JAPANSE MEEUWEN                                                                                          The Belgian Bengalese site                                                                                                  copyright ©Edwin Gilson  
ARTIKELS




 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 








 

 

KWEEK EN VERERVING VAN DE JAPANSE MEEUWEN

Specifieke kweektechnische aan wijzingen

De kweektechnische aanwijzingen die specifiek zijn voor bepaalde kleurslagen zullen hier uitgebreid aan bod komen.

 

DE BRUINSERIE

 De bruinserie bestaat uit:

- ZWARTBRUIN:

maximaal zwartbruin eumelaninebezit

minimaal roodbruin pheamelaninebezit

- MOKKABRUIN:

gereduceerd zwartbruin eumelanine bezit

relatief klein roodbruin pheomelaninebezit

- ROODBRUIN:

minimaal  zwartbruin eumelaninebezit

maximaal roodbruin pheomelaninebezit

                                   

 

 
 

De bruinserie is de basis van de Japanse Meeuwenliefhebberij.

Wil men de vogels uit de andere series verbeteren dan moet men beroep doen op vogels uit bruinserie.

Mutatiecombinaties met vogels uit alle andere series zijn mogelijk (maar niet altijd gewenst).

Splitvogels zijn, door de intermediaire vererving, in de meeste gevallen te herkennen door hun afwijkende kleureigenschappen ten opzichte van de standaard.

Typische fouten:

- te lichte of te donkere lichaamskleur.

- ontbreken van de nerftekening

- getoverde borst

- te lichte wangen

- opgebleekte slagpennen
- te lichte pootkleur.

 

ZWARTBRUIN

maximaal eumelaninebezit
minimaal pheomelaninebezit

kleuromschrijving zwartbruin


 


I
n een streven om een zo contrastrijk mogelijke vogel te kweken met een egale en zo diep mogelijke kleur is de zwartbruin door jaren-lange selectieve kweek ontstaan uit de donkerbruine.
De zwartbruine heeft het meeste zwartbruin eumelanine van alle Japanse Meeuwen.

Een zwartbruine kweken die voldoet aan de kleurstandaard is echter niet zo eenvoudig.
Paart men een zwartbruine aan een andere kleurslag  (met minder eumelanine en meer pheomelanine) dan zal men merken dat door de intermediaire vererving bij de jongen verschillende van de typische kenmerken zullen verloren gaan: het zwartbruin wordt eerder donkerbruin en de ondergrond van het onderlijf wordt crèmeachtig i.p.v. grauwwit.

DE ENIGE GOEDE COMBINATIE IS ZWARTBRUIN X ZWARTBRUIN.

ZWARTBRUIN x ZWARTBRUIN r+//r+ x r+//r+ 
100% ZWARTBRUIN                                      r+//r+ 

Wees zeer streng op de kleur bij de kweekselectie: kweek alleen verder met vogels welke voldoen aan de kleurstandaard of deze zeer sterk benaderen d.w.z.. een goede kleurdiepte en op het onderlijf een grauwwitte ondergrond hebben.

De nerftekening moet bij de zwartbruine aanwezig zijn. De enige goede combinatie is goede nerftekening x goede nerftekening.
Slechts in noodgevallen kan men een goede nerftekening met een minder goede combineren. Het is echter fout te veronderstellen dat men bij de zwartbruine geen goede nerftekening kan bekomen. Een feit is echter dat men bij het streven om een zo donker mogelijke vogel te kweken, men jarenlang de nerftekening uit het oog verloren heeft.
Als men beschikt over diepgekleurde zwartgrijze (de grijze hebben over het algemeen een uitgesproken nerftekening) dan kunnen deze ook ingezet worden om de nerftekening bij de zwartbruine te verbeteren.

ZWARTBRUIN x ZWARTGRIJS g+//g+, r+//r+ x g//g, r+//r+ 
100% ZWARTBRUIN/ZWARTGRIJS g+//g, r+//r+

De jongen hieruit kan men dan terug koppelen aan een zwartbruine.

ZWARTBRUIN x ZWARTBRUIN/ZWARTGRIJS g+//g+, r+//r+ x g+//g, r+//r+ 
50% ZWARTBRUIN
50% ZWARTBRUIN/ZWARTGRIJS
g+//g+, r+//r+
g+//g, r+//r+

Een te lichte oogring en/of pootkleur en lichte of geparelde wangen zijn storend en veel voorkomend bij splitvogels.
Een geloverde borst (lichtere veerranden) en tweekleurige bovensnavels komen bij de zwartbruine zelden voor. Deze vogels zet men bij voorkeur niet in bij de kweek.

 

MOKKABRUIN
 

 

Bij de mokkabruine Japanse Meeuw is er een wijziging in de structuur van het eumelanine waardoor de kleur hiervan wordt gereduceerd. Dit in combinatie met een relatief klein pheomelaninebezit geeft de gewenste kleur.

Mokkabruin is een mutatie en vererft recessief t.o.v. zwartbruin.

Mokkabruin is binnen het kleurengamma van de Japanse Meeuw de meest variabele kleurslag, enerzijds is er een variatiebreedte in het pheomelanine, anderzijds in het eumelanine.

Uit een koppel mokkabruine met de ideale kleur kunnen we jongen bekomen met een variabele kleurslag; de ene wat donkerder dan de andere, de ene wat warmer dan de andere. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het genotype (de verborgen eigenschappen). Indien men jarenlang werkt aan de opbouw van een stam mokkabruine zal men de variatiebreedte in de kleur van de jongen kunnen beperken.

De beste is  combinatie is mokkabruin x mokkabruin.

MOKKABRUIN x MOKKABRUIN rm//rm x rm//rm
100%   MOKKABRUIN                              rm//rm 

Indien de stam te donker of te licht wordt kan men een iets te lichte of te donkere mokkabruine inbrengen. In noodgevallen kan men overwegen beroep te doen op een roodbruine of een zwartbruine.

ALTERNATIEF IN GEVAL DE STAM MOKKABRUINEN TE DONKER WORDT:

MOKKABRUIN x ROODBRUIN rm//rm x r//r
100% MOKKABRUIN/ ROODBRUIN                         rm//r

Hiervoor kiest men een "koude" roodbruine met bij voorkeur een donkere snavel.

De jongen hieruit kan men dan terug koppelen aan een mokkabruine.

MOKKABRUIN/ROODBRUIN x MOKKABRUIN rm//r x rm//rm
50% MOKKABRUIN  
50% MOKKABRUIN/
ROODBRUIN             
rm//rm
rm//r

ALTERNATIEF IN GEVAL DE STAM MOKKABRUINEN TE LICHT WORDT:

MOKKABRUIN x ZWARTBRUIN rm//rm x r+//r+ 
100% ZWARTBRUIN/ MOKKABRUIN                         r+//r m

Hiervoor kiest men best een iets te lichte maar egale zwartbruine.
De jongen hieruit kan men dan terug koppelen aan een mokkabruine.

ZWARTBRUIN/ MOKKABRUIN x MOKKABRUIN r+//r m x rm//rm
50% ZWARTBRUIN/ MOKKABRUIN    
50% MOKKABRUIN  
         
 r+//r m
rm//rm

 

minimaal eumelaninebezit
maximaal pheomelaninebezit

KLEUROMSCHRIJVING
ROODBRIUIN

ROODBRUIN

gereduceerd eumelaninebezit
relatief klein pheomelaninebezit

KLEUROMSCHRIJVING MOKKABRUIN

 

 

De roodbruine is een egale vogel.
De roodbruine heeft het meeste roodbruin pheomelanine van alle Japanse Meeuwen.


Roodbruin is een mutatie en vererft recessief t.o.v. zwartbruin en mokkabruin.

Door de inbreng van nonnenbloed (in de jaren 60) heeft men de kleur bij de roodbruine Japanse Meeuwen sterk kunnen verbeteren. De kleur is 'roder' en warmer geworden.  Dit brengt met zich mee dat de combinatie met een andere kleurslag invloed zal hebben op het pheomelanine; de kleur wordt te licht of te koud.

 DE BESTE COMBINATIE IS DUS ROODBRUIN X ROODBRUIN.

ROODBRUIN x ROODBRUIN r//r x r//r
100%   ROODBRUIN                              r//r

Door de jarenlange inteelt (roodbruin x roodbruin) kan de vruchtbaarheid en de bevedering (pennen breken gemakkelijk) problemen stellen. Om de vruchtbaarheid te verbeteren kan men bij de roodbruine hierop selecteren. Een tweede mogelijkheid is het inbrengen van vers bloed (onverwant) of een andere kleurslag. De mokkabruine inkweken bracht geen oplossing, de kleur werd te koud, de staart te donker en de snavel blauw.
De beste resultaten verkrijgt men met de inbreng van de roodgrijze .

ALTERNATIEF IN GEVAL problemen met vruchtbaarheid of bevedering:

roodgrijs x ROODBRUIN g//g, r//r x g+//g+, r//r
100% ROODBRUIN/ ROODGRIJS                       g+//g, r//r

Hiervoor kiest men een egale roodgrijze met een goede snavelkleur. Het eerste jaar krijgt men roodbruine jongen die alleen op kleur voor verbetering vatbaar zijn.
De jongen hieruit kan men dan terug koppelen aan een roodbruine.

roodBRUIN/ROODGRIJS x ROODBRUIN g+//g, r//r x  g+//g+,r//r
50% ROODBRUIN
50% ROODBRUIN
/ ROODGRIJS
g+//g+, r//r
g/
+//g, r//r