JAPANSE MEEUWEN                                                                                          The Belgian Bengalese site                                                                                                   copyright ©Edwin Gilson
HOME




 

is de pastelfactor gedoemd te verdwijnen?

In het contactblad van de JMC van december j.l. zat er een prachtige bijlage met  foto’s van pastellen. Bij het bekijken van de foto’s en lezen van de bijhorende tekst was “is de pastel-factor gedoemd te verdwijnen” het eerste wat in mij opkwam.

Bij de pastel roodbruine  kan zelf de leek zien dat er ten opzichte van de roodbruine een “opblekingsfactor” werkzaam is. Deze kleur onderscheid zich duidelijk van de roodbruine. Dergelijke vogel kan men niet verkrijgen uit de selectie van roodbruine. Uit de combinatie van roodbruin en ino kan men split vogels kweken die deze kleur benaderen maar  veel egaler zijn en een zachte gloed over zich hebben.
Qua kleuregaliteit kan de “echte pastel” roodbruine het van deze vogel het nooit halen.

Bekijken we de foto van de pastel mokkabruine dan kan men alleen zeggen dat de kleur iets afwijkend is (dan deze van de mokkabruine) en dat het vleugeldek iets opgebleekt is. Dergelijke vogel kan men door selectie perfect kweken uit de mokkabruine; dus zonder dat de pastelfactor er aan te pas komt. Is het dan verantwoord deze vogel als pastel mokkabruin te bestempelen? In België zou deze vogel zonder uitzondering gekeurd worden als mokkabruin.

Met enige nostalgie kijk ik terug op de pastellen van vroeger.
De pastel roodbruine zijn qua kleurdiepte nauwelijks veranderd. De pastel mokkabruine is in de loop ter tijden donker en donkerder gevraagd.
In het Japanse Meeuwenboek van 2000 vinden we hierin een vogel waar de pastelfactor nog duidelijk in te herkennen valt. Bekijken we het boek van 1975 dan zien we naar mijn inziens de pastelfactor in de mokkabruine in zijn volle glorie.
Als de pseudo pastellen (uitgeselecteerde volkleuren of split vogels) met de prijzen gaan lopen in de pastelserie dan gaat er volgens mij iets grondig fout.

Het is de taak van een speciaalclub alle mutaties (en verantwoorde mutatiecombinaties) te promoten en maar ook te beschermen. Een duidelijke standaardeis voor de pastellen, die zowat alle uitwassen (pseudo pastellen) uitsluit kan een oplossing zijn.
Moet men niet de vraag stellen wat de typische kenmerken zijn van de pastel?
Zo kan men van de pastellen kan men toch niet eisen dat deze volledig egaal zijn. Zijn de iets opgebleekte vleugelpennen ook niet typisch voor de pastel? Tevens pleit ik voor een pastelkleur waarbij de opblekingfactor zelf door de leek herkent kan worden.

Met duidelijk omschreven standaardeisen zou men kunnen uitsluiten dat de echte pastellen in de verdrukking komen door de zogezegde “pseudo”-pastellen; de keurmeester keurt alleen het uiterlijke (fenotype) van de vogel en is gebonden aan deze standaardeisen.

   PASTEL MOKKABRUIN                                  MOKKABRUIN

Hiernaast staande foto's illustreren een duidelijk verschil tussen de pastel mokkabruine en de mokkabruine.

 

 

 

Edwin Gilson