Voor talrijke dorpsbewoners van Anzegem zijn de naam en het beeld van Tempus nog levendig bijgebleven. Voor de schoolgaande jeugd vlak voor en na 1940 was hij de geleerde, wijze man met lange witte baard, die woonde in een klein huisje in de “kasteeldreef”, de private weg naar het kasteel Hemsrode, samen met zijn braaf vrouwtje “Virginietje”, dat soms gekleed was met een kanten mutsje en een lange kapmantel. Voor de ouderen was hij echter een man met veel meer kunde, kennis, vakmanschap en onderlegdheid dan een gewone doorsnee burger. Niet weinigen kunnen thans nog anekdoten vertellen over Tempus. Edmond Van Simaeys, alias Tempus, werd te Halluin geboren op 20 maart 1862, als zoon van Charles Louis en Amelia Vandendriessche.   Hij trad op 14 april 1893 te Ooike in het huwelijk met Marie Virginie De Langhe, geboren te Wortegem op 4 februari 1867, dochter van Jozef en Frederika Demedts.   Na zijn huwelijk verbleef hij korte tijd in Wortegem en kreeg daar de bijnaam Tempus.Hij was lid van de muziekmaatschappij en kwam te laat op de wekelijkse herhaling. Teneinde zich te verontschuldigen tegenover de knorrende muziekdirigent zei hij in het Latijn "tempus fugit" (de tijd vliegt snel). Meer was er niet nodig om in een periode waar bijna iedereen een bijnaam had Edmond voortaan Tempus te noemen, een bijnaam die hij zijn gehele leven behield.   Tempus werd in Anzegem ingeschreven, komende van Wortegem, op 26 maart 1898, samen met zijn echtgenote en twee kinderen: Victor (° 1894) en Remi (°1895), en gehuisvest in de Grote Leiestraat in de woning vroeger bewoond door Albert Haerinck, melkhandelaar. Toen hij in deze woning verbleef, dachten de buren dat hij donder en bliksem kon aantrekken. Tezelfdertijd had hij een adres te Elsene, Lafroystraat, 2, tevens verblijfplaats van de familie de Limburg-Stirum, bij wie hij in dienst getreden was.   In het bevolkingsregister 1910-1920 is hij reeds ingeschreven op de Kruisweg 31 (de kasteeldreef), en zijn beroep is thans automobielgeleider. In het bevolkingsregister van 1920-1930 verbleef hij met gans zijn gezin op hetzelfde adres, maar voor zijn beroep heeft men  “meubelmaker” ingeschreven.   Tijdens de periode 1930-1947 wordt als beroep “huis en decoratieschilder en meester horlogemaker” vermeld.   Na een rijk gevulde loopbaan vertrok hij samen met zijn echtgenote op 14 maart 1946 naar Moeskroen, rue du Couvent, in een bejaardentehuis waar zijn dochter Maria-Pelagie als  kloosterzuster verbleef. Virginie De Langhe is te Moeskroen gestorven op 9 juli 1948 en Edmond Van Simaeys is aldaar overleden op 26 april 1950, zesentachtig jaar oud.   Tempus was in zijn jonge jaren een fijne goudsmid. Hij vervaardigde dure sieraden voor een winkel in Waregem. Gedurende gans zijn leven werd hij echter aangetrokken door de techniek, zodat hij vlug bekend geraakte als uurwerkhersteller en derhalve als beroep opgeeft: horlogemaker. Blijkbaar bezat hij niet de financiële mogelijkheden om zich als zelfstandige te vestigen en hierdoor een vast inkomen te verwerven voor zijn groeiend gezin, want hij werd de vaste koetsier bij de familie de Limburg-Stirum. Deze familie, namelijk gravin Louise, graaf Evrard en graaf Henri verbleven meestal vier maanden op het kasteel Hemsrode te Anzegem,  vier maanden op het kasteel van Huldenberg en vier maanden op het kasteel van Rumbeke, en tussenin nog eens te Brussel.   Toen deze grafelijke familie haar eerste autovoertuig, een “PIPE” aankocht, werd Tempus de eerste chauffeur. Deze eerste auto was in Anzegem een echte bezienswaardigheid, onderwerp van alle gesprekken.   Tempus zat, als chauffeur, in open lucht in een kostuum gemaakt van een dikke dekenstof. De inwoners van Anzegem dachten zelfs dat het van “berenvel” was. De schitterende knopen van dit kostuum heeft Tempus gedurende gans zijn leven bewaard. Hij had ook een warm hoofddeksel aan dat uit dezelfde stof gemaakt was.   De versnellingsbak van deze auto was bevestigd aan de buitenzijde, en om van versnelling te veranderen moest Tempus zijn hand uitsteken en een soort hefboom hanteren. Ook de toeter, of “claxon”, was op de buitenzijde bevestigd. Na enkele tijd kocht gravin Louise de Limburg-Stirum haar eigen auto, die bestuurd werd door een Duitser, Franz Sponsen, opgevolgd door een zekere David, en later door René Dewaele.   De tweede auto in Anzegem werd aangekocht door Maurice Declercq, burgemeester en brouwer en de derde door dokter Vancauwenberghe.   Het gezin Edmond Van Simaeys - De Langhe heeft zeven kinderen gehad: Victor (1894), die later medeoprichter werd van een heemkundige kring te Anzegem, Remi(1895), Augusta (1896) reeds overleden in 1902,René(1899), Maurice (1901), Marie-Pelagie(1902) en Anna (1904).   Anna was midden oktober 1918 zwaar ziek geworden. Tempus verbleef op dat ogenblik te Huldenberg en kwam te voet, op klompen, vlug naar huis, dwars door de Duitse  versperringen. Op aanraden van een Duits officier; ging hij, opnieuw te voet, een geneesmiddel, bekend als bestrijdingsmiddel tegen de kroep, naar Geraardsbergen halen. Toen hij terug thuis kwam was zijn dochtertje overleden op  26/10/1918.Op dat ogenblik was Anzegem het toneel van het volle oorlogsgeweld door de doorbraak van de geallieerde legers. Edmond maakte zelf een witte lijkkist en midden het spervuur voerde hij, helemaal alleen, met een kruiwagen, zijn overleden dochter naar het kerkhof om haar eigenhandig te begraven. Tempus kon, niettegenstaande zijn hobby’s en zijn werk, toch voldoende tijd vrijmaken om met zijn kinderen, en vooral zijn kleinkinderen, te spelen. Tot hun grootste vreugde kon hij met zijn handen en vingers allerlei schaduwfiguren maken in de huiskamer, bij avondlicht of buiten, onder de lindeboom, bij zonneschijn. Hij stelde bijvoorbeeld een blaffende hond voor met zijn vingers en bootste het geblaf na met buikspraak. Hetzelfde voor zwemmende zwanen, vliegende vogels en duiven, waarbij hij met buikspraak de slag van de vleugels te horen gaf. Hij kon al knipperend met zijn vingers doen raden welk lied hij bedoelde, bv. Klokke Roeland, het vaderlands lied en zo meer. De veelzijdigheid van Tempus komt vooral tot uiting in zijn talrijke hobby’s en onbaatzuchtig dienstbetoon. Vooreerst sprak hij vloeiend Frans en Duits en verstond wat Engels. Toen hij zeventig jaar oud was leerde hij nog Spaans. Hij sprak vloeiend, in gebarentaal, met doofstommen en in 1932 was hij aanwezig op een congres van doofstommen te Kortrijk waar hij aan de gesprekken deel nam. Tempus was de uitvinder en de constructeur van alles en nog wat. Hij maakte een grote houten fiets met een groot wiel vooraan, met boven op een zadel, en achteraan een klein wieltje. Hij klom er op met behulp van een laddertje dat tegen een muur was geplaatst en reed enkele rondjes in de tuin. Later bouwde hij een fiets, gemonteerd op twee houten wielen. Hij was de uitvinder van de elektrische bel en had een elektrisch systeem samengesteld om de ratten te verjagen in zijn tuin. Wanneer de buren Tempus zagen rondlopen op zijn klompen, met een rode zakdoek met zwarte bolletjes rond zijn hals en een strooien hoed op het hoofd, konden ze vermoeden dat hij opnieuw iets aan het uitbroeden was. Hij maakte een manshoge contrabas viool, evenals een gewone viool waarop hij deuntjes speelde. Hij maakte eveneens een beiaardspel, bestaande uit zeven klokjes, dat hij ook zelf kon bespelen. De familie bezit nog twee van deze klokjes. Tempus was eveneens zeer vaardig als schilder. Hij stelde zijn verf zelf samen en werkte op doek of op dun hout. Hij schilderde unieke tafereeltjes, soms met een penseeltje voorzien van één enkel haartje. Hij schilderde de H. Franciscus, omringd door de vogels, op een groot doek, dat spijtig genoeg verwoest werd tijdens de meidagen van 1940. Tempus schilderde voor de St. Janskerk te Anzegem de kolommen van het H. Hart- en Onze-Lieve-Vrouwbeeld. Op de zijmuur van het koor schilderde hij met gouden letters de woorden” Sint Jan”.   Jarenlang heeft hij bij elk optreden van een toneelgezelschap in de patronaatzaal, niet alleen alle decors in elkaar getimmerd, maar ook geschilderd volgens de noodwendigheden van  het toneelstuk. Op de dag van de opvoering was hij de “officiële” grimeur. Tussendoor werd de patronaatzaal voor een gedeelte gebruikt als vrije schilderschool onder de leiding van Rudolf Eggermont. Deze schilderschool was van de patronaatzaal afgesloten door een grote, toevouwbare houten panelen… opnieuw een uitvinding van, en geschilderd door Tempus.      Men kan zich terecht afvragen over welke werktuigen en werkplaatsen Tempus beschikte om al zijn activiteiten uit te oefenen. De kleine woning in de “Kasteeldreef” was amper groot genoeg om zijn kroostrijk gezin te herbergen.        Hij beschikte echter over een atelier in…de kerktoren. Hij was immer de verzorger en de hersteller van het torenuurwerk. Voor vrienden en kennissen herstelde hij uurwerken en wandklokken. Vooral voor zijn vriend, de pastoor van Gijzelbrechtegem, was hij een toegewijde hulp om al deze oude klokken opnieuw te laten tikken. Op de kerktoren kon hij eveneens rustig werken aan het herstellen van allerlei houten beelden, kruisbeelden, vazen die in tientallen stukjes gebroken waren en allerlei andere voorwerpen.        Na het einde van de gevechten einde oktober begin november 1918 was de enige schrijfmachine die het gemeentebestuur bezat onherstelbaar beschadigd door de oorlogsgebeurtenissen. De gemeenteraad besloot deze schrijfmachine naar het oud huisvuil te verwijzen, toen de gemeentesecretaris, Arthur Devos, een voorstel deed om toch maar Tempus te raadplegen. Tempus onderzocht deze schrijfmachine grondig, trok aan zijn lange baard, nam ze onder zijn arm en beklom de torentrap van de St. Janskerk. Na enkele dagen bracht hij deze schrijfmachine, volledig hersteld, terug.        Een tweede atelier was gevestigd in de smidse van Julien Vandendriessche, in de Kerkstraat, waar hij al zijn mechanische benodigdheden te voorschijn toverde.      De patronaatzaal was dienstig als derde atelier. In de kelder maakte en schilderde hij de decors, maakte en plakte hij pruiken, baarden en snorren. Eén voor één kwamen de toneelspelers bij hem om gegrimeerd te worden.   En tenslotte had hij nog een hoekje in de werkwinkel van de wagenmaker Emile Vandendorpe op de Kruisweg. Jules Vandendorpe en zijn zonen Emiel en Aimé hadden er geen bezwaar tegen dat hij hun alaam gebruikte voor het maken van allerlei houten wieltjes en andere houten meester-werkjes. Hier maakte hij een spinnewiel waarop hij koorden of wol spon. Deze koorden gebruikte hij tijdens de oorlog 1914-18 om schoenzolen te maken voor zijn kinderen. Hij dubbelde ook katoendraden en weefde er matjes mee. Tempus was niet alleen een autodidact en vakman: horlogemaker, automobielgeleider, meubelmaker, huis- en decoratieschilder, hij was tevens geestelijk zeer ontwikkeld. Hij las honderden boeken, kende bijna alle schrijvers van zijn tijd, was bedreven in het gebruik van landkaarten en kon flink zijn man staan in een gesprek over bouwstijlen.        Laten wij deze artikelreeks besluiten met een anekdote uit Huldenberg: Tempus moest niet alleen zijn autovoertuig “Pipe”, verzorgen, maar ook een ezeltje. Op zekere dag had dit ezeltje een stuk zeep opgesmuld en iedereen kon zien dat de zeepbellen uit de muil van de ezel kwamen, tot groot jolijt van de omstanders. Fr. Speleers 4