JAPANSE MEEUWEN                                                                                          The Belgian Bengalese site                                                                                                  copyright ©Edwin Gilson  
HOME




 

ALGEMENE OMSCHRIJVING

Grootte: Gemeten van snavelpunt tot staartpunt moet de Japanse Meeuw ongeveer 13 zijn.

Vorm: Een  Japanse meeuw heeft een forse indruken getuigt van een zekere elegantie.

Deze eigenschappen zijn het gevolg van:

- een brede schedel
- een goed gevulde nek
- een brede en afgeronde borst
- een breed en vol achterlijf
- relatief korte vleugels
- een trapsgewijs gevormde staart waarvan de middelste twee staartpennen lancetvormig en verlengd zijn.

 Houding: Een Japanse Meeuw moet rustig op de stok zitten en heeft een opgerichte houding waarbij de ruglijn een hoek van ongeveer 35° vormt t.o.v. een horizontale.

Verder dient de vogel aan volgende eisen te voldoen:

- de neklijn vormt een zacht glooiende invallende lijn
- de ruglijn is licht hol gebogen
- de staart toont iets hoger dan het verlengde van de ruglijn
- de borst- buiklijn  zal regelmatig gebogen zijn
- de vleugels dienen strak  langs het Iichaam gedragen te worden waarbij de uitein­den elkaar op de stuit raken.

Vogels die niet op stok blijven  kunnen niet naar behoren  gekeurd worden en worden bestraft.

Conditie: Een Japanse Meeuw in optimale conditie vertoont een levendige en gezonde indruk.
De bevedering moet zuiver, glanzend, gesloten, ongeschonden en volledig zijn.Zieke vogels of vogels waarbij lichaamsdelen ontbreken, vervormd of onvolledig zijn komen niet in aanmerking voor tentoonstelling.

Kleur: De deur moet zo dicht mogelijk de kleuromschrijving van de "kleur- en teke­ningstandaard" benaderen moet bovendien zo egaal mogelijk zijn (tenzij anders vermeld).Voorgeschreven kleurnuances zullen geleidelijk in elkaar overvloeien. Met het voorvoegsel "diep" wordt enkel een lichte kleurnuance bedoeld.

Tekening:

a. Nerftekening: De veren op het achterhoofd, nek, zadel, vleugeldek- en staartdekveren hebben een lichter gekleurde schacht. Dit veroorzaakt een streepjeseffect volgens de lengteas valt de vogel.
b. Borst: Van vleugelbocht tot vleugelbocht loopt een ononderbroken gebogen lijn welke de kleur van de borst en de buik van elkaar onderscheidt. Bleek omzoomde borstveren zijn foutief.
c. Visgraattekening: Vanaf de borstaflijning  tot aan de aarstreek, doorlopend op flanken en stuit, bevindt zich een visgraattekening met volgende kenmerken:
-V-vormig en naar de punt toe gesloten
- scherp en symmetrisch
- regelmatig van grootte: onder de borst mag deze wel iets korter dan op de flanken
- de visgraattekening moet doorlopen tussen de poten.

Kop en snavel:

De kop moet een ronde gebogen lijn vormen (zonder afplatting).De snavel moet vrij kort, kegelvormig en gaaf zijn. Beide snaveldelen moeten goed op elkaar aansluiten. Van opzij gezien moet de bovensnavel en het voorhoofd op een vloeiende lijn liggen.

Poten: Beide poten zijn voorzien van drie voortenen en één achterteen die de  stok stevig omklemmen. Elke teen is voorzien van een licht gebogen nagel van de goede lengte. Poten, tenen en nagels moeten normaal ontwikkeld en gaaf zijn.

Ogen : De ogen bevinden zich juist boven het verlengde van de snavelsnede en liggen op het midden van de lijn  tussen snavelpunt en  achterhoofd. De ogen moeten rond en glanzend zijn. De pupil is iets donkerder. 

Kuif: De kuif moet rosetvormig zijn, uitwaaieren vanuit één middelpunt en afhangen tot een lijn boven de ogen. Opstaande veertjes en/of dubbele kuiven zijn fout.

Kleuroverzicht 

De Japanse Meeuwen kunnen we onderbrengen in drie grote series; nl. de volkleurserie, de bontserie en de vedermutaties.

Wat zijn de voorwaarden opdat een kleurslag(vedermutatie) in  standaardeisen kan opgenomen worden?
1.       De vererving van de kleurslag(vedermutatie) moet vastgelegd zijn.
2.       De kleurslag(vedermutatie)  moet fokzuiver te kweken zijn.
3.       De kleurslag(vedermutatie)  moet duidelijk te onderkennen zijn van andere bestaande kleurslagen(vedermutaties) 
4.       Per mutatie kan slechts één verschijningsvorm erkend worden.

Bij iedere kleurslag is een zo getrouw mogelijke kleuromschrijving geplaatst. De bijgeplaatste foto's zijn niet noodzakelijk het ideaalbeeld maar zijn een illustratie van de kleurslag.

Voor de  standaardeisen verwijs ik naar deze van de Nationale bonden; K.B.O.F., A.O.B., N.B.v.V. en A.N.B.v.V.

VOLKLEURSERIE
 

 

BRUINSERIE

GRIJSSERIE

 

Zwartbruin 

 

 

Zwartgrijs

 

 

 

Mokkabruin

 

 

Mokkagrijs

 

 

 

Roodbruin

 

 

Roodgrijs

pastel serie

  

Pastel mokkabruin

 

 

Pastel mokkagrijs

 

 

 

Pastel roodbruin

 

 

Pastel roodgrijs

bleekvleugel serie

  

 

Bleekvl. mokkabruin

 

 

Bleekvl.mokkagrijs

 

 

 

Bleekvl. roodbruin

 

 

Bleekvl.roodgrijs

ino serie

 

 

Crème-ino

 

 

Grijs-ino

 

 Albino

gepareld serie

 

Gepareld bruin

 

 

Gepareld grijs

 

 


BONTSERIE

 

BRUINSERIE

GRIJSSERIE

getekenden

witkop

Zwartbruin witkop

 

 

Zwartgrijs witkop

 

Mokkabruin witkop

 

 

 

 

Roodbruin witkop

 

witkop met oogring

Zb witkop met oogring

 

 

Zg witkop met oogring

 

Mb witkop met oogring

 

 

 

 

Rb witkop met oogring

 

Witkop met kap

Zb witkop met kap

 

 

Zg witkop met kap

 

Mb witkop met kap

 

 

 

 

Rb witkop met kap

 

Witkop met oogstreep

Zb witkop met oogstreep

 

 

Zg witkop met oogstreep

 

Mb witkop met oogstreep

 

 

 

 

Rb witkop met oogstreep

 

  wit              

 

VEDERMUTATIES

 

 KUIF

In alle erkende kleurslagen

FRISE hiervan is nog geen ideaalbeeld opgemaakt