|
DE V-TEKENING IN WOORD EN BEELD
“
De kleren maken de man” en “De pluimen maken de vogel”.
Misschien lijkt de tweede uitspraak
een beetje uit de lucht gegrepen, maar ook in de vogelwereld gelden
soortgelijke regels in overeenstemming met dit alom gekende gezegde!
Natuurlijk is het niet mijn betrachting om enig vergelijk tussen beide te
maken, maar ik wou met deze woordspeling enkel de belangrijkheid van het
vederpak benadrukken. Als we spreken over ‘bevedering’, is dit meestal in de
ruimere zin van het woord. Maar eigenlijk is het de bedoeling om toch iets
meer in detail te treden. Via dit artikel ga ik dus trachten om een
welbepaald deel van de meeuwenbevedering onder de loep te nemen. En ik
bedoel dan ook letterlijk ‘onder de loep’ !
Enerzijds is er de biologische
samenstelling van de veren. Zij zorgt voor de specifieke vederopbouw en de
weergave van verschillende kleuren. De zuivere wetenschappelijke benadering
hiervan is zeker niet eenvoudig en daarom wil ik ze nu ook terzijde laten.
Liefhebbers die hierin toch zouden geïnteresseerd zijn, kunnen voor dit
onderwerp beter de specifieke tijdschriften of boeken raadplegen. De
terminologie van celopbouw, gen-structuur en DNA-strengen is ook voor mij te
hoog gegrepen. Ik ga mij dus beperken tot de visueel waarneembare aspecten.
Om deze reden wil ik het onderwerp ‘bevedering’ nogmaals opsplitsen in
sub-onderdelen, want naast het weergeven van de kleur, onderscheiden we ook
nog de weergave van een bepaalde tekening. En wat bij onze meeuwtjes zeker
in het oog springt, is zijn merkwaardige V-tekening. Het is dan ook zonder
twijfel de meest uitgesproken eigenschap waarop dit vogeltje grondig wordt
gekeurd. En omdat deze eigenschap zo belangrijk is binnen de meeuwenkweek,
wil ik het voornamelijk hebben over de kleine verschillen die men soms kan
onderscheiden wanneer we dit pluimpje van dichtbij gaan bestuderen.
Een rasechte meeuwenkweker weet
door ervaring dat dit een cruciaal gegeven is en zal de onderlinge variaties
bij deze tekening zeker al hebben opgemerkt. Maar uiteraard vallen ze bij de
zwartbruine en -grijze beter op vanwege het contrastrijk voorkomen. Het
opvallend onderscheid tussen het zwarte pigment op de crème-witte ondergrond
wordt door het menselijke oog overduidelijk waargenomen. Niettegenstaande
ook de zachtere kleurtinten dezelfde kenmerken in zich dragen, blijkt de
kwaliteitsweergave van de tekening evenredig af te nemen naarmate ook de
kleurslag lichter wordt. Dit merken we vooral op bij onze pastellen en ino’s.
Tevens heeft een opblekingsfactor zoals de pastel, in vele gevallen, een
negatieve inwerking op de zuiverheid van de V-vorm en dus ook op de
weerspiegeling van het globale beeld. In deze context wordt het geheel om
optische reden minder goed waargenomen. Dit neemt natuurlijk niet weg dat de
V-structuur, ondanks dit verschijnsel, toch moet blijven voldoen aan de
vooropgestelde eisen. Het is bijgevolg aangewezen om de basiskleur
voldoende intensief te houden, omdat dit facet het waarnemingsvermogen
positief beïnvloedt. Wanneer ik mij echter baseer op persoonlijke
ondervindingen, moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat het creëren van de
ideale V-tekening een delicate opgave is. Het feit dat het heel moeilijk is
om identieke exemplaren te kweken, ligt ook aan de basis dat goede stammen
op onze TT zeldzaam zijn. Het is meestal een volleerd kweker met de nodige
ervaring die deze uitdaging het hoofd kan bieden.
Beste liefhebber, na deze
superlange inleiding toch nog een woordje uitleg over de doelstelling van
dit artikel. In onderstaande paragrafen ga ik trachten om de meest frequente
en bruikbare V-vormen afzonderlijk te bespreken. Omdat een exacte
omschrijving heel moeilijk in juiste bewoording is uit te drukken, wil ik
deels mijn toevlucht nemen tot de beeldspraak. Want is het niet zó dat één
blik soms meer zegt dan duizend woorden. Waarschijnlijk is het de eerste
maal dat de V-structuur op deze wijze wordt besproken, met de mogelijkheid
een onderling vergelijk te maken via optische beelden. Toch wil ik u
waarschuwen je niet blind te staren op het uitzicht van bijhorende foto’s,
want deze zijn noodzakelijker wijze en om technische reden afkomstig van
ingescande veertjes, zodat de scherpte van de beeldweergave onderling kan
variëren. Vervolgens was ik niet altijd in het bezit van het meest geschikte
veertje waarop de vereiste V-vorm duidelijk aanwezig was. Daarom vindt u
naast elke foto ook een handgetekende afbeelding met treffende gelijkenis.
Aan de hand hiervan ga ik dus proberen om, in overéénstemming met het type,
bepaalde karakteriele eigenschappen nader te verifiëren. Toch zal je aan het
eind van dit artikel merken dat er nog meerdere factoren zijn die het
visuele uitzicht vooralsnog kunnen beïnvloeden.
Nog eventjes dit! Aangaande dit
onderwerp zijn de gebruikte woordspelingen nog een beetje onzeker. Tijdens
het schrijven kwam ik al snel tot het besef dat het heel moeilijk zou
worden om de V-vorm op te splitsen in verschillende types en tevens
consequent te blijven in de beschrijving ervan. Daarom heb ik voor de
stabiliteit van dit onderwerp aan enkele referentiepunten in de figuur
bepaalde waarden toegekend zoals: grof, fijn, spits, rond ... enzomeer.
Misschien niet gebruikelijk, maar op deze wijze wordt elke afbeelding
getypeerd door een bepaalde woordcombinatie. Deze manier van werken biedt
mij tevens de mogelijkheid om de onderlinge verschillen enigszins met elkaar
te vergelijken, zonder te vervallen in een onbegrijpelijke tekst. Maar omdat
we in werkelijkheid de configuratie van de V-tekening bij onze meeuwen als
wispelturig mogen bestempelen, is het bijna onmogelijk om exact de
grenslijn tussen goed en slecht te bepalen. Op dit vlak heeft ‘Moedertje
Natuur’ immers heel wat variabelen in petto. Het is dus mijn betrachting om
een duidelijk onderscheid te bewaren en via deze selectie toch een
herkenbare omschrijving toe te wijzen aan elk model. Ten slotte is deze
kennis ook belangrijk bij het samenstellen van onze kweekkoppels, want
weldoordacht combineren is hier de boodschap !
Wegens de uitgebreidheid van dit
onderwerp ga ik mij beperken tot het indelen en bespreken van een zestal
voorname V-modellen, zoals ze ook te zien zijn op de afbeeldingen in dit
artikel. De foutieve vormen zijn kweektechnisch gezien onbelangrijk en laten
we dus terzijde. Voilà, ik hoop om ook dit artikel tot een goed einde te
brengen en dit gezegd zijnde ga ik maar van wal steken om dit spraakmakende
V-patroon nu eens van naderbij te bekijken.
1.
De grove, ronde tekening
|
|
 |
 |
 |
|
Kenmerkend voor deze tekening is dat
ze goed zichtbaar, maar misschien iets te nadrukkelijk
aanwezig is. Als gevolg van de zware omzoming zal ze in
haar geheel erg druk overkomen. Het globale uitzicht
heeft de neiging om een meer ronde schubvorm te
vertonen. Nochtans is dit type helemaal niet slecht. Men
kan het vooral gebruiken om tegen een fijne, spitse
tekening te plaatsen. Met deze combinatie proberen we de
tekortkomingen van het ene aan te vullen met de
overvloed van het andere. Met deze manier van koppelen,
kunnen we dus meer volume geven aan een V-vorm die wat
fijntjes uitvalt. Let wel op om soortgelijke bevedering
aan elkaar te paren. U loopt hierbij het risico dat de
tekening te zwaar of te geblokt gaat worden. Afhankelijk
van de beoogde doelstelling kan ze dus maar in beperkte
mate aangewend worden om een bepaalde vormgeving te
corrigeren. Hierbij wil ik u aanraden om enkel die
exemplaren te selecteren waarbij er nog een duidelijk
onderscheid bestaat tussen de binnenste en buitenste
figuur. Het zwakke punt van dit grove type is immers dat
beide figuren durven samenvloeien tot een vlekkerig
beeld |
|
|
2.
De grove spitse
tekening
|
|
 |
 |
 |
|
Ten opzichte van voorgaande, lijkt
dit model mij iets minder geschikt. Het smallere
pluimoppervlak herleidt het verschil tussen de zwarte
omzoming, de crèmewitte ondergrond en de middenste
V-figuur tot een minimum. De buitenste omzoming kan
vooral in de top van het veertje uitzonderlijk breed
worden en verliest hierbij zijn kenmerkende V-vorm.
Uitgerekend deze zone is het beste zichtbaar en bij het
minste onevenwicht in de overlapping van de veren,
verkrijgt men een wazig of vlekkerig totaalbeeld als
resultaat. En dit niettegenstaande elk veertje op zich
toch een redelijke vormgeving bezit. Maar voor het
smalle veertje is deze zware tekening iets teveel van
het goede. Het tegen elkaar plaatsen van twee zulke
types lijkt mij zeker geen goede keuze. Men verhoogt
immers het risico dat de zware omzoming nog verder gaat
uitdeinen, zodat beide figuren onderling gaan
samenklitten met het gekende gevolg. Het is
onwaarschijnlijk dat hieruit een ideale tekening
tevoorschijn zou komen. De configuratie van deze
V-tekening is dus met weinig andere te combineren. Enkel
een supergrote en fijn afgelijnde figuur, die verruimend
zou werken, biedt mogelijkheden. Maar deze komt zelden
voor. De combinatiekeuze is dus begrensd. Indien u dus
over andere mogelijkheden beschikt, lijkt dit type mij
eerder overbodig om verder aan te houden binnen het
kweekbestand. |
|
|
3.
De fijne, ronde tekening
|
|
|
 |
 |
Volgens mij is dit de vorm die ons
ideaalbeeld reeds vrij dicht benadert en die ook het
best te combineren is met andere goede modellen. De
onderlinge verhoudingen zijn vrij goed, maar de V-figuur
is een beetje te rond. Door deze uitgesproken ronding
heeft ook dit totaalbeeld de neiging een beetje over te
komen als een dakpan-vorm i.p.v. de typische V-vorm. De
muskaatvink is hier een duidelijk voorbeeld van. Soms is
de kern-figuur spitser en kleiner in verhouding tot de
buitenste omzoming. Niettemin wordt deze tekening
voldoende mooi en duidelijk weergegeven, wat
uiteindelijk ook de hoofdbetrachting is. Uit mijn
persoonlijke ondervinding blijkt dat het best meevalt om
dit type een beetje af te slanken, om aldus naar de meer
ideale vorm te evolueren. Het is vanzelfsprekend dat men
hiervoor het best een spitsere figuur als tegenpool
gebruikt. Het is immers de bedoeling om dichter bij de
mooie V-vorm te komen door de eigenschappen van spits en
rond te laten samensmelten. Daarom komt vooral het
spitse type met duidelijke omzoming als partner in
aanmerking. Persoonlijk denk ik dat wij met deze
combinatie op het goede spoor zitten om alzo een betere
en scherpere aflijning tot stand te brengen.
|
|
|
4.De FIJNE, spitse tekening
|
|
 |
 |
 |
Ook deze vorm is helemaal niet
slecht, toch vraagt het een grondige kennis en correcte
aanpak om zulke tekening te verbeteren. Bij dit type
geeft het totaalbeeld de indruk te bestaan uit fijne,
langgerekte strepen. Het is alsof ze een beetje parallel
aan elkaar verlopen. Ook hebben de uiteinden de neiging
om niet goed te sluiten. Deze structuur treft men vooral
aan bij zeer intensieve vogels. Men kan enkel van zeer
nabij de juistheid van zijn vormgeving verifiëren. Het
heeft dus weinig zin om soortgelijke types aan elkaar
te paren. Zo gaan we de fijne vormgeving nog meer
benadrukken terwijl ze reeds te scherp en te spits is.
Het is eerder voor de hand liggend dat men deze tekening
iets breder en volumineuzer moet maken. Om deze
eenvoudige reden wordt ze dus het best gecombineerd met
een ronder en zwaarder type zoals vermeld in Par 1.
Hopelijk resulteert deze combinatie tot een vormgeving
die het midden houdt tussen beide uitersten. Namelijk
het spitse gedeelte van de ene en het volle volume van
de andere. Een correcte samensmelting zal hopelijk
leiden tot de betere V-vorm. Natuurlijk moet u met deze
methode het nodige geduld en een beetje geluk hebben,
want het creëren van een zuivere tekening vergt meestal
jaren van goede selectie, gerugsteund door de nodige
kennis en ervaring. Let vooral op het goed sluiten van
de V-punt.
|
|
|
5.
De
Meervoudige
tekening
|
|
|
 |
 |
Hierin komen uiteraard nog
verschillende vormen op de proppen, toch wil ik mij nu
beperken tot dit ene voorbeeld. Doordat het
pluimoppervlak hier overvloedig door donkere omzomingen
(3x) is gemarkeerd, geeft het totaalbeeld een overvolle
indruk. Niettegenstaande de V-vormen gesloten zijn, zal
deze afwijking meestal als een storend en onevenwichtig
element fungeren. De normale figuur is in dit geval niet
goed meer waar te nemen. Het globale beeld van dit type
komt hierdoor over als een chaotische geheel dat een
beetje wazig wordt weergegeven. Deze onzuivere
vormgeving positioneert zich voornamelijk in de onderste
flankbevedering. Ongeacht alles treft men op de
borststreek van deze vogels toch nog een normale
V-tekening aan, waardoor in sommige gevallen het
uitzicht nog lijkt mee te vallen. Toch is dit niet
voldoende om het geheel als goed te bestempelen want
zulke fouten kan men niet tolereren. Dit model is dus
niet bepaald een aanrader en kan dus beter volledig uit
het kweekbestand worden verwijderd. Hieruit blijkt eens
te meer hoe gemakkelijk bepaalde afwijkingen ongezien in
de vormgeving van onze tekening binnen sluipen. Het
plukken van slechts éénenkel pluimpje, geeft ons snel
zekerheid op dit vlak.
|
|
|
6.
De
ideale tekening
|
|
|
 |
 |
Zoals u ziet, is alles zoals het
zijn moet.
De omzoming is niet te dik of
te dun. Beide V-figuren zijn mooi gesloten en duidelijk
afgelijnd. Ook de onderlinge verhouding tussen de
binnenste en buitenste V-vorm is perfect in balans. Dit
veertje wordt aldus getypeerd door een duidelijk, zuiver
en volledig symmetrisch beeld. Hierop valt dus nog
weinig aan te merken, enkel dat het een grote
moeilijkheidsgraad omvat om zo ver te geraken en ook om
dan op dit niveau te blijven. Voor de rest bestaat
hierover geen betoog. Japanse Meeuwen die zulke
prachtige tekening bezitten, behoren tot de
kwaliteitsvogels. Uiteraard komen zij slechts in mindere
mate voor. Daarom is het noodzakelijk dat men de nodige
kennis heeft vergaard om te bepalen welke V-vormen men
tegen elkaar gaat plaatsen. Een slechte keuze in deze
combinatie geeft gegarandeerd minder goede resultaten.
Toch ook even opmerken dat wanneer men twee zulke
prachtexemplaren aan elkaar gaat koppelen, dit nog geen
garantie is dat men uitsluitend topvogels gaat kweken.
Daarvoor schijnt de verervingleer van het Japanse
Meeuwtje nog steeds even onvoorspelbaar te zijn.
Hopelijk zijn de ervaren kwekers bereid om hun
ondervindingen op dit vlak met ons allen te delen en ons
hierbij wat wegwijs maken in deze secure en moeilijke
materie.
|
|
|
7.
Het visuele totaalbeeld van de ideale tekening
Voilà,
nu we de verschillende vormen afzonderlijk hebben belicht, is het tijd om de
veertjes tot één geheel samen te voegen. Uiteraard omvat dit onderwerp een
heel moeilijke materie inzake de genetische opbouw en het formuleren ervan
zou zeker niet meevallen. Ik voel mij dus enkel geroepen om op zeer
eenvoudige wijze deze bijhorende afbeeldingen te bespreken zoals ze door
onze ogen worden waargenomen. Vooraleer ik verder ga met de tekening in z’n
geheel, wil ik nogmaals het volgende herhalen. Zowel te fijne als te grove
omzomingen verstoren het evenwicht binnen het veeroppervlak en geven als
eindresultaat een onzuiver of onscherp beeld.
In de voorbije paragrafen heb ik uitsluitend gesproken over de nauw verwante
eigenschappen die betrekking hadden op de V-vorm. Toch zijn er ook nog
andere factoren die hun invloed laten gelden, zoals de positionering en
overlapping van de pluimpjes t.o.v. elkaar. Bij de positionering kennen we
voornamelijk twee types. Een eerste waarbij de veertjes synchroon als
dakpannen in dezelfde lijn liggen. Dit gaan we vooral zien bij de iets
rondere vorm (foto1). Dan een tweede waarbij ze mooi geschranst liggen.
Veelal wordt nu een scherpere V getoond (foto 2). Persoonlijk denk ik dat
deze laatste het meest voorkomt, maar in beide gevallen bestaat er maar één
regel: goed, beter, best !

Met de overlapping is het iets delicater gesteld omdat nu ook de lengte van
de veer een belangrijke rol zal spelen. Dit item bepaalt in welke mate het
onderliggende veertje wordt bedekt en welk gedeelte zichtbaar blijft voor
onze ogen (zie fig). Zo is het nog best mogelijk dat soortgelijke vormen,
vanwege deze invloed, toch nog een ander visueel beeld uitstralen. Deze
variabele zal dus mede bepalen of een goede V-vorm ten volle tot zijn recht
komt in het globale beeld.
Dat de grootte van de pluim ook de configuratie van de figuur een beetje
beïnvloedt, lijkt mij nogal logisch. Of eenvoudig gezegd: kleine pluim,
kleine V en grote pluim, grote V. Daarom dat we enig verschil opmerken
tussen borst- en flanktekening, aangezien de omvang van deze laatste soms
het dubbele bedraagt. Het mooiste resultaat wordt echter verkregen indien
men dit verschil tussen beide vederzones tot een miniem kan herleiden. In
deze ultieme fase bekomen we een gelijkmatig beeld over het gehele lichaam
(zie foto 3).

Bij deze laatste stap in mijn bespreking rest mij nog een kleine verwijzing
naar de aard van de bevedering en dan meer bepaald de omvang. Deze is
uiteraard afhankelijk van de locatie waar de pluiminplanting zich bevindt.
De grootste veren komen meestal voor in de flanken. Een beetje logisch omdat
de bevedering op deze plaats meestal vrij lang is. Vooral bij schimmelvogels
is dit duidelijk op te merken. In deze zone is de tekening dan ook goed
waarneembaar omdat, in evenredigheid met de pluim, het hier een grote figuur
betreft. Op de borststreek daarentegen zijn de veertjes vrij kort. Hier zal
de tekening, vanwege de beperkte veergrootte, in een iets kleinere vorm
aanwezig zijn. De weergave van de figuur in deze borstzone is dan ook
meestal fijner en compacter. Door deze gedrongen verschijning lijkt het
aanzicht van dit pluimpje een beetje intensiever. Eveneens kenmerkend voor
dit kleine type is de zuiverheid en de mooie aflijning van deze V-vorm. Ik
vermoed dat het comprimeren van de betrokken componenten, als gevolg van het
kleinere oppervlak, het pigment duidelijker laat overkomen. Ik heb bij het
plukken al meermaals gemerkt dat de vormgeving van deze pluimpjes beter in
proportie is, waardoor ook het V-tje perfecter is gevormd. Toch lijkt de
borstzone minder opvallend tegenover het aanzicht van de grove figuur in de
flanken. Deze blijken, omwille van het optisch effect, meer in het oog
springend. Velen hebben dus de neiging om het meeuwtje enkel hierop te
beoordelen.
Uit deze analyse blijkt dus dat de vederopbouw een heel belangrijk onderdeel
is bij de samenstelling van het globale patroon. Dit kenmerk is dan ook
typerend voor de identiteit van ieder meeuwtje afzonderlijk. Wees dus vooral
aandachtig om vogels met korte en lange bevedering afwisselend te
combineren, want ook deze factor is bepalend in het creëren van de ideale
tekening. Het geheel is dus opgebouwd uit perfecte veertjes waarvan alle
betrokken componenten in de juiste mate aanwezig zijn. Het is aan de kweker
om deze doelstelling zo goed mogelijk te benaderen en deze eigenschappen
door middel van correcte kweekcombinaties vast te leggen. Natuurlijk blijft
de weergave bij donkere kleurslagen nog steeds duidelijker dan bij sommige
lichtere kleuren en dit niettegenstaande het patroon toch identiek is. Maar
vermoedelijk is dit te wijten aan de intensiteit van de kleurstof die
sommige kleurpigmenten in zich meedragen. Om deze reden hebben we dikwijls
de indruk dat de V-vorm van een zwartbruine perfecter is dan deze van een
roodbruine. Is dit effectief zó of worden we om de tuin geleid door
gezichtsbedrog? Aanvankelijk is gebleken dat de zuiverste V-structuur vooral
voorkomt bij de zwartbruinserie. Mogelijk is dit te verklaren door het feit
dat het hier de meest volwaardige kleurslag betreft, waardoor hij bovenaan
de ladder staat. Zou de inmenging van een reductiefactor, naast een lichtere
kleurweergave, dan ook nog resulteren in een afgezwakte vormgeving! Zou men
mogen beweren dat de zuiverheid van de structuur mede afhankelijk is van de
kleurslag? Ik denk het niet. Maar we kunnen wel vaststellen dat het contrast
tussen figuur en grondkleur zich niet onbetuigd laat. Aangezien ons oog in
zijn waarnemingen beperkt is, zal vermelde factor het algemene optische
effect soms versterken of verzwakken. Maar de vaststelling dat bepaalde
gereduceerde kleurslagen hun sterke invloed laten gelden, is nogmaals het
bewijs dat het met de V-tekening alle kanten op kan. Het is steeds afwachten
geblazen!
Beste lezers, via dit artikel wou ik
eigenlijk mijn betrachting kenbaar maken dat het éénieders doelstelling moet
zijn om de perfecte tekening na te streven bij alle kleurslagen. Eigenlijk
wil dit betekenen dat er slechts één ideale tekening kan zijn en dat wij er
goed aan doen om buitensporige afwijkingen en andere abnormale vormen te
elimineren. Aangezien deze bepaling een beetje afhankelijk is van de
persoonlijke voorkeur, denk ik dat het verstandiger zou zijn indien men ook
hier een bepaalde vormgeving als toonbeeld en richtlijn zou vooropstellen.
Maar om deze éénvormigheid te verkrijgen, zal een goede samenwerking vereist
zijn. Ik hoop een luisterend oor te vinden, want met dit voorstel kunnen we
een bepaalde conformiteit verzekeren aangaande de V-vorm. Onder impuls van
de ‘meeuwen-afdeling’ kunnen we hieromtrent misschien een algemene regel
opstellen. Toch rijzen er een pak vragen. Hoe bepaalt men nu het
standaardpatroon van de ideale tekening als er zo vele verschillen zijn?
Welke specifieke eigenschappen schrijft men toe aan een goede V-tekening?
Aan welke voorwaarden moet ze voldoen? Wat is het standpunt en de ervaring
van de kweker? Is er een bepaalde voorkeur voor de méér rondere of de méér
spitsere vormen? Misschien zijn nog niet alle vragen beantwoord, maar het
volgende mag toch geconcludeerd worden.
 |
Een mooi uitgebalanceerde tekening
is het best:
- Duidelijk en scherp van uitzicht - Zo goed mogelijk gesloten op de punt - Symmetrisch en evenwichtig in z’n geheel - Gelijkmatig van grootte in alle zones (borst en flank) - Contrastrijk en goed doorgekleurd (maximale intensiteit) - Goede balans tussen beide figuren onderling (omzoming en midden)
|
|
|
Ik ben ervan overtuigd dat we reeds heel ver geraken indien we deze
stelregels in acht nemen. Het zou voor vele meeuwenkwekers een ware
stimulans zijn om met zekerheid te weten dat hun kweekprocedure op dit vlak
nog steeds in de goede richting verloopt. Het is aan hen om de standaard zo
goed mogelijk te benaderen. Als afsluiter wil ik toch nog eventjes vermelden
dat er naast de veelbesproken V-tekening er ook nog een tweede wordt vereist
: nl. de nerftekening op het rugdek. Ook al is deze van een totaal andere
samenstelling, verlies ze zeker niet uit het oog. Deze bestreping op zich is
een zeer delicate zaak. Maar hierover een andere maal meer. Ik wens iederéén
succes met het creëren van de ideale V-tekening.
André Van de Velde
|
|