|
Deel 3: Zelfstandige jongen .
Nu we zover
gekomen zijn dat alle jongen zelfstandig,ingeruid en gesekst zijn breekt
de
periode
aan
dat
we
onze
tentoonstellingsvogels kunnen uitkiezen.
Natuurlijk komen
enkel en alleen die vogels in
aanmerking welke het dichtst de
standaardeisen benaderen.
Voorlopig worden de uitgekozen vogels in een ruimere kooi
ondergebracht, mannen en poppen
evenwel gescheiden. De overige exemplaren worden verder geselecteerd
voor wat hun kweekwaarde betreft.
Bedenk immers dat goede
tentoonstellingsvogels nog geen
goede en bruikbare kweekvogels zijn!
Het omgekeerde is even
waar. Mindere tentoonstellingsvogels zijn daarom nog geen slechte
kweekvogels. Hoe vaak blijken deze laatsten niet uiterst bruikbaar te
zijn om als aanvullend materiaal dienst te doen. Vogels
welke goede aanvullende eigenschappen
in zich dragen zijn voor de kweker van even
groot belang als de betere
tentoonstellingsvogels.
Dus, aanvullende en ontbrekende factoren moeten steeds met de
grootste zorg afgewogen en bekeken worden.
Natuurlijk zal een zeker feeling of ervaring een grote rol spelen in het
uitzoeken van zowel
tentoonstellings-
als kweekmateriaal.
Ook onze oude kweekvogels zullen na de kweekperiode een grondige rui
ondergaan. Na de rui is voor hen ook
de tijd gekomen van selectie. Vogels welke niet meer in aanmerking
komen voor het volgende kweekseizoen worden bij de verkoopvogels
ondergebracht.
Nu
kunnen we stellen dat de eerste grote selectie achter de rug is. Oude en
jonge kweekvogels worden in kleine vluchtjes ondergebracht. Men moet er
steeds op letten dat mannen en
poppen gescheiden blijven. Naast een goede zaadmengeling
verstrekken we tweemaal per week eivoer. Badwater wordt regelmatig
gegeven en we zorgen voor onveranderde
uren licht. (Bruuske wijziging in het aantal lichturen kan rui en
conditieverlies veroorzaken).
Van belang is ook dat de vogels permanent vogelgrit en scherpe
maagkiezel ter beschikking hebben. Maagkiezel is voorzakelijk
voor het malen van de granen in de
maag en is dus onontbeerlijk voor een goede spijsvertering.
In een vorig
artikel heb ik het over de bodembedekking van mijn kleine vluchtjes
gehad.
Vroeger gebruikte ik anti-coccidiosekorrels welke minder stof bevatten
dan kattenbakvulling. Enige jaren
geleden ontdekte ik in een grote vogelhandel iets geheel nieuw en het
blijkt perfect te werken. Het
bestaat uit stukjes beukenhout (geen houtkrullen) welke gewassen,
stofvrij gemaakt en gedroogd
worden. Het zou een bepaalde
fase zijn in het
productieproces van papiersoort. Dit materiaal is niet te licht en het
is volledig stofvrij wat zowel onszelf als onze vogels ten goede komt. Het absorbeert goed,
schimmelt niet en is bovendien reukloos.
Nu de eerste
selectie gedaan is kunnen we onze overgebleven vogels gaan verkopen.
Denk
er wel aan om niet een te beperkt aantal vogels aan te houden.
Er kunnen
altijd
door ziekte of sterfte enkele vogels wegvallen. Bovendien kan een
vermeende jonge pop
gaan zingen...
overtollige vogels kunnen we vlak voor het nieuwe kweekseizoen praktisch
altijd
kwijtgeraken daar menig liefhebber uitgerekend dan nog enkele vogels
mist.
En nu kunnen we met gerust hart de tentoonstellingen tegemoet zien.
De vogels zijn geselecteerd, de verzorging loopt prima. Wat rest is het
africhten van de vogels en het
klaarzetten
van
de
tentoonstellingskooien.
Deze laatste
moeten
we
natuurlijk
een
paar
weken voor de tt. aan een grondig
onderzoek onderwerpen. Misschien moeten ze wel
herschilderd worden. Het zou niet de eerste maal zijn dat een liefhebber
een vogel met verf besmeurt
omdat de kooi nog niet helemaal droog was. (wat soms langer dan dag
droogtijd vraagt...) Nu zou je je wel kunnen afvragen waarom de
kooien vlak na het tt.-seizoen
herschilderd worden; wel... pas herschilderde kooien zien er altijd
frisser uit. De witte verf verkleurt immers toch altijd onder invloed van het licht. Geef zelf toe,
een frisse kooi is toch een belangrijk iets! Niet alleen voor de
buitenwereld (afbrekers van onze hobby hebben
we al genoeg) komt het goed over, maar
ook de geëxposeerde vogel zal in een nette kooi
altijd beter overkomen bij de keurder
(en bezoeker) dan een gelijkwaardige vogel in een verwaarloosde
kooi.
Wat onze tt.-vogels
in onze vluchtjes betreft, wel daar zijn we al zeer intensief mee bezig
geweest.
Immers, ze zijn reeds van de buitenvolière naar de binnenvluchtjes
verhuisd, ze
zijn gesekst en
zijn geselecteerd. Op zichzelf is dit voor de tentoonstelling een goede
training
geweest.
Het steeds
bezig zijn met de vogels maakt hen aan onze
handelingen en
onze aanwezigheid goed gewoon. Dit is zeker een pluspunt met het oog op
de verdere africhting.
De tijd om de
vogels in de tt.-kooi onder te brengen is ongeveer 6 a 8 weken voor de
eerste
tentoonstelling.
De grote slag-
of staartpen heeft ruin 6 weken nodig om volledig
terug te
groeien. Voor we onze vogels in de tt.-kooi plaatsen moeten we deze op
afgebroken
pennen controleren. Deze moeten we voorzichtig één voor één uittrekken.
Meerdere
gebroken pennen worden het best niet gelijktijdig verwijderd. Vooral in
de staart
is het oppassen geblazen. Het beste worden deze pennen trapsgewijs
verwijderd (één uit,
één laten staan
enz. ...)
Als de staartpennen voor de helft zijn
ingegroeid trekken we pas de
overige gebroken pennen, zo voorkomen we o.a. het ontstaan van een
waaierstaart.
Van belang is ook
de snavel en de nagels na te kijken. Vogels met ontbrekende tenen en
nagels zijn ongeschikt als tentoonstellingsvogel. Een beschadigde snavel
kunnen we met
wat olie of
vaseline een heel ander uitzicht geven.
Nu is het
afwachten tot de eerste tentoonstelling. De vogels dienen een perfecte
verzorging
te krijgen welke bestaat uit en goede zaadmengeling en dagelijks vers
drinkwater. Sommige liefhebbers
sproeien hun vogels nat d.m.v. een bloemenspuit, zelf
geef ik de voorkeur aan badwater.
Om de twee dagen krijgen
mijn vogels een badje aan hun
kooi. Deze wordt aan de tt.-kooi opgehangen met een metalen badhouder (in dehandel
verkrijgbaar).
Indien mogelijk
reinigen we wekelijks de tt.-kooien. We laten dan onze vogels
overspringen
in een
gereinigde kooi. Op deze manier moeten we ze niet onnodig in de hand
nemen wat
toch telkens
weer een risico tot beschadiging inhoudt. Dit voortdurend bezig zijn met
de vogels
geeft een bevredigende africhting. Let wel op dat men ze niet nodeloos
opschrikt en
ga steeds
voorzichtig te werk. Gebeurt het toch dat een vogel een pen breekt
verwijderd
deze terstond
zodat de nieuwe zo vlug mogelijk kan ingroeien.
Sommige
liefhebbers gebruiken i.p.v. zand kattenbakvulling, misschien zijn de
eerder
vermelde stukjes beukenhout een waardig alternatief voor de
bodembedekking. Witte of
albino Japanse
Meeuwen kunnen we best een vel keukenrol als bodembedekking geven;
deze
moet wel dagelijks ververst worden.
Nu zijn we klaar
voort de tentoonstellingen doch hierover volgende keer meer.
Als alles
normaal verloopt en er 4 TOT 8 eitjes gelegd zijn beginnen onze vogels te
broeden.
Een tip:
van zodra het eerste eitje gelegd is
verwijder ik het overgebleven nestmateriaal
op de bodem van de kooi en geef ik wat extra
vogelgrit wat de kalkvorming ten goede komt.
|