Patje Blieck

Update: 28 maart 2016

Geboren in 1970

Woonplaats: Brugge, West-Vlaanderen

Roepnaam: Patje (Mar Athon)

Ik zal beginnen met wat mijn vader ooit zei om mij als sporter te duiden: ´Je begon te stappen toen je 10 maand oud was. Een maand later begon je te lopen... en je bent niet meer gestopt!´
Dezelfde verhalen hoor ik trouwens van familieleden en oude vrienden: ´Jij was nauwelijks te volgen, altijd was je in beweging´. Ondertussen weet ik wel dat ik graag in beweging ben en geloof ik wat mijn omgeving over mij zegt, samen te vatten in één woord: ENERGIE.
Een vat vol, op het randje van soms te ontploffen... lopen (sport, bewegen) is daarom een noodzaak voor mij, echt een levensbehoefte!

No Pain, No Gain!

Als ik er één motto, van toepassing op mezelf, er uit moet uithalen dan is het wel deze. Voor velen klinkt dit misschien hard, maar voor mij staat die ´pain´ voor inspanning (voorbereiding en training). Als je je voldoende inspant, wordt die inspanning een evidentie, je lichaam raakt eraan gewoon met de nodige resultaten als gevolg... bij mij is de loopinspanning zodanig geëvolueerd dat het een levensbehoefte is geworden!
En een tip voor alle beginnende lopers: DUUR IS VEEL BELANGRIJKER DAN SNELHEID OF AFSTAND. Als je geregeld lange tijd non-stop kunt lopen, komt die afstand en die snelheid vanzelf. Nog belangrijker: na verloop van tijd, loop je die ´lange tijd´ steeds makkelijker... en dan ben je echt vertrokken!

Hoe ik eraan begon

Vooral in mijn kindertijd, maar ook in mijn jeugdjaren, combineerde ik lopen met van alles en nog wat. Tijdens mijn periode bij de jeugdbeweging en de vakantiewerking waren de dagen waarbij er een activiteit was waarbij je kon lopen voor mij de meest plezante: estafette, bos- en strandspelen en voor mij de absolute max het hindernissenparcours!
Voetbal werd mijn hoofdsport maar in de lagere school deed ik ook aan badminton en atletiek als naschoolse sport. We gingen ook wekelijks zwemmen na school. Nu ja, ik zat voor alle klassporten dan ook in de klasploeg.
Al snel bleek dat ik,naast voetbal, voor lopen in de wieg was gelegd. In de lagere school was ik steevast eerste van de klas. Bij het veldlopen, in het Brugs Criterium, eindigde ik steeds bij de top 10 (3de plaats was mijn beste klassering). In het West-Vlaams Criterium haalde ik ooit top 15 maar meestal zat ik daar in de middenmoot. Pas in het 3de middelbaar moest ik in de klas mijn meerdere erkennen en toeval wil dat ik nu zijn ouders begeleid bij de recreanten van FLAC Oostkamp.
Geleidelijk aan ging het lopen me steeds beter af maar ik stond daar nooit bij stil. Ik was gek op elke sport en trok dan ook naar de sportschool en later het regentaat om mijn studies als sportleerkracht af te maken. Daar haalde ik de beste resultaten als loper (6km in 21min10sec). Een jaar later liep ik de 1ste Corrida in Torhout (10km) uit in 37min. Met onze klas hielpen we de inschrijvingen mee organiseren en gezien we juist op tijd klaar waren, beslisten we dan maar om ook zelf deel te nemen ... stel je voor!
Conditie druipte er toen al af! Tijdens een lessessie over hartslag kwamen we met 4 of 5 van de klas tot de vaststelling dat we een rustpols hadden van lager dan 30 slagen per minuut. Toen ging ik zo voor de fun wel af en toe eens een rondje lopen maar training kon je dat niet noemen ... en – oh, grote smet! – ik rookte bijna een pakje daags!
Ik stond niet stil bij die tijden, dat leek normaal (ik kon nu eenmaal goed lopen). Soms baal ik daar nog wel eens over, ... misschien had er zoveel meer ingezeten. Een jaar later, na een zwaar auto-ongeluk, was het echter over-and-out. Dank zij die voortreffelijke conditie kon ik na 6 weken al het ziekenhuis verlaten maar mijn gewicht bedroeg toen nog nauwelijks 50kg. Alles was te herbeginnen. Spiermassa volledig verdwenen. Ik mocht al blij zijn dat ik kon stappen...

Heropbouw door training

Gelukkig herstelde ik snel en ook de conditie kwam al even snel terug. Niet meer zoals in de sportschooljaren maar toch nog steeds betrekkelijk goed. Het voetbal moest ik wel vaarwel zeggen. Door het volledige tijdelijke evenwichtsverlies was mijn coördinatie aangetast en technisch bakte ik er niet veel meer van.
Gezien ik nood had aan heropbouw van mijn basisconditie en opdat ik lopen wel al altijd leuk had gevonden, wou ik van de loopsport mijn sporthobby maken. Zonder al te veel wedstrijden trainde ik meerdere jaren 4 tot 5 keer per week. Een halve marathon lopen was zo een fluitje van een cent. Ik had de smaak vlug te pakken. Toen herinnerde ik ook wat de sportarts bij de start van mijn regentaat LO zei: ´je hebt het perfecte lichaam voor duursporten´. Dus na een lactaattest begon ik aan een periode van doorgedreven training. Het uiteindelijke doel was om die halve marathon aan gemiddeld 15km/h uit te lopen, maar dichter dan 1h26min (14,7km/h) op de halve in Knokke, 1995, ben ik helaas niet geraakt. De 15km tijdens Dwars door Brugge loop ik dan wel weer binnen het uur.
Ik sprak ook nog geregeld af met de sportmakkers uit het regentaat en zo kwam ik, via Piet, terug in contact met een voorliefde van mij uit mijn kinderjaren: de survivalrun. Een survivalrun is helemaal niet te vergelijken met een obstacle run van de Spartacus Series. Vergeleken met een survivalrun zijn deze maar klein bier. Geen enkele marathonwedstrijd heeft mij ooit zo kapot gekregen dan de 14km BK-survivalrun voor recreanten.
Geleidelijk aan werd lopen ook een uitlaatklep, een moment voor mezelf. Ik begon me ook meer en meer op mijn gemak te voelen bij de alsmaar langere afstanden. Ik wist heel goed dat het me makkelijk afging maar toch liet ik me niet overhalen om hals over kop een marathon te lopen. Na mij eerst theoretisch te verdiepen in de materie, begon ik geleidelijk aan mijn lange kilometers nog meer op te drijven. Uiteindelijk zou ik er toch een tweetal jaar over doen om, eindigend met een 20 weken-schema, er voor klaar te zijn.
Ik werd ook lid van Atletiekvereniging Jabbeke om zo ook in het veldlopen mezelf te ontdekken. Toch bleef het vooral bij hier en daar een stratenloop en 1 à 2 marathons in het jaar. Ik haalde er het maximum uit met 2 kleine kinderen en een flexibel werkuurrooster. De atletiekvereniging zei ik na 3 jaar wel vaarwel.

Mijn wedstrijdervaringen

Uiteindelijk werd de marathon nog het enige grote jaarlijkse doel. De vele en lange kilometertrainingen bevallen me dan ook steeds meer en meer. In 2010 of 2011 begon ik er dan ook meerdere per jaar te lopen. Het beviel me zelfs zo goed dat ik de marathon niet meer als eindpunt zag. Zo combineerde ik ondertussen al driemaal de Antwerp Marathon (in de voormiddag) met de Ten Miles (in de namiddag). Ook in Gent deed ik hetzelfde. Zelfs 7 tot 10 marathons in één jaar kostte mij weinig moeite en ook de grens van 3h30 voor een marathon kwam steeds dichterbij.
Uiteindelijk lukte het me vorig jaar in Antwerpen, nadat ik 14 dagen eerder in het warme Milaan crashte na 29km, toch die grens van 3h30 te doorbreken. Ik had er dan ook al een pak pogingen opzitten (Eindhoven, de Bosmarathon te Buggenhout, Antwerpen, Parijs, Wenen, Praag en Brussel).
Dat was voldoende voor mij!

Bijkomende informatie

Ook al raak ik zo goed als nooit geblesseerd ten gevolge van het vele lopen, toch voelde ik, door het vele nodige snelheidswerk, die kleine kwaaltjes meer en meer de kop opsteken. Het snelheidswerk laat ik dan ondertussen ook aan mij voorbijgaan. De langere afstand, net als loop-weektrips, trekken me ondertussen het meest aan. In de zomer van 2013 liep ik zo al eens 196km over 6 dagen, eindigend met 66km van Antwerpen naar Gent.
Nog steeds zie ik het uitlopen van de Atacama Crossing, de woestijnloop in Zuid-Amerika, als een ultiem doel. Maar nu ik al veel meer langere lopen (55 tot 80km) heb gedaan komt ook de 250km Spartathlon in het vizier.
Ik blijf het op een, voor mij, uitgebalanceerde wijze aanpakken. Dit jaar wil ik zo, via meerdere ultra’s (en ditto training) en trails (72, 55 en ene van 80km), op de 24u van Aalter minimum 100km non-stop lopen. Het jaar nadien misschien dezelfde afstand op een trail, wat toch veel zwaarder is, en zo zien we wel hoe dicht we raken bij de volgende ultieme grens : 100 mijl non-stop.
Trails lopen, dat is dan de afgeleide van die survivalruns waarschijnlijk, bevallen me ook meer en meer. Ik vermoed trouwens dat ik meer en meer voor de lange offroad ga kiezen. Fantastisch hoe er geregeld een social trail georganiseerd wordt. Misschien dat ik er ook eens ene zal aanbieden want Brugge heeft nu ook een groene wandeling op kaart en dit, gecombineerd met een stukje Vesten, is een mooie aanrader!
Daarnaast blijven we lopen combineren met goede doelen om ons vooruit te laten stuwen. Zo liep ik ooit de Ten Miles, verbonden met een touw, met Yannick, die niet meer dan een tunnelzicht bezit. De marathon in Parijs liep ik ten voordele van een hartpatiënt, die zich diende te laten opereren in Amerika en tijdens de laatste Music for Life maalde ik vlotjes 160km af in 4 Warmathons over 5 dagen ten voordele van meerdere goede doelen (nogmaals bedankt trouwens aan alle gulle schenkers).
Mensen van Oostkamp of omgeving die een start-to-run achter de kiezen hebben, kunnen nog steeds aansluiten bij de recreanten van FLAC Oostkamp, onder mijn begeleiding. Ons eerste doel wordt de 15km van Dwars door Brugge op 8 mei. Niemand die lopers weerhoudt om ook aan te sluiten bij ons gemiddeld tempo van 9km/h. Velen doen het natuurlijk liever op zichzelf, zoals ik ook nog vele trainingen afhaspel. Niet met muziek maar vooral met mezelf, één met mijn lichaam en de omgeving. Alle beslommeringen van me aflopend!

Mijn favoriete foto's

Foto 1: September 2015: Als lid van het Race For A Cure Team promotie maken tijdens de Leiemarathon in Wevelgem

Foto 2: Januari 2016: Trail weekend in Sy.

Foto 3: In KoR (Keep on Running) outfit.

Foto 4: Dwars door Brugge

Foto 5: April 2013: Antwerp 10 Miles na in de voormiddag de Antwerp Marathon gelopen te hebben

Klik op een foto om de slideshow te starten













http://www.hitwebcounter.com/htmltutorial.php
WebPage Visits