HOUDING, VORM EN
FORMAAT IN DE PRAKTIJK.
Op het keurbriefje van de Japanse Meeuw zijn
houding, vorm en formaat zeer belangrijk; 30 tot 50% van punten worden
hieraan toegekend.
Belangrijk genoeg dus op hier even bij stil te staan.
Op onderstaande afbeeldingen zijn de meest
voorkomende fouten weergegeven.
Met het ideaalbeeld
voor ogen moet het voor ons een koud kunstje zijn
deze te ontdekken.

-
Te lange snavel.
Dit komt vaak voor bij langbevederde vogels.
-
Bult in de nek.
-
Opgerichte staart.
-
Te zware borst.
Dit kan te wijten zijn aan de voeding
maar meestal is dit erfelijk bepaalt.
Te zware vogels hebben de neiging op de stok te liggen i.p.v. te
staan.
|

- Afgeplatte kop.
- Ingevallen nek.
- Afhangende staart.
- Afhangende vleugels.
- Te slanke borst.
|
Vaak zien we nog vogels met een te opgerichte houding (meer dan 35°). Deze
houding vinden we terug bij de nonnen en de rietvinken.
Al deze fouten zijn erfelijk en bij de selectie moet men hiermee rekening
houden.