JAPANSE MEEUWEN                                                                                          The Belgian Bengalese site                                                                                                  copyright ©Edwin Gilson  
ARTIKELS




 

PROBLEMEN BIJ DE KWEEK.

Onlangs kreeg ik een telefoontje van een beginnend Japanse Meeuwenliefhebber waarbij verschillende kweekkoppels de eieren opaten en een ander kweekkoppel de pas uitgekipte jongen kapot pikten en uit het nest gooide.

Het leek mij wel interessant deze problemen hier te bespreken.

* Opeten van eieren:

 

Als de liefhebber mij vertelde dat hij nog geen sepiaschelpen aan zijn weekvogels gegeven had, lag het antwoord voorhanden: een gebrek aan kalk. Voor het maken van de eischaal heeft iedere vogel een grotere behoefte aan kalk; hierin kunnen we voorzien door het geven van sepiaschelpen of door het verstrekken van Calcigenol (verkrijgbaar bij de apotheek) of Calcivet (The Birdcare Company) in het water of opfokvoer.

 

 

 

* Kapot pikken en uit gooien van pas uitgekomen jongen:

Aangezien alle kweekkoppels dezelfde verzorging krijgen moeten we besluiten dat dit afwijkend gedrag aan het kweekkoppel zelf te wijten moet zijn. De eenvoudigste oplossing bestaat erin de overblijvende bevruchte eieren bij een ander koppel onder te leggen dat slechts enkele dagen vroeger of later is beginnen broeden. Als we een dood jong terug in het nest leggen en de vogels een tijdje gade slaan hebben we veel kans te ontdekken welke van de twee ouders de dader is. Vervolgens kan de dader door een reserve vogel vervangen worden.

Een alternatieve oplossing bestaat erin het kweekkoppel nog een tweede kans te geven en enkele dagen voor het uitkippen een jong van een vijftal dagen in het nest bij te leggen. Wordt dit jong
aanvaard en worden de gekipte jongen goed gevoed dan kan U het ouder jong terug leggen. Gebeurt dit niet dan moet men de dader uitsluiten voor verdere kweek. Dit verschijnsel komt het meest voor bij jonge vogels die nog geen kweekervaring opgedaan hebben. Het komt er eigenlijk op neer dat de pasgeboren jongen door één van de ouders als niet tot het nest behorend beschouwd wordt en er bijgevolg uit verwijderd wordt.

 

Dit probleem kan men vermijden door een jonge vogel bij een ervaren kweekvogel te plaatsen.

Een andere oorzaak kan zijn dat de vogels een te eiwitrijke voeding krijgen. Daarom kan U gedurende de broedperiode best een kleine hoeveelheid opfokvoer verstrekken (klein snoepbakje).

lndien U  meelwormen, pinkies of buffalowormen geeft laat U ook deze achterwege. Vanaf het kippen van de jongen kan U dan de hoeveelheid opfokvoer wat opvoeren en eventueel enkele meelwormen, pinkies of buffalowormen verstrekken.

Alhoewel Japanse Meeuwen bekend staan als goede kweekvogels en zich over het algemeen weinig van nestcontrole aantrekken, zou ik toch aanraden dit koppel niet al te veel te storen.

 

Indien alle eitjes uitgekomen zijn is het ook goed één of twee plastic eitjes bij te leggen dit om te vermijden dat de jongen platgedrukt worden.

 

Is er een nakomertje in de nest dan is de kans groot dat hij niet voldoende gevoederd wordt; verleggen is hier dan de beste oplossing.

 

Gebruik ook enkel broedrijpe vogels voor de kweek (poppen minstens tien maand, mannen minstens acht maand) en wacht tot wanneer ze in kweekconditie zijn (poppen la ten hun lokroep horen, mannen zingen veel, beide fladderen met de vleugels en vliegen opgewonden heen en weer).

Edwin Gilson.