THE DRONES CLUB OF BELGIUM

ARTIKELS

1989 - 1999 : TIEN JAAR DRONES CLUB

door Kris Smets

Oktober 1999

De geschiedenis van de Belgische Drones Club is nauw verbonden met P.G. Wodehouse. Dit betekent echter nog wat anders dan te stellen dat het leven en werk van Wodehouse de oorsprong, de bestaansreden en de finaliteit zijn van de club. Zonder Wodehouse was er uiteraard niet de benaming Drones Club, maar ik ben nagenoeg zeker dat de stichters tot een ander verband en verbond waren gekomen, met gelijkaardige oogmerken en accenten. Waarschijnlijk verschillen we hierin van de andere Wodehouse-sociëteiten. De stichters van de Drones Club percipieerden P.G.W. als een geschikte vertolker van de eigen luchthartigheid en kameraderie.

Wodehouse voorstellen in dit gezelschap is een open deur intrappen. Zijn werk omschrijven zou de zoveelste herhaling zijn van wat anderen eerder en beter deden. De essentie van zijn oeuvre is dat er geen boodschap inzit. Hij biedt de lezer uren ongecomplexeerd leesplezier, door hem in een fictieve wereld te brengen, met een eigen absurde logica en dynamiek. Perfect voorspelbaar, want spannend is het nooit. Zijn wereld benadert nog het meest de illusie van wat wijze heren in Engelse geschiedenisboekjes ‘The Lost Paradise’ noemen. De periode aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, toen het geloof in vooruitgang en techniek groot was, en de bovenlaag van de Engelse samenleving opfleurde na de strenge Victoriaanse tijd.

Hoe de Belgische Drones Club concreet vorm kreeg is het verhaal van de vier stichters. Belangrijke stimulans waren ongetwijfeld de Belle Epoque-avonden van het Aarschots Salonorkest. We spreken dan over de periode 1982 - 1988. Een kwieke dirigent inspireerde een dozijn muzikanten. Zijn naam : Walter Rens. Al gauw haalde hij zijn gezelschap weg uit bedompte parochiezalen en kille kapellen. Hij gaf hen de grandeur en de omgeving van de beste belle epoque hotels. Zijn gevoel voor decorum en sfeer was briljant. Bovendien omringde hij het ensemble met het verbale genie van Walter Van Braeckel. Laatstgenoemde animeerde de optredens met een spitsvondheid gewaagd aan die van Oscar Wilde. Ook de andere stichters Marc Boogaerts en Kris Smets kregen een rol als decorelement. De Aarschotse burgerij reageerde enthousiast. De vriendschap tussen de stichters kreeg hier vorm en een creatieve dimensie. Hun samenwerking liep doorheen de jaren als een goed geoliëde machine. Marc Boogaerts en Kris Smets kenden elkaar al jaren, klasgenoten van het Aarschotse college. Walter Van Braeckel was de rebelse leraar-germanist die hen in Wodehouse introduceerde. In hun dolle jaren waren zij Bertie en Jeeves, een stijlvolle combinatie van fris jongensgeweld.

Het eerste document van de Drones club dateert van 13 oktober 1989. De eerste bestuursvergadering vond een week later plaats in het Klein Cultureel Centrum Aarschot. "De vereniging heeft geen doel maar is een doel" schreef Walter Van Braeckel in de statuten. Een jaar later realiseerden we de kortfilm "What Ho, What Ho Motty", een bewerking van Jeeves and the unbidden guest.

De doorbraak kwam er in 1995 toen Walter Rens het buitengoed van zijn ouders erfde. Het geheel werd grondig verbouwd, heringericht en omgedoopt tot Millfleet Hall. Het interieur was dat van een Britse club en de Drones kregen eindelijk een waardig onderdak. Van toen af begonnen de activiteiten en het ledenaantal te groeien. Jaarlijks een algemene vergadering in februari, een zomervergadering in juni en een herfstvergadering in oktober of november. Wodehouse’s boeken en leven kwamen aan bod, maar de aandacht ging vooral uit naar het scheppen van een literair-amusante sfeer. De pers werd er bijgehaald en een eerste krantenartikel verscheen in het najaar van 1995.

In 1996 ontvingen we gastspreker Roger Janssens, hij sprak over de breuk tussen de Victoriaanse en de Edwardiaanse periode. We togen ook naar de paardenrennen waar Walter Rens het grote geld opstreek en we hadden we ons eerste dartskampioenschap. Bovendien bezochten we Engeland in augustus. De eerste afspraak met vertegenwoordigers van de Engelse Society liep in het honderd. In het najaar ontvingen we een grote delegatie van de Nederlandse Society op de Drones jacht en de banden voor een cordiaal internationaal contact waren gesmeed. Geschenken werden uitgewisseld.

1997 begon ernstig met kolonel Rens als spreker over Wodehouse’s oorlogsperikelen. De kolonel gaf een kritische en toch genuanceerde visie. In de zomer van hetzelfde jaar organiseerden we een koloniaal weekend. De link tusen Edward VII en Leopold II. Een afmattende maar oerleuke tweedaagse. Pastorale taferelen in en rond de tropentent, afgewisseld met stukjes van een hoog Boudewijngehalte, vinnige en bij wijlen gevaarlijke duels en ‘s avonds de knetterende rust bij het kampvuur. Dat najaar bezochten we nog de Nederlandse club in Mulliners' te Amsterdam. In die periode werden tevens de eerste contacten gelegd met de Britse ambassade te Brussel.

Ambassadeur Colvin ontving ons hoffelijk in januari 1998 en aanvaardde het beschermheerschap over onze club. Begin februari 1998 deed hij zijn Blijde Intrede te Millfleet Hall, in aanwezigheid van vele Drones en de voorzitters van de Britse, Zweedse en Engelse Wodehousesocieties. Het ontwerp van het Verdrag van Millfleet werd besproken. De zomervergadering van 1998 was kabbelend zoals steeds evenals de uitstap naar Kent. In oktober werd het Verdrag van Millfleet plechtig ondertekend te Oud-Zuilen in Nederland. De International Wodehouse Society was geboren uit de samenwerking van de Amerikaanse, Engelse, Zweedse, Nederlandse en Belgische Wodehouseclubs.

De herfstvergadering van 1998 jaar was geheel gewijd aan de Engelse oorlogsliteratuur van WOI en de link met Wodehouse. Professor Guido Latre initieerde ons in de wereld van Wilfred Owen, Siegfried Sassoon en Rupert Brooke. Norman Murphy gaf tekst en uitleg bij Wodehouse’s lotgevallen in dezelfde periode. Onze beschermheer kreeg een kunstwerk mee, van de hand van Roland Rens, als geschenk voor de Britse koningin. Een eerbetoon van de Drones Club aan de gesneuvelde Britse militairen die meevochten voor het behoud van België’s souvereiniteit. We kregen vriendelijk antwoord van Buckingham Palace. Aan het slot van avond werd Guido Latre geridderd in The Order of The Millfleet Pigsty.

In februari 1999 onderhield Tony Ring ons over Wodehouse’s schoolverleden. In mei bezochten we Dulwich College en werden we hoffelijk ontvangen en rondgeleid door de archivaris. De afsluiter van 1999 is de sublieme viering van ons tienjarig bestaan. Vele gasten uit binnen-en buitenland zullen uit volle borst de Drones Mars zingen en "Anything Goes, Sauve Qui Peut !" uitroepen.

Een korte geschiedenis van een club die nog volop in ontwikkeling is en zich klaarmaakt voor de komende 10 jaar met u en hopelijk vele nieuwe leden.

Top