verhaaltje van de landbouwer over die priester die als kapelaan was verbonden aan de heerlijkheid, volgens de kaart “Anseghem” van het militair cartografisch Instituut 1884, herdrukt in 1907, bevond de kapel, genaamd “Schaeghenkapel” zich op de hoek van de Schaag– en Walskerkestraten, aan de rand van een bos, daar waar nu nog, zeker ter herinnering , een kruis staat. Hoe dat toch zogezegde legenden - zeer oude tradities - nog op echte geschiedkundige feiten kunnen gesteund zijn, hiervan hebben we nu een goed voorbeeld. En wat in de landboeken van Anzegem? Die zijn in 1940 verdwenen; doch wijlen Victor Van Simaeys had er voor de oorlog inzage van gehad en een verkorte copij genomen, en die kon ik inzien en afschrijven. In 1656 ontbrak rubriek 16 tot welks gebied ter Schaeghen behoorde; het boek van 1705 onder nummer 496 vermeldde “pachtgoed genaemt ‘t Goet ter Schaeghe”; uit het boek van 1782 had hij nageschreven “ pachtgoed ter Schaeghe”; ui het boek van 1782 had hij nageschreven  “pachtgoed ter Schaeghe, Heer en eigenaar Marcus Putman”. Het rijksarchief te Kortrijk (vroeger in Brugge gedeponeerd) bezit onder scabinele akten N° 1. 61. Acht registers gaande van 1649 tot 1795 en acht liassen van 1703 tot eveneens 1795. Doch zouden er Pallio’s  -  afstammelingen van de Visconti’s  -  in Anzegem hebben gewoond? Alle akten van geboorten, huwelijken en overlijden, alsmede van de verwanten, die onderzocht werden door Graaf du Chastel, zijn in het Franssprekende gedeelte van de toenmalige Zuiderlijke Nederlanden terug te vinden: enkele in Douai, de zeer grote meerderheid in Doornik, een paar in Ramagnies-Chin; hij vermeldt er geen in Anzegem: toch zijn er in de parochieboeken van Anzegem en Vichte een paar vermeld. Die familie zal dus eigenaar en Heer, of Dame, van ter Schaeghen en wellicht geen bewoner zijn geweest. Die Pallio’s en hun afstammelingen blijken wel alle belangrijke dames en heren te zijn geweest, opgenomen in de landsadel en eigenaar van soms talrijke Heerlijkheden. Mogelijks hebben de Pallio-Visconti’s een stuk van hun Italiaans fortuin kunnen meebrengen, en zijn ze meteen ook uitstekende handelaars geweest. Ze huwden in de beste families, in het begin wel Italiaanse (de Mestiatis, de Briaers, Gutuaô, Solaro, uit hun streek van afkomst Piemont), dan inlandse, b.v. de la Motte-Baraffe, de Marnix, de Courcelles, van der Gracht de Frétin, Wasselin de Pronville, de Neufforge de Warges, enz. ook wel eens een verre familielid Pally, en een afstammeling langs moederszijde van Visconti. De belangrijkste tak van Visconti’s regeerde als hertog van Milaan  -  en veroverde nog meerdere vorstendommen! -  van 1277 tot 1447 tot de laatste erfgename van de regerende vorst, dan nog een natuurlijke dochter Blanche, huwde met Francesco Sforza, waarmee de lijn der hertogen Sforza van Milaan begon. De familie Visconti behoorde tot de Italiaanse adel sinds de tiende eeuw, en was zeer machtig en rijk geworden. Die heersende Visconti’s waren verre van vreedzame heersers, zelfs in acht genomen de maatstaven van de wrede middeleeuwen : zij veroverden met geweld zelfs met moord op tegenstanders of mededingers, al waren het eigen familieleden, talrijke gebieden rond hun bezit. De andere, niet regerende takken van de Visconti’s en hun afstammelingen waren ook heel welstellende en machtige edelen, verwant aan de invloedrijkste Italiaanse families: Doria, Sforza, Borghese, aan enkele Pauzen, en eveneens aan de vorstenhuizen van Frankrijk en aan de Habsburgers. De eerste Pallio die als Heer van ter Schaeghen bekend staat is Marc Antonio, gezegd Antonio, zoon van Gabriëllo en Lucrezia Visconti; hij was heer van Thimougies (Henegouwen), Rabecq (in Waasten), Hayes, Broquet (tussen Doornik en Ronse), Bailli (te Molenbaix), Grand-Rieu (Velaines) Barges ( Wattignies), Gastignies (Rumegies) Royghem, Quevaucamps (Leers), Meulebeke (te Kooigem), ter Schaeghen (Anzegem), ter Backe (Moen), Willecome (St. Denijs), Ramous (Kooigem), Fromenteau, etc. Dus toch al het bewijs  dat hij buitengewoon welstellend en ondernemend was; dat “etc.” kan de lijst van zijn eigendommen-heerlijkheden nogal wat verlengen. Hij overleed te Doornik, St Jacobsparochie op 27 juli 1631. Bij de volgende twee generaties worden de Pallio’s vermeld met enkele of meerdere heerlijkheden en een “etc.” zodat we niet met zekerheid weten wie van Antonio de heerlijkheid erfde, doch waarschijnlijk ofwel Gabriël die zonder afstammelingen zou overlijden ofwel dezes broeder Antoine die priester en kanunnik van St. Pieters te Rijsel  was, en die beide hun erfenis overlieten aan hun zusters Antoinette en Marguerite; want deze dochter Marie-Albertine, echtgenoot van Henri de Neufforge de Warges wordt als Dame van ter Schaeghen  vermeld, en daarna dezes nicht Marie-Albertine Chastelain de Pronville, barones de Ghémy die te Parijs woonde en als laatste dame van ter Schaeghen bekend is, en waarmee we al goed in de tweede helft van de 18e eeuw terecht zijn gekomen. Deze zal het wel zijn geweest die haar Goed en Heerlijkheid verkocht heeft aan de familie van de in de landboeken vermelde Marcus Putman. En daar het vroegere sieranker het jaartal 1775 vertoonde, is het waarschijnlijk dat die Marcus Putman na de aankoop de hoeve hersteld of herbouwd heeft, en dus even voor 1775 de Heerlijkheid afgekocht heeft van de laatste erfgename van de Pallio-Viscont’s. Daar de steen van de inrijpoort als datum een 6 in het tiental vertoont, zal de toenmalige heer wel Marc-Antoine geweest zijn die dit sierstuk deed inbouwen. Hij wordt in de genealogie volgens Graaf du Chastel als volgt vermeld: ridder genoemd in 1649, heer van Grand-Chastelet, Steenbrugge, Grand-Rieu, Haies, Violaines, etc. en overleed te Doornik, parochie St. Brice, op 12 april 1676. Mogelijks was de laatste Pallio die heer van ter Schaeghen was, Loys-Albert (geb. 1729  + ….) want in de schepenakten van de jaren ‘60 wordt die vermeld als “Heere van de heerlichede Vanderschegen” die land in huur geeft: hij was de zoon van Jean en van Jeanne van den Mote, Kleinzoon van Marc-Antonio, en zou overleden zijn zonder kinderen.   Wat ons uit heel deze historie interesseert  is het feit dat die heerlijkheid anderhalve eeuw in  handen is geweest van afstammelingen  van de belangrijke familie uit Italië afkomstig., de Pallio’s, vooral de afstamming van een Visconti, waarvan het wapenschild te zien was in de inrijpoort van de hoeve, doch spijtig genoeg verdwenen in zijn oorspronkelijke vorm.   En dit is het eenvoudige besluit betreffende een thans heel gewone boerderij in Anzegem, over welks verleden alleen maar de naam Schaagstraat herinnert, en dit artikeltje kan als blijvend aandenken aan de familie Pallio di Rinco  -  Visconti di Milano worden aanzien.   Dr. O. de Borchgrave.                                                                                            3