PROBLEMEN
BIJ
DE
KWEEK.
Onlangs kreeg
ik een telefoontje van een beginnend Japanse Meeuwenliefhebber
waarbij verschillende kweekkoppels de eieren opaten en een ander
kweekkoppel de pas uitgekipte jongen kapot pikten en uit het nest
gooide.
Het leek mij
wel interessant deze problemen hier te bespreken.
* Opeten
van eieren:

Als de
liefhebber mij vertelde dat hij nog geen sepiaschelpen aan
zijn weekvogels gegeven had, lag het antwoord voorhanden: een
gebrek aan kalk. Voor het maken van de eischaal heeft iedere vogel
een grotere behoefte aan kalk; hierin kunnen we voorzien door het
geven van sepiaschelpen of door het verstrekken van Calcigenol
(verkrijgbaar bij de apotheek) of Calcivet (The Birdcare
Company) in het water of opfokvoer.
* Kapot pikken en uit gooien van pas uitgekomen jongen:
Aangezien alle kweekkoppels dezelfde verzorging krijgen moeten we
besluiten dat dit afwijkend gedrag aan het kweekkoppel zelf te
wijten moet zijn.
De eenvoudigste
oplossing bestaat erin de overblijvende bevruchte eieren bij een ander
koppel onder te leggen dat slechts enkele dagen vroeger of later is
beginnen broeden. Als we een dood jong terug in het nest leggen en de
vogels een tijdje gade slaan hebben we veel kans te ontdekken welke van
de twee ouders de dader is. Vervolgens kan de dader door een reserve
vogel vervangen worden.
Een
alternatieve oplossing bestaat erin het kweekkoppel nog een tweede
kans te geven en enkele dagen voor het uitkippen een jong van een
vijftal dagen in het nest bij te leggen. Wordt dit jong
aanvaard en worden de gekipte jongen goed gevoed dan kan U het ouder
jong terug leggen. Gebeurt dit niet dan moet men de dader uitsluiten
voor verdere kweek. Dit verschijnsel komt het meest voor bij jonge
vogels die nog geen kweekervaring opgedaan hebben. Het komt er
eigenlijk op neer dat de pasgeboren jongen door één van de ouders
als niet tot het nest behorend beschouwd wordt en er bijgevolg uit
verwijderd wordt.

Dit probleem kan
men vermijden door een jonge vogel bij een ervaren kweekvogel te
plaatsen.
Een andere oorzaak
kan zijn dat de vogels een te eiwitrijke voeding krijgen. Daarom kan U
gedurende de broedperiode best een kleine hoeveelheid opfokvoer
verstrekken (klein snoepbakje).
lndien U
meelwormen, pinkies of buffalowormen geeft laat U ook deze
achterwege. Vanaf het kippen van de jongen kan U dan de hoeveelheid
opfokvoer wat opvoeren en eventueel enkele meelwormen, pinkies of buffalowormen verstrekken.
Alhoewel Japanse
Meeuwen bekend staan als goede kweekvogels en zich over het algemeen
weinig van nestcontrole aantrekken, zou ik toch aanraden dit koppel niet
al te veel te storen.
Indien alle eitjes
uitgekomen zijn is het ook goed één of twee plastic eitjes bij te leggen
dit om te vermijden dat de jongen platgedrukt worden.
Is er een
nakomertje in de nest dan is de kans groot dat hij niet voldoende
gevoederd wordt; verleggen is hier dan de beste oplossing.
Gebruik ook enkel
broedrijpe vogels voor de kweek (poppen minstens tien maand, mannen
minstens acht maand) en wacht tot wanneer ze in kweekconditie zijn
(poppen la ten hun lokroep horen, mannen zingen veel, beide fladderen
met de vleugels en vliegen opgewonden heen en weer).
Edwin Gilson.