JAPANSE MEEUWEN                                                                                          The Belgian Bengalese site                                                                                                  copyright Edwin Gilson  
ARTIKELS




 

Deel 2: Jongen in het nest.

Van zodra onze Japanse Meeuwen de nestbouw beindigd hebben kunnen we het eerste eitje verwachten. Toch moeten we wel even opletten of het popje geen legnood heeft. Dagelijkse controleren is dus aangewezen gezien het popje heel vaak in het nest zit en dus aan onze aandacht kan ontsnappen. Een laattijdige ingreep bij legnood heeft zeker de dood tot gevolg.

Hoe kunnen we nu een popje met legnood uit haar lijden verlossen?

We moeten natuurlijk proberen het eitje uit te drijven. We brengen voorzichtig een beetje slaolie in de aarsopening aan en houden vervolgens de aarsopening en de onderbuik van het popje boven de opstijgende damp van warm water. Dit zal meestal voldoende zijn om het eitje uit te drijven. Warme damp heeft tot gevolg dat bepaalde spieren in het onderlichaam zich gaan samentrekken waardoor deze de eileg bevorderen.
Na deze behandeling moet men het popje onderbrengen in een ziekekooi of in een gewone kooi die op een warme plaats geplaatst is.
Als op deze manier het eitje niet uitgedreven kan worden moeten men overgaan tot het voorzichtig uitduwen. Dit werkje moet heel voorzichtig gebeuren want wanneer het eitje zou breken zou onze vogel inwendig gekwetst kunnen worden door de gebroken eischaal en is deze onherroepelijk ten dode opgeschreven. Enmaal heb ik deze laatste noodoplossing toegepast en met succes: dus het kan.

Na van haar legnood verlost te zijn wacht de pop meestal 1 2 dagen en maakt dan haar legsel gewoon af: Indien het popje een tweede maal legnood krijgt laten we deze enkele weken rusten en proberen dan opnieuw. Indien dit nog gebeurd moeten we het popje definitief voor de kweek af afschrijven.

Als alles normaal verloopt en er 4 8 eitjes gelegd zijn beginnen onze vogels te broeden.

Een tip: van zodra het eerste eitje gelegd is
verwijder ik het overgebleven nestmateriaal op de bodem van de kooi en geef ik wat extra vogelgrit wat de kalkvorming ten goede komt.

Ook is het van belang om nogmaals de nagellengte van het kweekkoppel te controleren om de bevruchting optimaal te laten verlopen en de beschadiging van de eitjes te vermijden.
Aan de kooibodem bevestig ik een fiche waarop de datum van het eerste eitje vermeld staat. Ongeveer 2O dagen na deze datum mogen we de eerste jongen verwachten.

Even rekenen:
- 1 ste ei op l maart,
- na het 4de ei beginnen broeden = 4 maart
- na 16 dagen broeden de eerste jongen = 20 maart

Vermeldens waard is dat men reeds na enkele dagen broeden duidelijk kan waarnemen of de eitjes al dan niet bevrucht zijn. Bij de bevrucht eitjes zien we immers de rade bloedvaatjes welke het ei beginnen te doorweven. Een ervaren liefhebber hoeft zelf de eieren niet meer uit het nest te nemen om te zien af deze bevrucht zijn. De beginnende liefhebber houdt de eieren best voor een lichtbron teneinde de bloedaders te ontwaren. Een prima hulpmiddel om de eitjes te nemen is het pincet. Toch blijft het een riskant werkje en menig liefhebber heeft met het schouwen der eieren wel eens een ei en dus ook een jong verloren. Zelf vind ik dit een onnodig werk.

Op onze fiche maken we het teken X te kennen dat dit legsel bevrucht is. We hoeven dit dus niet meer na te lijken en we weten precies welke legsels bevrucht zijn. Wanneer de eitjes niet bevrucht zijn gooien we deze natuurlijk weg en kunnen de vogels opnieuw beginnen. Als ze in herhaling vallen kunnen we best bevruchte eitjes van een ander koppel laten uitbroeden om uitputting door veelvuldige eileg te voorkomen. Het is best mogelijk dat ze na het grootbrengen van hun pleegkinderen wel bevruchte eieren geven.

Een tip: Wanneer een pop maar niet tot eileg overgaat, plaatst men deze enkele dagen alleen in de broedkooi. Vervolgens plaatst men er een andere pop bij en enkele dagen de man van de eerste pop. Dit drietal zal snel tot nestbouw overgaan. De tweede pop zal beginnen leggen en tot broeden overgaan. Nu nemen we de bijgeplaatste pop uit de kooi en laten we de stiefmoeder en de man het legsel uitbroeden en de jongen grootbrengen.De kans is groot, ik heb het zelf ervaren, dat het bewuste popje dan gewoon tot eileg overgaat en als het ware in de kweekcyclus geraakt.

Ook tijdens het broedproces blijven we af en toe eivoer geven; kwestie van gewenning.

Een tip: gebruik nooit kattenbakvulling of anti-coccidiosekorrels op de bodem van de broedkooi tijdens de kweek. Onze meeuwen hebben nog al eens de gewoonte deze korrels in hun nest te deponeren. Deze korrels hebben de eigenschap sterk absorberend te zijn en door aanraking zullen de eieren door de schaal heen vocht ontnomen worden met het afsterven van het embryo tot gevolg.

Als de tijd gekomen is dat de eieren moeten kippen verstrekken we dagelijks badwater i.p.v. 1 2 maal per week.

O
p deze wijze kunnen de Japanse Meeuwen in een door henzelf geregeld optimaal vochtig milieu hun eieren uitbroeden. Dit badwater blijven we verstrekken tot alle eieren uitgekomen zijn.
Op de fiche, welke aan de broedkooi gevestigd is en waarop de datum van het eerste ei en de aanduiding van bevruchting vermeld staat, wordt nu een teken aangebracht dat de bevestiging van jongen aanwijst. Op deze wijze hunnen we gemakkelijk nagaan in welke kooi en aan welk koppel we ei- of krachtvoer moeten verstrekken. Ikzelf doe dit teken door na het eerste "X''-teken een gelijkaardige reeks "XXXX"-tekens te plaatsen. Op deze wijze blijft alles op een eenvoudige manier zeer overzichtelijk en worden vergissingen zo goed als uitgesloten.

Tussen haakjes vermeld ik graag nog dat het altijd goed is om ook tijdens het broedproces regelmatig nestcontrole te blijven toepassen. Op deze manier kunnen we vermijden dat er eieren onder het nestmateriaal terecht komen. Wanneer er jongen zijn is nestcontrole een must om de evolutie van de opgroeiende jongen te kunnen volgen. Soms gebeurt het wel eens dat een lege dop van een uitgekomen ei over een nog niet uitgekomen ei schuift wat het uitkippen kan beletten. Deze eidop moeten we dan ook onmiddellijk verwijderen. Op deze wijze kunnen we menig ongeboren jonge vogels redden. Overigens wanneer nestcontrole van in het begin toegepast wordt raken de vogels daar al heel snel aan gewoon. De vogels zullen er zich dan ook niet aan storen en deze kunnen zonder gevaar uitgevoerd worden.

Van zodra er jongen zijn geven we deze dagelijks vers eivoer.

Onbevruchte of niet uitgekomen eieren laten we liggen tot de jongen geringd zijn; tot die tijd hunnen ze als steun dienen voor de hulpeloze naakte jongen. Alleen als het aantal onbevruchte eieren te groot is kunnen we er al enkele voor de ringtijd wegnemen om de jongen meer ruimte te bieden.
Voor wie gekiemde zaden door het eivoer mengt moet er op letten dat er geen gepelde haver bijzit. Dit zaad kiemt immers niet maat gist alleen. In de krop van onze jonge vogels zet dit proces zich verder wat onvermijdelijk de dood tot gevolg zal hebben.

Na 8 10 dagen is de tijd gekomen om de jonge vogels te ringen.

Hierna is dagelijkse nestcontrole een must. Hoe vaak gebeurt het niet dat een ring gedeeltelijk of volledig teruggeschoven wordt. In het eerste geval leidt dit vaak tot zeer onaangename gevolgen en dit vooral voor de vogel maar ook voor de liefhebber. Gedeeltelijk teruggeschoven ringen kunnen de oorzaak zijn van stijve tenen. We kunnen dit wel verhelpen door de teen in de juiste positie terug te brengen en enkele dagen vast te kleven. Opletten dus!
Ook op de fiche kunnen we aanduiden dat de vogels geringd zijn. Wanneer er geen gevaar meer is om de ringen te verliezen kunnen we de dagelijkse controle staken. Ikzelf zet gewoon een dubbele streep onder de reeks aangebrachte tekens op de fiche. Bvb. 2 februari XXXXX.

Nu de jongen geringd zijn is ook de tijd aangekomen om eventueel te grote nesten te verdelen bij de te kleine nesten. Of anders kunnen we ook achtergebleven jongen verleggen bij te kleine nesten. Immers onze Japanse Meeuwen tonen geen bezwaar tegen het wegnemen van hun jongen of het bijleggen van andere.

Een tip: Wat bij het bijleggen of wegnemen van jongen geen gevaar oplevert kan het wel zijn bij het bijleggen of wegnemen van eieren. Zelf heb ik in indruk dat sommige vogels voor wat hun eieren betreft zeer rekenkundige wezentjes zijn. Ik heb het al meegemaakt dat vogels, zonder onderscheid te maken tussen eigen of vreemde eieren, er een aantal over boord werpen tot het originele aantal weer bereikt is.
De les hieruit is dus om enkel geringde jongen en allen uit noodzaak te verwisselen. Vergeet zeker niet uw administratie bij te werken.

Nadat onze jongen geringd zijn is ook de periode aangebroken waarbij we deze als het ware zien groeien. Hierbij komt terug een ander gevaar om de hoek kijken. Vooral bij grotere nesten is het niet ondenkbeeldig dat door nestbevuiling ook de jongen dreigen bevuild te raken. De oplossing is het oude nest te verwijderen en zelf met nieuw nestmateriaal een nieuw nest met de hand te vormen. Zelf gebruik ik hiervoor nesten afkomstig van vogels welke onbevruchte eieren gehad hebben. Met dit doel voor ogen bewaar ik deze nesten in een plastiek zakje zodat ik praktisch altijd een vervangingsnest ter mijner beschikking heb.

Vogels welke gewoon zijn aan onze aanwezigheid in de kweekkamer tonen ook geen bezwaar tegen het geregeld uitkuisen van kooien (ook tijdens het broeden). Vooral het vervangen van de zandlade komt de hygine sterk ten goede.

Volgende maal gaan we het hebben over de uitvliegende jongen en de verdere evolutie van onze Japanse Meeuwenkweek.