PORTRET VAN WIM WOUTERS


wim wouters

Het prille begin

Zoals vrijwel elke laatbloeier in de loopsport debuteerde ik omdat mijn ijdelheid groter bleek te zijn dan mijn bescheidenheid. Mijn broer Dirk, zelf ook loper, daagde mij uit om samen met hem aan de start van de studentenmarathon te verschijnen. Ogenschijnlijk hield ik de boot af; doch na een heimelijke testloop over 26 km (twee dagen voor de marathon zelf!) schreef ik mij in. November 1982: mijn eerste loop-overwinning op mezelf: ik liep-jogde de afstand in 3u57'. Kort daarop sloot ik mij aan bij Spiridon Leuven, waardoor de competitiegeest werd aangewakkerd. Via enkele boeken verruimde ik mijn trainingskennis.

Mijn studies LO

Mijn studentenmarathon-ambities kregen echter vrij snel klappen, belangrijkste oorzaak was het aanvatten van de studies lichamelijke opleiding aan de KUL. De combinatie sport-training bleek onmogelijk, mijn koppigheid leidde enkel tot een reeks sportblessures- een belangrijke ervaring op termijn. Ik werd nuchter genoeg om te beseffen dat ook en de atletiek vreugde en ellende hand in hand gaan. Dankzij de studies LO kreeg ik veel meer inzicht in allerlei facetten van de training, fysiologie, algemeen medische kennis, trainingseffekten zowel fysiek als mentaal. Vooral Edmond Vanden Eynde de meest succesvolle trainer ooit in België- was een lichtend voorbeeld. Hij doceerde zeer boeiend en kleurrijk training en coaching. tijdens de 1e licentie werd lopen voor mij het middel om mezelf te ontplooien. Het werd om het op de Oosterse manier uit te drukken; de weg van het lopen. Zo bleek het wegvallen van de praktijksessies de ideale voedingsbodem om meer en harder te gaan trainen. Honderd en meer kilometers per week werden afgemaald. Dit gebeurde veel alleen, doch tevens maakte ik kennis met enkele toppers van toen zoals Bob Verbeeck, Fred Vandervennet, Peter Daenens. Mijn rol beperkte zich in dit gezelschap tot aanhangwagentje zolang dit mogelijk was of in de après-training tot het luisteren en absorberen van de gegevens over training, tactiek.
Urenlange verblijven in de campusbibliotheek, mede omdat mijn licentiaatsverhandeling onder leiding van Mon Vanden Eynde over "De 800m heren" handelde, vergrootten in hoge mate mijn kennis rond lopen met al zijn nevenfacetten.

Van loper naar trainer: een logische evolutie

Mon Vanden Eynde louter bewonderen heb ik nooit gedaan, doch hij sprak mij aan als persoon die bereikt had wat ik ook wilde nastreven. Werken met mensen, atleten; ze begeleiden, en er het beste uit tevoorschijn halen.

De universitaire ploeg

Wij stelden grote leemten vast in de begeleiding van de universitaire atleten. Jarenlang werd gebouwd aan het vormen van een sterke KUL-ploeg; waar nu de vruchten van geplukt worden; mede ook, om precies te zijn, met de steun van Bart Vanden Eynde. Soms hoor ik wel eens, ernstig of spottend, de opmerking vallen dat ik op het "sportkot" woon. In 1988 werden de eerste trainingen gegeven aan jongeren van Daring Club Leuven Atletiek. Ook in deze club blijf ik met hart en ziel training geven. Met training geven bedoel ik: enerzijds het opstellen van de schema's en anderzijds het opvolgen van de schema's tijdens de trainingen. Kortweg: ER ZIJN zoals Mon Vanden Eynde steeds herhaalde. Een derde groep lopers begeleid ik; d.w.z. ik tracht een gericht schema op te stellen, advies te geven zonder echter tijdens de training aanwezig te zijn. Zo begeleid ik een aantal veteranen naar hun marathon toe en sinds kort krijgen de BRRC-lopers de mogelijkheid om advies te vragen voor hun problemen.

Het leven als trainer

Het trainersleven zelf is een mengkroes van grootse ervaringen zowel opperste geluk als diepste ellende zijn te verwachten. Ook hier weer wordt zeer terecht naar een Uitspraak van Mon Vander Eynde verwezen: verwacht nooit dankbaarheid van atleten! Ik zou er zelfs aan toevoegen: verwacht nu en dan een pijnlijke trap tegen je achterste! Gelukkig komt dit laatste niet al te veel voor. Belangrijk is dat je zeer duidelijke afspraken moet maken met de atleet; hoe vager de afspraken, hoe meer problemen je mag verwachten. Stel je ambities aan elkaar gelijk; geef en neem wat mogelijk is en verwacht niet veel!! Als trainer kan je best niets verwachten; dan is elke kleine attentie zoveel meer te waarderen. Elke dag opnieuw moet je door nieuwe ervaringen jezelf besturen.

En...als trainer krijg je gemakkelijk af te rekenen met ontgoochelingen. Een zwakke prestatie, blessures van een atleet, atleten die ophouden met lopen om diverse redenen... Een trainer leidt een hard leven doch het loont de moeite. Een makkelijk leven ligt trouwens teveel beperkingen op, vind ik. Anderen zeggen dat je een beetje gek moet zijn om trainer te worden en helemaal gek zijn om trainer te blijven...
Wie ben ik om nu te zeggen wie gelijk heeft?

De natuur

Je leven wordt dus beheerst door lopers, is er nog tijd voor iets anders?
Ik ben steeds een natuurfanaat geweest, via lopen blijf ik dat nastreven. Je zal me dan ook vooral in het bos (Heverleebos, Egenhovenbos en Meerdaalwoud) zien trainen en zelden op de baan. Een deel van mij zal wel altijd het ongeremde natuurlijke zwerversleven blijven nastreven. Verder blijf ik als trainer mijn filosofie volgen: met mensen bezig zijn. Of ik mensen help; ik durf het niet zeggen. Als trainer nog wel: je beperkt de kans op blessures, je leert de atleet-sporter zichzelf beter begrijpen, zijn lichaam beter kennen...
Verder vertrek ik vanuit het standpunt dat de mens zichzelf moet helpen: It is impossible to free slaves, they have to free themselves! Wel kan je hun probleem mee helpen situeren en mogelijke oplossingen aanbieden. Doch de sporter, de mens zelf zal zijn oplossing moeten uitkiezen, bewerkstelligen. Dit ganse proces is nooit heel goed zichtbaar, misschien ook daardoor mag je nooit teveel terug verwachten want je weet nooit hoeveel of wat je geeft. Uiteindelijk zal het toch de loper zelf zijn die de prestatie levert, het is zijn lichaam en zijn geest die het doen! Maar hoe dan ook, als trainer werk je mee, hoe miniem je inbreng ook mag wezen.

Alles komt vanzelf in orde

Verlies vooral je plezier niet in lopen; ik loop mezelf elke dag tot een staat van welbevinden, weg van elke ziekte; ik ben al lopend tot mijn beste gedachten gekomen en ik ken geen gedachte zo bedrukkend of men kan er wel van weglopen... maar hoe meer men stilzit, hoe sneller men zich ziek gaat voelen. Dus als men gewoon blijft lopen... komt alles vanzelf in orde!

bron: podium runner(jaargang4, september '94)