JAPANSE MEEUWEN                                                                                          The Belgian Bengalese site                                                                                                  copyright ©Edwin Gilson  
ARTIKELS




 

Deel 3: Zelfstandige jongen .

Nu we zover gekomen zijn dat alle jongen zelfstandig,ingeruid en gesekst zijn breekt de periode aan dat we onze tentoonstellingsvogels kunnen uitkiezen. Natuurlijk komen enkel en alleen die vogels in aanmerking welke het dichtst de standaardeisen benaderen.
Voorlopig worden de uitgekozen vogels in een ruimere kooi ondergebracht, mannen en poppen evenwel gescheiden. De overige exemplaren worden verder geselecteerd voor wat hun kweekwaarde betreft. Bedenk immers dat goede tentoonstellingsvogels nog geen goede en bruikbare kweekvogels zijn! Het omgekeerde is even waar. Mindere tentoonstellingsvogels zijn daarom nog geen slechte kweekvogels. Hoe vaak blijken deze laatsten niet uiterst bruikbaar te zijn om als aanvullend materiaal dienst te doen. Vogels welke goede aanvullende eigenschappen in zich dragen zijn voor de kweker van even groot belang als de betere tentoonstellingsvogels. Dus, aanvullende en ontbrekende factoren moeten steeds met de grootste zorg afgewogen en bekeken worden.

Natuurlijk zal een zeker feeling of ervaring een grote rol spelen in het uitzoeken van zowel
tentoonstellings- als kweekmateriaal.

Ook onze oude kweekvogels zullen na de kweekperiode een grondige rui ondergaan. Na de rui is voor hen ook de tijd gekomen van selectie. Vogels welke niet meer in aanmerking komen voor het volgende kweekseizoen worden bij de verkoopvogels ondergebracht.

Nu kunnen we stellen dat de eerste grote selectie achter de rug is. Oude en jonge kweekvogels worden in kleine vluchtjes ondergebracht. Men moet er steeds op letten dat mannen en poppen gescheiden blijven. Naast een goede zaadmengeling verstrekken we tweemaal per week eivoer. Badwater wordt regelmatig gegeven en we zorgen voor onveranderde uren licht. (Bruuske wijziging in het aantal lichturen kan rui en conditieverlies veroorzaken). Van belang is ook dat de vogels permanent vogelgrit en scherpe maagkiezel ter beschikking hebben. Maagkiezel is voorzakelijk voor het malen van de granen in de maag en is dus onontbeerlijk voor een goede spijsvertering.

In een vorig artikel heb ik het over de bodembedekking van mijn kleine vluchtjes gehad.
Vroeger gebruikte ik anti-coccidiosekorrels welke minder stof bevatten dan kattenbakvulling. Enige jaren geleden ontdekte ik in een grote vogelhandel iets geheel nieuw en het blijkt perfect te werken. Het bestaat uit stukjes beukenhout (geen houtkrullen) welke gewassen, stofvrij gemaakt en gedroogd worden. Het zou een bepaalde fase zijn in het productieproces van papiersoort. Dit materiaal is niet te licht en het is volledig stofvrij wat zowel onszelf als onze vogels ten goede komt. Het absorbeert goed, schimmelt niet en is bovendien reukloos.

Nu de eerste selectie gedaan is kunnen we onze overgebleven vogels gaan verkopen. Denk er wel aan om niet een te beperkt aantal vogels aan te houden. Er kunnen altijd door ziekte of sterfte enkele vogels wegvallen. Bovendien kan een vermeende jonge pop gaan zingen... overtollige vogels kunnen we vlak voor het nieuwe kweekseizoen praktisch altijd kwijtgeraken daar menig liefhebber uitgerekend dan nog enkele vogels mist.    

En nu kunnen we met gerust hart de tentoonstellingen tegemoet zien.
De vogels zijn geselecteerd, de verzorging loopt prima. Wat rest is het africhten van de vogels en het
klaarzetten van de tentoonstellingskooien. Deze laatste moeten we natuurlijk een paar weken voor de tt. aan een grondig onderzoek onderwerpen. Misschien moeten ze wel herschilderd worden. Het zou niet de eerste maal zijn dat een liefhebber een vogel met verf besmeurt omdat de kooi nog niet helemaal droog was. (wat soms langer dan dag droogtijd vraagt...) Nu zou je je wel kunnen afvragen waarom de kooien vlak na het tt.-seizoen herschilderd worden; wel... pas herschilderde kooien zien er altijd frisser uit. De witte verf verkleurt immers toch altijd onder invloed van het licht. Geef zelf toe, een frisse kooi is toch een belangrijk iets! Niet alleen voor de buitenwereld (afbrekers van onze hobby hebben we al genoeg) komt het goed over, maar ook de geëxposeerde vogel zal in een nette kooi altijd beter overkomen bij de keurder (en bezoeker) dan een gelijkwaardige vogel in een verwaarloosde kooi.

Wat onze tt.-vogels in onze vluchtjes betreft, wel daar zijn we al zeer intensief mee bezig geweest. Immers, ze zijn reeds van de buitenvolière naar de binnenvluchtjes verhuisd, ze zijn gesekst en zijn geselecteerd. Op zichzelf is dit voor de tentoonstelling een goede training geweest. Het steeds bezig zijn met de vogels maakt hen aan onze handelingen en onze aanwezigheid goed gewoon. Dit is zeker een pluspunt met het oog op de verdere africhting.

De tijd om de vogels in de tt.-kooi onder te brengen is ongeveer 6 a 8 weken voor de eerste tentoonstelling. De grote slag- of staartpen heeft ruin 6 weken nodig om volledig terug te groeien. Voor we onze vogels in de tt.-kooi plaatsen moeten we deze op afgebroken pennen controleren. Deze moeten we voorzichtig één voor één uittrekken. Meerdere gebroken pennen worden het best niet gelijktijdig verwijderd. Vooral in de staart is het oppassen geblazen. Het beste worden deze pennen trapsgewijs verwijderd (één uit, één laten staan enz. ...) Als de staartpennen voor de helft zijn ingegroeid trekken we pas de overige gebroken pennen, zo voorkomen we o.a. het ontstaan van een waaierstaart.

Van belang is ook de snavel en de nagels na te kijken. Vogels met ontbrekende tenen en nagels zijn ongeschikt als tentoonstellingsvogel. Een beschadigde snavel kunnen we met wat olie of vaseline een heel ander uitzicht geven.

Nu is het afwachten tot de eerste tentoonstelling. De vogels dienen een perfecte verzorging te krijgen welke bestaat uit en goede zaadmengeling en dagelijks vers drinkwater. Sommige liefhebbers sproeien hun vogels nat d.m.v. een bloemenspuit, zelf geef ik de voorkeur aan badwater. Om de twee dagen krijgen mijn vogels een badje aan hun kooi. Deze wordt aan de tt.-kooi opgehangen met een metalen badhouder (in dehandel verkrijgbaar).

Indien mogelijk reinigen we wekelijks de tt.-kooien. We laten dan onze vogels overspringen in een gereinigde kooi. Op deze manier moeten we ze niet onnodig in de hand nemen wat toch telkens weer een risico tot beschadiging inhoudt. Dit voortdurend bezig zijn met de vogels geeft een bevredigende africhting. Let wel op dat men ze niet nodeloos opschrikt en ga steeds voorzichtig te werk. Gebeurt het toch dat een vogel een pen breekt verwijderd deze terstond zodat de nieuwe zo vlug mogelijk kan ingroeien.

Sommige liefhebbers gebruiken i.p.v. zand kattenbakvulling, misschien zijn de eerder vermelde stukjes beukenhout een waardig alternatief voor de bodembedekking. Witte of albino Japanse Meeuwen kunnen we best een vel keukenrol als bodembedekking geven; deze moet wel dagelijks ververst worden.

Nu zijn we klaar voort de tentoonstellingen doch hierover volgende keer meer.

 

Als alles normaal verloopt en er 4 TOT 8 eitjes gelegd zijn beginnen onze vogels te broeden.

Een tip: van zodra het eerste eitje gelegd is
verwijder ik het overgebleven nestmateriaal op de bodem van de kooi en geef ik wat extra vogelgrit wat de kalkvorming ten goede komt.