JAPANSE MEEUWEN                                                                                          The Belgian Bengalese site                                                                                                  copyright ©Edwin Gilson  
ARTIKELS




 

DE V-TEKENING IN WOORD EN BEELD

“ De kleren maken de man”  en  “De pluimen maken de vogel”.

Misschien lijkt de tweede uitspraak een beetje uit de lucht gegrepen, maar ook in de vogelwereld gelden soortgelijke regels in overeenstemming met dit alom gekende gezegde! Natuurlijk is het niet mijn betrachting om enig vergelijk tussen beide te maken, maar ik wou met deze woordspeling enkel de belangrijkheid van het vederpak benadrukken. Als we spreken over ‘bevedering’, is dit meestal in de ruimere zin van het woord. Maar eigenlijk is het de bedoeling om toch iets meer in detail te treden. Via dit artikel ga ik dus trachten om een welbepaald deel van de meeuwenbevedering onder de loep te nemen. En ik bedoel dan ook letterlijk ‘onder de loep’ !

 Enerzijds is er de biologische samenstelling van de veren. Zij zorgt voor de specifieke vederopbouw en de weergave van verschillende kleuren. De zuivere wetenschappelijke benadering hiervan is zeker niet eenvoudig en daarom wil ik ze nu ook terzijde laten. Liefhebbers die hierin toch zouden geïnteresseerd zijn, kunnen voor dit onderwerp beter de specifieke tijdschriften of boeken raadplegen. De terminologie van celopbouw, gen-structuur en DNA-strengen is ook voor mij te hoog gegrepen. Ik ga mij dus beperken tot de visueel waarneembare aspecten. Om deze reden wil ik het onderwerp ‘bevedering’ nogmaals opsplitsen in sub-onderdelen, want naast het weergeven van de kleur, onderscheiden we ook nog de weergave van een bepaalde tekening. En wat bij onze meeuwtjes zeker in het oog springt, is zijn merkwaardige V-tekening. Het is dan ook zonder twijfel de meest uitgesproken eigenschap waarop dit vogeltje grondig wordt gekeurd. En omdat deze eigenschap zo belangrijk is binnen de meeuwenkweek, wil ik het voornamelijk hebben over de kleine verschillen die men soms kan onderscheiden wanneer we dit pluimpje van dichtbij gaan bestuderen.

 Een rasechte meeuwenkweker weet door ervaring dat dit een cruciaal gegeven is en zal de onderlinge variaties bij deze tekening zeker al hebben opgemerkt. Maar uiteraard vallen ze bij de zwartbruine en -grijze beter op vanwege het contrastrijk voorkomen. Het opvallend onderscheid tussen het zwarte pigment op de crème-witte ondergrond wordt door het menselijke oog overduidelijk waargenomen. Niettegenstaande ook de zachtere kleurtinten dezelfde kenmerken in zich dragen, blijkt de kwaliteitsweergave van de tekening evenredig af te nemen naarmate ook de kleurslag lichter wordt. Dit merken we vooral op bij onze pastellen en ino’s. Tevens heeft een opblekingsfactor zoals de pastel, in vele gevallen, een negatieve inwerking op de zuiverheid van de V-vorm en dus ook op de weerspiegeling van het globale beeld. In deze context wordt het geheel om optische reden minder goed waargenomen. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de V-structuur, ondanks dit verschijnsel, toch moet blijven voldoen aan de vooropgestelde eisen. Het is bijgevolg aangewezen om de basiskleur voldoende intensief te houden, omdat dit facet het waarnemingsvermogen positief beïnvloedt. Wanneer ik mij echter baseer op persoonlijke ondervindingen, moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat het creëren van de ideale V-tekening een delicate opgave is. Het feit dat het heel moeilijk is om identieke exemplaren te kweken, ligt ook aan de basis dat goede stammen op onze TT zeldzaam zijn. Het is meestal een volleerd kweker met de nodige ervaring die deze uitdaging het hoofd kan bieden.

 Beste liefhebber, na deze superlange inleiding toch nog een woordje uitleg over de doelstelling van dit artikel. In onderstaande paragrafen ga ik trachten om de meest frequente en bruikbare V-vormen afzonderlijk te bespreken. Omdat een exacte omschrijving heel moeilijk in juiste bewoording is uit te drukken, wil ik deels mijn toevlucht nemen tot de beeldspraak. Want is het niet zó dat één blik soms meer zegt dan duizend woorden. Waarschijnlijk is het de eerste maal dat de V-structuur op deze wijze wordt besproken, met de mogelijkheid een onderling vergelijk te maken via optische beelden. Toch wil ik u waarschuwen je niet blind te staren op het uitzicht van bijhorende foto’s, want deze zijn noodzakelijker wijze en om technische reden afkomstig van ingescande veertjes, zodat de scherpte van de beeldweergave onderling kan variëren. Vervolgens was ik niet altijd in het bezit van het meest geschikte veertje waarop de vereiste V-vorm duidelijk aanwezig was. Daarom vindt u naast elke foto ook een handgetekende afbeelding met treffende gelijkenis. Aan de hand hiervan ga ik dus proberen om, in overéénstemming met het type, bepaalde karakteriele eigenschappen nader te verifiëren. Toch zal je aan het eind van dit artikel merken dat er nog meerdere factoren zijn die het visuele uitzicht vooralsnog kunnen beïnvloeden.

Nog eventjes dit! Aangaande dit onderwerp zijn de gebruikte woordspelingen nog een beetje onzeker. Tijdens het schrijven kwam ik al snel tot het besef dat  het heel moeilijk zou worden om de V-vorm op te splitsen in verschillende types en tevens consequent te blijven in de beschrijving ervan. Daarom heb ik voor de stabiliteit van dit onderwerp aan enkele referentiepunten in de figuur bepaalde waarden toegekend zoals: grof, fijn, spits, rond ... enzomeer. Misschien niet gebruikelijk, maar op deze wijze wordt elke afbeelding getypeerd door een bepaalde woordcombinatie. Deze manier van werken biedt mij tevens de mogelijkheid om de onderlinge verschillen enigszins met elkaar te vergelijken, zonder te vervallen in een onbegrijpelijke tekst. Maar omdat we in werkelijkheid de configuratie van de V-tekening bij onze meeuwen als wispelturig mogen bestempelen, is het bijna onmogelijk om exact de grenslijn tussen goed en slecht te bepalen. Op dit vlak heeft ‘Moedertje Natuur’ immers heel wat variabelen in petto. Het is dus mijn betrachting om een duidelijk onderscheid te bewaren en via deze selectie toch een herkenbare omschrijving toe te wijzen aan elk model. Ten slotte is deze kennis ook belangrijk bij het samenstellen van onze kweekkoppels, want weldoordacht combineren is hier de boodschap ! 

Wegens de uitgebreidheid van dit onderwerp ga ik mij beperken tot het indelen en bespreken van een zestal voorname V-modellen, zoals ze ook te zien zijn op de afbeeldingen in dit artikel. De foutieve vormen zijn kweektechnisch gezien onbelangrijk en laten we dus terzijde. Voilà, ik hoop om ook dit artikel tot een goed einde te brengen en dit gezegd zijnde ga ik maar van wal steken om dit spraakmakende V-patroon nu eens van naderbij te bekijken.

1. De grove, ronde tekening

Kenmerkend voor deze tekening is dat ze goed zichtbaar, maar misschien iets te nadrukkelijk aanwezig is. Als gevolg van de zware omzoming zal ze in haar geheel erg druk overkomen. Het globale uitzicht heeft de neiging om een meer ronde schubvorm te vertonen. Nochtans is dit type helemaal niet slecht. Men kan het vooral gebruiken om tegen een fijne, spitse tekening te plaatsen. Met deze combinatie proberen we de tekortkomingen van het ene aan te vullen met de overvloed van het andere. Met deze manier van koppelen, kunnen we dus meer volume geven aan een V-vorm die wat fijntjes uitvalt. Let wel op om soortgelijke bevedering aan elkaar te paren. U loopt hierbij het risico dat de tekening te zwaar of te geblokt gaat worden. Afhankelijk van de beoogde doelstelling kan ze dus maar in beperkte mate aangewend worden om een bepaalde vormgeving te corrigeren. Hierbij wil ik u aanraden om enkel die exemplaren te selecteren waarbij er nog een duidelijk onderscheid bestaat tussen de binnenste en buitenste figuur. Het zwakke punt van dit grove type is immers dat beide figuren durven samenvloeien tot een vlekkerig beeld

2. De grove spitse tekening

Ten opzichte van voorgaande, lijkt dit model mij iets minder geschikt. Het smallere pluimoppervlak herleidt het verschil tussen de zwarte omzoming, de crèmewitte ondergrond en de middenste V-figuur tot een minimum. De buitenste omzoming kan vooral in de top van het veertje uitzonderlijk breed worden en verliest hierbij zijn kenmerkende V-vorm. Uitgerekend deze zone is het beste zichtbaar en bij het minste onevenwicht in de overlapping van de veren, verkrijgt men een wazig of vlekkerig totaalbeeld als resultaat. En dit niettegenstaande elk veertje op zich toch een redelijke vormgeving bezit. Maar voor het smalle veertje is deze zware tekening iets teveel van het goede. Het tegen elkaar plaatsen van twee zulke types lijkt mij zeker geen goede keuze. Men verhoogt immers het risico dat de zware omzoming nog verder gaat uitdeinen, zodat beide figuren onderling gaan samenklitten met het gekende gevolg. Het is onwaarschijnlijk dat hieruit een ideale tekening tevoorschijn zou komen. De configuratie van deze V-tekening is dus met weinig andere te combineren. Enkel een supergrote en fijn afgelijnde figuur, die verruimend zou werken, biedt mogelijkheden. Maar deze komt zelden voor. De combinatiekeuze is dus begrensd. Indien u dus over andere mogelijkheden beschikt, lijkt dit type mij eerder overbodig om verder aan te houden binnen het kweekbestand.

3. De fijne, ronde tekening

Volgens mij is dit de vorm die ons ideaalbeeld reeds vrij dicht benadert en die ook het best te combineren is met andere goede modellen. De onderlinge verhoudingen zijn vrij goed, maar de V-figuur is een beetje te rond. Door deze uitgesproken ronding heeft ook dit totaalbeeld de neiging een beetje over te komen als een dakpan-vorm i.p.v. de typische V-vorm. De muskaatvink is hier een duidelijk voorbeeld van. Soms is de kern-figuur spitser en kleiner in verhouding tot de buitenste omzoming. Niettemin wordt deze tekening voldoende mooi en duidelijk weergegeven, wat uiteindelijk ook de hoofdbetrachting is. Uit mijn persoonlijke ondervinding blijkt dat het best meevalt om dit type een beetje af te slanken, om aldus naar de meer ideale vorm te evolueren. Het is vanzelfsprekend dat men hiervoor het best een spitsere figuur als tegenpool gebruikt. Het is immers de bedoeling om dichter bij de mooie V-vorm te komen door de eigenschappen van spits en rond te laten samensmelten. Daarom komt vooral het spitse type met duidelijke omzoming als partner in aanmerking. Persoonlijk denk ik dat wij met deze combinatie op het goede spoor zitten om alzo een betere en scherpere aflijning tot stand te brengen.
 

 4.De FIJNE, spitse tekening

Ook deze vorm is helemaal niet slecht, toch vraagt het een grondige kennis en correcte aanpak om zulke tekening te verbeteren. Bij dit type geeft het totaalbeeld de indruk te bestaan uit fijne, langgerekte strepen. Het is alsof ze een beetje parallel aan elkaar verlopen. Ook hebben de uiteinden de neiging om niet goed te sluiten. Deze structuur treft men vooral aan bij zeer intensieve vogels. Men kan enkel van zeer nabij de juistheid van zijn vormgeving verifiëren. Het heeft dus weinig zin om soortgelijke types aan elkaar te paren. Zo gaan we de fijne vormgeving nog meer benadrukken terwijl ze reeds te scherp en te spits is. Het is eerder voor de hand liggend dat men deze tekening iets breder en volumineuzer moet maken. Om deze eenvoudige reden wordt ze dus het best gecombineerd met een ronder en zwaarder type zoals vermeld in Par 1. Hopelijk resulteert deze combinatie tot een vormgeving die het midden houdt tussen beide uitersten. Namelijk het spitse gedeelte van de ene en het volle volume van de andere. Een correcte samensmelting zal hopelijk leiden tot de betere V-vorm. Natuurlijk moet u met deze methode het nodige geduld en een beetje geluk hebben, want het creëren van een zuivere tekening vergt meestal jaren van goede selectie, gerugsteund door de nodige kennis en ervaring. Let vooral op het goed sluiten van de V-punt.

 

5. De Meervoudige tekening

Hierin komen uiteraard nog verschillende vormen op de proppen, toch wil ik mij nu beperken tot dit ene voorbeeld. Doordat het pluimoppervlak hier overvloedig door donkere omzomingen (3x) is gemarkeerd, geeft het totaalbeeld een overvolle indruk. Niettegenstaande de V-vormen gesloten zijn, zal deze afwijking meestal als een storend en onevenwichtig element fungeren. De normale figuur is in dit geval niet goed meer waar te nemen. Het globale beeld van dit type komt hierdoor over als een chaotische geheel dat een beetje wazig wordt weergegeven. Deze onzuivere vormgeving positioneert zich voornamelijk in de onderste flankbevedering. Ongeacht alles treft men op de borststreek van deze vogels toch nog een normale V-tekening aan, waardoor in sommige gevallen het uitzicht nog lijkt mee te vallen. Toch is dit niet voldoende om het geheel als goed te bestempelen want zulke fouten kan men niet tolereren. Dit model is dus niet bepaald een aanrader en kan dus beter volledig uit het kweekbestand worden verwijderd. Hieruit blijkt eens te meer hoe gemakkelijk bepaalde afwijkingen ongezien in de vormgeving van onze tekening binnen sluipen. Het plukken van slechts éénenkel pluimpje, geeft ons snel zekerheid op dit vlak.

 

6. De ideale tekening

Zoals u ziet, is alles zoals het zijn moet.
De omzoming is niet te dik of te dun. Beide V-figuren zijn mooi gesloten en duidelijk afgelijnd. Ook de onderlinge verhouding tussen de binnenste en buitenste V-vorm is perfect in balans. Dit veertje wordt aldus getypeerd door een duidelijk, zuiver en volledig symmetrisch beeld. Hierop valt dus nog weinig aan te merken, enkel dat het een grote moeilijkheidsgraad omvat om zo ver te geraken en ook om dan op dit niveau te blijven. Voor de rest bestaat hierover geen betoog. Japanse Meeuwen die zulke prachtige tekening bezitten, behoren tot de kwaliteitsvogels. Uiteraard komen zij slechts in mindere mate voor. Daarom is het noodzakelijk dat men de nodige kennis heeft vergaard om te bepalen welke V-vormen men tegen elkaar gaat plaatsen. Een slechte keuze in deze combinatie geeft gegarandeerd minder goede resultaten. Toch ook even opmerken dat wanneer men twee zulke prachtexemplaren aan elkaar gaat koppelen, dit nog geen garantie is dat men uitsluitend topvogels gaat kweken. Daarvoor schijnt de verervingleer van het Japanse Meeuwtje nog steeds even onvoorspelbaar te zijn. Hopelijk zijn de ervaren kwekers bereid om hun ondervindingen op dit vlak met ons allen te delen en ons hierbij wat wegwijs maken in deze secure en moeilijke materie.
 

7. Het visuele totaalbeeld van de ideale tekening
Voilà, nu we de verschillende vormen afzonderlijk hebben belicht, is het tijd om de veertjes tot één geheel samen te voegen. Uiteraard omvat dit onderwerp een heel moeilijke materie inzake de genetische opbouw en het formuleren ervan zou zeker niet meevallen. Ik voel mij dus enkel geroepen om op zeer eenvoudige wijze deze bijhorende afbeeldingen te bespreken zoals ze door onze ogen worden waargenomen. Vooraleer ik verder ga met de tekening in z’n geheel, wil ik nogmaals het volgende herhalen. Zowel te fijne als te grove omzomingen verstoren het evenwicht binnen het veeroppervlak en geven als eindresultaat een onzuiver of onscherp beeld.

In de voorbije paragrafen heb ik uitsluitend gesproken over de nauw verwante eigenschappen die betrekking hadden op de V-vorm. Toch zijn er ook nog andere factoren die hun invloed laten gelden, zoals de positionering en overlapping van de pluimpjes t.o.v. elkaar. Bij de positionering kennen we voornamelijk twee types. Een eerste waarbij de veertjes synchroon als dakpannen in dezelfde lijn liggen. Dit gaan we vooral zien bij de iets rondere vorm (foto1). Dan een tweede waarbij ze mooi geschranst liggen. Veelal wordt nu een scherpere V getoond (foto 2). Persoonlijk denk ik dat deze laatste het meest voorkomt, maar in beide gevallen bestaat er maar één regel: goed, beter, best !

Met de overlapping is het iets delicater gesteld omdat nu ook de lengte van de veer een belangrijke rol zal spelen. Dit item bepaalt in welke mate het onderliggende veertje wordt bedekt en welk gedeelte zichtbaar blijft voor onze ogen (zie fig). Zo is het nog best mogelijk dat soortgelijke vormen, vanwege deze invloed, toch nog een ander visueel beeld uitstralen. Deze variabele zal dus mede bepalen of een goede V-vorm ten volle tot zijn recht komt in het globale beeld.

Dat de grootte van de pluim ook de configuratie van de figuur een beetje beïnvloedt, lijkt mij nogal logisch. Of eenvoudig gezegd: kleine pluim, kleine V en grote pluim, grote V. Daarom dat we enig verschil opmerken tussen borst- en flanktekening, aangezien de omvang van deze laatste soms het dubbele bedraagt. Het mooiste resultaat wordt echter verkregen indien men dit verschil tussen beide vederzones tot een miniem kan herleiden. In deze ultieme fase bekomen we een gelijkmatig beeld over het gehele lichaam (zie foto 3).

Bij deze laatste stap in mijn bespreking rest mij nog een kleine verwijzing naar de aard van de bevedering en dan meer bepaald de omvang. Deze is uiteraard afhankelijk van de locatie waar de pluiminplanting zich bevindt. De grootste veren komen meestal voor in de flanken. Een beetje logisch omdat de bevedering op deze plaats meestal vrij lang is. Vooral bij schimmelvogels is dit duidelijk op te merken. In deze zone is de tekening dan ook goed waarneembaar omdat, in evenredigheid met de pluim, het hier een grote figuur betreft. Op de borststreek daarentegen zijn de veertjes vrij kort. Hier zal de tekening, vanwege de beperkte veergrootte, in een iets kleinere vorm aanwezig zijn. De weergave van de figuur in deze borstzone is dan ook meestal fijner en compacter. Door deze gedrongen verschijning lijkt het aanzicht van dit pluimpje een beetje intensiever. Eveneens kenmerkend voor dit kleine type is de zuiverheid en de mooie aflijning van deze V-vorm. Ik vermoed dat het comprimeren van de betrokken componenten, als gevolg van het kleinere oppervlak, het pigment duidelijker laat overkomen. Ik heb bij het plukken al meermaals gemerkt dat de vormgeving van deze pluimpjes beter in proportie is, waardoor ook het V-tje perfecter is gevormd. Toch lijkt de borstzone minder opvallend tegenover het aanzicht van de grove figuur in de flanken. Deze blijken, omwille van het optisch effect, meer in het oog springend. Velen hebben dus de neiging om het meeuwtje enkel hierop te beoordelen.


Uit deze analyse blijkt dus dat de vederopbouw een heel belangrijk onderdeel is bij de samenstelling van het globale patroon. Dit kenmerk is dan ook typerend voor de identiteit van ieder meeuwtje afzonderlijk. Wees dus vooral aandachtig om vogels met korte en lange bevedering afwisselend te combineren, want ook deze factor is bepalend in het creëren van de ideale tekening. Het geheel is dus opgebouwd uit perfecte veertjes waarvan alle betrokken componenten in de juiste mate aanwezig zijn. Het is aan de kweker om deze doelstelling zo goed mogelijk te benaderen en deze eigenschappen door middel van correcte kweekcombinaties vast te leggen. Natuurlijk blijft de weergave bij donkere kleurslagen nog steeds duidelijker dan bij sommige lichtere kleuren en dit niettegenstaande het patroon toch identiek is. Maar vermoedelijk is dit te wijten aan de intensiteit van de kleurstof die sommige kleurpigmenten in zich meedragen. Om deze reden hebben we dikwijls de indruk dat de V-vorm van een zwartbruine perfecter is dan deze van een roodbruine. Is dit effectief zó of worden we om de tuin geleid door gezichtsbedrog? Aanvankelijk is gebleken dat de zuiverste V-structuur vooral voorkomt bij de zwartbruinserie. Mogelijk is dit te verklaren door het feit dat het hier de meest volwaardige kleurslag betreft, waardoor hij bovenaan de ladder staat. Zou de inmenging van een reductiefactor, naast een lichtere kleurweergave, dan ook nog resulteren in een afgezwakte vormgeving! Zou men mogen beweren dat de zuiverheid van de structuur mede afhankelijk is van de kleurslag? Ik denk het niet. Maar we kunnen wel vaststellen dat het contrast tussen figuur en grondkleur zich niet onbetuigd laat. Aangezien ons oog in zijn waarnemingen beperkt is, zal vermelde factor het algemene optische effect soms versterken of verzwakken. Maar de vaststelling dat bepaalde gereduceerde kleurslagen hun sterke invloed laten gelden, is nogmaals het bewijs dat het met de V-tekening alle kanten op kan. Het is steeds afwachten geblazen!

Beste lezers, via dit artikel wou ik eigenlijk mijn betrachting kenbaar maken dat het éénieders doelstelling moet zijn om de perfecte tekening na te streven bij alle kleurslagen. Eigenlijk wil dit betekenen dat er slechts één ideale tekening kan zijn en dat wij er goed aan doen om buitensporige afwijkingen en andere abnormale vormen te elimineren. Aangezien deze bepaling een beetje afhankelijk is van de persoonlijke voorkeur, denk ik dat het verstandiger zou zijn indien men ook hier een bepaalde vormgeving als toonbeeld en richtlijn zou vooropstellen. Maar om deze éénvormigheid te verkrijgen, zal een goede samenwerking vereist zijn. Ik hoop een luisterend oor te vinden, want met dit voorstel kunnen we een bepaalde conformiteit verzekeren aangaande de V-vorm. Onder impuls van de ‘meeuwen-afdeling’ kunnen we hieromtrent misschien een algemene regel opstellen. Toch rijzen er een pak vragen. Hoe bepaalt men nu het standaardpatroon van de ideale tekening als er zo vele verschillen zijn? Welke specifieke eigenschappen schrijft men toe aan een goede V-tekening? Aan welke voorwaarden moet ze voldoen? Wat is het standpunt en de ervaring van de kweker? Is er een bepaalde voorkeur voor de méér rondere of de méér spitsere vormen? Misschien zijn nog niet alle vragen beantwoord, maar het volgende mag toch geconcludeerd worden.

Een mooi uitgebalanceerde tekening is het best:

- Duidelijk en scherp van uitzicht
- Zo goed mogelijk gesloten op de punt
- Symmetrisch en evenwichtig in z’n geheel
- Gelijkmatig van grootte in alle zones (borst en flank)
- Contrastrijk en goed doorgekleurd (maximale intensiteit)
- Goede balans tussen beide figuren onderling (omzoming en midden)



Ik ben ervan overtuigd dat we reeds heel ver geraken indien we deze stelregels in acht nemen. Het zou voor vele meeuwenkwekers een ware stimulans zijn om met zekerheid te weten dat hun kweekprocedure op dit vlak nog steeds in de goede richting verloopt. Het is aan hen om de standaard zo goed mogelijk te benaderen. Als afsluiter wil ik toch nog eventjes vermelden dat er naast de veelbesproken V-tekening er ook nog een tweede wordt vereist : nl. de nerftekening op het rugdek. Ook al is deze van een totaal andere samenstelling, verlies ze zeker niet uit het oog. Deze bestreping op zich is een zeer delicate zaak. Maar hierover een andere maal meer. Ik wens iederéén succes met het creëren van de ideale V-tekening.


André Van de Velde