....Basisschool viert on line....


Einde schooljaar vieren in de basisschool

 

Tijdens de laatste dagen van dit schooljaar willen we al onze zorgen over examens, toetsen en punten opzijzetten. We weerstaan nog even aan de lokroep van juli en augustus om intens van onze welverdiende vakantie te genieten en we maken het stil om dankbaar het afgelopen schooljaar af te sluiten.

Met onderstaande teksten willen we suggesties aanreiken
 om het einde van het schooljaar
op een creatieve manier met kinderen te vieren.

De teksten staan in de volgorde van een eucharistieviering,
maar je kan ze ook gebruiken voor een gebedsdienst,
een bezinningsmoment, als gedicht of verhaal.

Als je graag iets acterlaat van jouw mening over dit initiatief... zet je iets in ons gastenboek?

Hierna neem je de viering door op scherm.
Wil je de viering verder gebruiken, dan kan je via de volgende link de viering openen in word-formaat.

Inhoudstafel

  1. Inleiding

  2. Vergevingsmoment 

  3. Openingsgebed

  4. Eerste lezing 

  5. Evangelie      

  6. Geloofsbelijdenis

  7. Voorbede       

  8. Gebed .over de gaven    

  9. Tafelgebed 

  10. Slotgebed 

  11. Zending

  12. Mooi meegenomen

Afkortingen

V = voorganger

L = leerkracht

Ll = leerling

A = allen

 

1. INLEIDING                  top

A
Welkom allemaal,
Vandaag is voor ons een belangrijke dag en we zijn blij dat jullie willen meevieren.
We hebben als symbool voor deze viering de luchtballon gekozen. In deze periode zie je de kleurrijke luchtballons weer geregeld in de lucht hangen.
Het moet heerlijk zijn om in zo’n kleurige ballon over het land te zweven, over dorpen en akkers, over bossen en over meren.
Het moet heerlijk zijn om alles eens anders te zien, vanuit een nog ongekende hoek, met nieuwe ogen, vol bewondering, een beetje zoals God toen Hij voor de eerste maal naar Zijn schepping keek.
Zo zweven tussen hemel en aarde, ik denk dat dat een hemels gevoel met zijn.
Vandaag hebben wij ook zo’n hemels gevoel: de lagere school is beëindigd, we vliegen een nieuwe toekomst in. Maar eerst nog even zweven tussen gisteren en morgen, tussen wat voorbij is en wat nog komen moet.
B
Leerling:
Goedemorgen, laatste schooldag!
Dag school in …,
dag groene poort,
dag juf aan de poort,
dag juf op de speelplaats,
dag vriendjes allemaal.
Dag klas vol banken en stoelen,
dag werkboeken en blaadjes met jullie moeilijke oefeningen,
dag juf die weer heel wat te vertellen heeft,
dag bel, blij dat het weer speeltijd is.
Dag zon of regen, dag wind en nevel,
dag dag van spelen, zingen, praten en leren,
dag dag van ochtend tot avond,
dag dag waarvoor we mogen danken,
dag iedereen.
Priester:
Dag allemaal, welkom in deze viering.
Negen maanden geleden voeren we tijdens de eucharistieviering het schooljaar binnen. Ondertussen varen we het schooljaar alweer uit. Jullie hebben dit schooljaar zeker heel wat herinneringen bijeengeraapt die jullie op jullie boot graag meenemen. Laten we in deze viering even terugblikken naar de voorbije negen maanden. Laat ons hier samenzijn in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
 
C
Beste jongens en meisjes,
het is tijd om dankbaar te zijn voor al wat goed is geweest dit jaar.
Laten wij danken
voor de vele uren dat we samenwerkten,
voor de uren dat we lachten en blij waren,
voor de vergiffenis na de ruzie
en voor de zonneschijn na de regen.
Laten we dankbaar daarin Gods goedheid zien
en Jezus’ Geest erin voelen en horen.
We zeggen: God zij dank!
En we vragen echte zon over de komende vakantie,
een sprenkeltje zon over ieders gezicht,
opdat wij, samen, gelukkig mogen zijn als kinderen van het licht!
 
2. VERGEVINGSMOMENT        top
A
Priester:
Om een ballon dicht bij de grond te houden, heeft de ballonvaarder zandzakjes mee. Wanneer wij willen stijgen, maken we deze zandzakjes los en gooien we ze overboord. Zo zijn er dingen die zwaar wegen en die we liever niet meedragen in de vakantie. Wat er soms ook gebeurd is in het voorbije schooljaar: we willen het weer goed maken met God en met elkaar.
Leerling:
Wij zijn niet altijd gehoorzaam geweest. En ook al werden we vaak aan de afspraken herinnerd, toch hielden we er ons niet altijd aan. Daarom vragen we God om vergeving.
Samen:
Tot zeven maal zeventig maal vergeef ik een ander zijn schuld.
Tot zeven maal zeventig maal, de Heer heeft met mij ook geduld.
Leerling:
Heer, soms waren we te lui om ons in te zetten voor ons schoolwerk. Soms waren we zelfs te lui om ons in te zetten voor anderen of speelden we liever in plaats van anderen te helpen. Voor dat alles vragen wij God om vergeving.
Samen:
Tot zeven maal zeventig maal vergeef ik een ander zijn schuld.
Tot zeven maal zeventig maal, de Heer heeft met mij ook geduld.
Leerling:
Omdat we niet steeds rechtvaardig oordeelden over andere leerlingen, meesters of juffen. Omdat we vaak bij de groep gingen horen die pestte in plaats van de zijde van de gepeste te kiezen, vragen wij God om vergeving.
Samen:
Tot zeven maal zeventig maal vergeef ik een ander zijn schuld.
Tot zeven maal zeventig maal, de Heer heeft met mij ook geduld.
 
B
Dag school, dag bank, dag bord, dag boeken,
dag juffen, dag meesters, dag kinderen … allemaal vrienden van mij.
Een heel jaar werd er in de school voor mij gewerkt en gezorgd.
Heel wat grote en kleine mensen waren lief voor mij.
Elke dag werd mij de kans gegeven om te herbeginnen.
En toch …
Toch droeg ik niet elke dag mijn steentje bij tot de opbouw van onze schoolgemeenschap. Ik mopperde als ik mijn zin niet kreeg. Ik was jaloers als iemand iets beter kon. Al het mooie en het goede was ik vaak zo vlug vergeten. Vergeef mij, Heer.
Dag boom, mijn vriend.
Mijn vrienden, de bomen, de bloemen, de zee, de wind.
Dag geitjes in de wei, dag kleine lieveheersbeestjes.
Dag mooie natuur rondom mij.
Alles wat groeit en bloeit is een geschenk van God voor mij.
En toch …
Toch zie ik het dikwijls niet. Ik loop voorbij en maak lawaai. ’t Is net of ik soms blind en doof ben voor alles wat Gij geschapen hebt. Vergeef mij, Heer.
Dag mens, grote en kleine mens.
Dag mensen, mijn vrienden.
Wij leven samen op deze wereld.
Zo heeft God het gewild.
Samen kunnen wij er iets moois van maken.
Maar toch …
Toch duw ik soms iedereen van mij weg. Dan heb ik niemand nodig en denk ik alleen aan mezelf. Ik wil voor niemand iets doen en laat de anderen liever stikken. Vergeef mij, Heer.
C
Goede God, een schooljaar is voorbij,
samen zijn we een jaar lang opgetrokken,
lief en leed hebben we gedeeld.
Maar soms lieten we elkaar in de kou staan,
hielpen we elkaar niet.
Daar hebben we nu spijt van.
Wij willen dan ook tegen elkaar en tegen U zeggen:
neem het ons niet kwalijk,
wij hadden het graag anders gedaan,
maar dat is niet gelukt.
 
3. OPENINGSGEBED		top
A
Liefdevolle Vader,
we zijn blij dat we hier bij elkaar mogen zijn.
Wij willen luisteren naar goede woorden en mooie liederen.
Wij willen samen bidden
en het verhaal van Uw Zoon Jezus horen.
Maak ons bereid om dat verhaal in ons op te nemen
en mee te dragen vandaag en morgen.
Dat vragen we U in de naam van Jezus,
Uw Zoon en onze medemens.
Amen
B
Vader in de hemel,
wij wonen met heel veel mensen op deze wereld.
Wij lijken allemaal een beetje op elkaar,
of we nu zwart of geel of blank zijn.
We hebben liever vreugde dan verdriet,
liever zon dan regen.
Wees Gij tijdens de vakantie
de zon en de vreugde van ons leven.
Amen.
C
Goede God,
het gebeurt dat we hulp nodig hebben,
het gebeurt dat we verdriet hebben,
het gebeurt gelukkig ook dat we plezier hebben.
Dan is het zeer prettig dat we een vriendje of vriendinnetje hebben,
die ons kan helpen of aan wie we heel veel kunnen vertellen.
En Gij blijft mijn grootste vriend.
Amen.
 
4. EERSTE LEZING		top
A
Vakantie is even stilstaan om dingen te doen die er anders niet van komen.
Weg van de drukte van elke dag, even alles mogen vergeten en aan andere dingen denken.
Vrij zijn … jezelf zijn … tijd hebben.
Vakantie is even stilstaan bij de natuur.
Een leven in de natuur, weg uit de drukke stad.
Kijken naar mooie bloemen, luisteren naar het concert van de vogels,
de steeds wisselende beelden van de lucht bewonderen.
’s Morgens de eerste zonnestralen zien of misschien de pletsende regen,
bewust de stilte ervaren.
Vakantie is even stilstaan bij de mensen:
nieuwe mensen leren kennen, anderen beter leren kennen, vriendschap ervaren.
Luisteren naar mensen, met hen op stap mogen gaan, samen eens gezellig en rustig praten.
Lachen om de vele toffe dingen, tijd hebben en maken voor elkaar.
Vakantie is echt deugddoend, als wij er zelf iets van maken, als wij onszelf zijn,
maar vooral als wij naar de anderen gaan.
B
Waarom moest ik eerst vallen, vroeg de vogel aan zijn moeder.
Om te kunnen vliegen, zei de moeder zacht.
Ze zaten beiden op de rand van het nest.
De jonge vogel werd bang en zijn klauwen grepen radeloos om de rand van het nest.
Wil je onder de sterren leven?
Ja.
En vrij zweven in de lucht? Wil je wentelen en buitelen, hoog boven de bomen en de wereld?
Ja, ja, maar waarom moet ik dan vallen?
Zo zijn wij geschapen, glimlachte de moeder. Het kan niet anders.
De jonge vogel keek onder zich: hij rilde om die vreemde duistere afgrond waaraan hij zich moest toevertrouwen.
Kan ik niet vliegen, van hieruit naar de sterren toe?
Nee, zei de moeder, ik heb het je al gezegd. Kom, laat het nest los en val.
Dan zal de harde grond mij doden.
Je hoeft het maar heel even te doen en rustig je vleugels uit te spreiden. Laat los, mijn zoon en vlieg!
In een flits was de moeder verdwenen. Ze viel in de gapende duisternis onder het nest. Van heel ver hoorde hij haar roepen. toen dacht hij aan niets meer.
Hij was alleen: het nest werd koud, alles werd zo vreemd. Nog even klemde hij zich vast aan het vertrouwde hout. Toen liet hij los met een gil van angst.
 
Hij suisde omlaag en meende te sterven. Hij viel steeds sneller en de donkere grond die hem zou doden was dichtbij. Maar dan opende hij zijn vleugels en keek omhoog … De nacht tilde hem op en droeg hem tot ver over de bomen. Hij wentelde en buitelde van vreugde.
Toen voelde hij voor het eerst de hemel.
De sterren straalden van blijdschap omdat hij leefde.
Hij vloog hoog boven de wereld.
Hij was vrij!
C
Maak tijd voor vriendschap.
We maken tijd om te reizen,
om oude kastelen en kerken te bekijken,
om te zonnen op warme stranden,
om uitgebreid en lekker te tafelen,
tijd voor foto’s en souvenirs.
Tijd maken voor VRIENDSCHAP,
dat is tijd maken om rustig bij mensen te zijn,
eenvoudig, met aandacht en sympathie,
mensen helpen die tegenslag hebben,
vriendschap geven aan mensen
die ook in de drukste vakantieoorden eenzaam blijven.
Dankbaarheid tonen voor hen,
die zich voor ons afsloven in restaurants en hotels of thuis.
Anders gaan leven, ogen krijgen voor de natuur,
stil genieten van de wonderen om ons heen
en GOEDKOOP gelukkig zijn.
 
5.  EVANGELIE		top
A
Jezus zei tot de mensen: jullie maken overal een probleem van: je eten, je drinken en je kleren, alsof dat alleen belangrijk is.
Dan moet je de vogels eens zien: die hebben wel wat anders te doen dan te werken en God geeft ze te eten. Trouwens, met al je uitsloven leef je geen dag langer.
En dan die kleren, wat een moeite om niets! Kijk dan naar die bloemen: die staan er pas mooi bij en ze hoeven er niets voor te doen.
Als God zo goed zorgt voor de vogels en de bloemen, dan doet Hij dat toch zeker voor jullie, ook al is je geloof maar klein. Wees maar niet bang, God weet wel wat je nodig hebt.
Zoek eerst de dingen, die een eeuwige waarde hebben en de rest krijg je van God op de koop toe.
Dus, geen zorgen voor morgen: wie dan leeft, die dan weer zorgt.
B
We gaan nu luisteren naar een bijzondere gebeurtenis uit het leven van Jezus (Mt. 17,1-18).
Jezus had al een paar keer aan zijn vrienden, de apostelen, duidelijk proberen te maken dat het waarschijnlijk niet zo goed met Hem zou aflopen. Hij zou nog veel moeten lijden. Misschien zou Hij wel gedood worden. De apostelen werden er maar triest van en ze begrepen er ook heel weinig van. Een tijdje later zegt Jezus tegen Petrus, Jacobus en Johannes: ‘Kom we gaan eens de berg op. Weg van dat geroezemoes van de stad’. Ze liepen over een smal pad. De berg was erg hoog, maar uiteindelijk kwamen ze boven aan. De lucht was helder blauw. Er bloeiden heerlijk geurende bloemen. en opeens leek het alsof Jezus er heel anders uitzag. Zijn kleren schitterden in de zon. Hij straalde. Je zag dat Hij zich hierboven heel goed voelde. Een hemels gevoel, kun je wel zeggen. Ook de vrienden van Jezus vonden het geweldig. Petrus, die altijd erg enthousiast was, zei: ‘Kom, we bouwen hier drie tenten. Dan blijven we hier’.
Jezus draaide zich om en zei: ‘Nee, Petrus, dat kan niet. De mensen wachten op ons’.
En terwijl Hij dat zei, leek het erop alsof zijn gezicht niet meer zo straalde. Ze bleven nog een poosje zitten en genoten van het mooie uitzicht. Toen daalden ze de berg af. Ze zeiden niet veel tegen elkaar. Onderaan de berg kwam er een man naar Jezus toe. ‘Mijn zoon is ernstig ziek’, zei hij. Jezus keek eerst even om naar zijn drie vrienden. ‘Zie je nu wel’, leek Hij te willen zeggen.
Samen gingen ze naar het huis van de man.
Bij afscheid hoort terugzien: met dankbaarheid voor de ouders, de school en de klasgenoten, met spijt soms, met verwondering omdat je wellicht het gevoel hebt dat God je heeft geleid.
Bij afscheid hoort ook vooruitzien naar wat je te wachten staat. Ook angst en onzekerheid horen erbij en verwachtingen die niet bewaarheid zullen worden. Maar vooral vertrouwen. Je staat er nooit alleen voor: God heeft je mensen gegeven die achter je staan.
Soms zie je Jezus op de berg, in alle heerlijkheid, soms lijkt alles duister. Jezus verschijnt aan Zijn leerlingen als in een visioen: een schitterend mens. Als Jezus enige tijd later wordt gekruisigd en alles verloren lijkt, kan de herinnering aan dit visioen hen helpen. Als je het later eens niet meer zo ziet zitten, en dat zal zeker gebeuren, denk dan op deze manier nog eens aan deze viering.
 
C
Lezing naar het evangelie volgens Mattheüs: Kom, zegt de Heer, Ik maak je gelukkig.
Ik schenk je heel mijn vreugde
want ik was ziek
en jij hebt mijn schriften thuis bezorgd.
Ik begreep dat rekenwerk niet zo goed
en jij hebt mij alles geduldig uitgelegd.
Ik stond alleen op de speelplaats
en jij hebt mij er weer bijgehaald.
Ik stond achter met mijn werk
en jij hebt mij een handje toegestoken.
Ik was ontmoedigd omdat het zo moeilijk ging
en jij zei dat het wel zou gaan.
Ik had je pijn gedaan
en jij hebt mij vergeven.
Je weet toch:
wat je aan anderen doet, dat heb je aan Mij gedaan.
Om dit alles maak Ik je gelukkig
en schenk Ik je heel mijn vreugde.
 
6. GELOOFSBELIJDENIS		top
A
Ik geloof in God, de Vader
die alles gemaakt heeft.
Ik geloof in Jezus
die ons leert delen.
Ik geloof in de Geest
die bij ons is en ons helpt.
Ik geloof in mensen
die willen leven zoals Jezus.
Ik geloof dat delen wonderen doet
en dat we zo gelukkig kunnen leven.
B
Ik hou van mensen,
mensen ver weg en dichtbij.
Ik hou van God,
Zijn zorg en Zijn wijsheid.
Ik hou van kinderen
zoals Maria van Jezus.
Ik geloof in Jezus
omdat Hij zei dat mensen ongelijk hebben
als ze de baas spelen over de zwakken.
Ik geloof in Jezus
omdat Hij de gevangenis in moest
vanwege de vrijheid van de kleine man.
Ik hou van mensen
die zich inzetten voor een betere wereld.
Ik geloof in de Geest
die mensen elkaar de hand doet reiken.
Ik geloof in mensen
die zich inzetten voor de kleinen,
die geloven dat geluk het allerbelangrijkste is.
Ik geloof dat wij steeds elkaars fouten kunnen vergeven
net zoals Jezus dat deed.
Amen.
C
Ik geloof in God, onze Vader,
die ons de aarde heeft geschonken
met de mooiste kleuren van liefde,
hoop en vertrouwen.
Ik weet dat op sommige plekken op aarde
het zwarte de bovenhand heeft gekregen
omdat mensen elkaar het goede niet gunnen.
Maar ik geloof,
dat wij in de naam van God de Vader
de wereld weer mooier kunnen kleuren.
Ik geloof in Jezus, Zijn Zoon,
die mens geworden is zoals wij
om opnieuw kleur te geven aan alles,
wat door de machten van het kwaad is verbleekt.
Ik geloof in de Heilige Geest,
die ons de talenten en de kracht geeft
om te kleuren naar alle kanten
en de regenboog te plaatsen vooral daar,
waar de liefde verdwenen is,
waar de hoop vervaagd is
en waar het vertrouwen beschaamd is.
Amen.
 
7. VOORBEDE		top
A
Priester:
Vakantie is pas leuk als je ze samen kunt delen met andere mensen.
Op de wereld zijn er echter ook mensen die niet van een vakantie kunnen genieten. Misschien zijn ze ziek of is hun land in oorlog.
Laten we samen bidden opdat iedereen een leuke vakantie zou kunnen beleven.
Leerling:
Voor onze juffen, meesters en voor de directeur,
dat zij elke dag met veel moed en een groot hart de klas mogen binnenstappen,
dat zij zelf gelukkig worden door het liefhebben van zovele kinderen,
dat zij vreugde mogen beleven aan deze welverdiende vakantie.
Laat ons bidden.
Samen:
Geef mij kracht, heel mijn leven, Heer. O, geef mij kracht.
Leerkracht:
Voor onze kinderen,
dat zij veel vreugde mogen beleven aan het samenzijn met vrienden,
dat zij zon mogen brengen thuis, in de buurt en overal waar zij deze vakantie gaan.
Laat ons bidden.
Samen:
Ik ben mens, onder velen Heer. Ik ben mens zoals zovelen, Heer.
Ik ben mens, ‘k wil geloven, Heer. O, geef mij kracht.
Leerling:
Voor alle kinderen die geen liefde kennen, die niet weten wat een goede school en vakantie betekenen,
dat de zon van vriendschap, vrijheid en vrede op zekere dag ook voor hen mag schijnen.
Laat ons bidden.
Samen:
Steeds op zoek naar de waarheid, Heer. Steeds op zoek naar de liefde, Heer.
Steeds op zoek naar de eenheid, Heer. O, geef mij kracht.
 
B
We bidden voor de zesdeklassers. Ze gaan weg uit onze school.
Na de grote vakantie gaan ze naar een grotere school:
we verliezen goede vrienden en vriendinnen.
Dat ze goede mensen mogen worden.
Laat ons bidden.
We bidden voor onze meesters, de juffen en de directeur.
Ze hebben ons heel veel gegeven.
We zijn daarom gelukkige kinderen geweest, hier in onze school.
Dat ze nog heel lang heel veel mogen doen voor nog heel veel kinderen.
Laat ons bidden.
We bidden voor de kinderen in de arme landen:
ze hebben geen scholen en ze krijgen nooit vakantie.
Dat ze allemaal een beetje gelukkiger mogen worden.
Laat ons bidden.
Voor de kinderen die op vakantie gaan,
dat ze zich goed amuseren en veel nieuwe vrienden maken.
En voor de kinderen die niet op vakantie kunnen gaan,
dat ze niet verdrietig zijn en thuis een leuke tijd beleven.
Laat ons bidden.
C
Leerling:
Ik droom van veel zon
en als het regent en anderen rond mij verdrietig zijn,
zal ik zelf proberen een zonnetje te zijn.
Samen:
Wij bidden U, verhoor ons Heer.
Leerling:
Ik droom van een vakantie met veel vrienden,
veel vriendschap en veel plezante dagen.
Ik wil daarom zelf een goede vriendin zijn.
Samen:
Wij bidden U, verhoor ons Heer.
Leerling:
Ik droom van een vakantie zonder zorgen.
Ik wil daarom thuis een handje toesteken
om zo mijn ouders en ook andere mensen
in mijn buurt blij te maken.
Samen:
Wij bidden U, verhoor ons Heer.
 
8. GEBED OVER DE GAVEN		top
A
Leerling:
We brengen brood aan, symbool voor het lichaam van Jezus die voor ons gestorven is.
We brengen wijn aan, symbool voor het nieuwe verbond tussen God en de mensen.
We brengen een bal en een springtouw aan, symbool voor ons samenspel gedurende onze schooltijd.
We brengen boeken en schriften aan, symbool voor ons werk en onze inzet.
We brengen bloemen aan, symbool voor de vriendschap die we hier op school gekend hebben.
Laat ons daarbij alle ruzies vergeten, maar eerder denken aan al die onvergetelijke momenten van echte vriendschap.
Priester:
Goede Vader in de hemel,
de kinderen hebben op tafel brood en wijn gezet.
U hebt het koren laten groeien voor het brood en de druiven voor de wijn.
Jezus geeft het ons als Zijn Lichaam en Bloed.
Help ons dan te worden zoals Hij: goed voor iedereen.
Want dan zijn wij echt kinderen van U, onze Vader, die leeft in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
B
God, onze Vader, wij danken U voor Jezus.
Hij heeft laten zien hoe wij op elkaar moeten kunnen rekenen,
hoe wij niemand mogen uitsluiten,
hoe wij iedereen moeten opnemen in onze kring.
Vlak voor zijn dood zat Jezus met zijn vrienden aan tafel.
Hij vertelde hoe Hij terug naar zijn Vader zou gaan.
Toen werd het stil aan tafel.
Jezus zei: Ik wil toch bij jullie blijven,
te midden van jullie,
zodat we op elkaar kunnen blijven rekenen.
Wij bidden U vandaag, God, dat we op elkaar mogen rekenen
en op zovele grote mensen, thuis en hier op school
en dat iedereen heel veel vreugde en geluk mag krijgen.
Daarom bidden we nu het Onze Vader.
 
C
Priester:
Heer God,
brood en wijn hebben wij naar het altaar gebracht, als teken van onze vriendschap en ons samenzijn. Maak ze voor ons tot lichaam van Jezus, als krachtbron voor ons leven. Door Christus, onze Heer. Amen.
Heer God, we plaatsen brood op deze tafel en zoals we brood breken en delen met elkaar, zo willen we ook proberen om onszelf te breken en te delen met elkaar.
Samen:
Neem dit brood aan, God en geef ons moed en durf om te werken aan een fijne vakantie.
Priester:
We plaatsen ook een beker met wijn op deze tafel, God, omdat wijn het teken is van vreugde en blijheid. We willen ook proberen om vreugde aan mekaar te beleven.
Samen:
Neem deze wijn aan, God en geef ons moed en durf om te werken aan de vreugde op reis of thuis.
Priester:
Brood en wijn, dat zijn onze gaven. Moge Hij het offer uit onze handen aanvaarden. Amen.
 
9. TAFELGEBED		top
A
Priester:
In ieder huis staat een tafel, een tafel met stoelen,
een huiselijke kring van eten en drinken,
van geven en nemen, van deelnemen aan elkaars lief en leed.
Mama, papa en de kinderen maken het huis bewoonbaar, gezellig en vertrouwd.
Ook hier staat een tafel, de tafel van Jezus, gedekt met brood en wijn, teken van mensen die eenheid zoeken, de levensweg van Jezus willen volgen.
Eens stond er een tafel gedekt in de stad waar Jezus zijn laatste uren beleefde. Hij nam wat brood, dankte God, brak het brood om het aan zijn leerlingen te geven en zei: ‘Dit brood is mijn leven, eet er allen van, zodat ik in u verder leef’. Dan nam hij de beker met wijn, rood als bloed, gemaakt door mensen. Hij drukte de beker aan zijn hart, dankte God, reikte de beker aan de twaalf en zei: ‘Drink deze wijn, teken van mijn liefde, van mijn leven met jullie gedeeld. Herhaal dit gebaar met alle mensen, telkens weer, zodat ze mij niet vergeten’.
God, wij danken U voor deze liefde.
Samen:
Wij denken dankbaar aan wat Jezus ons voorgeleefd heeft. Graag willen wij proberen te leven zoals Jezus deed: delen, naar mensen toe gaan, niemand uitsluiten en respect voor anderen hebben.
Priester:
Geef ons de moed om te blijven geloven in de liefde.
B
God, bent U hier? Hoort U ons?
Help ons dan om stil te worden, om te luisteren naar Uw woorden,
om te kijken naar Uw voorbeeld, om U te danken voor al Uw gaven.
Wij danken voor al wat we hebben en krijgen,
wij danken U voor vader en moeder, voor broers en zussen
en vriendjes die al Uw gaven met ons delen.
Wij danken U voor Jezus die altijd bij ons blijft, vooral ook als het moeilijk wordt.
Hij leert ons te geloven in de regenboog.
‘Er is hoop’, zegt Hij, ‘jouw droom van de lange tafel kan er komen als jullie maar delen’.
De laatste avond voor Zijn lijden heeft Hij het ons nog eens getoond.
‘Goed kijken’, zei Hij, ‘zo komen alle mensen in het Paradijs’.
Hij nam het brood in Zijn handen, brak het en zei: ‘Dit ben Ik, Ik breek Mijzelf voor jullie en deel ook jezelf, dan wordt onze droom waar’.
En toen nam Hij de beker met wijn. Hij deelde die rond en zei:
‘Dit is mijn bloed, Ik geef mezelf als de wijn van vreugde. Geef ook jezelf, dan wordt iedereen blij’.
Wij denken aan wat Jezus ons heeft voorgedaan, hoe Hij geleden heeft en gestorven is voor Zijn droom. Wij weten ook dat Hij verrezen is en ons verwacht in het Paradijs. Daarom stuurt Hij ook Zijn Geest, Zijn Geest van delen en geven.
God, Vader, wij leggen onze hand in Uw hand en beloven broederlijk te delen.
Zo zullen al Uw kinderen samen zitten aan de lange tafel onder Uw regenboog.
C
God, wij zijn hier bijeen rond de tafel van Jezus.
Wij danken voor het schooljaar dat voorbij is
en voor al de kinderen die hier leren en spelen.
Wij danken voor alle mensen die hier voor ons zorgden,
een heel schooljaar lang.
Wij danken voor Uw Zoon Jezus.
Hij heeft ons geleerd wat het wil zeggen
van mekaar te houden en met elkaar te delen.
Wij bidden voor de mensen en de kinderen
Van wie wij hielden en die gestorven zijn.
Wij bidden voor de juffen, de meesters en de directeur,
opdat ze heel gelukkig mogen zijn
en een prettige vakantie hebben zonder zorgen.
Met alle kinderen en grote mensen bidden wij
dan samen het gebed dat Jezus ons geleerd heeft.
 
10. SLOTGEBED		top
A
Dag meester, dag juf,
het is weer zover.
Een heel jaar hebben wij samen gezeten
en af en toe zat je wel eens met de handen in het haar,
omwille van jouw klas.
Maar ik vond het hier fijn!
Dag vrienden, dag vriendinnen,
het is vakantie.
Ik zal je missen, weet je.
En al heb ik al eens lekker geplaagd,
al draaide ik al eens mijn rug naar jou,
al liet ik je wel eens aan de kant staan,
nu besef ik pas dat we mekaar zo echt nodig hadden.
Maar het is voorbij.
Ik maak het even stil en ik vraag aan Onze Vader in de hemel glimlachend neer te kijken op ieder van ons en ons bij de hand te nemen gedurende die twee vakantiemaanden.
’t Ga je goed, meester, juf, klasgenoot. Ik blijf aan je denken.
B
Voor alles wat we op onze school hebben gekregen. (Samen) Wij danken U.
Voor de refter en de klassen en de speelplaats en de turnzaal. (Samen) Wij danken U.
Voor het rekenen en het lezen en het schrijven en het tekenen. (Samen) Wij danken U.
Voor de eerste communicanten, de dopelingen en de vormelingen. (Samen) Wij danken U.
Voor de eucharistievieringen, de bosklassen en de sneeuwklassen. (Samen) Wij danken U.
Voor de kleuters onder ons en de andere klassen boven ons. (Samen) Wij danken U.
Voor de juffen, de meesters en de directie. (Samen) Wij danken U.
Voor de mevrouwen van de keuken en het onderhoud. (Samen) Wij danken U.
Voor de lucht, de zon en de regen. (Samen) Wij danken U.
Voor de bossen en het strand en de zee. (Samen) Wij danken U.
Voor de dieren in het water, in de lucht en op het land. (Samen) Wij danken U.
Voor ons lopen en ons springen en ons spelen. (Samen) Wij danken U.
Voor onze vrienden en vriendinnen. (Samen) Wij danken U.
Voor de vakantie en binnenkort het nieuwe schooljaar. (Samen) Wij danken U.
Voor allen die van ons houden. (Samen) Wij danken U.
 
C
Heer,
geef mij een taak om aan te werken,
een toekomst om naar te streven,
een doel om me naar te richten
en een raad om op te volgen.
Toon mij een weg om te bewandelen,
een bron om me aan te laven
en een plaats om te rusten.
Leer mij een lied om te zingen,
een woord om te troosten
en een gebed om te danken.
Richt mijn handen om te steunen,
mijn oren om te luisteren,
mijn hart om te beminnen,
en mijn ogen om te bewonderen.
Geef mij een moment om te bezinnen,
een brood om te delen,
geduld om te wachten,
blijheid om door te geven,
moed om vol te houden
en een vriend om dat samen mee te doen.
 
11. ZENDING		top
A
Het schooljaar is weer voorbij!
Dankjewel klasgenootje,
ik was blij dat jij er was,
dankjewel om je lach,
om de vreugde die je in de klas bracht,
om de interessante vragen,
om je goede inzet bij het groepswerk,
om je hulp bij moeilijke rekensommen,
om je aanmoedigingen, om je vriendschap,
om de vindingrijkheid en het samen spelen.
Ik heb geprobeerd je te nemen zoals je was,
dat maakte ons samenzijn soms wel moeilijk, maar toch boeiend.
Zo vormden wij met onze klas, met de hele school, een goede groep,
waar de ene blij was dat de andere er was.
Dankjewel leerkracht
omdat ik een heel jaar bij jou mocht zitten.
Dankjewel om je inzet, je geduld en je hulp,
om de antwoorden op onze vele vragen,
omdat je elke dag opnieuw ons klasleven
boeiend en aangenaam trachtte te maken.
Dankjewel om alles wat je mij
voor het latere leven hebt meegegeven.
Dankjewel directie,
voor jullie inzet voor de school,
om de boel goed draaiende te houden.
Dankjewel om al de goede zorgen.
 
B
Nog even en de deur gaat dicht.
Het schooljaar is voorbij.
Ik heb er zin in, even niks,
vakantie, lekker vrij.
De deur gaat dicht en ik kijk terug:
hoe is het jaar geweest?
Hoe ging het spelen op het plein?
Hoe was dat grote feest?
De deur gaat dicht en ik kijk terug:
hoe is het toch gegaan?
Hoe was het werken in de klas?
Hoe heb ik dat gedaan?
De deur gaat dicht en ik kijk terug:
hoe was ik in dit jaar?
Hoe ging ik met mijn vrienden om?
Deed ik niet al te naar?
De deur gaat dicht en ik kijk terug.
Het jaar vloog zo voorbij.
en op de drempel sta ik stil
en ik denk daar heel blij:
dag school, dag jaar, dag oude klas.
Ik ga. Nu geen gezeur.
En na negen weken kom ik niet meer terug.
Dan open ik niet de deur.
C
Afscheidswens van een directeur.
Een school is nooit zo leeg als straks,
wanneer je weggegaan bent,
de ‘grote wereld’ tegemoet.
Toch blijft er iets van jou hier achter,
een echo, een glimp,
een ongrijpbare afstraling
van wat je was en bent,
iets wat ons nu weemoedig maakt,
omdat het nooit meer terugkomt.
Dat slaat alle deuren dicht
en slechts één kracht kan ze openen:
die van de goede herinneringen,
het moment waarop iemand zegt:
‘Zeg, weet je ’t nog? … ‘
 
12. MOOI MEEGENOMEN		top
A
EVANGELIE EN EERSTE LEZING (door de leerlingen)
Het liep al tegen de avond
en het was heel druk geweest die dag.
De hele dag had Jezus verteld
en gepraat met mensen
over wat hen bezighield.
Hij en zijn leerlingen hadden gepland
de volgende dag aan de overkant te zijn
en daarom wilden ze graag die avond nog overvaren.
Ook een beetje voor de rust, want ze waren doodmoe.
Tien maanden lang
zweten en zwoegen,
leren over leuke en minder leuke dingen,
dingen die we allemaal moesten weten,
dingen die we zeker niet mochten vergeten,
zingen en spelen,
lachen om een stomme grap
of gewoon van geluk
dat we dit allemaal mochten beleven.
We hebben hier wat meegemaakt: 
samen
met onze klas
soms ook fuiven met de hele school
alle klassen samen,
met de juffen en de meesters
en al die anderen.
Kortom,
we zaten niet veel stil
dus zijn we echt wel moe
en dringend aan vakantie toe.
Jezus was achter in de boot in slaap gevallen.
Ondertussen was er een storm opgestoken
en de boot ging gevaarlijk wiebelen.
Het water klotste overboord
en Jezus sliep rustig verder.
De leerlingen waren in paniek
en verontwaardigd maakten ze Jezus wakker:
‘Meester, meester, raakt het U niet dat wij vergaan?’
 
Storm en donderwolken …
ook iets wat gebeurde het afgelopen jaar:
ruzies,
ongehoorzaam zijn,
boos op de juf of de meester,
slechte punten,
verdriet,
een ongelukje in de turnles,
iemand die ziek werd en heel wat moest missen,
iemand die niet werd aanvaard.
Er waren momenten dat we het niet meer zagen zitten
en toch zijn we hier nog.
Allemaal hebben we wel een beetje tegenwind gekregen
en allemaal hebben we tegen de wind in gevaren,
vertrouwend in de verte,
dat het wel goed zou aflopen,
dat ruzies bijgelegd kunnen worden,
dat ziek zijn voorbijgaat.
Jezus stond recht en zei: ‘Waarom ben je zo bang?
Hoe is het mogelijk dat je nu nog geen vertrouwen hebt?
Je moet niet bang zijn van wat tegenwind.’
Ze keken naar het water en er was geen golf meer te zien.
De wind was gaan liggen.
Verwonderd keken ze naar Hem.
Met z’n allen zitten we hier in de boot,
de kleine kleutertjes,
de stoere zesdeklassers
en al die anderen daartussen.
Van het kleinste kindje in de kleuterklas tot de directrice,
we konden niemand missen.
Allen hebben we dit schooljaar meegemaakt
en allen hebben we dingen geleerd en beleefd
die deugd deden en die we niet meer gaan vergeten.
Allen waren we een deel van het schip.
Allen even belangrijk …
 
B
VAKANTIE BELEVEN
Het is eindelijk vakantie. Ik voel me als een vrije vogel. Ik wil vliegen. Ik ga de wereld in trekken. Ik wil zien en ontdekken en beleven.
Kind met een wereldbol:
Ja, de wereld intrekken, waar wil je zoal heen? Afrika, Azië of Zuid-Amerika? Of wil je naar het oosten van Europa om iets te beleven?
Kind met een zwart regenscherm:
Overal zie je verdriet: hongerlijdende kinderen, oorlog, ruzie, geweld. Die wereld lijkt wel een zwarte bol zonder kleur.
We werken er soms toch ook aan mee om de wereld donker te maken. 
Maakte jij nooit eens ruzie tijdens het schooljaar? 
Heb jij jezelf nooit op de eerste plaats gezet en iemand daarvoor weggestoten
of was jij nooit eens vervelend met een gezicht als een donderwolk?
Ja, maar, dan kunnen wij de wereld toch zelf ook wat meer kleur geven.
Kind opent een gekleurd regenscherm:
We gaan onze wereld mooier kleuren. Maar hoe? Een zonnig gezicht en een hartelijke lach zullen al veel veranderen!
Breng wat kleur aan door een vriendelijk woord, breng wat blijheid, ook als het regent of als het eten even wat minder lekker smaakt.
Toon dan de gele kleur, kinderen van de vreugde!
Kinderen met gele linten steken de handen omhoog.
Breng ook wat rode kleur op onze wereld, door wat echte vriendschap voor elkaar, ook voor oude en zieke mensen.
Toon nu de rode kleur aan iedereen, kinderen van liefde!
Kinderen met rode linten steken de handen omhoog.
Breng nu wat blauw aan, door eerlijk te zijn: bewijs thuis eens dat je een dienst kan bewijzen, ruim maar mee op, ook al is het moeilijk.
Toon je eerlijke blauwe kleur aan allen.
Kinderen met blauwe linten steken de handen omhoog.
En nu nog de groene kleur van de natuur: we bewonderen alle bloemen en maken ze niet stuk, we beluisteren alle vogels maar we laten hun nestjes met rust en we laten nergens vuilnis achter op gras of in het bos.
Toon je groene kleur, kinderen van de groene natuur!
Kinderen met groene linten steken de handen omhoog.
Steek nu alle kleuren omhoog, want wij willen tijdens deze vakantie allen samen de wereld mooier kleuren.
Alle kinderen steken hun lint omhoog.
C
NOG EEN WENS VOOR DE KINDEREN VAN HET ZESDE LEERJAAR
Zal je nog eens denken aan je lagere school?
O neen, dit is geen verplichting, geen opgelegd iets,
alleen maar een uitnodiging.
En mocht je ooit heimwee krijgen
naar wat we samen beleefden,
weet dat bij ons de deur
altijd op een kier blijft staan.
Wij zullen nog vaak aan je denken,
nog vaak nieuwsgierig zijn om te vernemen
hoe het met jou nu verdergaat,
want het leven van jonge mensen is als een boeiend boek.
Schrijf je een mooi vervolg?
En nu: je eigen weg!
Moge hij mooi zijn
en valt er eens iets tegen …
geef het nooit op,
maar blijf geloven in jezelf
en in al je rijke mogelijkheden.
Dat wensen wij je van harte!