Eind de jaren 60 verscheen er in "De Vogelwereld" een artikel van Dhr. Radtke
over éénkleurige Japanse Meeuwen met illustraties van Dhr.Heinzel.
Mijn interesse was gewekt. In een boekje van Rutgers vond ik nog wat lectuur
over de Japanse Meeuwtjes en ... het bleken gemakkelijk te kweken vogeltjes te
zijn.
Op vogelmarkten ging ik op zoek naar éénkleurige Japanse Meeuwen; doch deze
waren niet te vinden. Ik kocht mij dan de exemplaren met het minste bont. Enkele
jaren later las ik een artikel van Louis Gonnissen waarin stond dat hij
éénkleurige Japanse Meeuwen gekweekt had door het kruisen met Java
bronzemannetjes. Ik kocht mij enkele koppel. Het waren kleine vogeltjes;
donkerbruin en zonder buiktekening. In deze jaren probeerde ik wat met
kruisingen met nonnen maar de vruchtbaarheid was een groot probleem.
Op het wereldkampioenschappen in Mechelen gingen mijn ogen open.
Donkerbruine, mokkabruine en roodbruine Meeuwen zoals ik ze nog niet gezien had.
Er werden wat namen van tentoonstellers genoteerd. En enkele maanden later
werden in Nederland enkele koppels aangeschaft. Mijn vogels konden niet
concurreren met de nieuwkomers en werden dan allemaal naar de handelaar gedaan.
In 1980 werden door Eddy Van Dael, Jean-Claude Momerency en
Emiel Debrier de eerste Japanse Meeuwendag in België georganiseerd. Dit
initiatief kende jarenlang succes. Ook werd er een Kampioenschap voor Japanse
Meeuwen en zijn hybriden georganiseerd.
In 1987 werd de Belgische Nationale Japanse Meeuwen Club
opgericht met mijzelf als voorzitter.
In 1990 werd de naam veranderd in Belgische Nationale
Exotenclub.
Sindsdien ben ik voorzitter van de onderafdeling Japanse Meeuwen en voorzitter
van de technische commissie.
De laatste jaren ben ik mij gaan
toeleggen op de grijsserie; zwartgrijs, mokkagrijs, roodgrijs en pastel
mokkagrijs.